“overlevingsuitrusting voedsel afbeeldingen van overlevingsuitrusting”

Al onmiddellijk op de eerste pagina van het Voorwoord struikelde ik over de verwijzing naar John Lennon’s song “Imagine”, met de bekende verzen “Imagine there’s no heaven … No religion too”. Niet dat ik mij stoor aan deze tekstinhoud. Wél heb ik altijd al een niet te remediëren hekel gehad aan Lennon’s zielig-ziekelijke behoefte om zich steeds zo maar ostentatief voor te stellen als een moreel voorbeeld, na te volgen door allen en iedereen. Ik vind “Working Class Hero” een heel heel mooie song, maar krijg het bij zijn slotzin: “If you want to be a hero well just follow me” (de aristocratisch geboren Marianne Faithfull was dan ook zo wijs in haar cover van de song dat afgrijselijk arrogante slotvers te schrappen). En al even megalomaan klinkt Lennon in “Imagine” met de zin “I hope someday you’ll join us”.
In the connected world, the retroactive loops of general systems theory are fused with the dynamic logic of biogenetics to form a post-human vision of digital production. Human minds and flesh are integrated with digital circuits thanks to interfaces of acceleration and simplification: a model of bio-info production is emerging that produces semiotic artefacts with the capacity for the auto-replication of living systems. Once fully operative, the digital nervous system can be rapidly installed in every form of organization.
“Ken je zelf” doet dan ook veel meer denken aan de mysterieuze “ik-mij relatie” (die naar ons weten pas het eerst radicaal filosofisch is aangekaart door de Amerikaanse filosoof-socioloog George Herbert Mead – “Mind, Self, and Society”, 1934). Heb je bijvoorbeeld nooit eens stil gestaan bij in wezen vreemde zinnen zoals “ik kleed me aan”, “ik was me” of “ik ben mezelf niet meer de baas”. Wie of wat is dat “Mij” dat staat tegenover dat ogenschijnlijk meer vertrouwde “Ik” (“Ego”)? Dat “Mij” dat blijkbaar ook meer dan regelmatig oorsprong van ons doen en laten is!
Berend stond op de stoep en keek naar de slagerij aan de overkant van de straat. De winkel was donker. Op het bordje aan de deur stond gesloten. Er was een papiertje onder geplakt met daarop in stiftletters: wegens omstandigheden. Berend dacht aan Willem, die nu aan de eettafel zou zitten, of in de grote stoel voor het raam. Zou hij onderhand al hebben ontbeten? Berend bedacht zich dat hij vandaag weer bood­schap­pen zou moeten doen, en hoopte dat hij in de super­markt een nieuw recept kon vinden. Hij zuchtte. De vegetarische maaltijden maakten Willems stem­ming er niet beter op, maar Berend durfde geen vlees te bereiden. Hij hoopte dat hij op tijd thuis zou zijn om de verpleegster te vragen hoe het ging met Willem, en met zijn hand.
“Ik wil toegeven dat de wreedheid fijner wordt, en dat haar oudere vormen voortaan tegen de smaak indruisen, maar de verwonding en foltering door woord en blik bereikt [nu] haar hoogste graad van ontwikkeling, – eerst nu wordt de [ware] boosaardigheid geschapen en het behagen in de boosaardigheid. De mensen zijn [nu] geestig en roddelziek; zij weten dat er nog andere soorten moord bestaan dan die door middel van dolk en geweldpleging, – zij weten ook dat alles wat ‘goed verwoord’ wordt geloof vindt.” (Friedrich Nietzsche “De Vrolijke Wetenschap.” 1882)
De meeste onderzoekers besluiten uit dergelijke bevindingen dat de ‘rationaliteit’ van een beslissing toeneemt naarmate de beslissing ontdaan is van ‘personaliserende’ elementen. Hoe ‘onpersoonlijker’ de beslissing, hoe meer we ‘sociaal optimale’ beslissingsmechanismen kunnen aanwenden. Deze onderzoeksresultaten zijn toepasselijk op heel wat maatschappelijke situaties en op heel wat beslissingen die genomen worden door zowel gewone mensen als door bestuursorganen. Een voorbeeld is de discussie over het al of niet afschaffen van de volksjury in de assisenrechtspraak. Juristen [6] zullen eerder pleiten voor een depersonalisatie van het beslissingsprobleem zodat een ‘sociaal optimale’ beslissing wordt genomen. Immers als juryleden het probleemonderwerp niet aan hun hart laten komen, zullen ze ‘betere’ vonnissen vellen. Natuurlijk weten we nog te weinig over de precieze aard van de situaties waarin personalisering zich voordoet en over de details waarin beslissingsprocessen in verpersoonlijkte en niet-verpersoonlijkte problemen verschillen. De ‘kwaliteit’ van volksjury’s ligt nu echter juist in het gegeven dat de juryleden zich inleven in de psychologie van de dader (en van het slachtoffer of de slachtoffers) om tot een verdict te komen. De kans op personalisering is hier dus zeer groot en in zekere zin door het systeem zo bedoeld. De volksjury moet niet oordelen of de dader de wet overtreden heeft, maar of hij ‘schuld’ heeft aan het overtreden van de wet. Zo worden moordenaars door volksjury’s regelmatig vrijgesproken. Schuld is hierbij geen juridisch, maar een moreel-psychologisch begrip. Om die schuld in te schatten, moeten de juryleden precies beroep doen op hun sociaal-emotioneel inlevingsvermogen en niet op hun rekenvermogen of andere puur cognitieve vaardigheden. Een vervanging van de volksjury door een college van beroepsrechters zal vermoedelijk voor gevolg hebben dat het schuldbegrip verschuift naar de juridische kant en dat de beroepsrechters in eerste instantie zullen oordelen over de mate waarin de wet is overtreden en of er verzachtende of verzwarende omstandigheden kunnen ingeroepen worden. Maar ‘verzachtende omstandigheden’ is iets heel anders dan de ‘onschuld’ die de volksjury probleemloos kan uitspreken, zelfs in geval van een gruwelijke moord zoals bv. de moord op zijn of haar eigen kind. Op basis van het neuro-economisch onderzoek worden nu ‘nieuwe’ argumenten aangebracht om dergelijke onvoorspelbare beslissingen te vermijden en bijvoorbeeld legale beslissingssystemen op te zetten waarbij persoonlijke en emotionele betrokkenheid wordt geweerd.
‘Waarom moeten we dit eigenlijk nog leren?’ Bij het horen van de instemmende geluiden van zijn mede­leerlingen, kruiste Aaron zijn armen voor zijn borst en leunde hij met een uitdagende glimlach op de werkbank.
Het komt door over die oorlog te praten en te schrijven, en de zoektocht naar een passende titel (“Charles & Co tegen de Mongolen”). Een titel die niemand zou mogen beledigen, al tekent mijn cartoonist niets omtrent politiek en afgodendiensten. Maar voor die gasten is een cartoonist een cartoonist, en een cartoonist is een ongelovige, enz…
De pijn was ondraaglijk. Ik ging al mijn systemen na en probeerde ze te activeren. Maar de signalen van mijn centrale processor leken niet meer aan te komen bij mijn actuatoren. Niets werkte. Niets gehoorzaamde aan de commando’s van mijn processor. Ik begreep dat ik gevangen moest zitten in een hoogspannings­flux­veld. Gelukkig hield de dubbele afscher­ming mijn processor nog veilig.
Ella was twaalf. Een stil meisje dat haar best deed op school, lief was voor moeder en de hele dag met Drommel liep te sjouwen. Het arme dier was twee keer zo oud als zijn pupil, maar wilde niet van haar zijde wijken. Zijn klaaglijke gemiauw als ze naar school was, ging door merg en been.
Ferdi’s maag verkrampte en zijn scalp trok prikke­lend op. Naast hem leek zelfs Sal onder de indruk. Dit was het moment. Hier hadden ze jaren naartoe geleefd; hiervoor hadden ze illegaal een tank benzine ont­trokken aan de slinkende noodvoorraad. Formeel had Ferdi daar als Groot-Alloceur volledige zeggen­schap over, maar de ongeschreven regel was dat die brandstof alleen in de meest urgente noodgevallen mocht worden aangesproken.
De exploitant dient ervoor te zorgen dat er lijsten zijn met informatie over de nood- en overlevingsuitrusting aan boord van al zijn vliegtuigen, welke direct beschikbaar gesteld dienen te kunnen worden aan reddingscoördinatiecentra. eur-lex.europa.eu
Ik luister de laatste tijd toch liever muziek van you tube dan van spotify omdat de geluidskwaliteit hoger is van you tube en ik heb hele goede oren en hoor dan dat er iets ontbreekt op spotify. Ze hebben daar expres de kwaliteit naar beneden teruggebracht naar minder bit (tenzij je een betaald abonnement neem).”
Ze ging wiskunde en informatietechnologie studeren. Ze ging op kamers, woonde niet meer bij ons thuis. Elke ochtend dacht ik aan haar, steeds minder kon ik me haar gezicht herinneren, totdat ze langs kwam en ik mijn geheugen kon verversen. Ze veranderde, ze werd van een puber een vrouw, een schokkend proces doordat ik de geleidelijkheid niet zag. Ze genoot van haar vrijheid, ze vertelde ons dat ze zich had aange­sloten bij actiegroepen voor een beter milieu en voor privacybescherming, ze ging op muziekles, ze ont­moette René, een student scheikunde.
Het limbo-begrip kan gelinkt worden aan een ander concept van Agamben, dat van de ‘exigentie’ (vs. ‘contingentie’), dat eveneens die dubbelstructuur heeft van de ‘inclusieve exclusie’. Die exigentie slaat meer in het bijzonder op iets dat herinnerd wordt als iets dat vergeten is. We herinneren ons dat we iets vergeten hebben, iets waar we dus geen enkele weet meer van hebben! Straffe kost is me dat, van die heilzame Agamben. Hemels heerlijk moet het zijn je helder te herinneren dat je alle shit van de wereld en die ganse rottende troep die je verleden is, compleet vergeten bent. (Voor wie zich wat verder in de zaak wil verdiepen, zie: King-Ho Leung “Limbo, Prison and the Biopolitical ‘After-life’: The Political Eschatologies of Giorgio Agamben and Michel Foucault.”, een conferentiepaper gepresenteerd ergens in Februari 2015.
Op het Immigration Office werden we vriendelijk ontvangen. Ik moest nog eens weer een formulier invullen. En toen werd gevraagd wat de bedoeling was: ik antwoordde dat ik mijn verblijfsvergunning nodig had en dat ik die graag wilde ophalen. Of het een herhaling was of de eerste keer? Ja, dit zou mijn eerste verblijfsvergunning worden. Maar die gaven ze in Bolgatanga nooit af. Daarvoor moest ik in Accra zijn. Ik had dus weer twee maanden voor niks gewacht of grond van een gedane loze toezegging. Ik was weer niets opgeschoten. Alles wat ik doe, werken en een aanstelling hebben is eigenlijk illegaal. Bovendien wordt er tegen de afspraken in of helemaal geen of veel te laat of maar een deel van het salaris uitbetaald.
Zoals ook met de voorgaande regel is de verbindende en verenigende kracht de ziel die sociaal moet worden gezekerd middels formele overeenkomsten. Met een ieder naar behoren gelijkgericht, zal omschakelen en werken om de verwarring tot een helder einde te brengen succes brengen. Met de realiteit van compensatie en verdringing echter, niet op de juiste wijze gelijk gericht op het belang van de ziel en zijn klaarblijkelijke orde, zal er vroeg of laat een ineenstorting plaats vinden die de aanpassingen vernietigt en er collectief gezien als een oorlog en individueel als een geestesziekte uit ziet. Tot nu toe heeft de twintigste eeuw de werkelijkheid hiervan bewezen alsof het de middeleeuwse zwarte builenpest betreft die de levens van miljoenen mensen wegvaagt. De vlo die de oorzaak van de problemen bleek te zijn wat betreft de pest (of ons gebrek aan weerstand ertegen) zou voor de ziekte van het oorlogvoeren de vervreemding van de werkelijkheid van de ziel kunnen zijn (of ons onvermogen mondiale overeenstemming te bereiken over de uitdrukking ervan in de zin van een formele orde). Noch religieus, noch politiek, noch wetenschappelijk, is het twintigste eeuwse ego-begrip dermate gedienstig dat de valsheid en oorlog ervan kon worden voorkomen. Het voor dit doel niet hebben van de periodieke waanzin van de ‘pest’, is een mondiale hervorming van de formele orde in dienst van de belangen van de ziel absoluut nodig. Laksheid in dezen, ontkenning, compensatie en uitstel zal nooit tot een betere garantie leiden van het handhaven van de sociale orde, vrede en veiligheid. Geblokkeerd in de vooruitgang zal de mensheid alleen nieuwe ziekten, waanzin, afwijkend gedrag en misère ontwikkelen. ontwikkelen. Een andere definitie van ziekte is het te zien als gevolg van een blokkering van vooruitgang. 
Samuel glimlachte naar de moeder van de jongen en keek in blijde verwachting terug naar het balkon. Er kwam niemand. Geroezemoes vulde het plein toen de menigte zich begon te roeren. De ouders van Aaron keken vragend om zich heen, de moeder fluisterde iets in het oor van haar man die zijn schouders ophaalde.
In de jaarhoroscoop van 2011 neemt Uranus, die heerst over computers en internet, een bijzonder krachtige plaats in.*8 Uranus en alles waar deze planeet over heerst zoals astrologie, internet, computers, hoger bewustzijn, maken dat de realiteit zichtbaar wordt zodat het leven geheeld kan worden en weer bestuurd gaat worden door het collectief en niet door gemanipuleerde waardesystemen en bestuurders met dubbele agenda’s. De nieuwe vrijheidstrijders van de moderne samenleving zijn de internet hackers, die nu blootleggen wat de basiswaarden zijn van onze realiteit. De samenstand van Maan en Venus in Schorpioen in het tweede huis laat zien dat dit allemaal zichtbaar kan worden en zal waarschijnlijk ook transformaties in gang zetten in onze basiswaarden en systemen, zoals de financiële markten en geld. *8 De inhoud van de basis waarop wij onze samenleving bouwen, wordt zichtbaar gemaakt en daarmee getransformeerd. Dit duveltje gaat niet zomaar weer in het doosje.
1) zelfgemaakte ‘mukluks’, eskimolaarzen. Met meerdere wollen sokken, bankstellen leer en rendiervacht. Herten haren zijn hol en daardoor extra isolerend en breekbaar. Let op als je zelf ooit van plan bent om een rendiervacht te kopen; Ze vallen dus allemaal gigantisch uit. Ik dacht dat dat buiten wel kon. En met die hoeveelheid haren blijft er genoeg over.
Jullie zullen meer mensen voor hun rechten zien opkomen om gezien en gehoord te worden.  Na de conflicten zal het tot de noodzaak leiden om meer te luisteren.  Mensen zullen moediger worden en groepen vormen om in de waarheid te staan voor het hogere goed.
Bezitsdrang is een groot struikelblok. Het is de ziekte die begeerte wordt genoemd. Van bezittingen raakt men bezeten. Er is nooit genoeg. Maar je kan niet de hele wereld onder controle krijgen en hem de jouwe noemen. Hoe meer je vergaart hoe meer je dit beseft. Je huis te hebben als een meubel-showroom annex museum voor moderne technologie, annex bibliotheek en kunstverzameling is een hopeloze onderneming. Materialisme is een geestesziekte in de categorie der gespletenheid. Iedereen weet dat geluk niet gekocht kan worden. Al waar je op mag hopen is een wereld die toegankelijk is zodat, hoewel niet de eigenaar, men de bezoeker kan zijn. Hoe meer we willen bezitten, hoe minder toegankelijk onze cultuur wordt. Je juiste vraag is aldus: hoe komen we van deze hindernis (afb.) af en hoe krijgen we een open cultuur. Eind twintigste eeuw is dit nog steeds science fiction. Er is een internet dat iedereen met iedereen verbindt en het ideaal van een open cultuur benadert. Maar nog steeds moet alles worden gekocht en bewaard. Dan zijn we eigenlijk nog als de Neanderthaler die niets anders wist dan te jagen en te verzamelen. Homo Sapiens is echt een andere soort. We hebben elkaar te kennen en niet te jagen en te bezitten. Aldus moeten bij private danwel overheids-inspanningen informatiebanken worden geschapen en toegankelijk gemaakt voor iedereen. Het is niet mogelijk noch bevredigend de lijn van vergaren en bezitten voort te zetten. Uiteindelijk moeten televisie, radio, stereo etc., boeken en computerprogramma’s worden gehanteerd met één venster op de wereld beschikbaar voor allen.
Kan de toekomst, althans in Europa, alleen maar onheil en rampen brengen? Is het niet langer zinvol te ijveren voor een toekomstbeeld waaromtrent destijds socialisten en communisten eigenlijk in de eerste plaats maar verschilden met betrekking toch de te volgen weg? Aan de ene kant vreedzaam en geleidelijk via parlementaire meerderheden en regeringsdeelname en aan de andere kant de gewelddadige bestorming van winterpaleizen van keizers en koningen. Een staatsgreep dus via democratische weg of via de alras mythisch geworden “Revolutie”.
Met glimmend rode wangen zingt Olga voor: ‘Drink, drink en eet, het is zo goed voor je.’ Dan klinkt het hele gezelschap hard met de glaasjes zelf gestookte wodka (samogon) tegen elkaar en iedereen neemt een slok. Olga zingt verder, met wodkalichtjes in haar ogen: ‘Maak je geen zorgen. We eten en drinken wanneer we dat willen.’ Haar gekookte kip smaakt in allerlei lagen goddelijk, de bonensoep is koud ook lekker en de ingemaakte komkommer ziltzuur.
Bij al deze mensen ga ik er bij voorbaat van uit dat zij lichamelijk en geestelijk gezonde mensen zijn, tenzij het tegendeel onomstotelijk komt vast te staan. Dat neemt niet weg dat deze mensen zeer pijnlijke en vaak onuitsprekelijke ervaringen met zich meedragen en de pijn daarvan met alle mogelijke middelen, liefst verborgen houden, ook voor zichzelf. En daarmee verbergen zij ook veel van het eigenlijke leven, inclusief levenskracht en plezier in hun leven.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *