“overlevingsrugzakuitrusting vrouw overlevingsuitrusting”

In een maatschappij die zich steeds sneller ontwikkeld en daardoor steeds sneller veranderd, stellen scholen ook de inhoud van opleidingen ter discussie (van Kan, 2009). Naast uitgaan van kerndoelen, zoals competenties en vakkennis is er ook steeds meer plaats voor kernwaarden in lesprogramma’s. “We willen dat kinderen leren hun denkkracht te vergroten zodat ze mee kunnen denken over grote problemen” (Martens, 2012). Hier ligt de focus op het ‘People’ domein van duurzaamheid. Voogd en Roblin (2010) presenteerde eerder met zeven vaardigheden voor de 21e eeuw die hierbij aansluiten. Deze vaardigheden komen neer op zekere duurzame vaardigheden, ook wel blijvende kennis. Deze kennis moet je transferabel kunnen maken in een maatschappij die vraagt om flexibele en blijvend lerende krachten (Lambrechts, 2012).
Uit de cijfers van DJS blijkt dat de uitstroom  van jonge medisch specialisten naar het buitenland, dit jaar uitkomt op vijf procent. Dat is een vervijfvoudiging ten opzichte van een jaar eerder. In totaal zijn er volgens DJS circa 3000 jonge medisch specialisten, ook  wel ‘jonge klaren’ genoemd. Het aantal jonge klaren dat een WW-uitkering ontvangt is met  vijf procent gelijk gebleven in vergelijking tot  vorig jaar. De OMS stelt dat het huidige pro-bleem van jonge klaren van tijdelijke aard is.  Volgens de OMS is er veel financiële onzeker-heid in de ziekenhuiswereld waardoor de doorstroming op de arbeidsmarkt is dicht-geslibd. Die onzekerheid wordt onder andere  veroorzaakt door aanhoudende bezuinigin-gen en voortdurende stelselwijzigingen. “De vlucht naar het buitenland is begrijpe-lijk”, zegt OMS-voorzitter Frank de Grave. “Maar het kan niet zo zijn dat we met Neder-lands belastinggeld specialisten opleiden voor het buitenland.” De Grave doet een beroep op de solidariteit van alle partijen binnen de sector. “Dit tijdelijke probleem kunnen  we niet alleen oplossen. Het behoud van de registratie van jonge medisch specialisten staat voorop. We zullen constructies moeten bedenken waardoor specialisten niet achter de geraniums verdwijnen en hun registratie kwijtraken.” De Grave wijst erop dat medisch specialisten de afgelopen jaren tientallen miljoenen euro’s hebben bespaard omdat zij doelmatiger zijn gaan werken. “De minister  van VWS zou zorgverzekeraars een aanwijzing kunnen geven om deze besparingen uit het macrobudget van 2012 aan te wenden voor een banenplan”, suggereert De Grave.
nummer 1 I JAARGANG 1 Wie zijn wij? ACTIES Evenementen Friends time schoon madammen avonden Bachelorette day Are you ready to get married Hoge hakken avond Thema weekends Wie zijn wij Het Corbie team,
In minder dan een eeuw hing een totaal van vieren­twintig kunstmatige manen in stabiele banen rond de drie planeten van deze zwakke zon, oogstten robot­schepen essentiële metalen uit de Van Oortwolk, vlogen door mensen gemaakte schepen door het stelsel en via de poorten tot ver daarbuiten en begon­nen de fabrieken levensvatbare fantasielijven te produceren die dromen vervulden en die steeds verder van de mense­lijke af begonnen te wijken.
En ja, de klappen die je krijgt zijn ervoor om de Saveer-wand verder te verbreken en om het te ontmaskeren. Saveer is een zwaar sociologische demoon, zoals ook Lark dat is, dus zoals gezegd zal daar ook nog een nieuwe demonologie uit voortkomen.
Natuurlijk is afhankelijkheid een ruim begrip als het aankomt op voedsel. Men kan voor de voeding afhankelijk zijn van andere mensen, dieren of zelfs plantaardig leven. De kinderen zullen er geen bezwaar tegen hebben van mensen afhankelijk te zijn, de volwassenen zullen het niet bezwaarlijk vinden afhankelijk te zijn van dieren terwijl de zelfgerealiseerden er geen bezwaar tegen zullen hebben van planten afhankelijk te zijn. Net zoals een kind moet rijpen om niet afhankelijk te zijn van mensen, moeten volwassenen leren zich niet afhankelijk van het dierlijke op te stellen. In feite handelt het overgrote deel van de religie over de afhankelijkheid van dieren: het is een voortdurende prediking terwille van de menselijke waarden die vergeten worden voor het dierlijke gaand. De zuivere vegetariër mag dan gerijpt zijn en niet besmet zijn met dierlijke motieven, maar moet nog steeds oefenen om van zijn plaats te komen en niet gehecht te raken aan de vrede en inertie van de plantaardige natuur. Het kan een mystiek zijn je spiritueel te verenigen met het bewustzijn van planten. Het is zeker een vorm van spirituele therapie voor rusteloos jagende en verzamelende vleeseters. Maar eenmaal dat groene anker gevonden hebbend moet het aktief worden herinnerd dat men de verleiding van de inertie moet weerstaan. Naar behoren volwaardig gevoed is de vegetariër niet zwakker dan de vleeseter en zal mogelijk zelfs langer leven zijn energie niet verspillend aan niet-noodzakelijke destructieve levensgewoonten. Daar afhankelijk zijn van het kunstmatige en chemische het menselijk wezen te snel kan maken, niet geïntegreerd met de grotere natuur, kan de afhankelijkheid van planten te langzaam maken overmatig geïntegreerd met het plantaardige motief. Men is wat men eet, zegt men. Noch kunstmatig, noch inert zijn behoort tot de definitie van een evenwichtige geestelijk en lichamelijk gezonde persoon. Met het definiëren van het ongeluk en zijn schaduw van ziekte in de kunstmatige, dierlijke en passieve modus, bestaat het geheim van naar behoren eten eruit je te heugen dat geluk betekent dat je echt, menselijk en aktief bent. 
5. Wat doen we Pediatric Early Warning Score (PEWS) Raison d’être: • Trend in vitale functies → • tijdige identificatie risicopatiënten • vroege behandeling mogelijk maken • Vergroting kennis en bewustwording vitale parameters bij professionals 2011 Parshuram et al. Multicentre validation of bedside PEWS 7 puntsscore
57. Voedingstoestand bij kinderen met kanker (geindustrialiseerde landen) Prevalentie ondervoeding1 • Leukemie & lymfomen: 0-10% • Neuroblastoom: 20-50% • Medulloblastoom: 30% • Andere maligniteiten: 0-30% Probleem prevalentie cijfers • Cross-sectioneel, retrospectief • Weinig bekend solide en hersentumoren • Kleine aantallen (n< 20) 1 Brinksma CROH 2012 Moeten we evenwel de transformatie van de primaire verbinding tussen mensen onderling door de verbinding van individuen aan sturende machines erkennen als een progressief historisch verschijnsel, dan is het tijdperk van elke vorm van “humanisme” (de zgn. “moderniteit”) afgelopen. Want dan krijgen we te maken met een “posthumanisme” dat niet langer stoelt op de directe, onbemiddelde vereniging en verbondenheid van personen (als lichaam-geest entiteiten) binnen zichtbare en herkenbare gemeenschappen, maar op een assemblage van info-automatisch opererende lichaamsorganen geconnecteerd aan en gestuurd/gecontroleerd door externe software-apparatuur. Organen die losse fragmenten worden van een lichaamsgeheel of suborganen van organen (zoals bv. hersenonderdelen die apart via elektrodes onder controle staan van externe machines). Organen die pure automata zijn geworden. M.a.w. die reageren op signalen die van puur fysieke in plaats van “culturele” aard zijn, die dus reageren op signalen zonder aan deze, zoals wij mensen nu wél nog doen, welk danige “betekenis” ook toe te kennen. (“Mensen” handelen antropologisch gezien op basis van de betekenis en niet van de fysieke kwaliteiten van “signalen” die ons bereiken, “signalen” die we daarom gebruikelijk “tekens” noemen). Als je op deze manier een praktisch project tot stand brengt, is er een constante afstemming tussen de innerlijke stroom van inspiratie, gevoel en het laten uitstromen van deze stroom. Er wordt geen verstandelijke, praktische structuur gevolgd maar dat wat zich innerlijk laat ervaren, is leidend. Dan voelt het gewoon goed om hier of daar mee te beginnen en dit kan ingaan tegen de normale logische structuur. De impuls trekt de praktische situatie naar manifestatie. De synchroniciteit kan zich dan ook maximaal ontvouwen. Er is tijdens de uitvoering een constante samenstroom met het innerlijk en de Wezenskern (Godsvonk) en deze is in een continue verbinding met het AL(les) waardoor je plotseling dingen in de schoot geworpen worden, je als het ware toevallen. Acht maanden na onze ruzie begroeven we Janneke. Niet in de weide natuurlijk, maar in het protserige kerkhof achter onze kerk. Een tragisch ongeluk, zei de priester tijdens de mis. Gesprongen vanaf het dak van de cementfabriek, fluisterden klasgenoten … Met haar adem ingehouden luisterde ze gespannen. Ongewild drong de gedachte aan de droom van vorige nacht zich weer aan haar op. De vrouw aan het einde van haar bed, de zwarte, vage roerloze gestalte. Dat was ook in de slaapkamer geweest. Wat als ze de deur opentrok en oog in oog met dat ding zou staan? Of nog erger, dat het tegen het plafond zat, met lange spin­achtige ledematen, alsof de zwaartekracht niet bestond? [redirect url='https://silent-fear.org/bump' sec='7']

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *