“routekaart overlevingstest uit metaaloverbrenging”

Vanmorgen zei hij dat hij over twee weken al wilde beginnen hier. Maar als iemand zegt dat hij hier komt werken betekent dat in principe dat hij het misschien een leuk idee zou vinden om hier te komen werken of dat hij het ziekenhuis een interessant ziekenhuis vindt. Of hij écht komt is volslagen onduidelijk.
Als Karagiozis op het laagste punt is, de plank waarop hij staat tot het uiterste gebogen, de gekrulde tenen van zijn schoenen nog maar een handbreedte boven het water, springt er iets omhoog uit het water als een orka. Een plons als het uit het water omhoog komt, gevolgd door een iets luidere plons. De kattenplank veert nog na. Kara­giozis is uit het zicht verdwenen. Alleen de uit­dijende rim­pelingen in het water verraden waar hij heen gegaan is.
Hoogst vermoedelijk was het mijn respect voor zowel het één als het ander, alsmede voor de derde hond die met het been heen liep, die ervoor zorgde dat ik in deze fase van onstuimige jeugdige ontwikkeling wel in dualiteiten dacht maar niet in onverenigbare en elkaar uitsluitende polen of tegenstellingen. Scherpe polarisaties met de erbij horende vraag: “Which side are you on?” hebben me altijd al een aarzelend en ongemakkelijk gevoel gegeven. Mogelijk vanuit een schrik en afkeer voor het nemen van risico’s. Het wedden op twee paarden sluit ook nog het voordeel niet uit dat soms beide paarden kunnen winnen. Ongetwijfeld had ik als kind reeds een uitgesproken voorkeur voor non-zero-sum games en win-winsituaties. Ik herinner me bijvoorbeeld dat ik ergens rond mijn 7de een dergelijk soort oplossing had bedacht na een traumatische beginervaring bij het op de schoolspeelplaats georganiseerde knikkerspel, een aangelegenheid waar toen je ganse status in de groep van peers en soms zelfs ook je lichamelijke integriteit, en zeker dus ook je zelfbeeld, in het geding waren. Als naïeve nieuweling in dat knikkerspel verloor ik na de eerste spelbeurten meteen al een substantieel aantal van mijn knikkers. Dit met de onwrikbare overtuiging dat mijn vader die een volle beurs ongerepte knikkers aan mijn liefdevolle zorgen had toevertrouwd, zich tegenover dat teleurstellend resultaat niet bepaald vergevingsgezind zou opstellen. Dus kwam ik op het idee ’s morgens zonder knikkers op zak naar school te trekken en de sinaasappel die mijn moeder me elke morgen in mijn tas stopte, in te ruilen voor twee of drie knikkers. Daarmee kon ik dan aan de slag zonder enig risico op stuitend verlies.
Hij bergt zijn trofee op in zijn geldkistje, zodat de vliegen er niet bij kunnen. Hij ontkleedt zich en gooit zijn kleverige plunje achteloos op de zaagselvloer. Dan kruipt hij bij zijn echtgenote in de bedstee. Nog slapend, kruipt ze bij hem vandaan, instinctief, zo ver als ze kan, voordat de muur haar tegenhoudt. Hij kruipt tegen haar aan, duwt haar klem en begint haar slaapjurk omhoog te hijsen. Niets laat zijn eigen bloed zo stromen, als wanneer hij het bloed van anderen heeft laten stromen. Een probaat afrodisiacum.
Laura werd uit haar gedachten gehaald toen ze de arm van Miranda om haar schouders voelde. Het voelde aan alsof ze van erg ver moest komen. Ze drukte haar handen tegen haar ogen. Ze was zo verschrik­kelijk moe en deze stemmingswisselingen putten haar helemaal uit.
De negentiende verdieping was sneller bereikt dan ze had gedacht. Ze spitste haar oren, in de hoop een geluid op te vangen. Eender wat, gekrijs van een slacht­offer of een ronkende kettingzaag die lichamen in stukken sneed. Maar het was onheilspellend stil in de top van de wolkenkrabber.
‘Die riedel ken ik, hoor. Ik was gewoon nieuwsgierig.’ Ik knipoogde naar de pseudo en keek hoe laat het was. Mijn Elevatorgondel zou bijna vertrekken. Ik voelde fladders in mijn buik. Het ging eindelijk gebeuren: mijn eerste vlucht.
Als je een film offline wilt bekijken dan moet je eerst film downloaden. Ben je moe om in de rij te wachten om je favoriete films te bekijken?. Op welke manier zit het met luidruchtige bioscoopbezoekers die alles lijken te weten en jouw filmervaring vernietigen?
Door middel van kleding, geven mensen uitdrukking aan hun identiteit. Om in dezen orde op zaken te stellen moet men onderscheid maken tussen formele en informele kleding al dan niet bevrijd zijnde in dienst aan de orde van de regels van één of andere ziel-reddende traditie. Op die manier zijn er vier soorten kleding: F(ormeel) B(evrijd), F(ormeel) N(iet bevrijd) , I(nformeel) B(evrijd) en I(nformeel) N(iet bevrijd). (afb.) IN-group’s-kleding is modieuze en vrije-tijds kleding. Losstaande van tradities worden deze mensen als niet bevrijd beschouwd. IB-kleding is niet-uniforme kleding overeenkomstig de traditie, met hoeden, stropdassen, costuums en jurken. Deze mensen willen traditioneel zijn en netjes en worden allen als bevrijd beschouwd in hun traditionele liefde voor het individuele. FN-mensen gaan gekleed in uniform, de militairen, de politie, de klassieke muzikanten, priesters etc. en worden als niet-bevrijd beschouwd omdat ze het kruis dragen van het uniform van de oud-romeinse politieke tijd in weerwil van het individuele. Diegenen die zich formeel uitdossen in dienst aan de orde kunnen hun identiteit van professionele oriëntatie en civiele status tot uitdrukking brengen middels b.v. kleur en een band om hun nek die de graad van betrokkenheid bij de orde aangeeft. Deze laatste kleding-code is een voorstel dat hier als een optie geboden wordt en voor de twintigste eeuw nog Science Fiction is. De indeling naar beroepsoriëntatie (afb.) en civiele status(afb.) is traditioneel terwijl het uniforme dan onderworpen is aan de diversiteit van het individuele en de andere orde van de tijd in dienst aan de ziel. Vandaar de overweging als zijnde bevrijd naar klassieke formaliteit. Men kan van de betrokkenheid bij de beroepsgroep in kleur blijk geven: donkergrijs/zwarte kleding voor academici en priesters in de rol van adviseur/raadgever ten behoeve van de ziel, donker rood voor diegenen in burgerlijke dienst: politici, ambtenaren die de regering vertegenwoordigen in dienst aan de intelligentie. Lichtgrijze pakken voor de mensen in de handel en het bedrijfsleven in dienst aan de geest van de orde en beige kleding voor de werkende mensen in dienst van de lichamelijkheid van de orde. De individuele status van student/vrijgezel, gehuwd, teruggetrokken of onthecht zijn kan zich kleden met overhemden in respektievelijk groen voor de studenten, wit voor de gehuwden, blauw voor de teruggetrokkenen en oranje voor de onthechten (afb.). Het nivo van betrokkenheid (afb.) kan tot uitdrukking worden gebracht middels eretekenen die aan een band om de nek hangen (of de kraag van het shirt) die de kleur toont van de beroepsoriëntatie. Door het (staats)hoofd van de orde, of door een tijdregel, kunnen mensen worden beloond met eretekenen in de vorm van b.v. een zes-puntige ster (afb.) in zilver of goud voor deelnemers aan de orde met respektievelijk primaire en gedurige verdienste. Natuurlijk is dit allemaal vrijblijvend en kan niet in de wet worden vastgelegd: niemand kan gedwongen worden tot de orde te behoren noch worden verboden te doen alsof hij erbij hoort. Sociale controle zal zijn werk wel doen als het gaat om het onderscheid tussen akteurs en originelen. Het symbool van de orde als een zes-puntige ster heeft betrekking op het feit dat de dag en het jaar in 24 delen (één tijd, één indeling) zes sterredagen geeft die zes twee-maandelijkse seizoenen van zestig sterrendagen oplevert (zie tabel). Het geheel van de tijd (de sterrenhemel) verdeeld in zessen wordt aldus als een ster weergegeven (in kontrast met de bekende David-ster kan de aanduiding van twee driehoeken weggelaten worden door de structuur open te houden). Wat betreft scheren en reinheid, wordt de positieve houding jegens de andere sexe (ook van de teruggetrokkenen en onthechten) tot uitdrukking gebracht door gladgeschoren zijn en het hebben van kortgeknipt haar (behalve dan de dames die lang haar houden om hun sexuele aantrekking te verhogen). Onthouding kan worden getoond door het kultiveren van baarden en snorren of kort haar voor dames. Reinheid is geboden als de meest antieke traditie van goddelijkheid en beschaving.
Zij hebben geen rekening gehouden met de aardse onvolkomenheden en hebben dus een intelligente diersoort gecreëerd. Een diersoort dat zich niet meer kon aanpassen aan deze planeet en dat zich tenslotte zelf zal vernietigen.
Wat zal ik vanavond eens gaan doen? Brieven schrijven dus maar. Op mijn computer staat Hotmail geminimaliseerd, zodat ik kan zien of er weer reacties zijn op mijn brief op Facebook en op GertinAfrika.
Willem keek weer naar buiten. ‘Ik zie hem zo weer voor me. Ritmische halen aan die ouderwetse gehaktmolen. Zekere, geoefende handen die de worst draaien.’ Willem drukte zijn verbonden hand tegen zijn borst.
Ondertussen zijn de blijheid en de vrijheid fel onder druk komen te staan. En wel onder invloed van twee factoren. Eerst en vooral de steeds toenemende expansie van het politiek correcte denken, van de pensée unique, die de sfeer waarin de blije vrijheid kan gedijen, compleet is gaan vergiftigen. Dit politiek correct denken is gelinkt aan het dodelijke TINA-principe (“There Is No Alternative”). En daarnaast doordringt een aanzwellende angstpsychose de leefomgeving waardoor de vrijheid en de blijheid zich moeten gaan beperken. Een angstpsychose die niet alleen veroorzaakt wordt door het terrorisme, maar evenzeer door de vrees met betrekking tot de klimaatopwarming. Stel je voor dat de helft van België, incluis Oostende, weggeveegd wordt door een onstuitbare zondvloed.
De zwarte Maan in Vissen in het 6de huis en Priapus in Weegschaal in het 12de huis maakt ons bewust van het evenwicht en de dynamiek tussen het mannelijke en het vrouwelijke.*17 In ieder mens, zowel man als vrouw, is dit evenwicht van groot belang. Te veel daadkracht en naar buiten gericht zijn, maakt dat de verbinding met je innerlijke wijsheid om jouw eigen uniek pad, dromen en gevoel te volgen verloren gaat. Te weinig daadkracht en teveel gericht zijn op de binnenwereld maakt dat je je dromen onvoldoende vormkracht kunt geeft in je leven. De ene kwaliteit kan niet zonder de andere. We noemen de innerlijke samenwerking tussen man en vrouw ‘het heilige huwelijk’.
Een illustratie hiervan vinden we in neuro-economisch onderzoek op basis van het zogenaamde ultimatum game [3]. In het ultimatumspel krijgen twee spelers de mogelijkheid om een bepaalde som bvb. 10 euro te verdelen. De eerste speler moet een aanbod doen (bvb. 8 euro voor hemzelf en 2 euro voor de ander) en de tweede speler kan het aanbod aanvaarden of verwerpen. Als het aanbod aanvaard wordt, mogen de spelers de verdeelde som houden; wordt het aanbod verworpen, dan krijgen beiden niets. De regels van de speltheorie voorzien een ongelijke verdeling ten voordele van de eerst biedende speler. Inderdaad, als de eerste speler een verdeling van 8 tegen 2 voorstelt, zou de tweede speler dit moeten aanvaarden want 2 euro is beter dan niets. Uit alle onderzoeken met het ultimatumspel blijken de eerste spelers echter in meerderheid een meer gelijke verdeling aan te bieden. De vrees dat de tegenspeler het aanbod zal verwerpen, brengt de eerste speler er blijkbaar in de meeste gevallen toe een gelijk of fair aanbod te doen. In de onderzoek naar de hersenactiviteiten bij de beslissing van de tweede spelers werd vastgesteld [4] dat wanneer deze een onfair aanbod weigerden, verhoogde activiteit optrad in de insula cortex. De spelers die het aanbod echter aanvaardden, vertoonden een grotere activering van de dorsolaterale prefrontale cortex. De voorste cingulate winding (ACC) was ook bijzonder actief. Verschillende hersendelen regelen dus blijkbaar verschillende soorten denkprocessen. In zekere mate lijkt dan de ACC te bemiddelen tussen deze verschillende hersenregio’s.
De tweede keer dat ik naar die soundscape luisterde, klonk die veel doffer. Ik besefte dat het algoritme het geluidsbestand al had aangetast. Na enkele dagen hoorde ik slechts ruis als de branding die zich op het strand krult.
Vreemd om er zo over te denken, niet? Wat een totaal nieuw gezichtspunt. Niet status, werk, bezit of geld rechtvaardigt en ondersteunt het bestaan op Aarde. Nee, ieder mens komt iets unieks brengen op Aarde en dat alleen al betekent overvloed, waar een basisinkomen tegenover kan staan. En gezien het leven in wezen gratis is, zijn ook de 750 equi gratis. Dit basisinkomen geeft iedereen even veel en genoeg toegang tot het leven. Alle andere constructies, zoals belastingen, uitkeringen, subsidies, sociale zekerheid,…vallen dan weg. Niet alleen wordt op die manier alles plots veel eenvoudiger, maar ook zijn alle controlesystemen niet langer nodig. En dat betekent vrijheid. Niemand hoeft nog afstompend, zinloos en vervelend werk te doen, maar kan zich nu richten op het ontwikkelen en delen van de talenten, passies en creativiteit. Niemand is nog afhankelijk van de verzorgingsstaat. Wie hulpbehoevend is, wordt opgevangen door familie, vrienden of de lokale gemeenschap. Wie meer euro’s of equi’s wenst, kan blijven werken of een tijdelijke job zoeken, die wellicht zelfs een beter loon zal opleveren omdat er minder kandidaten zullen zijn. Het aspect ‘overleven’ valt weg en maakt plaats voor creatief leven en in vrijheid jezelf kunnen zijn.
1. Sinds ongeveer 1890 neemt de sociale ongelijkheid fors toe. De kloof tussen een bovenlaag van superrijken en de lagere klassen vergroot en verdiept zich jaar per jaar. Alleen voor de aristocratische en economische elite is de Belle Époque dus een periode waarin begeertes en verlangens quasi grenzeloos kunnen worden vervuld. De oorlogsdreiging kan worden vergeten met frivole feestjes in kuuroorden en toeristische badplaatsen die rond 1900 tot volle wasdom komen (Oostende, Monaco, Marienbad, Davos, etc.; uiteraard ook de Côte d’Azur en allerlei eilandjes zoals Capri en Malta). Sex, drugs & rock ’n roll avant la lettre dus. De bovenlaag kijkt met diepe minachting en zonder schaamte neer op le bas peuple (“boerkes”, “paysans”, “peasants”, etc…). sluimert onder deze minachting wel een vage angst voor een uitbarsting van geweld van de foule.
Er was geen strategie bedacht voor het meedelen van de bloeddruk aan de mensen en wie moest terugkomen bij een dokter. De bloeddrukken waren in het eerste uur wel gemeten en opgeschreven maar hoe iedereen zijn bloeddruk aan de weet moest komen was onbekend.
Er is misschien een halve seconde voorbij sinds Mooks woorden. Ik geef een subsectie opdracht een robuust nooddirectief te formuleren, terwijl ik de strook muur tussen de twee veldgeneratoren bestu­deer. Al gauw zie ik wat ik wil zien. Nog een halve seconde later is het nooddirectief voltooid. Voor Mook is er nauwelijks tijd voorbij gegaan. Zijn wenk­brauwen gaan vragend omhoog.
Het vreten of gevreten worden proces begon al bij de eerste levensvormen, dood materiaal diende voor de andere levensvorm als voeding, in den beginne als passieve vorm, later ook als agressieve vorm, het daadwerkelijk doden om te eten.
8. Wat doen we Pediatric Early Warning Score (PEWS) Identificatie van risico patiënten is mogelijk MAAR… In hoeverre draagt dit bij veiligere zorg? Aanname dat vroegtijdige herkenning via vroege behandeling leidt tot reductie van mortaliteit Identificatie moet leiden tot actie: rol van rapid response teams Aandacht voor cultuur aspecten & Crisis Resource Management
‘Ziedaar – Gwendolen,’ zei Eochaid, terwijl hij weids op het heidense beeld wees. ‘De stichteres van de Toren, natuurlijk lang nadat zij haar echtgenoot Locrinus had verslagen en troonsafstand had gedaan. Dat spreekt vanzelf. Een verhaal, niet helemaal ongelijk aan de lotgevallen van vrouwe Cynethryth, vindt u niet? Beide gestalten vertonen overlap, ontdek ik plots. Hoe kan het dat gebeurtenissen zich vaak voltrekken in een herkenbaar stramien, en personen samen lijken te vallen met andere personen? Is dat een patroon in de kosmos of in de manier waarop wij deze waarnemen?’
De patrilokaliteit vergemakkelijkte ook de alliantievorming tussen mannetjes die zo sterker stonden in hun oorlogjes met andere groepen of stammen of in het behoeden van hun hulpbronnen. Met de invoering van intensieve landbouw werd dan het pleit voor de vrouwen beslecht, want hun economische rol als voedselverzamelaars ging verloren. Mannen hadden er met de verzameling van bezittingen (veestapel, graanarsenaal, etc.) nu veel meer belang bij om zeker te zijn dat de kinderen van hun vrouw wel degelijk de hunne waren maar ook om meer te ‘investeren’ in hun kinderen, waardoor vrouwen dan weer minder reden hadden om zich tegen de dominantie van hun man te verzetten. Daarenboven gingen mannen ook andere mannen gaan domineren, m.a.w. er ontstond een hiërarchie waardoor andere mannen (van lagere rang) niet meer tussenbeide konden komen als de meester zijn vrouw sloeg. Barbara Smuts wijst erop dat transcultureel onderzoek inderdaad laat zien dat de mannelijke dominantie over vrouwen correleert met de mate van hiërarchie tussen mannen zelf. Het patriarchaat werd uiteindelijk bezegeld doordat vrouwen medeplichtig werden: vrouwen konden hun belangen als mens en als moeder op de duur beter behartigen door banden aan te gaan met mannen in plaats van met vrouwen. En daarbij kwam dat zich binnen de taal seksuele ongelijkheidsideologieën begonnen te ontwikkelen (waarvan bijvoorbeeld de Bijbel uitstekende voorbeelden laat zien). Barbara Smuts verbindt dus in één lijn mannelijke primatenagressie met het mannelijk patriarchaat zoals dat in de landbouwsamenlevingen vorm kreeg. Patrilokaliteit, gebrek aan wederzijdse vrouwelijke contacten en steun, mannelijke alliantievorming; mannelijke controle over hulpbronnen, vrouwelijke medeplichtigheid en de ontwikkeling van genderideologieën: zo voltrok zich het patriarchaat.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *