“uitrusting voor overleving wrangler uitrusting overleving”

75. 73 overdekte) hechtingsbehoefte en je maakt je relatie veiliger en daar- mee steviger (Bouwkamp en Bouwkamp 2010, Corné Spijkerboer 2010). Hoe werk je als therapeut aan autonomie en verbonden- heid in een relatie? Zoals al eerder is geschetst. zijn we als individu en als partners altijd op zoek naar een goede balans tussen het deel van ons dat autonoom is en het deel waarin we ons verbonden voelen met elkaar. Een therapeut kan zich, als het om de zorg voor een ander gaat, door twee vragen laten leiden: ‘Wat heb ik te geven aan de ander?’ ‘Wat heeft de ander van mij nodig?’ De verwachting dat twee partners door alleen maar op deze manier aan elkaar te geven in een stabiele relatie blijven, is niet echt reëel. De drang die partners voelen om zich los te maken en weer op zichzelf te staan komt in elke relatie voor. Dat betekent dat we soms ‘nee’ tegen de ander moeten zeggen en voor onszelf moeten zorgen. Bij de zorg voor onszelf helpt het om stil te staan bij de volgende twee vragen: ‘Wat heb ik nodig van de ander?’ ‘Wat heb ik van en voor mijzelf nodig, los van de ander?’ Maar hoe blijf je dan toch met elkaar verbonden? Hoe lukt het je als therapeut om de balans tussen autonomie en verbondenheid te waar- borgen? Voor veel stellen werkt het om hierin als voorbeeld te dienen en ieder apart te leren om aan de ander te geven, door te laten zien hoe jij in het interactieproces met de ander omgaat. Daarbij is het van
Volmaakt geluk bestaat niet, maar er zijn waarschijnlijk wel instellingen die het iets meer in de hand werken dan andere. Je moet je realiseren dat het leven bestaat uit de aaneenrijging van verwezenlijkte en onverwezenlijkte doelen, als een gigantische ketting, tot de kaars dooft om het doel te verwezenlijken dat de natuur heeft met jouw lichaam. Wie hier geen vrede mee neemt zal nooit gelukkig zijn, tenzij hij zich dingen gaat wijsmaken, zoals een leven na de dood waarvan de kwaliteit afhangt van de kwaliteit van je geleide leven, allemaal zeer stompzinnig en ironisch genoeg de oorzaak van veel kwaad. Er is leven na de dood, uiteraard: het van anderen en misschien sterft het leven zelf ooit. De troost is dat wij verschijnen en weer verdwijnen, maar dat we ook slechts een patroon zijn, als een draaikolk in water, terwijl onze essentie, de zee, blijft bestaan (of op zijn minst veel langer bestaat).
Net zoals bij Lets systemen, kunnen mensen die aangesloten zijn bij het equi netwerk transacties van goederen en diensten doen die dan betaald worden met het nieuwe ruilmiddel. Dus in plaats van met euro’s te betalen, gebruik je equi. In eerste instantie en vanuit praktisch oogpunt gebeurt dit best eerst lokaal. Een groepje vrienden, familie of werkcollega’s kunnen aansluiten en onderling met equi beginnen werken. Naarmate meer mensen aansluiten, uit alle landen, groeit de groep en vergroten ook de mogelijkheden. Zo ontstaat er een complementair ruilmiddel-systeem naast de euromarkt. Mocht het monetaire bankstelsel crashen, dan is er dadelijk een (rechtvaardig en transparant) alternatief beschikbaar. Het equi systeem staat los van het huidige geldsysteem, het is bewust kiezen voor iets nieuws. Door je energie te onttrekken aan het oude systeem, verlaat je de oude wereld en creëer je mee de nieuwe tijd. Er is dus helemaal geen strijd nodig of de opdracht om tegen iets te zijn. Het is heel gewoon een nieuwe keuze. Het brengt de kracht weer helemaal terug bij de mens zelf. Jij bepaalt of je met equi wilt werken of niet.
Op maandag 13/5 heb ik een afspraak bij VSO (een uitzendorganisatie, Voluntary Services Overseas. Er lijken mogelijkheden voor mij te zijn te worden uitgezonden naar Ethiopië of naar Tanzania. Er komt misschien nog een land bij om uit te kiezen: Papua New Guinea (PNG). De andere helft van dat eiland was vroeger van Nederland en heette toen Nieuw Guinea. Nu is dat van Indonesië. Papua New Guinea is zelfstandig, maar het is er een beetje een zooitje. Aan de noordkant van PNG heeft VSO contacten met een ziekenhuis met een grote verloskunde-afdeling. Ongeveer net zo druk als hier in Bawku. Over twee en een halve week hoor ik het wel, of dat echt iets is voor mij om over na te denken. Het is er altijd groen, er zijn twee regentijden en het is er altijd tussen de 23 en 30 graden. Als je daar een tuin hebt heb je altijd werk en waarschijnlijk ook altijd eer van je werk. Er is in PNG wel verbazend veel criminaliteit, maar in het noorden, waar ik misschien zou kunnen komen, weer wat minder….
Profiteur: Filognostisch equivalent voor zondaar of gevallen ziel. Naar het ideaal van volle zelfverantwoordelijkheid is iedereen een profiteur die meer neemt dan teruggeeft. Zoals met het klassieke begrip zonde wordt profijt trekken verondersteld de motor te zijn van het morele geweten: het maakt schuldig morele en materiële belastingpenningen te betalen in de vorm van betrokkenheden en geld.
Ze dacht aan haar moeder. De neerwaartse spiraal van haar eigen leven sinds haar afdeling was over­genomen door de Timbesh, haar onder­zoeks­­richting geen fondsen meer had gekregen, zijzelf was ontslagen.
De moritat-zinger besluit toch een andere plaats te zoeken om haar liederen ten gehore te brengen. Ze haalt haar juist vastgespijkerde doek weer los, rolt hem behendig op, hangt haar kleine draaiorgeltje weer aan de leren band over haar schouder en maakt zich dan uit de voeten, het kwetterende aapje in haar kielzog.
nummer 1 I JAARGANG 1 Wie zijn wij? ACTIES Evenementen Friends time schoon madammen avonden Bachelorette day Are you ready to get married Hoge hakken avond Thema weekends Wie zijn wij Het Corbie team,
Mijn vrijheid eindigt waar die van een ander begint. Zo luidt het liberale vrijheidsprincipe. Vrij van opdringerige staatsinmenging en vrij tot het ontplooien van latente talenten en competenties. Het is een hyper-individualistisch principe, waarbij ook de “ander” tot een sociaal geïsoleerd en monadisch individu wordt verklaard. Het is niet moeilijk om te wijzen op de interne tegenstrijdigheid van dit liberaal beginsel van de individuele egocentrische vrijheid, van de absolute persoonlijke autonomie en van de al evenzeer absolute zelfbeschikking. Onze vrijheid botst immers steeds op de vrijheid van minstens één medemens. Vandaar dat tegenwoordig nogal potsierlijk gesproken wordt van vrijheid in verantwoordelijkheid. Responsabilisering heet dat zo mooi in het Wetstraatees. Geen kat, zelfs de mijne niet met hun onmiskenbare empathie en hun toch onweerstaanbare hoogbegaafdheid, die in de verste verte weet hoe deze abstracties zich vertalen in het dagelijks concreet handelen.
‘Ik zal je doden als de smerige hond die je bent,’ roept mijn daimaō. Hij beledigt de roodharige reus nog meer door zijn naam en afstamming niet te noemen. Honden zijn dat niet waard. Hij heft zijn zwaard.
Het neuro-economisch onderzoek heeft echter weinig toegevoegd aan de resultaten die vroeger reeds werden bekomen bij onderzoek naar beslissingsprocessen zonder meting van de hersenactiviteit. We wisten reeds dat keuzes in morele dilemma’s zwaar door ‘emotionele’ componenten werden beïnvloed en dat mensen (consumenten, jury’s, beleggers, politici, enzovoort) in veel gevallen ‘irrationele’ beslissingen nemen die ingaan tegen de ‘logica’ van de ‘rationaliteit’ die ernaar streeft om met inzet van een minimum aan middelen (inputs) maximale resultaten te halen of een doel optimaal te bereiken (outputs). Waarom handelen mensen zo ‘irrationeel’ en zijn ze wel degelijk effectief ‘irrationeel’?
Er zijn hier een paar belangrijke punten om te herinneren. Men zou evenwicht moeten houden, dat is te zeggen, rust en aktiviteit, sociale en persoonlijke interessen, werk en ontspanning zouden elkaar niet moeten verdringen. Er zijn altijd ten minste twee kanten aan de materiële waarheid en geestelijke gezondheid vereist respekt voor beiden. Aldus kan men in het algemeen stellen dat twaalf uur rust en twaalf uren aktiviteit een goede basis vormen voor de indeling van de dag. Dit geeft zes uur rust in totaal te besteden in tussenperioden gedurende de dag. Normaal heeft men na het slapen en voor het ontbijt een uur om op gang te komen. Gedurende het werk in de ochtend en ook in de namiddag is het verstandig een half uurtje te pauzeren. Dit laat anderhalf uur over rond tijd voor lunch en avondeten met één uur om tot rust te komen voor het slapen gaan. de zes in total volmakend. Werken kan maximaal twaalf uur verricht worden welk een verder uitbalanceren vereist. Er is werk voor het onderhoud van de geest en het lichaam en werk in de zorg voor anderen (afb.). Gegeven een volledig geëmancipeerde samenleving waar de autonomie van ieder volwassen individu is geaccepteerd, besteed men idealiter zes uur aan het eigen lichaam en de eigen geest (winkelen, koken ,schoonmaken, lezen) en zes uur voor de anderen (arbeidsplicht, socialiseren, samen de media waarderen). Naast een dergelijke dagelijkse routine, zouden er ook rustdagen zijn om de tevredenheid te verzekeren, studiedagen om de scholing te zekeren en feestdagen om de behoefte aan festiviteit te bevredigen. Als dit eraan ontbreekt zal men zich buiten het arbeidsproces en de samenleving zien vallen, de opvoeding en het vermogen om te leren zien kwijtraken, en zich uitbrekend uit de orde de controle zien verliezen bij gebrek aan feestelijkheden. festiviteit ontberend. (zie tabellen). Met betrekking tot verdringing wat betreft tijd zou er eveneens rekening mee moeten worden gehouden dat politiek gefixeerde standaardtijd, een ander bewustzijn vormt dan het bewustzijn van de regelmaat relatief t.o.v. de positie van de zon (afb.).
Het was zelfs zo dat de eigenaresse van de apotheek hier in Zepponami, die we niet eens heel goed kennen, er op stond ons te omhelzen. Ik wil maar zeggen, als je in een vreemde omgeving komt en je houdt je een beetje aan de regels dan accepteren de mensen je en vinden ze je zelfs aardig. De man die hier in de buurt een “biologisch” bedrijf heeft met druiven, olijven, kiwi’s en groente en bij wie we twee seizoenen gratis kiwi’s geplukt hebben zei bij voorbeeld: jullie komen natuurlijk niet meer plukken, maar jullie komen toch wel te kleine en te grote halen voor eigen gebruik? We hebben erg veel warme reacties gekregen.
178. Sally Wyatt (UM) bijz. hoogleraar, digitale culturen in ontwikkeling 179. Paul Ziche (UU) hoogleraar geschiedenis van de moderne filosofie 180. Liesbet van Zoonen (EUR) hoogleraar populaire cultuur
Hoogst vermoedelijk was het mijn respect voor zowel het één als het ander, alsmede voor de derde hond die met het been heen liep, die ervoor zorgde dat ik in deze fase van onstuimige jeugdige ontwikkeling wel in dualiteiten dacht maar niet in onverenigbare en elkaar uitsluitende polen of tegenstellingen. Scherpe polarisaties met de erbij horende vraag: “Which side are you on?” hebben me altijd al een aarzelend en ongemakkelijk gevoel gegeven. Mogelijk vanuit een schrik en afkeer voor het nemen van risico’s. Het wedden op twee paarden sluit ook nog het voordeel niet uit dat soms beide paarden kunnen winnen. Ongetwijfeld had ik als kind reeds een uitgesproken voorkeur voor non-zero-sum games en win-winsituaties. Ik herinner me bijvoorbeeld dat ik ergens rond mijn 7de een dergelijk soort oplossing had bedacht na een traumatische beginervaring bij het op de schoolspeelplaats georganiseerde knikkerspel, een aangelegenheid waar toen je ganse status in de groep van peers en soms zelfs ook je lichamelijke integriteit, en zeker dus ook je zelfbeeld, in het geding waren. Als naïeve nieuweling in dat knikkerspel verloor ik na de eerste spelbeurten meteen al een substantieel aantal van mijn knikkers. Dit met de onwrikbare overtuiging dat mijn vader die een volle beurs ongerepte knikkers aan mijn liefdevolle zorgen had toevertrouwd, zich tegenover dat teleurstellend resultaat niet bepaald vergevingsgezind zou opstellen. Dus kwam ik op het idee ’s morgens zonder knikkers op zak naar school te trekken en de sinaasappel die mijn moeder me elke morgen in mijn tas stopte, in te ruilen voor twee of drie knikkers. Daarmee kon ik dan aan de slag zonder enig risico op stuitend verlies.
‘We kunnen je helpen, Erwin,’ zei Samuel op een rustige toon. Hij stond nu met zijn rug naar het balkon gericht. Hij registreerde het geroep dat van het plein de kamer binnenkwam, liet het over hem heen glijden. ‘Geef gewoon je mes af, dan kunnen we allemaal naar beneden gaan en alles rustig bespreken.’ Vanuit zijn ooghoek zag hij dat de andere mannen nu ook in de deuropening stonden, klaar om in te grijpen. Hij zwaaide met zijn rechterhand en hoopte dat ze het teken zouden begrijpen.
35. Resultaten KLIK studie • Significant meer gespreksonderwerpen besproken binnen het emotionele en sociale domein in de interventie groep • Significant meer tevredenheid bij artsen over het consultgesprek in de interventie groep • Geen verschillen in tevredenheid over controlegesprek ouders tussen controle en interventie groep (plafond effect) • Ouders en artsen zijn positief over het gebruik van het PROfiel
In ons verhaal ligt de klemtoon op coöperatie. Een beeld wordt opgehangen van de eerste mensengemeenschappen als vreedzame, samenwerkende en goedhartige samenlevingen. Het Hof van Eden. Enigszins is deze voorstelling gewild. De mensen hadden in hun precaire levensomstandigheden nauwelijks keus. Ze waren allen op één of andere manier op elkaar aangewezen. Zij vormden in tegenstelling tot de mensapen geen stel biologische individuen met wat sociaal gedrag. Nee, zij waren lotgenoten, zij waren een werkelijk sociale groep. Hun leven was geen pretje. Maar wij geloven niet dat de eerste mensen elkaar agressief (in de zin van brutaal of toornig) te lijf gingen en ook niet dat ze andere stammen gingen overvallen om daar de kinderen aan de spies te rijgen en de meisjes en vrouwen te verkrachten. Oorlog werd pas belangrijk wanneer de bevolkingsdichtheid beduidend was toegenomen zodat de stammen elkaar bijna letterlijk voor de voeten gingen lopen. Wij hopen in het voorgaande voldoende argumenten te hebben aangebracht om te staven dat de eerste mensen effectief coöperatief waren. Daarnaast kunnen we verwijzen naar onze messianistische fantasieën (Jezus de Verlosser, de Mehdi van de Islam, de Apocalyps als voorbode van de Gerechtigheid, het proletariaat dat de klassenloze maatschappij zal doen zegevieren, enz.), onze roep naar een synthese van vrijheid, gelijkheid en broederlijke en zusterlijke rechtvaardigheid, onze zucht naar gelukzalige rust en naar het ‘goede leven’ die we menen te vinden in roes en verslaving, onze permanente onbevredigdheid en onvrede met onszelf, onze films en boeken waar het Goede het wint op het Kwaad zonder dat we precies weten waarin de good guy zich eigenlijk onderscheidt van de bad guy: allemaal tekenen, zo denken we, dat we reminiscenties hebben aan een vreedzaam, gelukzalig leven. En het Einde van de Geschiedenis zal pas daar zijn als we inderdaad weer aanknoping hebben gevonden met de bron van deze reminiscenties. Als Francis Fukuyama meende dat met de val van de Berlijnse Muur en van het communisme Hegels Einde van de Geschiedenis nog eens bevestigd werd (dat Einde dat Hegel dateerde op 1806 met de overwinning van Napoleon op Pruisen in de slag van Jena), dan was hij misschien wat voorbarig. Maar het ziet er wel naar uit dat het Einde van de Geschiedenis nabij is.
‘Nee, melaatsen. Ze zijn zeldzaam tegenwoordig, maar een hele enkele keer wordt er nog een wakker door rondstampende mensen. Als ik op een plek ben waar duidelijk mensen hebben gewoond, dan luister ik ook nog wel eens aan de grond. Je hoort ze graven.’ Ze boog zich naar de grond en drukte haar oor tegen de aarde.
Het begin van zijn hersenstam was een glad en helder blauw. Ze bestudeerde de dikte van de schedel­wand, de wasachtige glans van het vlees in de holte; de bobbels en vloeiende randen van de schedel­basis.
De dwerg draafde al aan. ‘Ach, ja, de versteenden,’ zei hij, duim en vinger in peinzende pose aan de kin. ‘Zij die ooit recht in de ogen keken van de hoedsters van de Toren: gorgonische schepsels uit de grens­landen, van eeuwen her. Misschien rekening mee houden – in het achterhoofd.’ Hij lachte weer zijn aantrekkelijke, kwetsbare lachje.
16. DE KIKKER EN DE OCEAANbij menig HR-manager dit inzicht zeker leeft, heb ik toch het gevoel datde HR-functie in een onderneming veel meer aandacht besteedt aan hetbeschrijven van de medewerker in objectieve criteria dan aan het zienvan de medewerker als een uniek individu. Objectieve criteria kunnenworden vergeleken, unieke eigenschappen niet.Ik probeer een inzicht te ontwikkelen over de mens als mens en wat hemmens maakt. Als dat geen ambitie is. Meer bepaald plaats ik dit inzichtin het bedrijfsleven. Hoe overleeft een mens in zijn job? En hoe kunnenwe ervoor zorgen dat de overlevingskansen om het als mens uit te hou-den, zo groot mogelijk zijn. Een dergelijke definitie is weliswaar negatiefgeïnspireerd, alsof we ervan uitgaan dat organisaties per definitie mens-onvriendelijk zijn.Positief geformuleerd zou je kunnen zeggen dat ik probeer te beschrijvenwat een geschikt biotoop is om als medewerker in een organisatie voluitte kunnen gaan. Om ongehinderd je hele zelf in je ‘werk’ te leggen, nietin het minst omdat dit veel fijner is dan je werk te moeten doen omdathet moet of afgesproken was. Komt daarbij dat, als je echt in je werk kuntopgaan, je het werk meestal beter doet. Mijn job is dus een hoopvol,inspirerend bedrijfsklimaat te helpen creëren.Ik stel vast dat zowat iedereen, laat ons zeggen 99%, met goeie moed enenthousiasme aan zijn nieuwe job begint. Men is trots op zijn aanwer-ving, men is gemotiveerd, men staat voor en achter het bedrijf, zijn pro-ducten, zijn logo. Ik stel, samen met meerdere studies waarnaar ik laterzal verwijzen, eveneens vast dat na enkele jaren minder dan 99% van demensen, sommigen hebben het over minder dan 30%, nog gemotiveerdis. Bij velen ontstaat een vorm van onverschilligheid ten opzichte vanhun werkgever. Bij sommigen is er zelfs sprake van tegenwerking. Het isdus blijkbaar geen evidentie om ervan uit te gaan dat eens gemotiveerd,altijd gemotiveerd maakt. Meer nog, het lijkt min of meer een evidentiedat we allemaal wel ooit eens gedemotiveerd zullen raken. Niet zomaareen slechte maandagochtend, maar een fundamenteel ongenoegen datgroot genoeg is om er de brui aan te geven. Dit is dus het terrein waaropik werk.Het advies dat ik verleen, de seminaries en lezingen die ik geef, zijngewoonlijk niet praktisch. Ik heb geen letterwoorden en geen zeven stap-pen om meer aandacht te besteden aan emotie. Mensen zijn, vandaagmeer dan ooit, op zoek naar praktische hulpmiddelen: geef me de vijfstappen van veranderingsmanagement, de zeven denkhoeden om te ver- 6
Niet zelden gaat het huwelijk zonder de zegen van nageslacht. Op deze manier kunnen mensen erg ongelukkig en onvervuld zijn. Het huwelijk zou niet de zelfbediening van het eigen liefdesbedrijf moeten zijn, realiseren deze mensen zich. Liefde behoeft een opbrengst is de algemene regel. De geïnvesteerde energie moet enige wederkeer opleveren. Men kan zich verschrikkelijk uitgeput voelen en alle tolerantie voor verdere bezigheid verliezen de liefde onvervuld vindend. Het huwelijk is zo bezien een proces van afspreken, bezig zijn (verloofd), trouwen en kinderen krijgen; duidelijk een materiële definitie. Deze definitie volgend zou geen nageslacht hebben het adopteren van kinderen of zelfs een medische ingreep om het tegen de wil van de natuur in te bevorderen, noodzakelijk maken. De laatste optie in het bijzonder wordt zwaar betwijfeld. Men erkent de arts niet als een vertegenwoordiger van God die de mensen hun zonden vergeeft door de gebroken schakels van de natuurlijke consequentie te repareren. Eierstokken kunnen geblokkeerd raken, zaad kan zijn vitale vermogen verloren hebben en stress kan de afstoting van de ongeborene veroorzaken. De mensen herkennen als dienaren en vertegenwoordigers van de goddelijke voorzienigheid kan zijn onder de voorwaarde van instemming met een orde die het heilige, de tradities en de natuurlijke logica omvat. Een arts die de eeuwige waarden respekteert en niet vervreemd is van tradities en de logica van de natuur, kan worden beschouwd als een vertegenwoordiger en dus worden vertrouwd als een hoge priester van de gezondheidszorg. Voor God en ziel mag alles worden getolereerd, terwijl dat belang vergetend datzelfde verwerpelijk zou zijn. Het is niet wat men doet, maar de manier waarop het wordt gedaan, wat beslissend is. De sociale kontrole van de orde van de fundamentele waarden is, zoals gezegd, de garantie voor juist functioneren en zo kan dus alleen door het overwinnen van de angsten der formele identificatie en bevrijding er de integratie zijn van wetenschap, religie, politiek en natuurlijke vereisten.
Dit landelijke congres stond in het teken van oorzaken en oplossingen voor vele leefstijl gerelateerde chronische ziektes waarvan suiker slechts één van de oorzaken is. “Voeding is naast beweging, slaap etc. niet alleen effec-tief om diverse chronische ziekten te voor-komen (zoals diabetes, hart en vaatziekten en nog veel meer) maar ook een alternatief voor medicijnen als de ziekte al geconstateerd is. Een paar jaar geleden waren dit nog ondenk-bare en onwetenschappelijke uitspraken.”  Aldus prof. dr. Renger Witkamp, hoogleraar  voeding en farmacologie aan de Wageningen Universiteit (WUR), eveneens spreker op het congres. In de Zorg- en Ziekenhuiskrant in juni van meer aandacht voor de uitkomsten  van dit congres.
Het heeft al maanden niet geregend. Dat begint pas weer in mei. Het is een beetje mistig, je kunt geen heuvels meer zien in de verte, soms is het een dag mistig, 500 meter zicht. De wind komt steeds uit het noordoosten en brengt droge woestijnlucht mee. Die is eerst nog koel, maar wordt in maart en april heet. Eigenlijk moet ik iedere week een keer het huis aanvegen en dweilen omdat het erg stoffig is. Maar meestal komt daar niet van.
I was reading some Japanese poetry and viewing some poetic Japanese paintings. It’s often about the different seasons a human has to go through in life. The Manyoshu is the oldest Japanese collection of poetry. One of the themes is the loss of a loved one. Basically at the end it gets clear that the lost loved one represents a weapon, metaphorically of course. By our dreams and memories we try to handle this weapon and decipher it. Before that moment that we master a weapon it will first cut us (Which is also coming back in Chinese Wisdom).
Deze regel, inbegrepen in de regel van het veilig spel, heeft een aparte beschouwing nodig. Enkel op veilig spelend is het vergeten makkelijk daar de kultuur de voorzorg zou zijn. Niettemin is het wijs met de wildernis der natuur rekening te houden. Velen geloven in het weerleggen van de noodzaak der kultuur. Onachtzaam zijn kan betekenen dat men zijn leven verliest of tenminste onherstelbare schade lijdt. Het schijnt dat men door ervaring moet leren zo dat de wijsheid door schade en schande bereikt wordt. Te beweren echter dat men alles zelf moet ervaren is iets anders. Preventie van de één of andere soort moet er zijn en zijn aanvang nemen in de opvoeding van de jeugd naar de eeuwige waarden die op zichzelf de beste voorzorg vormen. Omdat eenvoudigweg onthouding van illegitieme sex, het doden van dieren, gokken en intoxicatie niet algemeen verwacht kan worden, daar het eenvoudig wordt getolereerd door de wet als een compromis met de primaire driften, moet een soort van ‘vertaling’ van het uiterste van de waarden worden onderwezen. Zoals gezegd, het algemeen begrip van rein, waarheidlievend delen en zorgen, respectievelijk voorbehoeding, matiging, het altruïstische en geweldloze benadrukkend kan indirekt het maagdelijke, de geheelonthouder, de belastingbetaler en de vegetariër met respekt belonen. zo bereikt men het bekrachtigingsschema nodig om de noodzaak van verdere preventieve maatregelen te voorkomen. Duidelijkheid over de fundamentele waarden is liefde terwijl moraliseren voor de verdwaasden kan worden beschouwd als zijnde te laat. De noodzaak van prediking vermijdend bestaat de enige juiste oplossing eruit te leven naar de waarden en ze zo te bewijzen door het voorbeeld. (afb.). Zo zal de last der moralisering lichter wegen. 
Ze hadden het boegbeeld met zijn vieren maar net kunnen torsen. De kapitein had geen hand uitgestoken, had hen slechts aanwijzingen toegesnauwd toen ze de kapiteinshut eenmaal binnen waren. Drijfnat hadden ze het in het bed van de kapitein geschoven. Daarna werd Edward Teach plotseling joviaal. Hij had ieder van de mannen een dukaat en een platte fles rum in de handen gedrukt. ‘Mondjes dicht, brave jongens.’ Zijn gezicht vlak bij dat van hen, met zijn uitwaaierende woeste baard en blikkerende tanden leek hij meer dan ooit op een weerwolf.
‘Wat haal je wel, schat?’ Als verdoofd duw ik haar in een rolstoel door het ziekenhuis waar ze twee weken is geweest voor onderzoek en diagnose. Behandelen heeft geen zin, behalve dan om de pijn te stillen die gaat komen. En ik schijn er alles aan te moeten doen om botbreuken te voorkomen.
De bio-psychiatrie stelt voor om fysieke tekortkoming als de oorzaak van de mentale ontsporing aan te nemen. B.v. bij manisch-depressieven kunnen afwijkingen worden opgemerkt in het chemisch evenwicht van de hersensubstanties (neurotransmitters). Niettemin zal de normale wetenschapper zeggen dat alle causale verklaring afhangt van het paradigma., de theorie die als verklaring dient voor een praktijk. Zo kan de bio-psychiater het bij het juiste eind hebben, kan hij zich vergissen of kan hij slechts een halve waarheid koesteren die praktisch is in zijn medische betrokkenheid van verschaffing van medicijnen bij wijze van therapie. Postmoderne benaderingen zullen het belang benadrukken van interdisciplinair teamwerk in de behandeling van manische afwijkingen en andere psychiatrie. Het betreft niet alleen maar psychologie aangezien het de grenzen overschrijdt van wat geestelijk gezond en veilig is. Niettemin is de psychologische oorzaak, het psychologisch uitgaan van gezondheid en zelfverantwoordelijkheid belangrijk. Soms is het de enige uitweg uit de moeilijkheden het idee te verdedigen dat de manicus een speciaal geval van geestelijk gezond zijn vertegenwoordigt en alleen tot een einde kan komen als de persoon zijn doel zelfverantwoordelijk inziet. Het is alsof men in de rechtszaal zit: de psychiater is de aanklager die de persoon ervan beschuldigt een patiënt te zijn die anderen en zichzelf in gevaar brengt. De psycholoog voert de verdediging die moet aantonen dat de speciale vorm van gedrag binnen de normale grenzen ligt en zelfs van belang is voor anderen en hemzelf. Het probleem bevindt zich op het vlak van het beoordelingsvermogen; wie moet er als rechter beslissen; of amerikaans: waar is de jury die zal beslissen over schuld en onschuld? In feite is er een formele orde nodig die de verdediging voert in het belang van de ziel. Van deze orde kan het duidelijk zijn wat onwaar is en verraad, egoïsme en bezitsdrang. Van deze orde kan begrepen worden waarom er een afwijking optreedt en hoe die kan worden vergeven. Manie bij voorbeeld wordt in het theater toegestaan terwijl privé een dergelijke vertoning niet kan worden getolereerd. Doorslaggevend is de trouw aan een script daar het script de grenzen vastlegt. Op dezelfde manier kunnen manische buien in een menselijk leven worden getolereerd als er een garantie is van trouw aan een orde vastgelegd in voorschriften. Bij voorbeeld soldaten ten tijde van oorlog kunnen compleet manisch zijn voor het heil van een overwinning totdat ze hun superieuren ongehoorzaam zijn. Alleen dan zijn ze plotseling potentiële criminelen die eventueel ter plekke moeten worden geëxecuteerd. Concluderend is het van belang dat jezelf bevinden in een staat van uitbundigheid, opgewektheid, overlopend van inspiratie, met energie en richting gevend etc., men in dergelijke gevallen zich altijd moet verzekeren van de motieven van de aktie die door overeenstemming ondubbelzinnig helder en gefixeerd moeten zijn. Anders zal met het laatste de sociale kontrole verloren gaan en zal men gedwongen zijn de toevlucht te nemen tot minder wenselijke kontrolemaatregelen die aan de gerijpte optie van degene die afwijkt voorbijgaan. Hieruit volgt het belang van een expliciet begrip van formele sociale orde die de limieten van de kontrole vastlegt. Vroeg of laat zal iedere persoon moeten ervaren wanneer ‘de wil van God’ of de werkelijkheid van de sociale kontrole in dienst van de ziel de claim van de onafhankelijkheid en rijpheid zal overtreffen. Een gebrek aan formele orde zal resulteren in een overmaat aan afwijkend gedrag: misdaad, waanzin en corruptie. Om het recht in dezen te behartigen staat gelijk aan toewijding tot een formeel begrip van orde dat het motief onder woorden zal brengen, de handelwijze en de kontrolerende sancties. Zoals gesteld vindt er positieve sanctionering plaats bij inwijdingsceremoniën, speciale onderscheidingen en geldelijke beloning in de vorm van betalingen of andere voordelen (privileges, aandacht, vrijheid, etc.). Normaal geschiedt negatief sanctioneren middels het achterwege laten van positieve sankties of zelfs wettelijk bepaalde straf. Al dit tesamen zal de persoonlijke motieven zuiveren en de samenleving zekeren tegen de schade van individuele manie en andere afwijkingen. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *