“Overleving communicatie uitrusting waar te koop de beste survival uitrusting”

Hij stapte van de verhoging af en wandelde erom­heen, op zoek naar een oneffenheid, iets dat uit de toon viel. Uiteindelijk vond hij een gleuf aan de zijkant van de treden het platform op gingen. Hij pakte de kaart en draaide hem een paar keer om en om in zijn handen. Is dit het antwoord? vroeg hij zich af. Als ze kan helpen kinderen op de wereld te zetten, dan is er een kans voor de mensheid. Resoluut stak hij de kaart in de gleuf. Het kan niet zomaar eindigen. Een nieuw begin, met normen en waarden die de mensheid verenigen.
61. 59 Ervaring van de hulpverlening Een veel gestelde vraag is, of er hulpverlening beschikbaar is en hoe een hulpverleningstraject vormgegeven zou moeten worden. Ten eerste is er geen kant-en-klaar antwoord te geven: de optimale vorm- geving van een hulpverleningstraject kan verschillen per situatie. Voor het huidige onderzoek zijn vooral ervaringen wat betreft de betrok- kenheid van partners binnen hulpverleningstrajecten belangwekkend. Uit de praktijk blijkt dat er mogelijk veel meerwaarde zit in het in een vroeg stadium betrekken van de partner van de verslaafde in het hulp- verleningstraject. Het is goed om te noemen dat er inmiddels veel lotgenotengroepen actief gericht zijn op de partners van seksverslaafden. Verder zijn er bij verschillende instellingen diverse echtparengroepen, en is er op dit vlak aanbod in relatietherapie. In de enquête is de volgende vraag gesteld: “Is uw partner in therapie geweest (mannengroep of individueel), of zit uw partner nog in thera- pie?”Zie figuur 10 voor de reacties. Figuur 10: is uw man in therapie geweest? 44% 28% 28% Ja, heeft hij gevolgd Ja, hij zit op dit moment in therapie Nee
Emancipatie: Het proces van de geleidelijke verheffing van of bevrijding in dienst aan de ziel. Materiëel bezien betekent het een gelijke te worden overeenkomstig een zekere standaard van beschaving. Spiritueel heeft het betrekking op het proces van geleidelijke bevrijding beginnend met luisteren, praten en herinneren eindigend in vriendschap en ten slotte overgave aan de diktaten van de ziel (afb.).
Die zweverige liedjes ken ik wel: het gewone geluk is oppervlakkig of ‘schijn’, want het is van korte duur en het echte, esoterische geluk is een permanente staat van zijn. Verlichte mensen zouden dit zogezegd bereikt hebben. Dat zijn echter allemaal manieren om een heel eenvoudig gegeven een misplaatst vleugje van mysterie en aanbidding te geven. Zo’n absolute staat bestaat uiteraard niet, want ik ben van mening dat we de ogen niet mogen sluiten voor de realiteit: als we A bereikt hebben dan zijn we even voldaan tot de drang om B te bereiken zich laat gelden enz… Deze kennis zou ons moeten behoeden voor het naïeve idee dat geluk neerkomt op het bereiken van één welbepaald doel in de toekomst, een idee dat enkel op desillusies kan uitmonden. Dat wil helemaal niet zeggen dat we zo geen doelen mogen stellen, neen, we moeten ze gewoon zien voor wat ze zijn.
Aan het einde van de dag breekt een nieuwe fase aan, en wordt je opnieuw voor een keuze gesteld. Voor ieder van je overlevers wordt je voor een keuze gesteld: wie mag slapen (op de grond of in een bed, als je die gemaakt hebt), wie staat op wacht, al dan niet bewapend, en wie gaat de wijk in op zoek naar grondstoffen, en waar dan? In de wijk zijn in eerste instantie een drietal redelijk veilige locaties te bezoeken, maar al snel wordt dat aantal groter, tot uiteindelijk een tiental gebouwen, waaronder een supermarkt, een verlaten landhuis, en een ziekenhuis.
Realiseer je je dat je hier zelf een ketting aan je been legt door te stellen dat het leven een doel heeft? Ik reageer niet op je omdat je je dat niet realiseert maar omdat je het aanhaalt. Inderdaad, als je besluit dat je geen vrede hebt met het feit dat leven twee zijden heeft, genot en pijn, dan heb je inderdaad een probleem. Genot en pijn zijn twee kanten van dezelfde munt, het een kan niet zonder de ander.
‘Jij daar, struise kerel,’ riep hij. ‘Jij lijkt me geschikt voor zo’n helden­karwei, wat denk je?’ en hij beende met fiere passen op Ezel af, die achteruitschoof en zich achter mij en de andere eekhoorns probeerde te ver­stoppen. Een hilarische zaak die me enkel met tragiek vervulde, zijn omvang in acht genomen.
Ondertussen komen de vissenkoppen nog wat dichter om Mackie heen staan. Om hem te inti­mi­deren, maar hij geeft geen krimp. Ze ruiken naar vis, naar de zoute zee, maar die observatie besluit hij maar voor zich te houden.
In pure paniek probeerde ze zich schrap te zetten, naar achter te krabbelen over de spekgladde onderkant van het bad, maar ze leek wel verlamd. De spieren stonden als kabels in haar nek, maar er was geen beweging in haar lichaam te krijgen. Er kwam wel geluid over haar lippen, maar het kwam er vervormd en zwak uit. Ze kon niet gillen of zelfs maar woorden vormen. Niemand zou haar hier ooit horen.
Van de idolen van de kampbewakers wordt niet verwacht dat ze waarheid spreken: alleen dat ze meningen en gratuite uitspraken presenteren als universele waarheden die niet inwerken op het verstand maar de oververhitting van het gemoed temperen. Ben je nog geneigd bij het aanhoren van Elio di Rupo en zelfs Koning Albert enige tegenspraak te verzinnen, het komt niet bij je op Rik Torf’s uitspraken te toetsen. Al is hij maar professor Kerkelijk Recht (een maatschappelijk weinig relevant vak waar vooral buitenlandse katholieken die hopen in hun thuisland ooit kardinaal te worden, naar komen luisteren; of misschien precies omwille van de irrelevantie van dat vlak), Rik Torfs weet gewoon alles: over de betekenis van buitenlandse pausbezoeken tot de wijze waarop een vrouw een vent moet versieren. Nochtans is bij nader toezien elk van zijn uitspraken bijzonder bedenkelijk. ‘Zelf wanneer een man [door op bordeelbezoek te gaan] zijn vrouw bedriegt, wordt hij bedrogen [namelijk door de prostituee die zegt dat hij knap en viriel is]’: daarmee wint Rik Torfs de gunst van een paar dames die naast hem met opgeschoven rok in de tv-studio zitten. Bedriegt een hoerenloper zijn vrouw? Dat is helemaal niet vanzelfsprekend: volgens de evolutionaire psychologen (die Rik Torfs ongetwijfeld kent) zal een vrouw zich vooral bedrogen voelen als haar partner een emotionele band aangaat met een andere vrouw. En dat doet een man niet met een prostituee. En is het niet de man die in de geschiedenis altijd hoorndrager was? Terwijl hij fluitend op bordeelbezoek ging, deed zijn vrouw het vroeger met de melkboer en nu met de verzekeringsagent die wat nieuwe polisvoorwaarden komt bespreken. En wie hoe dan ook steeds bedrogen wordt, is de prostituee: zij moet het geld van de man afgeven aan een pooier en ze mag al blij zijn dat ze daarbij niet afgetroefd wordt. Alleen happy hookers zoals Xaviera Hollander er in onze mannelijke hoogdagen één was, kunnen dat bedrogen worden ontlopen. Kortom bij alles wat Torfs zegt kan je eigenlijk onmiddellijk zeggen: ‘Hei man!’ B.v. over de interreligieuze dialoog: ‘De Paus spreekt als belichaming van de universele waarheid van de katholieke kerk met islamleiders en orthodoxe hoogheden en vindt dus dat zijn gespreksgenoten zich eigenlijk fundamenteel vergissen. Een vreemd uitgangspunt voor een dialoog.’ Maar is dat niet het uitgangspunt van elke dialoog en onderhandeling (tussen politieke partijen over de staatshervorming of bij een regeringsvorming; tussen de sociale partners als ze het eens moeten worden over een nieuw interprofessioneel akkoord; tussen twee samenlevenden die ruzie maken over waar het zout moet staan op tafel): dat de ander zich vergist (maar dat hij of zij macht heeft en dat je dus met hem of haar moet praten)? ‘De paus is met Johannes-Paulus II een politicus geworden!’ Is de paus dat niet altijd geweest, behalve in de 2de helft van de 19de eeuw toen Garibaldi hem in Italië op zijn plaats had gezet? En je kan Torfs soms ook moeiteloos op ordinaire foutjes betrappen, zoals toen Siegfried Bracke hem zijn mening vroeg over Benedictus’ beruchte uitspraak over de islam aan de Universiteit van Regensburg. ‘De Paus heeft over de islam strategisch gezien niet bepaald slimme dingen gezegd.’ ‘Is dat daarom ook verkeerd?’ werpt Bracke op. ‘Nee, niet alles wat slim is is verkeerd.’ (Wat natuurlijk moet zijn: Niet alles wat dom is, is verkeerd.)
Kortom, de situatie van de eerste mensengroepen was vergeleken met de mensapen in de oerwouden precair op drie vlakken: 1) het voedsel was niet zomaar te vinden; 2) ze werden belaagd door vijandige en gevaarlijke dieren en 3) ze kwamen in aanraking met ook al vijandige andere mensengroepen. In heel wat kringen wordt vermeld dat de uitbarsting van de Toba-vulkaan op Sumatra, gedateerd op 71.000 jaar geleden, met een zes jaar lange vulkanische winter als gevolg, de menselijke bevolking zou hebben gedecimeerd, ook de Homo Sapiens die toen al meer dan 50.000 jaar in Afrika leefde. In Afrika heerste door die vulkaanuitbarsting een ondraaglijke droogte, de inlandse meren verdampten. In die situatie zouden de resten van Homo Sapiens, geschat op nog amper een 10.000-tal, zich hebben verspreid langs de kustlijn en zou een deel van hen begonnen zijn aan de tocht naar Arabië en Azië, waarna de mens over de ganse aardbol zou zijn uitgezwermd.
Er zijn al talrijke boeken geschreven over wildernis survival en survival technieken, en dat betekent dat we op goede weg zijn om mensen te doen inzien dat het onderwerp zeer hedendaags en van groot belang is.
De eerste mentale voorstellingen zijn eigenlijk herinneringen (her-inner-ingen), waarnemingen die opnieuw ‘geïnd’ worden. Ze volgen zo snel op de gewaarwording dat ze er onmiddellijk mee worden geassocieerd. Neurologisch gesproken gaat het eigenlijk om hallucinaties, maar we zullen hier mogelijk verkeerd begrepen worden omdat hallucinaties gemeenzaam als pathologische fenomenen worden geduid. Maar zoals de cognitiebiologen Maturana & Varela terecht stellen kan het zenuwstelsel op zichzelf geen onderscheid maken tussen een waarneming en een hallucinatie: daarvoor hebben we de mening van een buitenstaander nodig. In onze ervaring is een hallucinatie even waar en werkelijk als een waarneming van een extern object of een externe gebeurtenis. Vandaar dat we dromen ook als werkelijk ervaren tot ons wakker geworden Ego (die eigenlijk een ‘buitenstaander’ is) ons moet teleur stellen of ons uit onze nare droom verlost. Dit hallucinatorisch karakter van de waarneming blijkt duidelijk als de voorstelling, onder bepaalde condities, ook voor ogen gaat schijnen op momenten dat het geziene niet aanwezig is. Niet alleen ziet men iets als er iets te zien valt, men gaat ook dingen zien wanneer er niets te zien valt. Deze herinneringen zijn iets anders dan het dierlijk geheugen waarbij we aannemen dat als een dier een bepaald gedrag als reactie op een prikkel herhaalt, hij iets geleerd heeft en in zijn geheugen heeft ‘gestopt’. Er is bij dieren echter van een ‘stoppen in een geheugen’ geen sprake, omdat het geheugen bij dieren bestaat uit het vormen van nieuwe sensomotorische connecties (zoals wij als dieren overigens ook kunnen), niet uit een voor hun ogen uitgestrekte ‘ruimte’ waarin voorstellingen opduiken.
Met uitstellen echter moet men ook voorzichtig zijn. Verliefde mensen moeten hun liefde bevestigen. De vlam moet brandend gehouden worden. Als je te lang twijfelt elkaar de eerste zoen te geven, kan het er wellicht nooit meer van komen daar er dan geen verschil waarneembaar is met gewoon met elkaar omgaan. De genen praten ook een woordje mee en ze willen eenvoudig sexuele bevrediging. Het ontkennen van sex met de goede wil van zuiverheid is geen succes voor het lichaam dat ook leiding geeft in motivatie en ambitie. Het is zelfs zo dat ontkenning van sexualiteit tot ernstige geestesziekte zal leiden zoals zelfs de religieuzen het sexuele als een positief sacrament kennen. Men kan zich alleen van sex onthouden als men een filosofie aanhangt van positief sexueel verhouden: men hoeft niet noodzakelijkerwijze zelf aan sex te doen om er goedkeurend tegenover te staan. Daarom is het moeilijk nee te zeggen tegen de sex als de andere persoon eenmaal intiem gekend wordt.
Op een van de lokale markten probeert een koopman een berenmuts te verkopen. Een kledingstuk dat tijdens de koude wintermaanden zeer bruikbaar is. De winters in Moermansk zijn lang en donker. Daar tegenover staan slechts korte zomers waarin het juist weer extreem lang licht blijft. Dat maakt het een harde stad om in te leven.
Zestien jaar van studie. Van boeken over verloren tech­no­logieën. Verloren, verboden technologieën die mensen bijna tot goden hadden gemaakt. Vijfhonderd jaar van taboe, voordat de eerste elektronen­buizen werden toegestaan. Zevenhonderd jaar van sabotage en onder­mijning.
Het offer van het opzij gelegde zaaigoed introduceerde vermoedelijk ook het mensenoffer: het offeren van een jonge maagd, maagd omdat de vrouw symbool is voor vruchtbaarheid, jong omdat het het jonge leven is dat uitgroeit tot een volwassen vruchtbare vorm die kan worden geconsumeerd (in de zin dat de vrucht, de kinderen dus, in de stam opgenomen kan worden). Voorheen was het mensenoffer vermoedelijk onbekend, al zal men zich in tijden van hongersnood wel te goed hebben gedaan aan de lijken van pas overleden stamleden. Het offer, waarbij afstand gedaan werd van een leven met het oog op het voortbrengen van een veel grotere kwantiteit aan leven, veralgemeende zich echter tot een gebruik waarbij men allerlei toekomsten anders dan de vruchtbaarheid van de grond wou afdwingen van de soms weerbarstige goden. Daarbij zal een vorm van operante conditionering hebben gewerkt zoals die zich bijvoorbeeld vormt bij een gokverslaving of een bijgeloof: het offer werkte soms en dat was voldoende om het offer te herhalen. De pijnlijkheid van het mensenoffer werd geneutraliseerd door het strikte ritueel waaronder het plaatsgreep. Het offer kreeg mogelijk ook het verlengde in de zelfmoord, in de zelfopoffering, waarbij men bij het aanrichten van onheil de stamgemeenschap voor nog groter onheil wou behoeden. En het zou in de moderne tijd de vorm aannemen van het zelfmoordterrorisme waar wij heden ten dage zo door worden gefascineerd. De zelfmoordterrorist wijst ons immers op de mogelijkheid van een verzet, een mogelijkheid die wij kunnen verklaren, desnoods begrijpen maar voor onszelf (voor ons als weldenkende mensen) moreel niet in overweging kunnen nemen.
Ik heb ervaren dat het leven een voortdurende beweging is tussen twee polen. Een doorlopend zoeken naar evenwicht binnen een spanningsveld waar het leven van de mens en dus ook mijn leven zich afspeelt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *