“ramp overlevingsuitrusting overlevingsuitrusting rood kruis”

De Stanley Adventure Vacuum Bottle is een lekvrije thermosfles, gemaakt van dubbelwandig roestvrij staal. De fles kunt u eenvoudig dicht of open draaien en de dop is tevens te gebruiken als beker. Dankzij de goed geïsoleerde binnenwand blijft uw drank tot 20 uur warm en gekoeld. Dit maakt de fles ideaal voor lange survival trips of andere avonturen
De al in Zweden aanwezige toestellen uit de A-serie zijn in 1945 nog aangevuld met C-toestellen die door gevluchte Duitse piloten daarheen werden meegenomen. Het gaat hier om een twaalftal exemplaren, waarmee nog tot eind jaren vijftig is gevlogen. Bulgarije kocht voor haar luchtmacht 12 Fi 156C’s, welke aan het oostfront zijn gebruikt. Verder zijn de C’s gebruikt door Kroatië (2), Frankrijk (64), Hongarije (4), Italië (ca. 15), Roemenië (ca. 45), Slowakije (12) en Spanje (20).
De zon gaat onder en wij verschijnen. Wij zien nooit de zon, wij leven in het land van duisternis, mist, padden en verloren zielen. Onze gasten vinden door middel van paden met gekleurde lampions hun weg naar de baishun-yado, of ze worden per boot gebracht door de amanojaku veermannen.
Dus dacht ik gisterennacht: ik lees toch maar eens Richard Dawkins’ “God als Misvatting” (2006). Ik heb het destijds nooit willen lezen. Een boek waar jan en alleman meteen én tegelijkertijd tergende tralala over kwijt moet, kan immers onmogelijk een goed boek zijn. (Zo ben ik, achteraf gezien, enige maanden geleden helaas zo naïef geweest 25 à 30 euro te vergooien aan Thomas Piketty’s “Le Capital au XXIe siècle”. Niet omwille van die 25-30 euro, maar omdat je bij een investment toch wel een min of meer equivalente return verwacht, althans iets inhoudelijks meer dan wat je eigenlijk al wist of overtuigd van was – en als niet-econoom heb ik ook geen boodschap aan die opeenstapeling van moeilijk te ontraadselen tabellen en grafieken. Michel Houellebecq’s laatste heisa-roman “Soumission” weiger ik dus te lezen, en die weigering zwelt in hardnekkigheid aan naarmate ik des te meer met dat boek om de oren word geslagen; misschien lees ik het wel eens binnen 3 of 5 jaar als slaapkamerlectuur.)
Mijn werkvergunning voor de komende drie jaar is er dus. Nu is er weer een probleem met de herregistratie als specialist. Daarnaast heb ik nog geen residence permit, oftewel verblijfsvergunning. Officieel mag ik hier dus nog geen geld verdienen. Vijftien maanden geleden was me wel beloofd dat ik gewoon een betaalde baan zou krijgen maar na 8 maanden hier heb ik nog geen salaris gekregen, alleen één keer een voorschot van omgerekend 360 euro. Ik werk gemiddeld zes dagen per week 11 uren per dag en heb heel wat avond-, nacht en weekend diensten gedaan. Ik heb wél een huis gekregen met een grote huiskamer, twee badkamers, drie WCs, drie slaapkamers, twee garages en 40×40 meter tuin en gratis water en elektriciteit. Maar ook met een fantastische hoeveelheid achterstallig onderhoud, wat ik zelf moet doen en ook zelf moet betalen.
Maar wat moest ze verder? Ze zag het niet zitten om alleen in de studeer­kamer rond te hangen, niet met wat zich daar had afgespeeld. Ze vond het ontzettend moeilijk te bepalen of dit nu allemaal in haar hoofd plaatsvond of niet, maar het feit dat Miranda’s pijn en het afschuw­wekkende spiegelbeeld met elkaar samen­vielen, deed haar het ergste vermoeden. En toch wilde een deel van haar geest er niet aan. Dit soort dingen bestond niet, gebeurde niet. De type­machine die uit zichzelf een woord op papier kwakte, het moest een logische verklaring hebben.
Een exacte definitie of omschrijving is haast onmogelijk om te geven als het op overlevingskits aankomt. Er zijn zoveel verschillende toepassingen waarbij overlevingskits gebruikt worden dat één definitie geven onmogelijk lijkt.
Op die plaats een nieuwe stad bouwen was in die tijd zeker geen evidentie. De aangekochte gronden lagen ver van alle bestaande infrastructuur en bovendien moesten de kilometers brede en hoge duinen gefixeerd worden. De Belgen besloten maar om alles tegelijk te doen, de enorme wandelende duinen fixeren en beginnen bouwen.
Van de idolen van de kampbewakers wordt niet verwacht dat ze waarheid spreken: alleen dat ze meningen en gratuite uitspraken presenteren als universele waarheden die niet inwerken op het verstand maar de oververhitting van het gemoed temperen. Ben je nog geneigd bij het aanhoren van Elio di Rupo en zelfs Koning Albert enige tegenspraak te verzinnen, het komt niet bij je op Rik Torf’s uitspraken te toetsen. Al is hij maar professor Kerkelijk Recht (een maatschappelijk weinig relevant vak waar vooral buitenlandse katholieken die hopen in hun thuisland ooit kardinaal te worden, naar komen luisteren; of misschien precies omwille van de irrelevantie van dat vlak), Rik Torfs weet gewoon alles: over de betekenis van buitenlandse pausbezoeken tot de wijze waarop een vrouw een vent moet versieren. Nochtans is bij nader toezien elk van zijn uitspraken bijzonder bedenkelijk. ‘Zelf wanneer een man [door op bordeelbezoek te gaan] zijn vrouw bedriegt, wordt hij bedrogen [namelijk door de prostituee die zegt dat hij knap en viriel is]’: daarmee wint Rik Torfs de gunst van een paar dames die naast hem met opgeschoven rok in de tv-studio zitten. Bedriegt een hoerenloper zijn vrouw? Dat is helemaal niet vanzelfsprekend: volgens de evolutionaire psychologen (die Rik Torfs ongetwijfeld kent) zal een vrouw zich vooral bedrogen voelen als haar partner een emotionele band aangaat met een andere vrouw. En dat doet een man niet met een prostituee. En is het niet de man die in de geschiedenis altijd hoorndrager was? Terwijl hij fluitend op bordeelbezoek ging, deed zijn vrouw het vroeger met de melkboer en nu met de verzekeringsagent die wat nieuwe polisvoorwaarden komt bespreken. En wie hoe dan ook steeds bedrogen wordt, is de prostituee: zij moet het geld van de man afgeven aan een pooier en ze mag al blij zijn dat ze daarbij niet afgetroefd wordt. Alleen happy hookers zoals Xaviera Hollander er in onze mannelijke hoogdagen één was, kunnen dat bedrogen worden ontlopen. Kortom bij alles wat Torfs zegt kan je eigenlijk onmiddellijk zeggen: ‘Hei man!’ B.v. over de interreligieuze dialoog: ‘De Paus spreekt als belichaming van de universele waarheid van de katholieke kerk met islamleiders en orthodoxe hoogheden en vindt dus dat zijn gespreksgenoten zich eigenlijk fundamenteel vergissen. Een vreemd uitgangspunt voor een dialoog.’ Maar is dat niet het uitgangspunt van elke dialoog en onderhandeling (tussen politieke partijen over de staatshervorming of bij een regeringsvorming; tussen de sociale partners als ze het eens moeten worden over een nieuw interprofessioneel akkoord; tussen twee samenlevenden die ruzie maken over waar het zout moet staan op tafel): dat de ander zich vergist (maar dat hij of zij macht heeft en dat je dus met hem of haar moet praten)? ‘De paus is met Johannes-Paulus II een politicus geworden!’ Is de paus dat niet altijd geweest, behalve in de 2de helft van de 19de eeuw toen Garibaldi hem in Italië op zijn plaats had gezet? En je kan Torfs soms ook moeiteloos op ordinaire foutjes betrappen, zoals toen Siegfried Bracke hem zijn mening vroeg over Benedictus’ beruchte uitspraak over de islam aan de Universiteit van Regensburg. ‘De Paus heeft over de islam strategisch gezien niet bepaald slimme dingen gezegd.’ ‘Is dat daarom ook verkeerd?’ werpt Bracke op. ‘Nee, niet alles wat slim is is verkeerd.’ (Wat natuurlijk moet zijn: Niet alles wat dom is, is verkeerd.)
Als je dan kijkt hoe Denemarken de zaken had aangepakt……dan schaam je jezelf als Nederlander rot. En kijk je hoe aan het eind van de oorlog het Nederlands communistisch verzet aan de Duitsers is uitgeleverd door Oranje…..of de belofte aan de Molukse bevolking.
In die jaren van de Belle Époque is het voor de leden van de bovenlaag een must om te lijden aan een of andere zenuw- of geestesziekte. Vooral dan bij jongvolwassenen. Mannen schepen zichzelf op met neurasthenie, vrouwen met melancholie, een zenuwinzinking of een onduidelijke “hysterie”. Ook nymfomanie is aardig meegenomen. Dit soort ziekten geldt als een privilege, als een erezaak en als een bewijs van hogere sociale status. Wie voor zijn overleving moet werken of afhankelijk is van liefdadigheid kan zich geen dergelijke ziekten veroorloven. Neurasthenie e.d. fungeren dus als een manifest teken dat je je het, dankzij geërfde rijkdommen, kan permitteren in het geheel niets te doen. De Belle Epoque zijn ook de hoogdagen van allerhande alcohol- en drugverslavingen: van absint tot opium en cocaïne. Zonen en dochters van geboren rijkelui doen er alles aan om zich artistiek en intellectueel voor te doen (“dandyisme”). brengen graag hun tijd door in de brede marge van de artistieke en intellectuele avant-garde, die net tijdens de periode van de Belle Epoque haar hoogtepunt bereikt.
Daarnaast heeft de zombiecrisis-moordenaar gratis spel te spelen uniek en realistisch 3D-grafisch, hopen dat u van de verlaten zombie-vrije schieten met moderne wapens zal genieten, met inbegrip van sniper geweren, geweren, pompwapens en shortguns.
Die 2 problematische punten beperken Schnitzlers aandacht wezenlijk tot de moraalpsychologische impact van ICT op individuen. Zo staat hij bijvoorbeeld zeer negatief tegenover wat hij datasubjectivisme noemt: het gegeven dat we onze zelfervaring herleiden tot een self-monitoring van onze gezondheid via feedback van allerlei sensoren die diverse aspecten van onze gezondheid meten zoals hartslag, bloeddruk, het aantal vandaag gezette stappen, suikerspiegel, slaapkwaliteit en eventueel snurken, enzovoort en deze dus omzetten in data die ons toelaten onze levensstijl eventueel te richten naar zekere standaarden. Dit moet dan een voorbeeld zijn van de neoliberale ideologie van persoonlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van ons leven. Wie succes heeft, heeft dat uitsluitend aan zichzelf te danken, en wie pech heeft natuurlijk ook. Dat de beschikbaarheid van gezondheidsgegevens tot een obsessie met onze gezondheid en welzijn zou leiden is echter betwijfelbaar. Het kan ook onzekerheid wegnemen. De kwestie is dus analoog met het probleem van een dokter die bij een patiënt kanker vaststelt: wil de patiënt het weten of verkiest hij de onzekerheid in de hoop dat het allemaal niet zo erg zal uitvallen.
Een metalen tank besloeg het midden van de ruimte. Talloze slangen aan een kant van het gevaarte waren verbonden met onbekende machinerie die er geïm­proviseerd uitzag en Harrald herinnerde zich de woorden van Arnold Janssens. Een bundel glasvezel­kabels liep naar een donkere kast in de hoek waarin twee dozijn computers in hoog tempo ledjes lieten oplichten. Harrald vroeg zich af waar de computers het zo druk mee konden hebben.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *