“overlevingsuitrusting voor auto gevechtsbox overlevingsuitrusting”

De enige twee kritiekpuntjes die ik kan bedenken zijn dat ten eerste alles te positief wordt voorgesteld. Het mocht bij momenten iets harder. Men heeft er iets te veel (naar mijn mening) een feelgood-movie van gemaakt. Tweede kritiekpuntje is dat ik het jammer vind dat zowel de vragen als zijn flashbacks chronologisch zijn. Dat zou betekenen dat hij het antwoord op de eerste vraag op zijn 5 jaar heeft meegemaakt, de volgende vraag een paar weken later, en de laatste vraag als hij (jong)volwassen is. Dat stoorde me, en maakt het onrealistische nog onrealistischer (het feit dat hij zover komt in die wedstrijd).
Waarover pa en ma Rimbaud precies ruzieden is niet geweten. Moeder Vitalie was op zijn minst gezegd een harde tante (sic). Vader Frédéric Rimbaud bracht als legerkapitein 11 op 12 maanden door in zijn kazerne. Het spreekt alvast in zijn voordeel dat hij zich tijdens zijn korte verlofperiodes thuis voorbeeldig kweet van zijn echtelijke plichten. Op 7 jaar tijd leverde hij Vitalie 5 kinderen. Dan mag je wel aanspraak maken op enige rust en vader Rimbaud bracht daarna zijn verlofperiodes steevast elders door, al of niet om verder de continuïteit van de menselijke soort te waarborgen.
Het spirituele wat de mens heeft en wat de dieren niet hebben is dat zij in hun genen de herinnering blijven meedragen aan de tijd dat onze verre voorouders vanuit elders in het heelal op deze planeet kwamen en toen hadden gedacht een wezen te scheppen met de zelfde biologische eigenschappen als die van de aardse levens, dus volledig is overeenstemming met deze planeet, die hun eigen evenbeeld zou kunnen zijn.
zoals zo veel voor mij, ik heb gedroomd van het bezitten van het perfecte Tent. Jaar van teleurstellend winkel kocht tenten, de kreupelheid van beschikbare ontwerpen en workwomanship, en de brandende schaamte elke moderne utilitaire voelt op het bezi
Als ik de cabine uitstap, springen de lichten niet aan. Bij het opknappen van het lab heeft het team gekozen voor bewegingssensors, omdat die makkelijker te ver­zegelen waren dan gewone schakelaars. Toen ik de duisternis net voor het eerst opmerkte, was mijn aan­name dat Sal gewoon langer dan tien minuten weg was. Maar de chaos, en de weigering van de lampen om nu aan te springen, en, zoals ik nu zie, het feit dat zowel de binnen- als de buitendeur van de luchtsluis open zijn, en…
Ja, ze moet wel heel veel hebben doorgemaakt om zo te zijn! Die gedachte was niet eerlijk, dat wist Samuel. En als Helena gelijk had, had hij er ook schuld aan. Niet echt een leuke gedachte, maar wat als? Zover hij zich kon herinneren, waren er nooit problemen geweest, leken alle studenten kort voor zijn dood goed met elkaar overweg te kunnen. Ze was er echter heel overtuigd van. Er moest toch iets van waar zijn. En wat had hij tot nu toe al voor Erwin gedaan? En wat kon je dan al doen? Weer die rationele stem, deze keer zonder veel overtuiging. Hij had met Aaron kunnen spreken, de ouders van alle kinderen samenroepen, iets doen! Hij versnelde zijn stap, maakte zichzelf wijs dat hij dit deed om warmer te worden, maar wist dat hij dit deed om zo snel mogelijk weg te zijn van dat huis en vooral die vrouw. ‘Wat zei Erwin toen jullie buiten stonden?’
Vermoedelijk duurden de eerste echtelijke relaties niet langer dan een paar zwangerschappen, waarna beide partners overgingen op een nieuwe relatie: seriële monogamie, zoals Helen Fisher deze aaneenschakeling van relaties noemt. Bij de meeste tegenwoordige jager-verzamelaars zien we dat seriële monogamie daar nog steeds het gebruik is. En zij verwacht dat wij als samenleving terug die richting opgaan. Nog opmerken dat Helen Fisher ervan uitgaat dat paarvorming ontstond doordat de vrouwen, die als mensen immers ook rechtop waren gaan lopen, niet zoals mensapen hun kind op de rug konden dragen en dus gehinderd werden bij het voedsel zoeken: zij besluit daaruit dat vrouwen behoefte hadden aan een partner, maar vergeet te bedenken dat ze veel gemakkelijker op een vrouwelijke allo-ouder beroep konden doen.
‘Herinneringen. Ik moest denken aan mijn tijd met mijn engel. Hij vulde mijn hoofd met leugens en valse hoop. Hij zou me helpen te ontsnappen, als ik maar naar hem luisterde. Al die tijd zoog hij me langzaam leeg als een soort overmaatse teek. En hij gebruikte me om anderen te lokken. Het duurde lang voor ik het doorhad.’
Verder mogen we niet vergeten dat mensen altijd ambivalent en dubbelzinnig gestaan hebben tegenover veranderingen. Aan de ene kant staan we open voor vernieuwingen, voor betere levens- en arbeidscondities, voor een verhoogde levensstandaard en levenskwaliteit (welvaart & welzijn zoals dit heden ten dage heet). En we worden graag verrast door nooit eerder geziene schoonheden, hoe subjectief kleuren en smaken ook mogen zijn. Veranderingen aanvaarden en ondersteunen we gemakkelijker en soms zelfs met enthousiasme wanneer we actief kunnen meewerken aan hun conceptie en implementatie. Aan de andere kant bieden we gewoonlijk weerstand wanneer deze veranderingen ons opgedrongen worden en we ze passief moeten ondergaan,  of wanneer het risico op “verlies” of “kosten” groter is of lijkt dan de verwachte “winst” of “baten”.
Een oplossing uit de huidige diepe malaise en gapende afgrond lijkt en blijkt echter onvermijdelijk af te hangen van het doormaken en overleven van een complete, brutale en barbaarse globale (burger)oorlog zowel op lokaal als op wereldniveau: een échte oorlog van allen, elk afzonderlijk, tegen allen, ook elk afzonderlijk. Een oorlog die daarom ook volkomen onoverzichtelijk is. Waar je dus als persoon in het geheel geen kant of partij kunt kiezen. Maar hoeft dat ook nog, een kant kiezen, wanneer we geen personen meer zijn maar een losse assemblage en combinatie van “zelfstandig” opererende organen en lichaamsfragmenten?
De mensen die op deze manier naar de zee kijken, zo komt het me voor, wenden anderen en in de eerste plaats zichzelf (dat is nog het ergste!) slechts wat voor. Ze houden vol een blik te hebben geworpen op het mysterie van de oneindigheid. Huis-aan-huisverkopers van natte dromen en uit de handel genomen stofzuigers. Zo oordeel ik genadeloos over hen.* Ik wed dat hun hoofd vol zit met heel tastbare beelden van ondergaande zonnen of schepen die van hen weg of naar hen toe varen. Alles op heel nabije afstand, zo ver is de zon ten slotte niet verwijderd. En die zon is niet ronder dan de eerste de beste speelbal waarmee kinderen hun spieren oefenen, en haar kleur verschilt amper van die van maïs, gerijpte tarwe of de hoofdkleur van de Spaanse vlag.
Ah. Peters enige poging tot het schrijven van een sci-fi. Aliens, close of the fourth kind, de hele rambam. Ze waren er zelfs voor naar Area 51 geweest – of in ieder geval zo dicht als ze erbij hadden kunnen komen.
Jonas Grimpeerd grimaste naar me. ‘Zie je wel, noten­kraker,’ zei hij. ‘Ik zei toch dat we naar Euphrat zouden gaan? Het is onze beste optie, weet je,’ vervolgde hij toen minzaam, maar net iets te sluw.
Qwerty knipte een ouderwetse zaklantaarn aan en verdween de donkere gang in. Leaf plofte neer op de matras. Ze haalde een van haar laatste energierepen tevoorschijn en begon op de taaie substantie te kauwen. Een nerveus gevoel nestelde zich in haar buik en ze stond weer op om de kamer te doorzoeken. Haar hart klopte snel en haar hele lichaam voelde onrustig. Het besef dat haar vlucht van drie maanden abrupt tot stilstand was gekomen, begon langzaam door te dringen. Het was klaar. Over enkele dagen zou ze sterven.
Harrald hief zijn hand. ‘Ho, wacht, laat mij het even uitleggen. Ik ging op zoek naar de incubators in Eindhoven, zoals we besproken hadden. Maar die incubators waren niet operationeel en konden dat ook niet worden. Ik vond daar aanwijzingen voor een ander project van De Philips, genaamd Ariadne.’ Hij knikte opzij naar de vrouw die naast hem zat. ‘Dit is Ariadne. De grootste medische geleerden van toen hebben haar ontworpen en geconstrueerd. Ariadne is niet menselijk.’
‘Wie heeft een gouden ticket?’ Die vraag ging vorige week als een lopend vuurtje door het Havenziekenhuis in Rotterdam. Vanwege de ‘Dag van de verpleging’ op 12 mei kregen alle medewerkers een attentie: een dikke reep Tony Chocolonely-chocolade. Maar er was meer. In vijf van de 1000 tabletten zat een gouden ticket verstopt. De gelukkige winnaars kunnen zich binnenkort een paar uur Sjakie in de chocoladefabriek wanen en met de hele afdeling genieten van een grote chocoladefontein of andere smakelijke chocoladeprijzen. Op de foto Bianca Slooff van de polikliniek urologie. Zij is een van de gelukkige winnaars.
Over een paar minuten zullen mijn geheugenbanken gewist worden en zal wat mijn lichaam was, geladen worden met een nieuwe persoon­lijkheid. Meneer Steiner wilde dat niet toestaan. Hij had tranen in zijn ogen toen hij me terugzag.
‘Stralingsniveau, biodreiging, mutatiegraad, veilige plekken, klimaat­verandering, migratiepatronen, geologische verschui­vingen, geboorte- en sterfte­cijfers?’ vroeg Ariadne. Haar gezicht bleef onbewogen tijdens de opsomming.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *