“survival gear groothandel dropship buitenleven uitrusting”

Het blijft bouwen door gnosis, door situaties te onderkennen, te leren plaatsen, door dingen heen te prikken, en de waarde in te zien van ogenschijnlijke tegenslagen. Die hebben we nodig om er doorheen te komen. Als er nog iets van ‘Saveer-wand’ in ons blijft als oude monumenten die nog geeerd of zelfs aanbeden worden door de oude natuur (en dat kan heel subtiel gaan), dan moet de zwarte hond nog blijven rennen. Wij moeten onze behoudenis bewerken in vreze en beven. In die zin is het dus zelfs waar dat er schatten zijn in het christendom die we niet zomaar overboord mogen gooien. Vandaar dat de Bilha is gekomen die dit uitsorteert. Zowel christendom als islam wordt door de moeder gnosis gebruikt als tucht, en om haar kinderen te hoeden tegen het grotere kwaad.
Overleven heeft te maken met op welke manier iemand omgaat met zijn stress en zijn angsten in noodsituaties. Dikwijls is het zo dat wanneer iemand zich aanpast en rationeel nadenkt over zijn noodsituatie in leven blijft. Wie een positieve ingesteldheid heeft maakt meer kans op overleven dan de doemdenker. In je peniebele situatie zul je geconfronteerd worden met allerlei tegenslagen die zal moeten overwinnen als je wil blijven leven en je verhaal wil navertellen. Ook het luisteren naar je eigen lichaam is van groot belang, wanneer je helemaal uitgeput en oververmoeid bent zul je fouten maken die je jezelf niet kan veroorloven. Warmte/koude, honger, dorst, pijn, etc. zijn allemaal factoren die ervoor zorgen dat je lichaam uitgeput geraakt. Rusten wanneer je de kans krijgt is de boodschap.
De rechtszaak werd voortgezet. In wat volgde legde een door de verde­diging opgeroepen psycholoog uit hoe het menselijk brein werkte. Het brein was tame­lijk vaak het slachtoffer van verkeerde inter­pre­taties, illusies, hallucinaties, verkeerde conclusies en foute aannames die de moeder van elke fuck-up zijn. Kortom, het menselijk brein was niet fool-proof. Aan het geheugen kon geen waarde worden gehecht. Integendeel, het werd vaak aangevuld om het beter te laten passen in de situatie van het heden, wat cogni­tieve dissonantie werd genoemd of als selectieve amnesia werd beschimpt.
De nieuwe gynaecoloog heeft alweer een sectio gedaan bij iemand die ik aan het inleiden was. Eerder vanmorgen hadden hij en ik een discussie over keizersnedes, waarbij ik vond dat er te lichtvaardig toe werd overgegaan, terwijl hij vond dat ik er te lang mee wachtte. Misschien komt hij ooit tot inkeer. Ook heb ik hem verteld dat hij best alle prematuren mag sturen maar dat ik die niet in de couveuse kan leggen. Zie eerder.
‘Hm, geen bloed,’ mompelt hij tegen zichzelf. ‘Zeg eens eerlijk, Ferdi: verwachtte je echt dat het de mensen zou boeien dat ik je had vermoord? Dacht je echt dat ze in opstand zouden komen? De Mast zouden bestor­men?’ Hij doet een stap opzij om me te kunnen aankijken. ‘Me zouden omverwerpen?’
Heel langzaam krabbel ik overeind, mijn handen heffend zodra ik ze niet meer nodig heb voor balans. Mijn blik volgt de loopplank naar boven. Opgelucht herken ik de gestalte die haar geweer nog steeds op mij gericht houdt: een van de parttime-soldaten die het Schip bewaken voor de Burgervader. Ik denk dat ik haar naam nog weet.
Het onderbewustzijn zal zich openen, de poort die in het thymusgebied wordt bewaard.  Er zal veel loslaten zijn, hetgeen het onderbewustzijn toestaat zich naar intuïtie te bewegen en de macht van de hogere wil de leiding te laten overnemen van de bewuste geest.
Een tweede punt waarop de mannen het voortouw namen was de bevloeiing, de irrigatie. De landbouw ontplooide zich vooral langs rivieren omdat de gewassen water nodig hadden voor een snelle en welige groei. Regelmatige en voorspelbare seizoensgebonden rivieroverstromingen zorgden er daarbij voor dat grote oeverstroken met hoog rendement konden worden bebouwd. En wanneer de overstromingen uitbleven, dan ensceneerde men ze: door bevloeiing en het wijzigen van de loop van de rivier. Dit was mannenwerk, want ze vergde verplaatsing waar de aan de habitat gebonden vrouwen niet voor uitgerust waren. De irrigatie of de modificatie van de loop van de rivier impliceerde ook dat men zich ging moeien met het leven van stammen stroomafwaarts of stroomopwaarts, niet om ze in woeste verwarde agressie aan te vallen of hun vrouwen te verkrachten maar om ze te overtuigen op een bepaalde manier met de rivier om te gaan, b.v. om bepaalde irrigatiewerken uit te voeren. Weigerden deze naburige stammen dit, dan werden ze met geweld gedwongen. Ze verloren hun vrijheid, ze werden in slavernij gebracht. Een deel van hun bevolking werd meegenomen om als dienaars te gaan fungeren in de stad van de aanvallers: als wachters, als een soort politieagenten avant la lettre, als tempeldienaars en –dienaressen, als prostituees, als werklieden op het land of als hoeders van de kudden. Was de oorlog in de jachtsamenleving in wezen nog een doelloos gebeuren en wisten de manschappen niet precies waarom ze oorlog voerden en hun leven op het spel zetten, dan krijgen we nu oorlog met een doel, oorlog als arbeid. Strategie en tactiek worden nu essentieel: het doel is het ander volk te onderwerpen en in te lijven in zijn eigen maatschappelijk project. Samen met de behoefte zich het surplus van zwakkere stammen zonder veel inspanning toe te eigenen, wordt oorlog voor de nieuwe stadstaten een permanente bezigheid. Een deel van de jonge mannen van de onderworpen stam wordt zelfs voor het eigen leger gerekruteerd. Hier ontstaat de Staat in zijn repressieve gedaante plus het idee van een maatschappij die gerealiseerde sociale verhoudingen moet reproduceren. Zo ontwikkelen zich uit de stadstaten werkelijke (zij het nog relatief kleine) rijken: in Mesopotamië Soemer aan de monding van Tigris en Eufraat (één van de zes wereldstreken die door de UNESCO is erkend als ‘wieg van de beschaving’), later Akkad en nog later Babylon; in Egypte Neder- en Opper-Egypte, die onder de farao’s dan tot één geheel worden gemaakt, waarbij de stamgoden Horus en Seth worden samengevoegd. Die rijken verenigen grote aantallen stadstaten. Vanuit hun oorsprong brengen zij andere stammen gedeeltelijk in slavernij (in de mate dat men die slaven kan absorberen), in ieder geval onder een soort dwingelandij, en intern binnen de stadstaten heerst de terreur van de horigheid. Wetten worden uitgevaardigd die niet langer betrekking hebben op de leden de eigen stam, maar op al wie op een bepaald territorium aanwezig is. De eerste landbouwbeschavingen stoelen op een eenheid die in wezen totaal ontbreekt. De samenleving is langs diverse scheidingslijnen bijna onherstelbaar gespleten. Van de relatief vreedzame egalitaire samenlevingen van het paleolithicum bleef niets over.
Jullie beginnen al de belachelijke politieke patronen te zien waar twee partijen in de VS tegenover elkaar staan die jullie en het geheel niet gediend hebben.  Er moet een revaluatie en transformatie van deze partijen komen die individuele inzichten en manieren om naar oplossingen te zoeken, bevat.
In principe sprak men luidop tegen elkaar. Maar de mensen stelden (vele eeuwen later) vast dat ze ook luidop tegen zichzelf konden spreken en zo hun eigen gedrag konden beïnvloeden. En nog later bleek dat je ook stilzwijgend met jezelf in interactie kon treden. Hier ligt de basis van het Ego: een vorm van linguïstisch gedrag waarbij je op jezelf inwerkt. Ook in de ontogenese bij kinderen, zo toonde de beroemde Sovjetpsycholoog Lev Vygotsky (1896-1934) aan, gaat het sociale spreken vooraf aan het luidop ‘egocentrisch’ spreken, wat dan geïnternaliseerd wordt tot de innerlijke spraak of zelfdialoog, het eigenlijke denken. Het Ego is ongetwijfeld één van onze belangrijkste uitvindingen (zie sub).
Zowel Lark als Saveer zijn zware geesten waar je niet zomaar vanaf komt. Die moeten echt verslagen en overwonnen worden. De zwarte hond ervaring duurt zolang als het moet duren. Nadat de Saveer-wand is doorbroken voel je je slap en miserabel, angstig, want je bent dan nog heel week. Alle oude demonische schelpen die om je heen waren gebouwd zodat je niet gevoelig kon zijn voor de gnosis zijn dan weggehaald, en dan sta je ineens naakt en week in het veld, kwetsbaar, want alles is gevoelig. Heel langzaam moet je vandaaruit dus weer tot de hogere kennis komen om je daardoor te verfijnen, en geen ‘geweldige spiermassa’ gaan opbouwen, geen bumpers die de moeder weer wegdrukken. In boetvaardigheid moet je jezelf onderwerpen aan de moeder. Christelijke geesten willen dat niet. We zullen gaan beschrijven hoe dat proces precies gaat, maar dit proces wordt ook beschreven in de series, in de Amazone Bijbel. We zullen het wat gaan uitdiepen. Er staan veel gevaren op de loer. Er moeten veel valse bindingen verbroken worden, valse hulpmiddeltjes, valse wondermiddeltjes waardoor geesten en zielen zichzelf opblazen, en dan tot een soort van pseudo-geluk komen en dan als aan de drugs hun ‘bumpers’ vertonen in plaats van ware immunologische demonologie. Het volk is aan de steroides, en trekt daardoor de nakers aan, de ‘dochters der mensen’ die het nephilim geslacht zo in stand houden. Wees blij dat de gnosis jou daarvoor probeert te besparen. Dat is een teken dat de gnosis jou niet verstoten heeft. Juist de angst is daar een teken van. Ongevoelige, ongebroken mensen voelen vaak geen angst. In ieder geval niet op zo’n manier zoals jij het voelt, en bezorgd bent over de relatie met de gnosis. Echte zombie-mensen maken zich daar totaal niet druk om. Ja, ze kunnen soms bang zijn als het gaat om hun eigen hachje en koninkrijk te beschermen, maar zullen zich totaal niet druk maken over hun relatie met de moeder gnosis, de vur.
Waarover pa en ma Rimbaud precies ruzieden is niet geweten. Moeder Vitalie was op zijn minst gezegd een harde tante (sic). Vader Frédéric Rimbaud bracht als legerkapitein 11 op 12 maanden door in zijn kazerne. Het spreekt alvast in zijn voordeel dat hij zich tijdens zijn korte verlofperiodes thuis voorbeeldig kweet van zijn echtelijke plichten. Op 7 jaar tijd leverde hij Vitalie 5 kinderen. Dan mag je wel aanspraak maken op enige rust en vader Rimbaud bracht daarna zijn verlofperiodes steevast elders door, al of niet om verder de continuïteit van de menselijke soort te waarborgen.
Om sociaal hogerop te klimmen en zelf ook minister, prins of koning te worden dienden jonge mensen zich over te geven aan een bijzondere praktijk die we in Vlaanderen mogen omschrijven als “anders gaan denken”, anders in ieder geval dan hun doorgaans eerder behoudsgezinde ouders. (Het scheelde niet heel veel of deze Stürm und Drang jongeren hadden een nieuwe politieke partij opgericht met als naam het wel klinkende lettergreepwoord Agaden). Nu is écht denken een redelijk vermoeiende activiteit, in de grond vermoeiender dan de eenvoudige arbeid op het veld, het kantoor of de fabriek. De beroepsdenkers, ook gekend onder de naam wijsgeren of filosofen, werden tijdens hun leven zelf doorgaans niet veel beter van hun professionele activiteiten. De “groten” onder hen werden door succesvolle mensen wijselijk pas ingeroepen nadat deze hun successen hadden behaald. De toch wel zeer grote filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) beleefde het moment van zijn leven toen hij in 1806 in zijn Duitse verblijfsstad Jena Napoleon Bonaparte als de incarnatie van de Weltgeist op zijn wit paard onder zijn balkon zag passeren, maar Napoleon zelf was zich van Hegels bestaan in het geheel niet bewust en had ook niet bepaald last van deze onwetendheid. Met aankomende adolescenten die het in hun hoofd haalden om een filosoof tot hun levensvoorbeeld uit te roepen, is het zelden goed vergaan. Dit geldt vandaag nog steeds en dat zal wel altijd zo blijven. En vergeten we niet: denken is twijfelen. En twijfelen is aarzelen en niets doen.[iv] Denken maakt mensen gelukkig die goed weten dat wie tirannen wil verjagen, dat alleen maar doet om zelf tiran te spelen. Als iedereen koning is, dan wordt het pas echt rotzooi. Zoals de Franse filosoof en vooral filosofiecriticus Vincent Descombes het mooi en gevat wist te verwoorden in zijn commentaar op het Nietzscheaanse en Deleuziaanse ideaal van het soevereine individu: “Het autonome individu zou het niet kunnen stellen zonder heteronome individuen. Soeverein zou diegene zijn die het lukt zich op te werpen als meester over mensen die bereid zijn hem te gehoorzamen.”[v] Iedereen wordt tiran: een bijzonder stralende toekomst ligt voor ons![vi]
Uiteindelijk zou men ook het geheel der dingen een naam geven: de kosmos, de orde in de Chaos, tot stand gebracht door het woord (Logos). En ook het geestesvermogen dat al dat moois verwerkelijkte, het blikveld (de oorspronkelijke betekenis van het Griekse ‘nous’ voor geest of verstand), ging men als een verzelfstandigde kracht zien. De geest maakt zich in die zin los van het lichaam en verschijnt als vrij. Deze opvatting zou eeuwenlang stand houden en pas met Heidegger fundamenteel in twijfel getrokken worden. Heideggers Dasein (er zijn, in de wereld zijn vs. tegenover de wereld staan) brengt ons bij een van de grondslagen van ons psychisch beleven: de tweespalt tussen het opgaan in de dingen en het afstand nemen. We hebben dit reeds aangeroerd wanneer we vrouw met ‘samen’ hebben geassocieerd en man met ‘tegenover’. Die tweespalt leeft dus nog vinnig voort in de populaire ietwat afgezaagde tegenstelling tussen gevoel en verstand. In wezen vormt de tweespalt een hechte eenheid. Afstand nemen en opgaan in de dingen wisselen elkaar voortdurend af en liggen voortdurend in elkaars verlengde. Samen vormen ze de oorsprong van onze waarnemingen en onze woorden. Wetenschappelijke taal en methodologie (gebaseerd op een strikte subject-object scheiding) nemen echter alleen afstand, ze gaat niet of nog nauwelijks op in de dingen. Daarom slaagt wetenschap er niet in het geheel van de werkelijkheid te vatten. In haar doortastende houding streeft ze dan maar naar de uitschakeling van het subject. Maar steeds zal iets aan de greep van de wetenschap ontsnappen, dat ‘iets’ dat gewoon aan de Taal zelf ontsnapt. En daarom zullen we steeds ook open staan voor ‘esoterische’, ‘onwetenschappelijke’ denkbeelden zoals de psychoanalyse van Lacan, hoe spartelend deze denkbeelden ook zijn in hun poging het onuitspreekbare uit te spreken. Zelfs de meest positivistische wetenschapper laat zich soms gaan en schakelt over op een andere manier van kennen. In dit zich laten gaan is men bij de dingen, in plaats van tegenover de dingen.
Het begin van zijn hersenstam was een glad en helder blauw. Ze bestudeerde de dikte van de schedel­wand, de wasachtige glans van het vlees in de holte; de bobbels en vloeiende randen van de schedel­basis.
En daar ben ik niet zo zeker van! De vraag wat Erwin precies tot zijn wan­hoopsdaad gedreven had, was het gespreksonderwerp van de week in het dorp. Helena had de vinger gewezen naar de andere kinderen in zijn klas. Pesterijen die te lang ongestraft bleven. En mis­schien had ze gelijk. Die ogen, dacht Samuel opnieuw, daar zat meer in dan een gekwetste jongen die te laat en te weinig hulp kreeg. Veel meer. Hij schudde zijn hoofd.
Zohra begon samen met Lieven aan haar tocht naar de top. De hele tijd hield ze de glazen machete voor zich uit. Ze merkte dat haar handen beefden, maar wist niet zeker of het door angst of opwinding kwam. Of allebei. In de trappenhal hing een vochtige hitte, alsof de zomer zich tijdens de afgelopen dagen in elke porie van het gebouw genesteld had.
Daarnaast grijpen socialistische ideeën en de roep om democratie (“het algemeen stemrecht”) om zich heen, zowel bij (autodidactische) arbeiders als bij verlichte en minder verlichte intellectuelen en opportunistische politici. Tevens merken we kiemen van een georganiseerd feminisme (de “suffragettes”), van een zekere de-stigmatisering van homoseksualiteit, van een onverbloemd kosmopolitisme en internationalisme, en van, wat meer marginaal, een opbloeiend antiracisme (bijvoorbeeld: het internationaal protest tegen het koloniaal “beschavingswerk” van onze koning Leopold II in Congo; sociale integratie van inheemse joden). Dit ganse gedachtengoed leeft niet zozeer bij de “leisure class”, maar vooral bij de lower upper class.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *