“regenwoud overlevingsuitrusting tropisch eiland overlevingsuitrusting”

In het bijzonder nadat het eerste van de liefde voorbij is en de sexuele drift is teruggebracht tot zijn normale proporties, kan de liefde veranderen in haar tegendeel. Agressie is het gevolg van frustratie. Denkend dat men bevrijd is van frustraties terwijl men van een liefdesaffaire geniet zal men dezelfde verplichtingen en beperkingen nadien terugvinden. Het beeld van de sexuele hemel is ontleend aan de Hoogste Persoonlijkheid die niemand kan zijn. Sex is ook van God, maar God is niet altijd sex. God kan heel goed zonder enig sexueel gedrag bestaan. Nuchter gesproken is God simpelweg orde en kan geregelde sex heel goed plaats maken voor een geregelde fitnesstraining (ook goed voor het buikje). Zo lang men in orde is, doet het er eigenlijk niet zo toe hoe men die orde respekteert, of men nu een crimineel is die (materiëel) in orde is, of een rechtgeaarde persoon: fysieke gezondheid is synoniem met in orde zijn (misschien dat de rechtgeaarde persoon in vrijheid iets langer zal leven). Haten is het tegendeel van de liefde: het volgt de liefde als een schaduw en wordt geen plaats gegund elders te verblijven. Van het ene houdend is men geneigd aan het andere een hekel te hebben. Ervan houdend iemand te houden, is men geneigd een hekel te hebben in bezitsdrang. Ervan houdend onafhankelijk te zijn is men geneigd een hekel te hebben aan afhankelijkheids-claims. Ook groepen mensen tesamen kunnen b.v. houden van de kleur van hun huid door eenvoudigweg al het andere te haten. Liefde is geneigd tot valsheid te vervallen een tegendeel van de begeerte hatend, gehecht zijnde aan de manifestatie van het object van de liefde. Derhalve zou men in feite alleen van de ziel moeten houden daar de ziel niet materiëel kan worden gezien. Men kan in het denken zich alleen herinneren hoe men is, was of zou moeten zijn. God zou de Heer kunnen zijn maar het enige visueel zekere over Hem is Zijn in de Tijd aanwezig zijn waarmee hij van vorm verandert. Men mag een zekere interpretatie van orde van de tijd toeschrijven aan het echte van de Tijd (ook de ondoorgrondelijke duur genoemd) maar dat zal altijd ten koste gaan van van een andere schaal van meting. Om niet op hatelijkheid uit te komen is het de vraag welke vorm het best het belang van de ziel zou representeren. Gehechtheid aan het eigen lichaam zal angst voor de dood en ziekte geven terwijl anderen, behalve voor de duur van een opleiding b.v., ook niet in hun vorm kunnen worden vastgehouden. Voor de tijd als een duurzame vorm van God is er het probleem van de representatie: welke representatie geeft het beste idee van uniciteit van het moment? Achterin dit boek wordt een ontwerp gegeven van een klok die slechts na één jaar zijn aanduiding herhaalt in plaats van na één dag zoals met de gebruikelijke klok, de schaal wegdraaiend van de middagaanduiding van de zon overeenkomstig de datum. het is een beetje beter (366 keer) in het differentiëren van het moment* maar ook moeilijker af te lezen zodat eerst moet worden geleerd het te waarderen als een juiste referentie of gemeenschappelijke basis voor iedere andere (in dit ontwerp digitaal aangegeven) vorm van tijdrespekt. Praktisch gesproken mag men zich gelukkig prijzen als de mensheid de oude differentiatie van lokale timing hervindt die er in het begin was van de heerschappij van het uurwerk. Hoe dan ook, bevrijd naar een alternatief begrip van de Tijd kan het niet werkelijk ongedaan worden gemaakt. Reëel gezien kan men alleen maar een ander tijdbegrip toevoegen en niet verwachten dat de oude chaos van de standaardtiming zal verdwijnen. Zo komt men uit op de wetenschappelijke conclusie van een gecomputeriseerde tijd welke een vrije keuze is van tijdbeheer tegenover een geldige (zogenaamde astrarium-) referentie van optimale representatie. De orde van de ziel van deze vorm van God afleidend, geen andere vorm uitgesloten hebbend, mag men verwachten vrij te blijven van hatelijkheid. Op deze manier kan een liefdesaffaire een succes zijn in gedachten houdend dat met de stabiele fixatie op de (vorm kennis en orde van de ) ziel de sexuele band kan worden gewaardeerd, gegeven een afwezigheid van verdringing van alternatieven. 
Dit allemaal dus omdat we even iets kwijt willen omtrent de hype begrippen “religie” en “trauma (shock)”. Bij nieuwsverhalen rond deze thema’s worden ons immers doorgaans dat soort sentimenten opwekkende anekdotes en getuigenissen als afzonderlijke en ingekaderde hapjes nepjournalistiek aangeboden.
Afgelopen dinsdag (6/1) was het in de Belgische Oostkantons zo’n -1o graden Celcius bij helder, zonnig weer. Hoewel er maar net voldoende sneeuw lag waren de pistes open. Hierbij  een reportage die ik voor het ANP maakte.
Ik dwing mezelf mijn armen uitnodigend voor haar te openen en we treffen elkaar aan het nabije einde van het bedieningspaneel. Ze beant­woordt mijn gespreide armen met de hare. Vaag merk ik de bewapende figuren op die in de hoeken van de brug toekijken, dan sluit ik haar tegen mijn borst. Haar armen vouwen zich om mijn flanken, terwijl ik bijna haar volledige gestalte omvat. De grauwzwarte hoed tuimelt naar achteren en stuit van het paneel op de grond; ik snuif de zoute, dierlijk-frisse geur van haar wilde kroes.
Boven, in haar eigen kantoor sloot Meyago zorgvuldig de deur. Het schraapte over de vloer net voordat het in het slot viel. Meyago plaatste de contracten op haar bureau, haalde Beijjuns oorbellen uit haar oren, knipte ze open.
De gedrongen gestalte van zijn geliefde haalde de schouders op in het kille maanlicht. Ferdi kon nog net de melancholieke glimlach zien die om Sals mond speelde, de lippen die hij zo vaak had gekust omhoog gebogen maar gesloten, Sals ogen glanzend.
Zo komen we bij het begrip charisma, dat sinds het werk van de veelzijdige en invloedrijke socioloog Max Weber (1864-1920) met leiderschap wordt geassocieerd. Bij een charismatische figuur vertolkt de wil van een individu, een groep of het volk zich niet in het spreken van de ‘auctor’, integendeel. De charismatische figuur slaagt erin via zijn optreden (stem, lichaamstaal, kledij) mensen te ‘begeesteren’, ze (een soort ‘armen van geest’) een ‘geest’ te geven. Dit impliceert natuurlijk dat een vonk van deze geest reeds bij de mensen aanwezig is, anders zouden ze het charisma van de leider niet ‘herkennen’ en zich niet kunnen laten begeesteren. Bart De Wever, Yanis Varoufakis, Marine Le Pen, Geert Wilders en paus Franciscus zijn charismatische figuren.
Sometimes, I wish that I, myself, had brought my mother into the world. Rather than the other way around. If I had given birth to my mother instead of she having given birth to me, at least things would have run very differently.
In de prille jaren 1970, toen ik mijn doctoraat opstartte over hedendaagse arbeidsingesteldheden en arbeidsethieken (die ik in navolging van Britse arbeidssociologen aanduidde als arbeidsoriëntaties), nam ik me voor mijn werk aan te vangen met het naar voren schuiven van een psychologische definitie van arbeid (wat ik ook heb gedaan: “Arbeid is het klaarmaken van een product voor consumptie door de persoon zelf of door anderen, zelfs al gaat het om een half-afgewerkt product; dat zal immers door een volgende arbeider in de productiecyclus ‘geconsumeerd’ worden; in mijn definitie is ook het stofzuigen van de leefkamer dus arbeid”). Dat zoeken naar een arbeidsdefinitie bracht me bij de antropogenese, de overgang van mensapen, die niet arbeiden, naar mensen, die wel arbeiden. Daarbij was ik toen natuurlijk bijzonder schatplichtig aan Friedrich Engels’ Anteil der Arbeit an der Menschwerdung des Affen (‘De Rol van de Arbeid in de Menswording van de Aap’), een hoofdstuk uit zijn Dialektik der Natur. Immers, iedereen die het expliciet had over arbeid in de antropogenese, vertrok op één of andere manier van Engels’ werkstuk. De bijdrage van Engels heb ik zowel in het Duits als in het Frans gelezen (mijn Duits is eerder gebrekkig maar met een woordenboek erbij vlot het wel).
Ze werd geboren toen we zeven maanden terug waren op aarde. We noemden haar Petronella, naar mijn vader. Al snel werd dat Ella. Ze was de eerste in de ruimte verwekte baby. Vooral Lars was daar heel trots op. Niet dat hij er iets mee kon: zijn reis was illegaal geweest, dus konden we niets claimen. Ook konden we nooit zeker weten of andere stellen ons niet waren voorgegaan.
de mens, als schaapherder van al het zijnde (zoals Agamben schrijft), neemt zijn natuurlijke verborgenheid en zijn dierlijkheid in zich op, zodanig dat deze dierlijkheid niet langer voor hem gesloten en verscholen blijft. En in dit perspectief herleidt de mens zijn dierlijkheid niet tot een voorwerp van bemeestering, maar denkt en aanvaardt haar als dusdanig, zoals ze werkelijk is. Zijn dierlijkheid wordt niet ontkend en vernietigd maar ze krijgt toelating (Italiaans ‘abbandonamento’; Oud-Frans ‘à bandon’ = met permissie). De mens laat zijn dierlijkheid toe: let it be! Het is niet meteen duidelijk hoe we ons dit moeten voorstellen, maar ik breng het in verband met Agamben’s denken over de doelloosheid van het leven, thema dat we ook bij Nietzsche al terugvinden. Het leven als ‘middel zonder doel’ (ook al de titel van een boekje van Agamben), m.a.w. leven als leven en niet als middel voor een (illusoir en ingebeeld) in de toekomst gelegen einddoel.
Hij legde de slijpstaaf weg en hief het hakmes hoog. Recht voor hem, op het glanzende RVS, lag het grootste braadstuk dat de slagerij verkocht. Duivels­gebraad, dat zachtjes leek te ademen. Met alle kracht die hij in zijn armen had, liet Berend het hakmes neerkomen op het vlees. Het mes ging er bijna in één houw doorheen en de punt kraste schril op het werk­blad. De schreeuw van het braadstruk was zo luid dat Berend naar zijn oren wilde grijpen. Maar hij hield het mes vast en begon in te hakken op de konijnen, de kippen en de lamsbouten. Het vlees gilde en krijste en Berend krijste mee, probeerde het gegil te over­stemmen. Hij pakte een tweede mes en hakte met venijn in op elk stuk roze varken, rund of kalf wat hij onder zijn messen kon krijgen. Het gegil zwol aan en leek oneindig door te echoën. Hij liet het mes vallen en begon schreeuwend en huilend met zijn handen het vlees verder uiteen te rijten. Zijn hoofd was volledig gevuld met wanhopige kreten en het gebonk van zijn eigen hartslag.
‘Mam! Lars!’ Sprakeloos keek ik terug. Al maanden verheugde ik me op mijn volgende uitzetting. Ik kon nergens anders over praten dan over Meeuw en andere Lars, over de stilte in de ruimte, de gepixe­leerde regenboog, het zalig-even-alleen-zijn… ze wísten het. ‘Natuurlijk ga ik, wat dachten jullie dan?’
Was er een fout in mijn systemen geslopen? Ik liet een uitgebreide diagnose lopen. Mijn walgparameter liep gelukkig alweer op. Die was dus in orde. De eerste resultaten van mijn diagnose lieten zien: mijn negatieve para­meters waren door het controlestation op nul gezet. Het had ook mijn drijfveren aangepast. Mijn wens om de familie Steiner te dienen was weg. Ik kon me die wens nog wel herin­neren, maar als drijfveer was hij verwijderd. Helemaal.
De bands zijn veel meer identiek aan de stijl die zij spelen dan de onze die veelal een eigen stijl willen hanteren en, bovendien een veelal eenzijdig repertoire keuze hebben. In ieder geval zo dat vele band hetzelfde brengen en in feite kopieën zijn van hun goedlopende collega’s. Niet allemaal maar wel vele.
Schizofrenie: de mentale toestand de resulteert uit bevrijding zonder discipline. Het wordt beschouwd als een ernstige geestesziekte waarvoor geen medische genezing bestaat daar de realisatie van spirituele zelfreflectie niet ongedaan kan worden gemaakt tenzij zwaar geblokkeerd door psychopharmaca die een andere hel van bestaan vormen. Afkerig van discipline en de autoriteit de erbij hoort vervreemd het individu van de spirituele werkelijkheid die wordt waargenomen als zijnde ongecontroleerd en demonisch. Deze mensen werden vroeger tevens bezeten door boze geesten genoemd. Een andere manier het te definiëren is de staat van verdeeld en begoocheld zijn in het bewustzijn van tijd en plaats geen gevoel van richting hebbend in het leven. Kan ook de ziekte genoemd worden van de misvatting van het niet-dit-bewustzijn van materiële identificatie. De genezing ligt in het aanvaarden van de geestelijke uitdaging de discipline lerend van het zich gelijkrichten naar de ziel in het hier en nu van een geestelijke autoriteit.
Blijven we eerst even in 2015, vandaag dus. De kans is klein dat een paar jaar voldoende zullen zijn opdat de Vlaamse (en Europese socialisten) eindelijk weer eens een echte hoofdrol kunnen spelen. De verkiezingen van 2018 zullen zeker winst opleveren voor de Vlaamse socialisten, maar heel groot zal deze winst waarschijnlijk niet zijn. Daarvoor is het woord “socialisme” in een zekere publieke opinie te negatief geladen geraakt, en zelfs het woord “sociaaldemocratie” (dat het gewone volk als dusdanig eigenlijk vreemd is). De uitspraak “het is allemaal de fout van de socialisten” ging er in 2014 en begin 2015 in als zoete koek, einde 2015 al flink wat minder. Die emotionele verwijten en beschuldigingen zullen vermoedelijk snel wegebben, zeker als de “centrumrechtse” regering Michel I met een eventuele terugval van de economische groei zou hebben af te rekenen. Een nieuw verlengstuk van de crisis van 2008 is niet uitgesloten, zelfs waarschijnlijk op relatief korte termijn. De verwijtende uitspraak geeft eigenlijk aan dat mensen hoge verwachtingen koesterden in het socialisme, die in hun totaliteit verre van ingelost zijn. Zijn die hoge verwachtingen nu of straks nog aanwezig? En dit in een sfeer van dreigende oorlogen? Moeten we eerst nog een veel grotere wereldcrisis overleven? Want de crisis van 2008 was niet voor iedereen een ramp! En hoe zou een nieuwe wereldcrisis en dus wereldoorlog eruit zien? Geen klassieke oorlog, die hebben we nu al heel lang niet meer. Een cyberoorlog waarbij men de informatienetwerken en dus de energietoevoer van de “vijand” uitschakelt gecombineerd met genadeloze economische oorlogen? Een ganse reeks burgeroorlogen die op elkaar ingrijpen, samenhangen en zich naar andere landen verspreiden? Cynisch is het dat oorlog samengaat met enorme technologische vooruitgang in de wapenindustrie, vooruitgang die zich dan verspreidt in de andere sectoren. Om te creëren moet je eerst vernietigen, schreef Bakoenin als ik het goed heb. (Zelf ben ik gewetensbezwaarde en mag dus gelukkigerwijs of ongelukkigerwijs geen wapens bezitten of hanteren.) Eigenlijk is de “Derde Wereldoorlog” reeds begonnen en ze zal zeker een 3 à 5 jaar duren. Ze zal pas wegdeemsteren wanneer de wapenindustrie niet meer kan volgen of hun winstmarges niet meer op kunnen tegen de winstmarges van industrieën die betrokken zijn bij de wederopbouw. Zo liep het in de Eerste Wereldoorlog en ook in de Tweede Oorlog, al verklaren de diverse winstmarges uiteraard niet alles.
De sfeer, decor, muziek en camerabewerking van de film was prachtig. De heerschappij van malafide clans werd goed uitgewerkt en het trio krijgt met zo twee bendes te maken. Het is een business als een ander waar je moet afrekenen met concurrentie zullen die waarschijnlijk denken. Een ander bekend fenomeen, namelijk de kastesamenleving in India kwam in zijn geheel niet aan bod. Dat is geen verwijt, eerder een vaststelling. Mogelijk kon dat de film naar een nog hoger niveau gebracht hebben.
‘Een boegbeeld? Ik weet van niets, heer! Ik weet echt niets van een boegbeeld. Ik heb u mijn misdaden opge­biecht. Geef me een kans om het goed te maken. Ik zal de Gentse dromer terug lokken, ik zal uw sieraden terug­halen. Ik breng u de kroon!’
Het was een stem met een zwaar accent en het klonk krakerig en oud. De bijbehorende eigenaresse kwam al snel in zicht en Laura moest een gniffeltje onder­drukken. Als er iemand thuishoorde in dit Japanse snuisterijenwinkeltje, dan was het dit dametje. Ze was zo klein dat ze met de top van haar kruin amper tot Laura’s oksel kwam en ze droeg een kimono die aan de onderkant wat gerafeld was.
‘Nee heer, zeker niet, wat een opmerkelijke ver­onder­stelling. Maar ze willen graag de reden van ons bezoek kennen, zodat ze vrouwe Cynethryth in kennis kunnen stellen. Geen absurd verlangen, dunkt mij. Deze vrouwen en hun voorgeslacht zijn al sinds men­sen­heugenis en langer aan de Toren verbonden.’
Nee, even serieus, dat kun je natuurlijk niet doen, maar tsja, ik zou zeggen, ze komt het dan nog wel te weten, als haar een keer iets naars overkomt. Ik denk dat het virj moeilijk is om van zo’n “verslaving” aan bezit e.d. af te komen als je nog in de waan leeft dat het gelukkig maakt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *