“wildernis overlevingsuitrusting controlelijst Overlevingsonderwerpen Gear”

Maria liet hem los en haalde haar schouders op. ‘We hebben al bijna twintig jaar niemand gezien, Harrald.’ Ze sloot de poort achter hem. ‘Je vader en ik denken dat er weinig dreigingen meer zijn daarbuiten. Die tijd is geweest.’
Daarnaast wordt de bezorgtijd mede bepaald door je locatie en waar je bestelling vandaan komt. Voor meer informatie kun je contact opnemen met onze klantenservice; we voorzien je dan zo snel mogelijk van een antwoord. Veel shop-plezier!
Julian Jaynes stoffeert zijn theorie met studies bij split-brain patiënten, mensen bij wie de hersenbrug tussen de twee hersenhelften (corpus callosum) beschadigd of artificieel doorgesneden is. De drie spraakcentra (een deel van de motorische cortex, het gebied van Broca en het gebied van Wernicke) bevinden zich in de linkerhersenhelft en zijn via de hersenbrug verbonden met de rechterhersenhelft waar (onder andere) visuele voorstellingen worden gevormd. Via de hersenbrug kwamen de ‘goden’ binnen in het spraakcentrum van de mensen en gaven zo aanwijzingen aan de linkerhersenhelft. Jaynes spreekt van de twee hersenhelften als ‘almost (…) two individuals’ (p.117). Vandaar dat hij het brein van de eerste mensen aanduidt als ‘bicameral mind’. Michael Gazzaniga, de bekende neurowetenschapper en beroemd geworden door split-brain onderzoek, ziet in de linkerhersenhelft nog altijd de ‘tolk’ (interpreter) die onze voorstellingen en ervaringen inpast in de logica van ons zelfbeeld en wereldbeeld. Jaynes baseerde zich o.a. op de onderzoeken van Gazzaniga toen die nog een relatief jonge en baanbrekende wetenschapper was. Asymmetrie tussen de twee hersenhelften ontwikkelde zich bij de primaten: de halfapen gingen in grote meerderheid hun linkerhand (en dus hun rechterhersenhelft) gebruiken om naar voedsel te reiken en het vast te pakken, terwijl ze hun houding in de boom verankerden met de rechterhand (en dus de linkerhersenhelft). Toen de mensapen meer en meer op de grond gingen vertoeven, werd het sturen van de houding minder noodzakelijk en kwam ook de rechterhand vrij voor het manipuleren van voorwerpen. Maar vanwege zijn ervaring met lichaamshouding bezat de rechterhand meer kracht en een grotere controle over de aanwending van de hand dan de linkerhand. En zo ontwikkelde de rechterhand zich tot dominante hand. Toen de eerste hominiden verschenen, circa vijf miljoen jaar geleden, waren de rechterhand en -arm reeds dominant geworden voor bijna alle handelingen van mensapen op de grond. Er bestaat ook een verband tussen rechtshandigheid en de taal die door de linkerhersenhelft wordt gecontroleerd. Communicatie bij primaten bestaat doorgaans niet alleen uit geluiden, maar ook uit gebaren met armen, benen en het hele lichaam, bewegingen die vaak nogal wat evenwicht en behendigheid vragen wanneer een dier ze in een boom uitvoert. Het leven in de bomen moet dan belangrijke eisen hebben gesteld aan een efficiënte communicatie. Daarom mag verondersteld worden dat de linkerhersenhelft, die al klaar was om de houding te sturen, de communicatievaardigheden ging sturen die afhankelijk waren van de houding, zoals de ademhaling vanuit de longen. Het patroon bleef bij hogere primaten bestaan en dus werd stemgebruik (en later taal) een zaak van de linkerhersenhelft.
Het lukte haar de verlamming te verbreken. Met een ruk kwam Laura overeind en tastte naar het licht­knopje naast haar kant van het bed. Eén eeuwig­durende seconde was ze bang dat ze het niet snel genoeg zou vinden, dat de vrouw die tijd zou benutten om op haar af te springen met die onmoge­lijke snel­heid die je altijd bij monsters in horrorfilms zag, een en al tanden en klauwen en witte, wegge­draaide ogen. Dat de vrouw zou … ja wat eigenlijk?
Er klonk geen geschreeuw van boven. Er was – behalve de bellen die nog steeds van de gezonken wagen omhoog kwamen – geen spoor meer van haar aanwezigheid. Er waren slechts kalme stemmen. Flar­den van een gesprek in het dialect van Ebyon, dat van boven de boot bereikte, tot de stemmen afzwakten en verdwenen.
Ik heb bv de ervaring dat de gevechten die ik heb meegemaakt (diverse rassen) op te lossen waren met het omhoog brengen van de achterhand, of een brul. Maar mensen met bv ervaring met ‘vechthondenrassen’ (sorry voor de benaming maar gebruik dit even ter omzeiling van het opsommen van rassen) hebben mischien wel hele andere ervaringen welke voor hun specifieke honden belangrijk zijn om te vermelden.
Al evenzeer is het bijzonder vertekenend criminalisering voor te stellen als een regressie naar een bestiale impulsieve agressiviteit. De criminele overlevingsstrategieën van ontwrichten zijn, als wij ons ontdoen van de morele kijk op de zaak, over het algemeen ‘innovatief’ en rationeel-creatief. Zelfs voor een ordinaire winkeldiefstal of het stelen van een handtas moet je al een flinke dosis verstand aan de dag leggen. En zeker het plegen van een bankoverval of een home-jacking vraagt veel minutieuze voorbereiding en allerlei vaardigheden zoals stressbestendigheid, omgevingsanalyse, teamwerk, organisatorisch talent en meer van dat. Het zoeken en vinden van steeds nieuwe manieren om de wet te overtreden getuigt van een creativiteit waar veel dynamische managers een punt kunnen aan zuigen. En die creativiteit wordt ook beloond: maffieuze organisaties (die b.v. de Internetcriminaliteit controleren) zullen die creatieve lieden snel een ‘job’ bezorgen, zij het een onderbetaalde job en één zonder sociale zekerheidsrechten. Ook geestesziekte vraagt heel wat creativiteit: de verspreiding van steeds nieuwe diagnoses getuigt van het feit dat geesteszieken, en zeker de kinderen wiens hersenen nog niet door jarenlang medicijnengebruik zijn aangetast, steeds nieuwe manieren uitvinden om dingen anders te zien en zich volkomen onvoorspelbaar te gedragen.
Om kwart over twaalf werd ik gebeld dat iemand was ingestuurd voor een stuitbevalling, maar ze had al een poos geperst bij 7 cm. Alles was oedemateus (opgezet). Toen ik kwam leek ze tegen Volledige Ontsluiting aan, het laatste randje was weg te duwen. Persen deed ze eerst niet goed, later een kwartier wél maar ze kwam niets verder. Dus maar een keizersnede. Gelukkig had de meest ervaren anaesthesist dienst. Dus terwijl ik oplette of alles wel steriel op de tafel kwam gaf de anaesthesist spinaal. Ze was steeds onrustig, wilde niet goed stilzitten. De spinaal was in één keer raak. Toen kon ik de huid gaan desinfecteren. Het viel op dat de katheter die de leerling verloskundige had ingebracht niet goed zat. Dat zouden we dan tijdens de operatie wel oplossen. Ineens ademde ze niet meer. De spinale anaesthesie was te hoog gekomen en had ook de ademhalingsspieren verlamd. Maar haar beademen lukte de anaesthesist ook niet en een beademingsbuisje lukte ook niet. En toen was ze dood. En het kind twee minuten later ook. Er werd nog wel gereanimeerd, maar helemaal kansloos, natuurlijk. Volgens locaal gebruik mocht het kind niet in de moeder blijven zitten, dus dat moest ik er nog uithalen. Daarna zat ik erbij toen de anaesthesist zijn spijt betuigde aan de arme echtgenoot.
Sex is, eenmaal ertoe gekonditioneerd een behoefte. Het vormt een evenwicht van neurotransmitters in de hersenen, een evenwicht van energie en voedselinname voor het lichaam,een evenwicht van associaties in de samenleving en een bepaald type van plicht naar de Godheid van de aanbidding, de politieke leider, het wetenschappelijk paradigma of zelfs een klimaat. Soms wordt de fixatie van het sexueel gedrag leven genoemd, terwijl anderen het een soort van dood noemen daar er niets schijnt te gebeuren buiten het kader van de sexuele konditionering: men ontwikkelt niet werkelijk nieuwe belangstellingen of intelligentie. Ook de creativiteit kan ernstig geblokkeerd zijn gehecht aan bepaalde perversies geen weerstand of genie vindend.
De verloskundigen hebben me net zo lang gevraagd of ik instrumentarium voor ze wilde kopen tot ik op het laatst heb gezegd dat ik het spul in Nederland wel voor ze wilde kopen en het tegen kostprijs aan ze zou geven. Ik heb bladzijden van medische winkels van internet voor ze uitgeprint en ze konden een keuze maken en die naar Nederland doormailen. Dat werd de laatste week in Nederland dan ook gedaan. Alle spullen werden niet meer op tijd aan mij opgestuurd, dus Vrienden van Bawku hebben het laatste ten slotte voor mij meegenomen naar Bawku toen ze hier een paar weken later heen kwamen om te opereren. Toen het hier allemaal was heb ik alles op stapeltjes gelegd en gemeld dat iedereen zijn spullen tegen contante betaling in Ghanese cedi’s bij mij kon afhalen. Toen stond de wagen stil… Het geld van het maandsalaris van de week ervoor was al op en alle scharen, pincetten, naaldvoerders, navelstrengscharen, nierbekkens en wat al niet wat iedereen had besteld ligt hier nu op een bed in een logeerkamer uitgestald en wordt langzaam bedekt met een laagje woestijnstof. Niemand heeft het afgesmeekte spul tot nu toe opgehaald. Inmiddels is er wéér betaaldag geweest en ik heb maar eens gevraagd of ze het nu nog wilden hebben of dat ik het aan een naburig ziekenhuis moest verkopen.
De eerste mentale voorstellingen zijn eigenlijk herinneringen (her-inner-ingen), waarnemingen die opnieuw ‘geïnd’ worden. Ze volgen zo snel op de gewaarwording dat ze er onmiddellijk mee worden geassocieerd. Neurologisch gesproken gaat het eigenlijk om hallucinaties, maar we zullen hier mogelijk verkeerd begrepen worden omdat hallucinaties gemeenzaam als pathologische fenomenen worden geduid. Maar zoals de cognitiebiologen Maturana & Varela terecht stellen kan het zenuwstelsel op zichzelf geen onderscheid maken tussen een waarneming en een hallucinatie: daarvoor hebben we de mening van een buitenstaander nodig. In onze ervaring is een hallucinatie even waar en werkelijk als een waarneming van een extern object of een externe gebeurtenis. Vandaar dat we dromen ook als werkelijk ervaren tot ons wakker geworden Ego (die eigenlijk een ‘buitenstaander’ is) ons moet teleur stellen of ons uit onze nare droom verlost. Dit hallucinatorisch karakter van de waarneming blijkt duidelijk als de voorstelling, onder bepaalde condities, ook voor ogen gaat schijnen op momenten dat het geziene niet aanwezig is. Niet alleen ziet men iets als er iets te zien valt, men gaat ook dingen zien wanneer er niets te zien valt. Deze herinneringen zijn iets anders dan het dierlijk geheugen waarbij we aannemen dat als een dier een bepaald gedrag als reactie op een prikkel herhaalt, hij iets geleerd heeft en in zijn geheugen heeft ‘gestopt’. Er is bij dieren echter van een ‘stoppen in een geheugen’ geen sprake, omdat het geheugen bij dieren bestaat uit het vormen van nieuwe sensomotorische connecties (zoals wij als dieren overigens ook kunnen), niet uit een voor hun ogen uitgestrekte ‘ruimte’ waarin voorstellingen opduiken.
Hebben we bij het autoritair gezag een communicatie die uitgaat vanwege een persoon, dan herkent het volk in het charisma van een leider zijn wil, wensen en verlangens en laat hij deze door een gezaghebber verwoorden. Zo lijkt de communicatie tussen volk en charismatische leider uit te gaan van de charismaticus zelf, die erin slaagt zichzelf voor te stellen als de belichaming van wat de mensen willen (‘willen’ hier in de zin van Schopenhauers Wille, die de Vorstellung (of Rede) als werktuig gebruikt om zich te manifesteren. De charismaticus blijk echter vooral succes te hebben bij mensen die het niet meer weten, die niet meer weten wat ze willen. Vandaar dat charisma tegenwoordig geassocieerd wordt met populisme. Wat de charismaticus dan inhoudelijk zegt of lijkt te zeggen, moet dan blijkbaar aansluiten bij een dieper onuitspreekbaar verlangen van zijn volgelingen, een verlangen dat dikwijls agressieve aspecten vertoont (‘we geven ze er eens goed van langs’). Vandaar dus dat het optreden van een charismatische politicus/a doorgaans gezien wordt als populistisch. De vier politieke succesvolle Belgische charismatische figuren die sinds 1990 in de Belgische politiek zijn opgetreden, met name Jean Pierre Van Rossem, Jean-Marie De Decker, Yves Leterme en Bart De Wever, getuigden of getuigen inderdaad van een pregnant populisme (vanuit hun perspectief in positieve zin). Zij haalden of halen hun stemmen veel meer op basis van hun uitstraling dan op basis van een verstandig begrepen programma. Zo verwacht(t)en de kiezers van Bart De Wever van hem dat hij de Franstaligen en in het bijzonder de Parti Socialiste een lesje zou leren, zonder precies te weten wat ze daarmee bedoelden (hoewel: op Internetfora kon je goed lezen wat sommigen zich fantaseerden met Laurette Onkelinx in een of ander duister steegje te doen). Het lijkt erop dat wat charismatische figuren beloven en hun volgelingen verwachten eigenlijk niet geheel kan uitgesproken worden en in ieder geval niet op papier kan worden gezet. Populistische groeperingen drijven meestal op revanchegevoelens zowel bij de leiders (met een verborgen agenda van machtswellust) als bij de volgelingen (wraak). Dit verklaart waarom ‘normale’ democratische politici zo’n angst en afkeer hebben van populistische bewegingen of figuren. Hetzelfde patroon vinden we trouwens dikwijls bij sekten, waar we zien dat de sekteleider zich doorgaans aardig weet te verrijken met giften van leden die in de boodschap van de charismatische leider troost en levenszin vinden. Ik houd eraan te melden dat de relatief populair wordende katholiek-religieuze charismastiche beweging, die ik van binnen uit nauwelijks ken, teruggaat op het oorspronkelijke kerkwoord ‘charisma’, meer in het bijzonder op de ‘gaven van de Heilige Geest’. In de mate dat het me niet bekend is dat deze charismatische beweging een bijzondere maatschappelijke of politieke visie zou hebben, spreek ik me over haar niet uit en mijn mening over haar is gelijkwaardig aan mijn mening over andere godsdienstige stromingen. Overigens is, op basis van de informatie waarover ik beschik, de charismatische beweging ook niet opgehangen aan één dominante en fascinerende leidersfiguur.
De continuïteit van de visuele beelden in hun sequentie, de beweging als een verplaatsing van een wezen of ding van hier naar daar, moet immers een voorstelling van hun ‘eeuwigheid’ hebben geleid, eeuwig in de zin dat ze de tijd overspanden. Het opnieuw zien van de dingen bij het wakker worden, dit opnieuw kennen, herkennen, bracht het besef teweeg dat de dingen een bestaan buiten ons leiden. Verder moet de vaststelling dat twee dieren van een zelfde soort gelijk waren maar toch ook verschillend waren hebben geleid tot een idee van een overkoepelend begrip dat verwees naar de verzameling van alle dieren van die soort. In één ruk zien we hier dus én de Ideeënleer van Plato ontstaan (waarbij de dingen die in onze waarneming verschijnen slechts illusies zijn en een afspiegeling van ‘eeuwige’ en ‘goddelijke’ Ideeën) én de in wezen op een materialisme gebaseerde metafysica en logica van Aristoteles. Aristoteles’ categorieën (het Griekse ‘katègoria’ betekent ‘het gezegde’) of predikaten zijn de overkoepelende begrippen die in de waarneming van gelijkheid en verschil zijn gevormd: ‘Dit is een mens’. Aristoteles, een bijzonder nauwgezet man, poogde orde en systematiek te scheppen in de wijze waarop wij over de werkelijkheid spreken, met zowel oog voor wat van wat we over de dingen zeggen echt als substantie bestaat (metafysica) als voor wat als waar en onwaar moet worden beschouwd (logica). Aristoteles’ categorieënleer vormt nog altijd de basis voor de neuropsychologie van het geheugen, van het opslaan en terugvinden van geheugenmateriaal. Informatie zou piramidaal zijn georganiseerd van bijzondere categorieën (X is Socrates) naar meer algemene categorieën (X is een man => X is een mens => X is een levend wezen). Binnen die piramidale structuur wordt het mogelijk een gegeven onder te brengen in meer algemene categorieën of het af te zonderen door af te dalen naar meer bijzondere categorieën. Of het geheugen echt zo volmaakt logisch is gestructureerd lijkt niet aannemelijk: het wordt niet systematisch opgebouwd maar brok bij brok, op basis van ervaringen die niet systematisch maar casueel zijn gestructureerd. Hoe dan ook, de tweespalt tussen Plato’s denken en Aristoteles’ systematiek heeft de ganse geschiedenis van de filosofie beheerst.
Eenmaal naast me zakte hij ontzet op zijn knieën. Hij had zijn wapen nog steeds vastgeklemd, en het zelfs weer op mij gericht toen hij me herkende, maar nu viel het met een nutteloze plof in het zand, samen met zijn bionische handen. Om ons heen rukte de gaswolk verder op over de overlevenden. Ook Jonas was onder­tussen al zijn haar kwijt. Hij vouwde zijn armstompen voor zijn geslachtsdelen. Alleen waren de uiteinden geen stompen meer. Vijf kleinere stompjes, zachtroze en kwetsbaar als een baby, ontsproten daar waar de bionische hand had vastgezeten. Het geheel gebeurde niet zonder slag of stoot: hij bloedde, rood en nat drupte het op de Marsbodem, waar het direct in het dorstige zand drong.
Je kunt er pas iets zinnigs over zeggen als het je overkomt en zover is het bij mij dus nog niet Wilma, maar het lijkt me een leuk idee om uiteindelijk in de baarmoeder te eindigen, dat ziet er niet zo als een einde uit, of ben ik vooringenomen?;-))
6. Inhoudstafel WOORD VOORAF IXDEEL 1 1 EEN KORTE VOORSTELLING 3 OP ZOEK NAAR WAKKERSCHUDMOMENTEN 9 HET MODEL VAN ULRICH LIBBRECHT 21 EEN MANAGEMENTMODEL IN DE DIEPTE 35 EEN PERSOONLIJKE GETUIGENIS IN DE DIEPTE 49DEEL 2 59 OVER CIJFERS, LETTERS EN RAPPORTEN 61 OVER VERGADEREN, BESLISSEN… EN EMOTIONELE INTELLIGENTIE 79 OVER INNOVEREN, CREATIVITEIT EN ONDERNEMEN 89 OVER CHANGE MANAGEMENT, FUSIES EN REORGANISATIES 105 OVER EFFICIËNTIE EN TIJD 119 OVER DE WERKPLEK 127 OVER HET PERSONEEL 133 OVER ORGANISATIE EN LEIDING GEVEN 137 OVER ETHIEK (EN CORPORATE SOCIAL RESPONSIBILITY) 153CODA 159 OP ZOEK NAAR ZEKERHEID 161 SLOTWOORD 169DANKWOORD 173APPENDIX 175 VERHALEN 177 INDEX 179 BIOGRAFIE 183 BRONNEN 185 VII

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *