“top 10 overlevingsuitrusting auto winter survival gear”

In Mosul, het Rotterdam van Irak, is het grote wespennest, het grote bolwerk van ISIS. Het slechte nieuws is dat ISIS veel meer is dan dat. Het zijn de mensen die niets om de derde wereld en oorlogsgebieden geven. “ISIS” is diep verborgen in de Westerse (ook Nederlandse) cultuur. “ISIS” is de religieuze en medische dictatuur, het opdringen van religie en giftige medicijnen, het opdringen van (valse) educatie. Dus ISIS zelf is nog maar het topje van de ijsberg. Ook al zou ISIS voor het oog “verslagen” zijn (wat altijd deels is, want ze zijn nu overal, kwamen ook mee in de vluchtelingen-stroom als “sleeping killer cells”), dan is ISIS nog steeds in het hart. Daarom was Nederland ook niet bevrijd van de nazi’s na de tweede wereld oorlog, want toen kwamen pas de echte nazi’s.
Je plannen veranderen middenin en gaan in een volledig andere richting. Je ziel brengt je energie in evenwicht. Het voel meestal FANTASTISCH in deze nieuwe richting gezien je ziel meer weet dan jij! Het breekt je “spoor” keuzes en vibratie.
Maar voor Miranda het papier kon overhandigen greep ze met beide handen haastig naar haar zwangere buik. De tekening zeilde rakelings door de kamer door de beweging en schoof onder de boekenkast. Ze zakte bijna door de knieën, haar elleboog stootte tegen een deurtje van de vitrinekast aan de andere muur. ‘Ohhh,’ kreunde ze. ‘Oh dat doet PIJN!’
Het is mogelijk dat mannen sneller coalities vormden over de directe biologische verwantschap heen, want de jacht en de bescherming tegen vijanden vereiste de samenwerking van een groot aantal individuen, zeker wanneer begonnen werd op groot wild te jagen. Vrouwen zullen bij het voedsel verzamelen mogelijk eerder met directe verwanten (moeder, zusters) opgetrokken hebben. Hoe dan ook, vrouwen en mannen deelden de weinige hulpbronnen die ze hadden met elkaar, in de veronderstelling dat ze reeds geleerd hadden een gemeenschappelijke maaltijd te bereiden en meer konden verzamelen dan ze onmiddellijk op konden eten. Het is aannemelijk dat een toevallig surplus eerder bij de mannelijke jagers optrad. Konden de vrouwen stoppen met vruchten en bessen te vergaren wanneer ze zelf en de kleinere kinderen verzadigd waren om aandacht te besteden aan de zuigeling of gewoon om te rusten, dan was het al te gek dat de jagers een (deel van een) neergehaald dier zouden achterlaten eens ze verzadigd waren van het bijten en peuzelen aan dat gevelde dier. Dit toevallig surplus was een gemeenschappelijk product en dus ook gemeenschappelijk eigendom. Het werd met de ganse groep gedeeld. Ook wanneer de vrouwen meer voedsel begonnen te verzamelen dan ze direct nodig hadden, wat zinnig was wanneer de jagers zonder buit ‘thuis’ kwamen, werd dit surplus doorgaans gedeeld. Men kon er niet zomaar directe verwanten mee bevoordelen, al geldt dit minder voor de vrouwen die naast eten voor zichzelf ook voedsel voor hun kleinsten moesten bijeen rapen en bij het verzamelen gemakkelijker konden delen met de vrouwen die het dichtst in hun omgeving toefden en dat waren meestal directe verwanten (moeder en zusters). Bij vrouwen is een neiging om in zekere mate eerst directe verwanten te bedelen dus niet zo onbegrijpelijk. Surplus voedsel was echter in wezen een groepsproduct: dus het kon niet zomaar aan verwanten, ‘partner’ of eigen kinderen worden gegeven. In dit licht kunnen de bevindingen van Kristian Hawkes bij tegenwoordige jager-verzamelaars (de Ache in Paraguay en de Hadza in Tanzania) bekeken worden waaruit blijkt dat de mannen ‘pronken’ met het vlees dat ze gejaagd hebben en het eerder aan niet-verwanten uitdelen dan aan de onmiddellijke verwanten, terwijl het voedsel dat door vrouwen verzameld is, wel wat minder wordt rondgedeeld (84% van het door mannen gejaagd vlees wordt gedeeld en ‘slechts’ 58% van het door vrouwen verzameld voedsel). Nochtans zijn de Ache en de Hadza xxnu (rond onze eeuwwende) reeds individuele jagers die elkaar wel ter hulp roepen wanneer groot wild kan gevangen worden. Kristian Hawkes analyseert haar onderzoeksresultaten binnen de showoff hypothese (to show off = pronken): het ‘pronken’ met de buit een min of meer berekende strategie om aan status te winnen binnen de groep en zelfs de kans op het binnenhalen van een vrouw met hoge partnerwaarde te verhogen. Wij denken dat ons kader de historische achtergrond van haar bevindingen beter belicht dan evolutionair-psychologische redeneringen.
Maar, hoe GAAT het eigenlijk met die burgers, die achterblijven in hun volledig stukgeschoten en –gebombardeerde gebouwen, tussen de puinhopen zonder welke moderne voorziening dan ook? Hoe overleven zij, zonder hun verstand te verliezen bij het zien van de puinhopen, en zonder voedsel, zonder volledig desperaat te worden? Ziedaar This War of Mine (TWOM), de survival simulator van 11-bit Studios.
Je kunt bijvoorbeeld de behoefte hebben om vaker plassen.  Het spijsverteringsstelsel zal erg verschuiven tijdens deze tweede vier maanden.  Als je dit deel van het lichaam hebt voorbereid, kom je in een meer bevredigende ervaring met je gevoelens.
22. 20 wij voor de vraag hoe wij nu nog zorg kunnen dragen voor onszelf en tegelijkertijd een goede relatie met de ander kunnen onderhouden. Dit dilemma vormt de kern van veel problemen en symptomen waar men- sen mee te maken krijgen. Wel en niet-toegestane delen Elke man of vrouw wil erkenning van zijn of haar autonomie, van een eigen bestaan, en wil zelf beslissingen kunnen maken; maar iedereen wil ook verbondenheid, het relationele onderdeel. Eenieder moet leren om samen met anderen te leven zonder zichzelf of anderen te- kort te doen. Als het door jezelf niet toegestaan wordt bepaalde ge- voelens, gedachten en gedragingen te uiten, wordt dat ontkend en genegeerd. Het gehoorzamen aan wat verwacht wordt, dus kiezen voor verbondenheid, levert patronen op, die ook in latere relaties een rol spelen. In figuur 5 is weergegeven hoe de wel en niet-toegestane delen een rol spelen in de persoon zelf en waar symptoomgedrag tot uitdrukking komt.
Nationaal worden in verkiezingen al 20 jaar door de Vlaamse socialisten geen echt hoge scores meer gehaald. Bij eventuele regeringsdeelname kan de sp.a dan maar een paar programmapunten afdwingen van de andere coalitieleden, doorgaans niet de speerpunten. De deelname en het mee uitvoeren van een uit socialistisch oogpunt verwaterd regeerakkoord wordt niet altijd door haar achterban geapprecieerd. En dat begint de partij (ook de PS in Franstalig België) zuur op te breken. De groeiende inkomensgelijkheid en de duidelijke daling van het aandeel van de lonen in het nationaal inkomen geeft de partij zeker geen zuurstof. En dat is het geval over gans Europa. Zoals ik aanhaalde, partijen in het defensief krijgen bitter weinig applaus. Wanneer mensen het moeilijker krijgen ergeren ze zich en worden ze wat boos op alles en iedereen, ook op wie voor hen nog de meubelen tracht te redden. Een beetje sociaal-psychologie helpt om deze reflex te begrijpen. Het wordt “elk voor zich”. Een eenmalige betoging van 100.000 die maandenlange voorbereiding heeft gevraagd, maakt dan op een regering nog heel weinig indruk.
Het is qua visie ego-strelend: je kunt jezelf wijs maken dat je deel uitmaakt van de verlichte en ontwaakte voorhoede, een soort elite eigenlijk die de dom gehouden massa de weg zal wijzen naar bevrijding en verlossing van het kapitalistisch juk. Maar je bevindt je in goed gezelschap. Karl Marx himself liet zich in zijn correspondentie met zijn maatje Friedrich Engels ontvallen dat de fabrieksarbeiders geen iota van zijn Das Kapital zouden begrijpen, als ze al konden lezen.
Verre van in shock te zijn, gaan we doorgaans rustig slapen als we in de loop van de dag bediend zijn geweest met fascinerende videobeelden waarin een bende islamfundamentalisten en religieuze fanaten in naam van de Allerhoogste een (Westers) journalist hebben onthoofd of een paar “geloofsontrouwen” en geloofsafvalligen hebben gekruisigd. Even goed voor ons gemoed is het via een paar “getuigenissen” raak in beeld gebrachte rouwen of het onzeker wachten van nabestaanden wanneer een vliegtuig is neergestort is of een zware natuurramp honderdduizenden dakloos heeft gemaakt. De mededeling dat (de nog levende) slachtoffers en/of hun nabestaanden deskundig zullen worden opgevangen door toegewijde en empathische traumapsychologen en dat drie dagen van nationale rouw zijn afgekondigd, stelt ons zo meer gerust dan een glaasje wijn voor het slapengaan. Eindelijk iets dat ons veel beter dan de zoveelste koele begrotingscontrole door de regering of de zoveelste topontmoeting Merkel-Poetin toegelaten heeft onze emoties te kanaliseren in plaats van na een saaie frustrerende dag zonder hoogtes of laagtes de slaap te moeten vatten met de hulp van een tablet Zolpidem.
Een paar dagen geleden kwam de hoogste baas van de Presby ziekenhuizen nog even langs:  Hij had de uitnodigingen bij zich die hij had geschreven voor de studentes. Helaas één ervan met een verkeerde datum erop, een ander met een verkeerde postcode. Ik heb het zo gelaten.
Als je een film offline wilt bekijken dan moet je eerst film downloaden. Ben je moe om in de rij te wachten om je favoriete films te bekijken?. Op welke manier zit het met luidruchtige bioscoopbezoekers die alles lijken te weten en jouw filmervaring vernietigen?
Osnabrück, negentig kilometer voorbij Enschede, is een mooie stad, met een robuuste basiliek, oude stadsmuren, een uit de kluiten gewassen wandelgebied vol historische gebouwen en een monumentaal stadhuis. Ten tijde van de Vrede van Münster, het einde van onze tachtigjarige oorlog met de Spanjaarden, tekenden vertegenwoordigers van de vechtende partijen in de dertigjarige Oorlog er de Vrede van Osnabrück. Er woonden toen zo’n tienduizend mensen. Anno 2008 telt de stad pakweg 300.000 inwoners, waarvan er dertigduizend student zijn aan een van de twee universiteiten.
En dat was ook zo. De gigant begon te brokkelen; beeldfragmenten maakten zich van hem los, kletter­den op elkaar en buitelden naar de grond. Zwijgend zakte de gestalte door een been, viel om en was een paar tellen later verworden tot een slordige hoop puin, wachtend op de steenkloppers.
Achterop de zwotors van de vegers werden ze naar een evacuatieschip gebracht. Ze waren nog maar net binnen toen het schip loskwam van de grond en ze de aarde onder hen zagen verdwijnen. Leaf keek naar de contouren van land en water. De oceanen hadden een grijze waas en op de continenten was geen groen meer te bekennen maar toch ontroerde het haar. Het zou weer goed komen met de Aarde.
Maar wat is ‘charisma’? Het is een Grieks woord dat vooral in de vroegchristelijke tijd gebruikt werd voor Gods genadegave, zijn goedertierendheid en vergevingsgezindheid. In die zin had het woord ook de uitgebreide betekenis van de geestelijke gave en van de vaardigheden van een ambtsdrager. Het woord ‘charisma’ is een afleiding van het Oudgriekse woord charis. Charis betekent bevalligheid, dankbaarheid en bekoorlijkheid en vandaar ook gunst (zowel de gunst die men iemand verleent als de gunst waarin met bij iemand staat). Die gunst is uiteraard oorspronkelijk het genoegen dat een bekoorlijk iemand leverde (‘materieel’ en ‘immaterieel’: kortom, het woord had een uitgesproken erotische betekenis, maar niet in de eng seksuele zin). In het Latijn werd voor charis het woord gratia gebruikt met bijna volkomen dezelfde betekenis. Het is als vertaling van dit Latijnse woord tot kerkwoord geworden. Ierse missionarissen rond 700 n. Chr. wenden bijvoorbeeld het woord aan voor het woord ‘genade’ dat oorspronkelijk zoiets als ‘ondersteuning’ betekende. Of ‘charis’ en ‘gratia’ linguïstisch met elkaar verwant zijn is onduidelijk, en evenmin of ‘charis’ dezelfde stam heeft als dat andere Oudgriekse woord  cheir (= hand). In ieder geval hebben ‘charis’ en ‘charisma’ niets van doen met kardia (= hart; cor in het Latijn) of carus (= duur in prijs; vandaar ook ‘geliefd’; Frans ‘cher’ en Engels ‘cheer’).
‘Waarom moeten we dit eigenlijk nog leren?’ Bij het horen van de instemmende geluiden van zijn mede­leerlingen, kruiste Aaron zijn armen voor zijn borst en leunde hij met een uitdagende glimlach op de werkbank.
Geen van de drie opties lijkt op zich bevredigend. We houden het bij een combinatie van optie 1 en optie 3. Optie 1 kan een hersenarchitectuur impliceren die toelaat dat alles maar werkelijk alles kan geleerd worden, zoals de geschiedenis van de mensheid bewezen heeft. Coöperatie vergt dan alleen een genetische structuur die ervoor kan zorgen dat we openstaan voor de wereld en voor elkaar, maar geen specifiek overgeërfde coöperatieve gedragingen. Zoiets als een algemene capaciteit tot leren. Optie 3 impliceert dan dat er wel degelijk gedragsmodules of gedragsschema’s aangeboren en erfelijk zijn, modules of schema’s waar we in oppositie met een ander komen te staan zoals in agressie, maar ook in seks: doorgaans zeggen we niet ‘we hebben samen gevrijd’ zoals we zeggen ‘we zijn samen naar de film geweest’, maar ‘ik heb met haar gevrijd/ik heb met hem gevrijd’ of brutaler nog ‘ik heb haar gepakt/hij heeft mij gepakt’. Deze omschrijving van agressie als ‘tegenover elkaar’ versus ‘samen’ is misschien nog niet zo slecht gesteld: ook in een oorlog of een gevecht staat men, zoals bij seks, tegenover elkaar. Agressie is niet per definitie wreedheid. Ook kennis kan dan als een vorm van agressie worden beschouwd: zich stellen tegenover het ‘object’ in plaats van erin op te gaan. Vandaar ‘begrijpen’, greep krijgen op. Het woord ‘grijpen’ heeft immers hoe dan ook een agressieve inslag. Van een onderdrukking van agressie kunnen we in ieder geval spreken voor wat het betreft het aangaan van vreedzame contacten met andere mensengroepen. Ook het later verbod op moord op een groepsgenoot moet als een onderdrukking van agressie worden beschouwd, temeer daar deze in de eerste stadia van de menswording immers ook een moord op een bloedverwant betekende.
Dat het veekapitaal eigendom was van de man is vanzelfsprekend. Het zijn dan ook de herdersvolkeren die in eerste instantie het strengste patriarchaat zouden invoeren, zoals te lezen valt in de Bijbel en de Koran, een patriarchaat dat nog steeds meer dan dominant is in het Midden-Oosten en bij de Afrikaanse stammen op de rand van de Sahara. Zoals reeds gezegd stoelde de veeteelt (en ook de landbouw) veel minder op brede interfamiliale coöperatie dan de jacht, zodat eenieder meer op zijn familie terugviel. De patriarchen wilden vanzelfsprekend hun kapitaal binnen die familie houden. Overigens konden door de productiviteitsstijging de families zich verder opsplitsen in kleinere eenheden, zodat we stilaan van gezinnen konden spreken. Echtgenotes waren dus veel meer dan voorheen op elkaar aangewezen. De patriarchen stonden erop hun bezit door te geven aan hun kinderen en liefst dan nog aan hun zonen en onder die zonen bij voorkeur aan de eerstgeborene. Patrilokaliteit (de bruid gaat inwonen bij de familie van de bruidegom) werd de algemene regel. De gehuwde vrouw werd strikte monogamie opgelegd, zodat de man zeker was dat de kinderen die zij baarde wel degelijk de zijne waren. Hierdoor verschraalde de vrouwelijke seksualiteit: overspel van de vrouw werd met de dood bestraft. Haar lichaamsvormen werden verhuld in een kleurloze kledij. De vrouw werd als het ware onder huisarrest geplaatst en vastgekluisterd aan het weefgetouw. De mannen werden bijzonder jaloers. Ze werden ook brutaler en agressiever, niet alleen jegens hun vrouw(en), maar ook jegens hun kinderen, vooral hun zonen van wie ze immers plots iets heel klaar en duidelijks verwachtten: het beheer van het eigendom overnemen wanneer de patriarch oud en stervende was.
De zon is nog maar net op, maar Mackie heeft zich al aan boord van de Baal laten takelen. Het geteerde zwarte hout van deze zeewaardige kraak contras­teert met de bleke ornamenten die overal het schip opluisteren. Scrimshaw, gesneden uit de botten en tanden van walvissen. Het zijn gedetaileerde en verfijnde beeldhouwwerken die octopussen en andere zeemonsters weergeven. Ongekend is het aantal manuren dat hieraan besteed is, krassend met een scherp mes of beitel, in dat harde tand en bot. Maar Mackie krijgt geen tijd om de details in zich op te nemen want de bemanning van vissenkoppen verdringt zich om hem van dichtbij te bekijken, alsof hij de curiositeit is en niet zij. Gedrochten met hun rare smalle hoofden, hun platte neuzen en die uitpuilende starende ogen. Echte vissenogen. Alle verhalen zijn waar, bedenkt Mackie, over het geslacht van stamvader Obed Marsh. Hoe ze hun vrouwen haalden van verre eilanden en ze lieten paren met zeemonsters.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *