“overlevingsuitrusting voedsel overlevingsuitrusting op een budget”

‘Dat zou betekenen dat hij werkelijk een volmaakte verrader is. Als we het pad niet hadden gevolgd waren we verdwaald, en nu we het wel hebben gevolgd lopen we groot gevaar.’ Urendel blikte voor de zoveelste keer om zich heen en achter zich, maar bespeurde nergens onraad. Daardoor leek hij nog onrustiger te worden.
Willem schudde zijn hoofd en wees met zijn mes op Berends lege bord. ‘Ik weet niet wat je hebt, maar eet nou maar.’ En met de zijkant van zijn vork drukte hij de saucijs langzaam in twee stukken. In de volgende, langgerekte kreet, klonk pijn en afgrijzen.
Uit armoede ontdekt men de kulturen van het geluk, door tegenslagen leert men te onthechten en een uitdaging te aanvaarden, van ziekte leert men spijt te hebben en van verlies raakt men bevrijd. De hindernis (afb.) op de weg van al dit leren, dat vroeg of laat geaccepteerd moet worden daar iedereen ontdekt wat het is om zonder middelen te zitten, geluk te hebben, gezond te zijn of ondersteuning te krijgen, wordt gehechtheid genoemd. Men kan gehecht zijn aan rijkdom, de discipline ontberend om in armoe te kunnen overleven, men kan op de gemakkelijke manier aan alles gehecht zijn niet in staat enige verantwoordelijkheid of stress te verdragen, men kan gehecht zijn aan de gezondheid wanhopig wordend bij het ouder worden en men kan gehecht zijn aan mensen en voorzieningen volledig uitgeput rakend in je afhankelijkheid. Noch als een individu, noch als een getrouwd stel kan men doorgaan zonder te worden gekonfronteerd met deze test van de tijd. Zonder het vaste voornemen trouw te blijven in tijden van ziekte, armoede, tegenspoed en verlies kan geen relatie met de ander of met jezelf worden gehandhaafd. De trouw heeft betrekking op de fundamentele waarden die de werkelijkheid garanderen van de ziel . Rijk blijvend, gezond, geluk hebbend en ondersteund zijn of niet, garanderen deze waarden de continuïteit van de persoonlijke en echtelijke integriteit. 
Ogen De ogen van een Staffordshire Bull Terrier moeten schoon en helder zijn. De oogleden hebben als functie de oogbol vochtig en schoon te houden. Door als een wisser eventuele vuiltjes weg te vegen kunnen deze zich ophopen in de ooghoeken. maak dit schoon met een doekje bevochtigd met uigekookt water. Wanneer er binnnen 24 uur weer veel afscheiding is te zien, ga dan naar de dierenarts.
In het door de stofmist gelige ochtendlicht fiets ik iedere dag om kwart voor acht in vijf minuten naar mijn werk in het ziekenhuis. Ik kom dan gemiddeld twintig neger-kinderen tegen tussen de drie en de twaalf jaar, allemaal in een schooluniform, dus in een oranje bloes met een bruine broek of rok, of in een hemelsblauwe bloes en broek of jurk met een witte bies. Als de kinderen mij zien beginnen ze in koor te roepen: “Nasaaraa, (blanke man) I want ball”, of “I want pen” of “give me money” of “give balloon” en meisjes van een jaar of zes hoor je nog wel eens roepen: “give me baby” (met Baby wordt hier dan een barbie-pop bedoeld) Soms rennen ze me zelfs een stukje na.
Wat heeft Mook bezield om Sal te vermoorden? We wisten dat hij mij uit de weg zou ruimen; dat was zakelijk, of in elk geval wat Mook daaronder verstaat. Maar Sal? En niet alleen Sal: het hele team, dat decennia lang in het geheim geploeterd heeft om het Delftse lab tegen de klippen op operationeel te houden. Heeft Mook me zo gehaat, dat hij de zeldzame, onschatbare meerwaarde van een volledig functioneel nano­lab wilde offeren aan zijn wraakzucht? De verspil­ling verbijstert me.
Tweehonderd meter voorbij de watertoren liep het spoor langs een kanaal, waar ook een pad liep dat redelijk begaanbaar was. Het water was donker, levenloos en er dreven olieachtige vlekken op. Aan de overkant van het kanaal draaiden de wieken van rijen ouderwetse windmolens hun rondjes. Maar het waait helemaal niet. Rijen kleurloze figuurtjes, men­sen, marcheerden langzaam de grote deuropeningen van de molens in. Die mensen gaan naar binnen, maar ik zie niemand vertrekken. Sterre zag dat de wieken in plaats van canvas vleermuisvleugels hadden. Ze besloot dat ze beter snel door kon lopen.
Langzaam trok de klauw haar de schaduw in, waar ze nu in de weer­kaatsing van het licht het emotieloze gezicht van de man met de holle ogen zag, zijn oogkassen in het halfdonker grote gaten die eindeloos diep leken. De horizontale streep van zijn mond opende zich en rij na rij naaldscherpe tanden stulpte naar buiten op kaken die uit zijn gezicht naar voren kwamen.
Zo ontstaat ruimte voor een psychische instantie die ons gedrag over ruimte en tijd gaat coördineren en van consequentie voorziet. De ‘persoonlijke god’ zegt welke particuliere doelen we moeten nastreven, terwijl het nog altijd andere gemeenschappelijke goden zijn die ons bijvoorbeeld zeggen hoe we ons lichaam moeten verzorgen. Vandaar dat iedereen behept blijft met ‘universele’ begrippen van Goed en Kwaad en zich houdt aan de Wet, maar in sommige omstandigheden toch vindt dat hij of zij die Wet mag overtreden, te meer daar er op die Wet hoe dan ook altijd een uitzondering is, nl. ‘Nood breekt Wet’. Onze ‘persoonlijke god’ komt dus dikwijls in botsing met ons ‘moreel gevoel’ en om die botsing te vermijden gaan we proberen consequent te handelen, ons dus zoveel mogelijk onafhankelijk te maken van ruimte en tijd. Zo schrijft onze persoonlijke god, ons Zelf ons dagelijks handelen in in een levensloop. Tot op grote hoogte geldt deze situatie vandaag nog altijd, al spreken de ‘goden’ nu via boeken, DVD’s en televisie. In de persoonlijke identiteit kwamen aldus verschillende aspecten samen. In de eerste plaats de naamgeving die verwees naar de verwantschapsfamilie of clan. Deze naam sloeg op het levende lichaam en de persoon gebruikte zijn naam als aanduiding van dat lichaam: ‘Lachende Wolf gaat slapen’ (en niet ‘ik ga slapen’). Het is niet toevallig dat het Grieks en het Latijn (en veel andere oude talen) geen persoonlijke voornaamwoorden gebruiken: de vervoeging van het werkwoord was voldoende om aan te geven wie een handeling verrichtte of een beweging uitvoerde of onderging. Persoonlijke voornaamwoorden werden alleen gebruikt als de betrokkene extra benadrukt moest worden en ze verwezen dan naar de lichamelijke eenheid van de spreker of aangesprokene, niet naar een psychische instantie die nu als het Ego wordt aangeduid. Ten tweede werd men benoemd volgens de categorie waartoe men behoorde, dus volgens geslacht of leeftijd. Ook de bijzondere functie binnen de stam als men die had natuurlijk (het ‘beroep’ dus, bijvoorbeeld sjamaan, priester, vroedvrouw of later smid, geneesheer, enz.) leverde een naam aan een persoon. En ten derde de ‘persoonlijke god’, het Ego als de motor van iemands handelen. Deze motor waardoor men persoonlijk controle kreeg over zijn handelingen, ging later ook impliceren dat men beschikte over een ‘vrije wil’ en dat men psychisch en juridisch ‘verantwoordelijk’ was voor zijn gedrag. Het handelen vond zijn oorzaak in het Zelf van de persoon, in de wijze waarop hij met zichzelf overlegde. Het Ego of Zelf is dus niets meer dan een zelfdialoog die men zoveel mogelijk consistent wou houden: in die zin werd het Ego min of meer permanent. Het Ego is in die zin dus ook maar een slide-in tussen de waargenomen situatie en het handelen (of niets doen). In het Boeddhisme is het Zelf, het Ego nog altijd een vluchtig gegeven dat komt en gaat. De ‘persoonlijke god’ vooral belangrijk voor mensen die beslissingen moesten nemen en keuzes moesten maken, leidinggevende figuren dus en demiurgen (‘mensen die voor de gemeenschap werken’, zoals ambachtslieden, werktuigmakers en sjamanen), en dat waren historisch gezien voornamelijk mannen.
’s Nachts word ik wakker van de koude plek naast me. Of is het van de vreemde geur? Ik heb nog nooit van mijn leven alleen geslapen en zo te voelen is Fiona al lang geleden opgestaan. En wat hoor ik toch?
De microfoon was groter dan haar vuist, een zwaar ding van staal. Ze trok het naar zich toe, boog naar voren. Deed alsof ze sprak om de afstand tussen het rooster en haar lippen te testen. Toen liet ze haar vingers over de 64 toetsen gaan, koos de negentien karakters die haar met Rapportagebureau 67 van het Paleis in verbinding bracht. (De telefoontoestellen in Yig-Masuul hadden draaischijven, maar om één of andere reden bleef de technologie van Yin-Beh hangen bij deze eeuwenoude oplossing.)
De tweede keer dat ik naar die soundscape luisterde, klonk die veel doffer. Ik besefte dat het algoritme het geluidsbestand al had aangetast. Na enkele dagen hoorde ik slechts ruis als de branding die zich op het strand krult.
Restaurant Parkheuvel is een monument. Niet alleen vanwege uiterlijk,locatie, het intieme park en de Maas die vlak langs stroomt, maar vooral omdat hier, op deze heilige plek voor het eerst in de Nederlandse culinaire geschiedenis een derde ster in de Michelin gids werd binnen gehaald. In de editie van 2003 is het Cees Helder die voor deze historische score zorgt. Meteen is daarmee de huidige eigenaar, Erik van Loo, de eerste Nederlander die het aandurft om een drie sterren restaurant over te nemen. Dat is in de zomer van 2006, midden in het seizoen nog wel. Het hele verkooptraject heeft zich in het grootste geheim afgespeeld, waardoor de heren van Michelin in Brussel en Parijs niet bepaald pleased zijn, want dat zijn ze nooit als hun gids door de actualiteit wordt ingehaald. Misschien dat Van Loo en zijn vrouw Anja het daarom extra te verduren krijgen bij de 2007 editie, dat najaar. Van de drie sterren blijft er nog maar één over, terwijl hij in de keuken van De Zwetheul toch een klein decennium goed is geweest voor twee sterren.
Samuel zag de rode wangen van de oude man, wist dat de gespeelde verontwaardiging diende om zijn verlegenheid te verbergen. ‘Ik heb hier ergens wel een spiegel liggen als je jezelf eens goed wilt bekijken.’
Organiseren en bandjes opzetten is een bedrijfje opzetten, je moet een product leveren, en je moet alert blijven, niet op oude vergane roem teren, want vergane roem is dodelijk voor jouw muzikale kwaliteiten.
Het was een paleis voor zielenrovers, lelijk, de gevel zwaar en donker, met drie rijzige torens en naar­geestige betonnen beelden van abstracte menselijke vormen naast smalle hoge ramen van glas in lood.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *