“noodoverlevingsuitrusting survival gear set”

In het begin van de dertiende eeuw plantten de Cisterciënzer monniken hun eerste wijnstokken in de buurt van het stadje Werder, iets ten zuidwesten van Berlijn, ruwweg op dezelfde breedtegraad als Amsterdam en Zwolle. Halverwege de achttiende eeuw produceerde het gebied 1650 hectoliter wijn per jaar van ongeveer honderd hectare wijnstokken. Goed, er ging wel eens een oogst verloren als het vroor en in de negentiende eeuw schakelden de meeste telers over op consumptiefruit, maar tot op de dag van vandaag is het gebied officieel de noordelijkste appellation van Europa.
Welkom op de informatieavond Rabo Clubkas Campagne Rabobank Noord en West Twente Even voorstellen NAAM Rabobank Noord en West Twente Functie 2 Wat gaan we vanavond doen? Waarom de Rabo Clubkas Campagne?
Semiocapitalism is based on the exploitation of neural energy. Attention is under siege, both in the space of production and in that of consumption. Attention implies a constant investment of nervous energy, and this is much more difficult to manage and is much more unpredictable than the muscular effort required of workers on the assembly line.
Deze shemagh (sjaal) krijgen de militairen niet direct als ze de AMO (Algemene Militaire Opleiding)  doen die krijgen ze later pas als je er door heen zijn en met hun opleiding beginnen zoals infanterist of genist enz.
Helaas was niet EVA maar een of andere verkeerde inschatting van de mutatie, de oorzaak van dat de mens zijn dierlijke primitieve aard niet had verloren. Bij de mutatie door buitenaarde intelligentie had men een verkeerde inschatting, namelijk het vreten of gevreten worden innerlijke ingebouwde ontwikkeling van de aardse populatie.
Die menselijke muur tussen sukkelaars allerhande en de modieus geklede upper middle class wordt door politie en justitie gevormd. Er is het jongste decennium sterk geïnvesteerd in ons politiewezen. Er werd voorheen inderdaad nogal wat afgelachen met de slogan “De Rijkswacht, Uw Vriend!” De uitbreiding en modernisering van de politie werd op basis van het Pinksterplan van 5 juni 1990 ingezet met de demilitarisering van de Rijkswacht. Op 23 mei 1998 keurde het Belgische federale parlement dan het Octopusakkoord goed dat de bestaande politiediensten grondig hervormde. Dit akkoord werd vertaald in de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst. De klassieke politiediensten op dat ogenblik, zijnde de rijkswacht, de gemeentepolitie en de gerechtelijke politie bij de parketten, werden vervangen door een volledig nieuwe politiestructuur volgens twee niveaus, het federale niveau en het lokale niveau. Op 1 januari 2001 trad de zaak organisatorisch in voege. De affaire-Dutroux versnelde in 1996 alleen maar die ontwikkeling naar een nieuwe conceptie van de politiediensten omdat ze liet zien dat de demilitarisering van de Rijkswacht niet voldoende was om een operationele efficiëntie op het terrein te waarborgen: de samenwerking tussen de verschillende politiediensten liep volledig mank.
Wat was nu mijn doel bij het oplossen van dat vraagstuk? Eigenlijk geen: hoogstens tegemoetkomen aan de vraag van de onderzoeker om zijn vragenlijst in te vullen en als de vragenlijst twintig of vijftig van dergelijke vraagstukken bevat, er zo rap mogelijk van af zijn. Met risico’s nemen of zoveel mogelijk geld verdienen heeft dit allemaal weinig te maken. Ik durf beweren dat een meerderheid van testpersonen, als deze ad random gekozen zijn uit de bevolking, soortgelijke psychische processen als de mijne zullen vertonen. Misschien willen sommige personen vooral geen mal figuur slaan. Anderen kiezen misschien uit ‘luiheid’ voor alternatief 1), gewoon omdat het op de eerste plaats komt. Misschien krijg je een ander onderzoeksresultaat als de alternatieven van plaats worden gewisseld. Onderzoekers gaan er veel te veel van uit dat het psychisch proces en de probleemsituatie die ze in een experiment menen te stoppen (al of niet vermijden van risico bv.), ook werkelijk overeenkomt met het psychisch proces dat zich bij de testpersonen zal voordoen en met de wijze waarop deze de situatie ervaren. Onderzoekers zullen bij het interviewen van de testpersonen achteraf alleen aandacht hebben voor die bemerkingen die betrekking hebben op het beslissingsproces zoals ze het zelf hebben gedefinieerd, en andere opmerkingen (bv. “ik moest toch iets antwoorden!”) totaal veronachtzamen. Ik herinner mij uit mijn lessen psychologie aan de universiteit dat de psychologie uiteenvalt in wel honderd diverse psychologieën, maar dat we zeer weinig weten over de psychologie van de proefpersoon in een psychologisch experiment. Dit is er ondertussen, 35 jaar later, nog niet zoveel op verbeterd.
Gecompromitteerd. Iemand had hen verraden. Iets had hen verraden. Hoeveel? Hoeveel wagens? Hoeveel agen­ten van dit eiland, van Yig-Masuul, van Osul Myandal Nyal? Wat had hen prijsgegeven? Hoe veel tijd nog?
3. Inhoudsopgave 1. Inleiding……………………………………………………………………… 3 2. De enquête…………………………………………………………………. 6 3. Wanneer is mijn partner seksverslaafd?…………………………. 8 4. De invloed van seksverslaving op de partner ………………… 27 5. Op weg naar herstel…………………………………………………… 51 6. Hoe werk je als therapeut aan herstel in de partnerrelatie? ………………………………………………………….. 65 7. Conclusie ………………………………………………………………….. 76 8. Referenties……………………………………………………………….. 79 Bijlage 1 enquête……………………………………………………………… 81 Bijlage 2 definities van de termseksverslaving ingevuld door de partner……………………………………………………………………….. 87 Bijlage 3 proces van herstel van vertrouwen………………………..91
De eerste hominiden en homo’s zijn in relatief kleine groepen de savannes ingetrokken of hebben moeten vaststellen dat hun woongebied door de klimaatswisseling op een paar 100.000 jaar van een oerwoud in een savanneachtig landschap was omgetoverd. In de loop van een paar miljoenen jaren, tot Homo Sapiens als laatste van de rij op het toneel verscheen, zijn steeds nieuwe groepen mensen en mensachtigen gedwongen geworden een nomadisch bestaan te gaan leiden. Deze situatie werkte inteelt in de hand, omdat we er mogen van uit gaan dat alle leden van de groep min of meer genetisch verwant waren. Sommige biologen zijn dan ook de mening toegedaan dat mensen (en in mindere mate ook mensapen) zo vatbaar zijn voor ziekten omdat bepaalde schadelijke mutaties omwille van die inteelt niet zijn uitgezuiverd. Een vergelijking van DNA-mutaties bij ratten, muizen en mensen over laatste 6 miljoen jaar laat zien dat ratten en muizen schadelijke mutaties probleemloos uit hun genenpool hebben kunnen verwijderen. Ratten en muizen hadden immers een veel ruimere partnerkeuze en hoefden dus niet in inteelt (in de breedste zin) te vervallen. Mensen zouden hooguit uit 10.000 mogelijke partners hebben kunnen kiezen, dit is de schatting van de gemiddelde totale mensenpopulatie over de periode van de laatste 6 miljoen jaar. In de praktijk moet die partnerkeuze nog veel smaller zijn geweest. Door hun kwetsbaarheid voor vijandige wilde dieren waren de eerste mensen verplicht zich te organiseren als een bavianengroep en zich dus min of meer af te schermen van hun omgeving. Dat betekende dat we in de eerste mensengroepen misschien kunnen rekenen op een groepsgrootte van misschien 150, uiterst zelden 200 of meer eenheden. Naarmate de mensengroepen succesvoller werden, steeg de populatie echter snel en werd opsplitsing in kleinere door stamverwantschap verbonden entiteiten mogelijk, waarbij de inteelt cultureel kon worden aangepakt via het incestverbod (zie sub).
Oorspronkelijk werd er alleen gesproken als er iets te zeggen viel. Stilte was toen nog geen probleem zoals nu. Spreken gebeurde vooral door de ervaren leden van de stam die met hun woorden richting konden geven aan de jongeren. Het spreken was als het ware nog niet gedemocratiseerd. In deze context wordt het aannemelijk dat de mannen meer zakelijk spraken, daar zij meer bezig waren met de fysieke en culturele omgeving van de stam. Bij de volksvergadering namen zij meer het woord, de vrouwen waren dikwijls bezig met hun kinderen. De mannen ‘onderhandelden’ ook met andere stammen. Vrouwen gingen meer om met kinderen, ouderen en zieken die niet aan de jacht konden deelnemen en daardoor gebruikten zij meer en voor langere tijd éénwoordzinnen die dikwijls nog dicht bij de niet-linguïstische taal stonden (‘o!’, ‘psst’, ‘ksst’, ‘hoor’, ‘stil’ en dergelijke). Met de scheiding tussen voedsel zoeken en jacht was de leefwereld van mannen en vrouwen uiteen gaan lopen. Het is mogelijk dat binnen een zelfde stam vrouwen en mannen naast een gemeenschappelijke taal ook nog hun eigen taal ontwikkelden. Bij heel wat volkeren blijken mannen en vrouwen verschillende dialecten te hanteren . Ook nu nog spreken vrouwen en mannen anders. Mannen hebben over het algemeen minder woorden nodig dan vrouwen en mannen doen meer aan report talk (verslag uitbrengen over iets), terwijl vrouwen zich meer overgeven aan rapport talk (spreken over je verhouding tot de andere) en gemakkelijker hun gemoedstoestand uitdrukken. Cate Poynton geeft ons een duidelijk overzicht. Zo blijkt dat: mannen veel sneller vrouwen onderbreken in geslachtsgemengde conversaties; mannen verwerpen vaak de onderwerpen die vrouwen aanbrengen maar niet omgekeerd; mannen gebruiken veel vaker de gebiedende wijs dan vrouwen die vlotter omgaan met de vragende of aantonende wijs; mannen vloeken meer dan vrouwen. De ontlichaming van taal op het World Wide Web, waar ‘gesproken’ wordt zonder klank en zonder gezichtsuitdrukkingen, werd eertijds door feministen verwelkomd als een mogelijkheid tot het ontwikkelen van een taal die genderverschillen in de communicatie zou doen verdwijnen. Zowel Sherry Turkle als Sadie Plant hoopten als cyberfeministen dat vrouwen hun ‘concrete, associatieve en niet-lineaire’ manier om met computers om te gaan zouden doorzetten en zo hun stempel zouden kunnen zetten op de communicatievormen: het Internet is immers principieel anoniem, gender-neutraal en democratisch. Maar de verschillen bleven bestaan . Computercommunicatie blijkt geenszins tot een diepgaande egalisering van communicatiestijlen te leiden. Mannen communiceren over de computer eerder breedsprakerig, assertief, agressief en minder beleefd; mannen poneren opinies vaker als feiten en schuiven zichzelf naar voor als experts; mannen geven zich veel gemakkelijker over aan flaming, boos reageren op mededelingen van andere computergebruikers. De numerieke overmacht van de mannen bepaalt blijkbaar welke communicatiestijl als norm geldt. Ook de hogere tewerkstellingsgraad van vrouwen en hun doorstroming naar hogere functies heffen sekseverschillen in taalgebruik niet op. In Nederland wordt tegenwoordig zelfs gewaagd van een door hoger opgeleiden en avant-gardisten maar vooral door vrouwen gesproken Poldernederlands. Poldernederlands is Algemeen Nederlands, met een opvallend wijdere of meer open articulatie van de diftongen: de ei/ij is aai; de ui is ou; de au/ou is aau.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *