“survival gear gids overlevingsuitrusting van zippo”

24. DE KIKKER EN DE OCEAANKennis heeft ons in de afgelopen eeuwen veel vooruitgang gegeven.Omdat we een verklaring gevonden hebben voor de vele ervaringen diewe dagelijks hebben, zijn we in staat geweest die ervaringen tot op zeke-re hoogte onder onze controle te brengen. Wie vroeger ziek was, gingeerst naar de kerk. God had je gestraft, dus kon je Hem maar beter omvergeving vragen. Zodra we beseften dat er bloed in ons lichaam circu-leerde, zouden aderlatingen wel helpen om het slechte bloed te latenwegvloeien. En als dat niet hielp, was er nog altijd de kerk. God werd eenback-up voor het gepruts met bloed. Toen we doorhadden wat virussenen bacteriën waren, wisten we dat aderlatingen iets te drastisch en ookniet altijd efficiënt waren. Een steeds beter inzicht in het verband tussenoorzaak en gevolg hielp ons ouder worden. Voor wie met stok en vuur-steen een bizon te lijf moest gaan om zijn avondeten op tafel te toveren,was 40 jaar een benijdenswaardige leeftijd. Je moest al een goede jagerzijn om die gezegende leeftijd te halen. Vandaag is 70 lentes halen geenkunst meer. Daarom schrijven we aan kennis vandaag bijna dezelfdekracht toe als aan God vroeger. Vroeger was dat Zijn verantwoordelijk-heid: zorgen dat we bleven leven. Nu is het die van de wetenschap. Meernauwkeurig, de natuurwetenschap. Van alle wetenschappen is de natuur-wetenschap tot vandaag zowat de meest succesvolle gebleken. Terwijl weaanvankelijk in grote bewondering stonden voor vuur, water, aarde enlucht, kwamen we tot het inzicht dat die vier oerelementen, zoals we zenoemen, niet de basisbouwstenen waren van onze habitat, maar dat hetgewoon vier verschijningsvormen waren van materie. We beschreven hetbegrip ‘materie’ en bedachten het concept ‘atoom’. A-toom, wat betekent‘hetgeen-niet-deelbaar-is’. Alle materie kon worden teruggebracht tot ele-mentaire niet-deelbare deeltjes. En het gedrag van deze deeltjes beant-woordde aan de wetten van botsing en afstoting. Met die begrippen leekalles te kunnen worden verklaard. We zijn met dit inzicht een heel eindgekomen. Laat ons dit de Newtoniaanse natuurkunde noemen. Newtonals, vereenvoudigd gezegd, de grondlegger van deze materiële en wetma-tige benadering om de natuur te beschrijven. Toch voelde men zelfs inNewtons tijd reeds enkele twijfels rond dat hele materiële denken metatomen, die als het ware een wel beschreven dans uitvoerden. Men koner het gedrag van het licht niet mee beschrijven. Christiaan Huyghenshad voor Newton beweerd dat het licht een golf was, zoals een watergolf,en Newton sprak over deeltjes. Ik kreeg 400 jaar later op school te horendat het soms het één en soms het ander kon zijn, wat al meteen hetbegrip ‘relativiteit’ naar boven bracht. Einstein vertelde ons dat alles tochniet zo heel simpel was als dansende atomen. Via zijn relativiteitstheo- 14
Gelijke tred houden met een zekere sleur kan van belang zijn maar draagt het gevaar in zich van het verliezen van je bewustzijn. Sleur heeft een sexuele bijbetekenis: het kan een vorm van gehechtheid of verbijstering door de materiële natuur zijn. Vanwege de tijd, de beweging van de materie, hebben we bewustzijn: zonder verandering neemt men niet waar. Zelfs dode onbeweeglijke objecten worden waargenomen omdat de waarnemer van positie verandert of zijn ogen beweegt. Staren naar een object is een oude medidatie-techniek om uit te rijzen ‘boven de tijd’, waarmee bedoeld wordt dat men zich concentreert en de geest tot rust brengt. In de herhaling van dezelfde oude manier hebben we twee werkelijkheden: de natuurlijke werkelijkheid van de cyclische tijd die een bepaald patroon herhaalt dat het bewustzijn van normale levende wezens uitmaakt en de onbewuste gewoonte van een konditionering die het bewustzijn wegneemt van een levend wezen. Het verschil tussen het natuurlijk bewuste en het gekonditioneerde onbewuste ligt in de autoriteit waaraan het levend wezen is onderworpen. Levende wezens zijn gestructureerd, vormen zelf een patroon onder invloed van buitenaf en van binnenuit. Het patroon van binnenuit is genetisch geprogrammeerd, het patroon van buitenaf is een mix van culturele en natuurlijke invloeden. Aan het gezag van de genen valt niet veel te tornen: als het programma niet bevredigt zal er stress zijn om te muteren voor de volgende generatie. Naar het uitwendige hebben we in principe een vrije keuze van natuurlijke en kulturele kondities om onze voorkeur van leven te dienen. Kultuur en natuur kunnen harmoniëren of in konflikt zijn. Overeenkomstig de kultuur hebben we het gezag van andere personen: heilige mannen en vrouwen, politici en wetenschappers die te werk gaan middels hun fixaties in de vorm van wetboeken, bijbels en constructies van toegepaste wetenschap variërend van een eenvoudige klok tot een gecompliceerde computer. Naar de natuur hebben we het gezag van de natuurlijke orde, religieus God genaamd, politiek groen genoemd en wetenschappelijk als de tijd aangeduid. De tijd stuurt de natuur middels het tonen van patronen van cyclische tijd die religieus als God worden gezien vanwege de natuurlijke bevestiging van iedere genetische kode. Politici hebben moeilijkheden met de tijd daar de bewegingen van de natuur een contrapunt van verschillende ritmen vormen ten opzichte waarvan ze simpelweg een eigen pragmatisch idee van de tijd ontwikkelen. In feite heeft de mensheid middels de klok te maken met een begrip van de tijd dat in de natuur niet bestaat: het heeft zijn natuurlijke dynamiek verloren en lijdt onder induktie tot een hanteerbaar gemiddelde-zone-zomertijdbegrip van ‘standaardisering’
Met de Sony WH-CH500 koptelefoon geniet je draadloos van muziek. Deze on ear koptelefoon verbind je via Bluetooth met je telefoon of tablet. Zo luister je draadloos naar jouw favoriete nummers. Via NFC verbind je jouw telefoon nog sneller met de koptelefoon door ze tegen elkaar aan te houden. Met de knoppen op de oorschelp bedien je de muziek, het
Dat zijn de twee keuzes die we hebben. Als we het niet stoppen is dat het einde van onze beschaving en islam zal alle sporen uitwissen. Ook Groen Links mensjes kan het niet ontgaan zijn wat islam deed met het historisch erfgoed, de boedhabeelden in Afghanistan, en de eeuwenoude Romeinse overblijfselen in Palmyra. Jullie vinden het Boedhisme toch zo leuk? Heb je je wel een afgevraagd door wie dat in grote delen van Azië weggevaagd is? Juist, door jullie nieuwe vriendjes van de islam.
Ik heb nu zoveel geld dat ik het amper meer kan opmaken, tenzij ik de laatste week, in augustus, nog een week in een holiday resort aan de kust zou willen zitten. Daar kan iedere hoeveelheid geld met drank en vrouwen heel snel opgemaakt worden. Maar goed, als ik tegen drankmisbruik en tegen misbruik van vrouwen ben, vervalt dat alternatief.
Pogingen om (zich) het Niets, de Chaos, God, etc. voor te stellen resulteren doorgaans in het geloof of de conceptie van een parallelle, transcendente wereld naast onze gewone fenomenale wereld. Speculaties zijn het, maar ze hebben doorheen de menselijke geschiedenis wel heel diepe voren getrokken. Het is psychologisch wel heel logisch, dat bestaan van een parallelle wereld. Wanneer we bijvoorbeeld onze ogen sluiten (en we doen dit meer dan meermaals per dag), zien we beelden (en horen geluiden) van een wereld die niet (b)lijkt te bestaan wanneer we onze ogen weer openen. In onze verbeelding zien we blijkbaar dingen die afwezig zijn, die er niet zijn. Straf! Die parallelle wereld wordt dan bewoond door hele en halve goden, geesten, aartsvaders, boeddha’s, lichtende lichtjes, spoken, demonen, duivels, met de aarde botsende kometen of asteroïden, nevelsluiers en andere schrikbarende monsterachtigheden. Een goed gekend en steeds opnieuw aangehaald voorbeeld van zo’n parallelle en transcendente wereld is Plato’s Ideeënwereld. Plato vertrok niet vanuit de ervaringen die hij opdeed wanneer hij zijn ogen sloot, maar van het gegeven dat een reeks dingen grosso modo dezelfde wiskundige vorm hadden. Ronde dingen hadden dan volgens hem de ideale vorm van de cirkel gemeen. Hij dacht dan ook niet na over wielen, muntstukken of regendruppels, maar over dé cirkel. Hij hield zich niet bezig met merries, hengsten en veulens maar met het idee Paard. Plato’s Ideeën zijn ideale en perfecte vormen. Doorgaans vergeet of weet men niet dat Plato zich liever “wiskundige” dan “filosoof” noemde. Aan de voordeur van zijn Academie hing geen bordje “Verboden voor niet-filosofen!” maar wel eentje dat bezoekers er streng op wees dat alleen wiskundigen (“mathèmatikoi”) zich toegang mochten verschaffen tot de ruimte achter de ingangspoort. Plato’s Ideeënleer is dan ook in de eerste plaats een wiskundige vormleer, een leer van de vormen (“morphai”), het was een morfologie, een filosofische vormkunde.[i]
‘Schade en schande,’ zei Heinrich. ‘Naarmate je hoop verdwijnt, ver­vaagt je kleur hier. Zoals je aan mij ziet. Ik had veel kleur in het begin. Toen kwam ik mijn eerste engel tegen. Die kostte me bijna mijn leven. En mijn ziel.’ Hij sprong vol zelfvertrouwen over de stenen in het stroompje, op de voet gevolgd door Sterre.
De Roodjassen hebben een prooi gegrepen. Het trom­geroffel roept de menigte van toeschouwers bijeen. Nieuwsgierig dromt het volk samen rond het schavot, terwijl de Roodjassen hun gevangene vastketenen. Ze laten de ongelukkige knielen, drukken zijn hoofd op een houtblok, kluisteren kettingen om zijn armen en benen die ratelend strak getrokken worden door vier metalen ogen. Zo uitgespreid is het nog slechts wachten op de beul.
Het kost de kapers die Karagiozis aan het anker bonden een ochtend om hem terug te vinden in het rivierwater dat waarschijnlijk even opaak is als de oersoep waar ooit het eerste leven uit tevoorschijn kroop.
Een volwassene zou niet meer dan zes uur moeten slapen. Kinderen slapen aanzienlijk meer. Het ontbreekt hen aan ervaring en persoonlijke orde en ze raken snel uitgeput. Langer dan zes uur slaap versuft het zenuwstelsel en geeft aanleiding tot depressies en andere geestelijke wanorde (afb.). Mensen die teveel slapen zijn meer ontvankelijk voor illusie, moeten dientengevolge meer compenseren en hebben aldus minder weerstand tegen stress. Compensatie gaat ten koste van de synergie:; de energie bedoeld voor samenwerking en coördinatie. Volwassenen die zeven, acht uur slapen zouden zich meer moeten trainen in sociale vaardigheden en moeten leren een geregeld leven te leiden. 
Hoe dan ook, de homo sapiens is een dier dat pijn vermijdt en geluk nastreeft op een manier die algemener is dan velen denken. En om weer even terug te komen op geluk, wat mij kun je zien dat er twee vormen van geluk zijn: de ene is vluchtig (en vaak gezien) en de andere is blijvend maar moeilijk te bereiken.
3° Behoud van inkomen, met een wettelijk vastgelegd minimum. Dat minimum moet groter zijn dan de samengetelde prijs van alles wat als basisgoederen en -diensten kan doorgaan en als dusdanig wordt erkend. De prijs van deze “korf” wordt jaarlijks aangepast aan het % toename van de globale productiviteitsstijging (dus niet de persoonlijke). En dit zodanig dat de verhouding van het inkomen ten opzichte van de prijs van de korf in de tijd steeds groter wordt. Die verhoging zal dus afhankelijk zijn van de mate waarin principe 1 (automatisering) meer en meer is verwezenlijkt. Gradueel kan ook de inkomensongelijkheid worden teruggedrongen.
En: ‘Vandaag, nee, deze hele week was ook voor mij even te veel… Ik wil eindelijk weer eens vrij zijn, dansen. Ik wil eindelijk weer eens goeie, echte seks. Niet dat haastige, gezamenlijke gemasturbeer dat we nu doen. Ik wil slapen tot de zon hoog in de hemel staat.’ Ze greep zacht Meyago’s linkerpols, drukte de spons verder naar beneden, liet Meyago’s middel­vinger en ringvinger even tussen haar dijen glijden.
Daddy survival kit, dad to be gift, new dad gift- Some things for energy, something for the inevitable headache, and supplies to get and stay refreshed! Touch a good gift for the new daddies out there
Een andere te voorziene evolutie betreft de overgang van een disciplinaire maatschappij (“Foucault”) naar een controlemaatschappij (“Deleuze”), een ontwikkeling die nu reeds duidelijk waarneembaar is. Een disciplinaire maatschappij stuurt ons gedrag vanuit een centraal punt via dwang, machtsuitoefening, toezicht, beloningen en straffen (8). Een controlemaatschappij hoeft geen dwang noch een centraal punt (9). Onze gedragingen en handelingen worden gestuurd door signalen, tekens, prikkels en “triggers” die een passend gedrag uitlokken zonder dat we erbij moeten nadenken. Bijvoorbeeld verkeerslichten en – borden; routeaanduidingen in grote gebouwen zoals ministeries, ziekenhuizen, enzovoort.
De meeste onderzoekers besluiten uit dergelijke bevindingen dat de ‘rationaliteit’ van een beslissing toeneemt naarmate de beslissing ontdaan is van ‘personaliserende’ elementen. Hoe ‘onpersoonlijker’ de beslissing, hoe meer we ‘sociaal optimale’ beslissingsmechanismen kunnen aanwenden. In het treinexperiment van Greene en zijn medewerkers wordt het niet-duwen van de man op het perron als de niet sociaal optimale oplossing voorgesteld. Het doel, één dode in plaats van vijf, blijft in de ogen van de onderzoekers het doel van alle testpersonen. Maar voor de testpersonen in het treinexperiment gaat de keuze niet meer tussen één of vijf doden, maar tussen één door mezelf vermoorde persoon en vijf doden als gevolg van een ongeval. Dit is geen rekenkundig probleem meer. De meeste testpersonen hebben nu niet langer één doel maar twee doelen: zoveel mogelijk levens redden én hun morele integriteit behouden. Testpersonen die zonder pardon de man van de brug afduwen, blijven blijkbaar bij het éne doel: voor hen blijft het dilemma dan ook een rekenkundig probleem en de hersendelen die geactiveerd worden, zijn deze die normaliter actief zijn bij een louter uitvoerende taak. De testpersonen die hun morele integriteit willen vrijwaren, zijn echter even ‘rationeel’ in functie van het doel dat hen voor ogen staat: zij gooien de man niet van de brug, zij willen geen moord op hun geweten hebben. Maar daar zij in de context van het experiment worstelen tussen twee doelen (levens redden; bewaren morele integriteit), gaan andere hersendelen die zich met emotionele processen inlaten, actief worden. Kortom, om uit te maken of een gedrag rationeel is moeten we niet zozeer kijken naar de middelen om een doel te bereiken, maar in de eerste plaats ons de vraag stellen: xxxxxxxxxxxxwat is het doel dat de persoon die een beslissing moet nemen, voor ogen heeft? In deze geest zijn de onderzoeksresultaten van Joshua Greene toepasselijk op heel wat maatschappelijke situaties en op heel wat beslissingen die genomen worden door zowel gewone mensen als door bestuursorganen. Een voorbeeld is de discussie over het al of niet afschaffen van de volksjury in de assisenrechtspraak. Juristen zullen pleiten voor een depersonalisatie van het beslissingsprobleem zodat een ‘sociaal optimale’ beslissing wordt genomen. Immers als juryleden het probleemonderwerp niet aan hun hart laten komen, zouden ze ‘betere’ vonnissen vellen. Natuurlijk weten we nog te weinig over de precieze aard van de situaties waarin personalisering zich voordoet en over de details waarin beslissingsprocessen in verpersoonlijkte en niet-verpersoonlijkte problemen verschillen. De ‘kwaliteit’ van volksjury’s ligt nu echter juist in het gegeven dat de juryleden zich inleven in de psychologie van de dader (en van het slachtoffer of de slachtoffers) om tot een verdict te komen. De kans op personalisering is hier dus zeer groot en in zekere zin door het systeem zo bedoeld. De volksjury moet niet oordelen of de dader de wet overtreden heeft, maar of hij ‘schuld’ heeft aan het overtreden van de wet. Zo worden moordenaars door volksjury’s regelmatig vrijgesproken. Schuld is hierbij geen juridisch, maar een moreel-psychologisch begrip. Om die schuld in te schatten, moeten de juryleden precies beroep doen op hun sociaal-emotioneel inlevingsvermogen en niet op hun rekenvermogen of andere puur cognitieve vaardigheden. Een vervanging van de volksjury door een college van beroepsrechters zal vermoedelijk voor gevolg hebben dat het schuldbegrip verschuift naar de juridische kant en dat de beroepsrechters in eerste instantie zullen oordelen over de mate waarin de wet is overtreden en of er verzachtende of verzwarende omstandigheden kunnen ingeroepen worden. Maar ‘verzachtende omstandigheden’ is iets heel anders dan de ‘onschuld’ die de volksjury probleemloos kan uitspreken zelfs in geval van een gruwelijke moord zoals b.v. de moord op zijn of haar eigen kind.
Vuurwapens baren me weinig zorgen. Steek- en slagwapens evenmin. Maar vuur, vuur is een probleem, vermoed ik. Ik heb nog niet getest in hoeverre mijn nieuwe lichaam hittebestendig is, maar mijn bots zijn waarschijnlijk te klein om meer dan een paar seconden stand te houden.
De bio-psychiatrie stelt voor om fysieke tekortkoming als de oorzaak van de mentale ontsporing aan te nemen. B.v. bij manisch-depressieven kunnen afwijkingen worden opgemerkt in het chemisch evenwicht van de hersensubstanties (neurotransmitters). Niettemin zal de normale wetenschapper zeggen dat alle causale verklaring afhangt van het paradigma., de theorie die als verklaring dient voor een praktijk. Zo kan de bio-psychiater het bij het juiste eind hebben, kan hij zich vergissen of kan hij slechts een halve waarheid koesteren die praktisch is in zijn medische betrokkenheid van verschaffing van medicijnen bij wijze van therapie. Postmoderne benaderingen zullen het belang benadrukken van interdisciplinair teamwerk in de behandeling van manische afwijkingen en andere psychiatrie. Het betreft niet alleen maar psychologie aangezien het de grenzen overschrijdt van wat geestelijk gezond en veilig is. Niettemin is de psychologische oorzaak, het psychologisch uitgaan van gezondheid en zelfverantwoordelijkheid belangrijk. Soms is het de enige uitweg uit de moeilijkheden het idee te verdedigen dat de manicus een speciaal geval van geestelijk gezond zijn vertegenwoordigt en alleen tot een einde kan komen als de persoon zijn doel zelfverantwoordelijk inziet. Het is alsof men in de rechtszaal zit: de psychiater is de aanklager die de persoon ervan beschuldigt een patiënt te zijn die anderen en zichzelf in gevaar brengt. De psycholoog voert de verdediging die moet aantonen dat de speciale vorm van gedrag binnen de normale grenzen ligt en zelfs van belang is voor anderen en hemzelf. Het probleem bevindt zich op het vlak van het beoordelingsvermogen; wie moet er als rechter beslissen; of amerikaans: waar is de jury die zal beslissen over schuld en onschuld? In feite is er een formele orde nodig die de verdediging voert in het belang van de ziel. Van deze orde kan het duidelijk zijn wat onwaar is en verraad, egoïsme en bezitsdrang. Van deze orde kan begrepen worden waarom er een afwijking optreedt en hoe die kan worden vergeven. Manie bij voorbeeld wordt in het theater toegestaan terwijl privé een dergelijke vertoning niet kan worden getolereerd. Doorslaggevend is de trouw aan een script daar het script de grenzen vastlegt. Op dezelfde manier kunnen manische buien in een menselijk leven worden getolereerd als er een garantie is van trouw aan een orde vastgelegd in voorschriften. Bij voorbeeld soldaten ten tijde van oorlog kunnen compleet manisch zijn voor het heil van een overwinning totdat ze hun superieuren ongehoorzaam zijn. Alleen dan zijn ze plotseling potentiële criminelen die eventueel ter plekke moeten worden geëxecuteerd. Concluderend is het van belang dat jezelf bevinden in een staat van uitbundigheid, opgewektheid, overlopend van inspiratie, met energie en richting gevend etc., men in dergelijke gevallen zich altijd moet verzekeren van de motieven van de aktie die door overeenstemming ondubbelzinnig helder en gefixeerd moeten zijn. Anders zal met het laatste de sociale kontrole verloren gaan en zal men gedwongen zijn de toevlucht te nemen tot minder wenselijke kontrolemaatregelen die aan de gerijpte optie van degene die afwijkt voorbijgaan. Hieruit volgt het belang van een expliciet begrip van formele sociale orde die de limieten van de kontrole vastlegt. Vroeg of laat zal iedere persoon moeten ervaren wanneer ‘de wil van God’ of de werkelijkheid van de sociale kontrole in dienst van de ziel de claim van de onafhankelijkheid en rijpheid zal overtreffen. Een gebrek aan formele orde zal resulteren in een overmaat aan afwijkend gedrag: misdaad, waanzin en corruptie. Om het recht in dezen te behartigen staat gelijk aan toewijding tot een formeel begrip van orde dat het motief onder woorden zal brengen, de handelwijze en de kontrolerende sancties. Zoals gesteld vindt er positieve sanctionering plaats bij inwijdingsceremoniën, speciale onderscheidingen en geldelijke beloning in de vorm van betalingen of andere voordelen (privileges, aandacht, vrijheid, etc.). Normaal geschiedt negatief sanctioneren middels het achterwege laten van positieve sankties of zelfs wettelijk bepaalde straf. Al dit tesamen zal de persoonlijke motieven zuiveren en de samenleving zekeren tegen de schade van individuele manie en andere afwijkingen. 
Onbewust tel ik de vermogens bij elkaar op gedurende de avonden dat ik de metingen invul, maar ik schrijf nergens het totaalgetal op. Ik verzend de for­mu­lieren zonder uit te rekenen hoe hoog de aanslag zal zijn, want ik weet allang dat we die nooit zullen kun­nen betalen.
Het einde is hier. Je vertrouwde leventje is voorbij na de grootste zombie uitbraak ooit. Nu moet je samen met andere mensen die de uitbraak hebben overleeft zien te herbouwen, en te blijven overleven. Jij kiest zelf vanaf waar je dit doet, waar je je basis bouwt en hoe je deze basis verdedigd en verstevigd. Ga mee met gevaarlijke zoektochten naar
De eerst versie staat onder deze tweede versie. Hierin heb ik feedback van collega’s en leidinggevende verwerkt. Nieuw hierin zijn de 4 kwalitatieve tegengestelde krachten, onderbouwing uit andere (bredere) literatuur. In mijn volgende stap kies ik een scenario, en beschrijf mijn kijk op een wereld waar de drijvende krachten invloed op hebben.
De regelmatige buig- en strekoefeningen om lichaam en geest te integreren kunnen de huidige staat van gekonditioneerd zijn waar men zich in bevindt weergeven. Het verschaft een kontrole om er zeker van te zijn welke konditioneringen resulteren in welke stijfheid of breuk in de kontinentie. Op deze manier is de privé-persoon een wetenschapper van zijn eigen levenswijze experimenterend met de best mogelijk aanpassing aan tijd en omstandigheden. Gedurende de winter zouden de zaken anders uit kunnen werken dan in de zomer. Ook zou konditionering aan aktiviteiten in het weekend volledig anders kunnen uitwerken dan schema’s die dezelfde aktiviteiten plannen gedurende doordeweekse dagen. Er is ook een collectief bewustzijn dat bepaalde onthoudingen of handelingen op bepaalde tijden begunstigt ten opzichte waarvan men zich kan aanpassen of afwijken. Op deze manier kunnen religieuze vieringen door de week ook het geloof opfrissen terwijl anderzijds werken op zaterdagen en zondagen ook de samenleving kan vitaliseren. Eenvoudig ter wille van het lichaam en de psychologie van het bewustzijn is het bevorderlijk te breken met het dode van stijve schema’s van konditionering vitaliserend naar alternatieven.
Rami volgt me zwijgend door de doolhof van roestige stalen gangen, nauwe trappetjes, tussen containers ingeklemde ravijnen en galmende open dekdelen van het Schip Stad. Geuren van roest en olie en af en toe een hint van verrotting overstemmen de zilte zeelucht. Uit honderden vierkante raampjes schijnt flakkerend-oranje licht. Naar de boeg toe klinkt het vloekende snerpen van een cirkelzaag, de galmende dreun van een smidshamer; op het Schip Stad staat de woningbouw nooit stil. Mensen die ons passeren groeten Rami, die stoïcijns doorstapt. Af en toe werpt iemand een tweede blik op mij; op herkenning volgen meestal ongelovig opengesperde ogen.
Zo’n hippe oproepen zijn in mijn ogen hoe dan ook het werk van een halve of hele goeroe die erop uit is slaafse volgelingen te ronselen. En inderdaad blijkt ook onze eerbare Dawkins in zijn Voorwoord iedereen aan te manen om als atheïst “uit de kast te komen” en als trotse militante atheïst door het leven te gaan.  Nu heb ik, als 100% ongelovige zonder verdere pretenties naar anderen toe, niet bijzonder veel respect voor mensen die er trots op zijn hun wezen te herleiden en te verengen tot één identiteitscategorie, zij het geslacht, “ras”, nationaliteit, seksuele geaardheid, politieke of religieus-levensbeschouwelijke overtuiging, DSM-V diagnose, voetbalclub of wat dan ook. Dat soort trots en zelfinperking lijkt mij een bedenkelijk symptoom van een of ander quasi-pathologisch defect.
Langzaam aan kon ik samen met die therapeut een fundamentele aanzet geven voor een duidelijk opbouwende lijn waarbij crisismomenten sneller hanteerbaar werden, uitbleven en tenslotte een nieuw evenwicht ontstond en daarmee een nieuw toekomstperspectief.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *