“overlevingsuitrusting voor jongens de wazoo overlevingsuitrusting avontuur armband”

Moeder zag mijn verdriet en pakte mijn gezicht vast. Haar duim veegde teder over mijn wang. ‘Ik snap je, lieverd. Het spijt me dat ik alleen aan mijn eigen eenzaamheid denk, terwijl jij je allereerste uit­zetting alleen moet doen.’ Haar betraande ogen keken me begripvol aan. ‘Papa had erbij moeten zijn.’
Mijn strot werd dichtgeknepen en ik zakte naar mijn keel klauwend op mijn knieën. Het vuurwapen plofte in het zand. Nutteloos. Ik had tenminste nog de tegen­woordigheid van geest om vervolgens naar het masker in Jonas’ klauwen te grijpen. Hij danste opzij, met grijnzende tanden en een hongerige, wraakzuchtige blik.
Commentaar van het Netwerk Psychiatrie & Samenleving, netwerk dat opkomt voor een radicale humanisering van de geestelijke gezondheidszorg: ‘1. Vreemd: het onderzoek wordt eerst in het buitenland gepubliceerd voordat het in België wordt geopenbaard. De onderzoekers zijn blijkbaar meer begaan met hun cv met het oog op een internationale loopbaan dan met het leveren van een bijdrage aan de Volksgezondheid. Dit is niet de eerste keer dat wij dit merken. Ook Dr. Pascal Sienaert b.v., ElektroConvulsieTherapie-promotor van het universitair psychiatrisch ziekenhuis Kortenberg, publiceerde eerst zijn weinig opbeurende bevindingen over de elektroshock-praktijken in Vlaanderen en Brussel in het Engels: in de later verschenen Nederlandse versie zijn heel interessante passages anders voorgesteld. 2. waarom spreekt men plots van psychiatrische stoornissen in plaats van mentale? Het zal wat worden als die 42% door psychiaters behandeld moet worden. Het wordt tijd dat de psychiaters toegeven dat ze in de geestelijke gezondheidszorg gewoon een belanghebbende partij zijn zoals vele anderen en niet de ‘experten’ die vanuit een zuiver neutrale positie zouden weten wat ‘geestelijke gezondheid’ is. Van de geneesmiddelen die voorgeschreven worden, weet de doorsnee psychiater niets meer af dan wat er op de bijsluiter staat, dus niet meer dan de mondige patiënt zelf. En men zal moeten beseffen dat geestelijke gezondheid in de eerste plaats een sociaal-politieke aangelegenheid is en geen medische. Zolang men de geestelijke gezondheidszorg ziet als een relatie tussen een alwetende ‘expert’ – zij het psychiater, zij het gedragspsycholoog – en een onwetende ‘patiënt’ is geen vooruitgang mogelijk. Zelfs het woord ‘zorg’ moet in de sfeer van het psychosociaal welzijn dringend overboord gegooid worden. Het verwijst te zeer naar een ‘christelijke’, schijnheilige barmhartige die zijn mantel in tweeën snijdt om een deel ervan aan een naakte sukkelaar te geven. Niemand weet wat onder geestelijke gezondheid moet verstaan worden: de medici zijn zelf van de term ‘ziekte’ (illness) overgestapt naar de term ‘stoornis’ (disorder), een term uit de wereld van de ingenieurs. Maar de mens met een psychisch is noch een zieke, noch een gestoorde, noch een onverzorgde: het is een mens die hoopt dat met hem of haar samengewerkt wordt aan de ontplooiing van zijn of haar mogelijkheden om een stukje betere wereld voor zichzelf en zijn/haar nabestaanden uit te bouwen. Het is precies de hedendaagse aanpak van die mens met existentiële of psychische problemen – en die hebben wij allemaal een beetje – die, door hem of haar af te zonderen en uit te sluiten, van hem of haar een zieke en een gestoorde maakt die niet meer in staat is zichzelf te verzorgen.’)
Nog eentje apart voor een eigen kamer in de inrichting, Arnon Grunberg deze man is zo gestoord als maar kan en moet echt apart worden behandeld om enige kans op genezing te hebben. Lees zijn stukken op de voorpagina van de Volkskrant maar eens, de man vindt zichzelf de humanist van de eeuw en heeft een lading vooroordelen waar zelfs de grootste fascist jaloers op kan zijn.
Dat soort aangematigde kloof tussen auteur en lezer, die geen afstand is maar een echte kloof, stoot me altijd tegen de borst, die gelukkig niet zo breed is. In dezelfde zin heb ik ook nooit begrepen dat maatschappijcritici die ons haarfijn uit de doeken doen hoe de “consumptiemaatschappij” ons allemaal genadeloos manipuleert en onze hersens spoelt, zelf ontsnappen aan deze alomvattende en alomtegenwoordige manipulatie. Het kan alleen betekenen dat ZIJ het zijn die leven in de vreugde en de pijn om ons dagelijks te manipuleren en onze hersens te spoelen.
Laura kwam naar Miranda toe, haar hoofd schuddend. ‘Het is vast onderdeel van de research voor zijn laatste boek. Hij wilde iets doen met Japanse folklore maar ik geloof niet dat er al echt een heel duidelijk idee was. Ik moet eerlijk zeggen dat ik geen flauw idee heb waar hij precies mee bezig was, ik heb vooral genoten van het land en de cultuur. Hij liet meestal niet zoveel los over nieuwe boeken voordat de puzzelstukjes een beetje op zijn plek vielen. Ik kreeg meestal pas echt inzicht in zijn verhaal als ik begon met de redactie er van. Laat eens zien?’
‘Eh, nee, sorry. Ik ben op zoek naar informatie over – nou ja, kijkt u zelf maar.’ Ze diepte de tekening met de Japanse tekens op uit haar tasje en schoof hem over het bureau naar de vrouw. Die schoot achteruit alsof ze door een horzel gestoken was. Een stroom buitenlandse woorden kaatste door de ruimte – ongetwijfeld verwensingen die ze natuurlijk niet kon verstaan.
39. Data voor onderzoek • Bij de eerste keer invullen wordt akkoord gevraagd voor gebruik gegevens voor wetenschappelijk onderzoek (optioneel) • Gemiddeld geeft 92% toestemming • Dit levert veel waardevolle data op voor onderzoeksdoeleinden
Welke plezante en verrijkende levenservaringen kun je in die tijd evenwel niet opdoen! De veldritcross in Diegem kan zo ongeveer tellen voor 3 à 4 bladzijden. Even in het park gaan wandelen en met een geveinsde semi-pedofiele blik kijken naar de spelende kindertjes die in de waan verkeren dat ze balanceren op een sneeuwtapijt van een halve meter dik en dat ze kunnen schaatsen op bevroren vijvers: dat is ook wel 2 bladzijden waard. Een praatje slaan bij een flinke kop koffie in de Kaffiebar De Familie Jansen in de Kapucijnenstraat: ook 2 à 3 bladzijden. En daarna valt stilaan de duisternis in, moet er gesoupeerd worden en is het tijd om bij een fles wijn naar muziek uit mijn rijke jeugd te luisteren. Daar krijg ik tenminste geen schrijfdromen van.
En internationaal wordt onze economie voor een flink stuk gedirigeerd door een geglobaliseerd neoliberalisme. In West-Europa is deze dan nog gekoppeld aan een verregaande “soberheidspolitiek”, opgelegd door de Europese Commissie. Op die manier neemt de inkomensongelijkheid steeds meer onrustwekkende hoogtes aan. Socialistische partijen die zich profileren als beleidspartijen, kunnen in deze context niet anders dan zich voor een niet onbelangrijke mate te verloochenen. Het levert hen het pijnlijke verwijt op “kaviaarsocialisten” te zijn (waar ze vroeger “salonsocialisten” waren). Een parlementaire meerderheid is doorgaan ook maar tijdelijk, onvoldoende om een beleid op halflange termijn uit te voeren (cf. Labour in Engeland, de PS in Frankrijk, enzovoort). Een democratische wereldregering zoals met aandrang gevraagd door de vermaarde Pools-Britse socioloog en sociaaldemocraat Zygmunt Bauman, zit er niet aan te komen (5). En het is ook niet duidelijk wat men zich daarbij moet voorstellen, vooral bij dat “democratische”. Waar is de tijd van de Socialistische Internationale waar heel wat Belgische socialisten een prominente diplomatieke bemiddelingsrol speelden?
Eerst wil je het niet erkennen, het feit dat niet alleen jouw haren grijzer worden in het goede geval en in het vervelende geval uitvallen, maar dat ook jouw spieren het een beetje laten afweten en je het signaal geven dat je wat eerder moe wordt, of jouw spieren gaan in staking.
Niet alleen de actuele impact van de digitale technieken en netwerkstructuren is onderwerp van discussies en meningsverschillen. Ook moet onze aandacht gaan naar het soort mensen en het soort samenleving die op halflange termijn vorm zullen krijgen door het gebruik, de toepassing en de verdere verfijning en uitbreiding van onze digitale connecties. Met name zouden we de contouren moeten kunnen schetsen omtrent de vraag in hoeverre onze face-to-face contacten met andere mensen eventueel zullen wijken voor interacties via digitale mediums. Op korte en halflange termijn, laat ons zeggen 2030-2050, zal de post-humane mens wel nog geen volwaardige realiteit geworden zijn. Doorheen de periode 2050-2100 misschien wel, althans wanneer de zaken zich verderzetten volgens de actuele trends. Als de wereld ondertussen niet vergaan is, natuurlijk! De kwestie of we in 2030-2050 een flinke stap zullen hebben gezet in de richting van de “productie” van een post-humane mens en een post-humane samenleving, wordt beslist door de wegen die we – het mensdom eigenlijk – vandaag inslaan. En vermoedelijk ook door de eventuele sociale conflicten die omtrent het gebruik van digitale technologie – bv. bij een quasi totale automatisering van de menselijke arbeid – zullen beslecht worden.
De politicus verliest in deze evolutie zijn ‘auctoritas’. Hij is niet langer een ‘auctor’. De band met de kiezer gaat verloren en het is niet langer duidelijk namens wie hij spreekt. Op de tv en in de kranten spreekt hij tot een kijkers- of lezerspubliek dat hij op dit moment niet ziet en waarmee hij dus ook niet mee communiceert. Hij raadpleegt noch hooguit de topleden van zijn partij die al evenmin hun visie niet meer bepalen op basis van hun kennis over diegenen namens wij zij spreken. Dat blijkt bv. in Nederland waar de sociaaldemocratische PvdA massa’s kiezers zagen en zien overlopen naar de SP en Wilders’ PVV, die veel meer voeling (b)lijken te hebben met de dagdagelijkse verzuchtingen van de echt bestaande mensen die de samenleving vormen. Kiezers en politici zijn totaal van elkaar vervreemd geraakt en de burgers hebben heel goed door dat in de ‘politiek’ soms een schimmig spel wordt gespeeld. Hij of zij herkent zich doorgaans niet als de politici het hebben over ‘de mensen’ of ‘de burger’ die hij of zij dan zou moeten zijn. Het verklaart waarom in de jaren 1990 de antipolitiek snel om zich heen heeft gegrepen. In de kranten en op de sociale media verschijnen alsmaar meer lezersbrieven en posts die de ‘politiek’ hekelen, zowel van gewone mensen als van intellectuelen. Zij betogen dat wij niet langer in een democratie leven, en ze hebben in wezen gelijk. De kiezer is van een hoofdrolspeler vervallen tot een consument die een electorale boodschap lust of niet lust. En de politici laten zich voortdurend meeslepen door de waan van de dag: incidenten en spectaculaire feiten die één of twee dagen het nieuws beheersen, maar die de mensen eigenlijk snel vergeten (tenzij ze gestuurd door één of andere instantie voortdurend weer opgerakeld worden door de media) en snel weer verdampen in hun dagelijkse veel meer permanente verzuchtingen en kommer. De mensen weten wel dat spektakels uitzonderingen zijn en juist daarom halen ze het nieuws: het nieuws gaat steeds over datgene dat het dagelijkse doorbreekt, m.a.w. over de uitzondering, het monsterlijke, de barbarij. Ondertussen spenderen de politici in hun commissies uren en dagen met het behandelen van wetsvoorstellen die dergelijke spektakels in de toekomst moeten voorkomen en vergeten ze de reële problemen van de mensen aan te pakken (zoals bv. de toenemende en stilaan onhoudbaar wordende stress in de samenleving, die precies verklaart waarom mensen zo gevoelig zijn voor spektakel en monsterachtige misdaden).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *