“lawine overlevingsuitrusting overlevingsuitrusting houston”

In de vorm van een spannend wedstrijdprogramma, een half uur durend spelprogramma, onder de titel “Charles & Michel tegen de Kleine & Grote Mongolen“. Sinds deze maandag loopt het dagelijks om 19 uur, ook in het weekend (maar dan op het tweede net). Martine Tanghe presenteert en legt heel vakkundig de passende sentimenten uit. Het programma mikt op de hoogste kijkcijferdichtheid, op het absolute record sinds het begin van de metingen door het KMI in 1832.
Afgelopen woensdag en donderdag heb ik weer dienst gehad voor het ziekenhuis. Het was weer druk. Visites lopen langs drie afdelingen met in totaal 60 mensen en spreekuren met 25 tot 55 mensen per middag; de eerste nacht twee keizersnedes en de ochtend daarop nog een. De tweede dag weer een keizersnede en een curettage als extraatje. Verpleegkundigen wilden de hele dag het liefste dat ik nu meteen als eerste naar hun patiënt zou gaan kijken. En toen ik ’s avonds om half negen erg graag eens wilde gaan brood eten thuis, moesten toch nog drie mensen me wat heel belangrijks vertellen: de eerste (a) dat hij een familielid had dat speciaal voor mij naar Bawku was gereisd en nu graag direct door mij gezien wilde worden. Als je dan met een grapje zegt dat hij kan kiezen tussen een consult van een vermoeide dokter die niet goed meer kan nadenken en makkelijk een ernstige fout kan maken en een dokter die weer fris en fit is – maar dan wel een uur later – kiest hij ook eieren voor zijn geld. De andere twee staan erbij en willen toch eerst nog vertellen dat (b) er iemand was die al drie dagen pijn had en dat (c) iemand al een uur koorts had. Dan ga je naar huis en je kunt je even voelen als een insect dat is ingesponnen en nu wordt leeggezogen door een spin. Of als een sinaasappel die tot het laatst wordt afgekloven.
Julian Jaynes stoffeert zijn theorie met studies bij split-brain patiënten, mensen bij wie de hersenbrug tussen de twee hersenhelften (corpus callosum) beschadigd of artificieel doorgesneden is. De drie spraakcentra (een deel van de motorische cortex, het gebied van Broca en het gebied van Wernicke) bevinden zich in de linkerhersenhelft en zijn via de hersenbrug verbonden met de rechterhersenhelft waar (onder andere) visuele voorstellingen worden gevormd. Via de hersenbrug kwamen de ‘goden’ binnen in het spraakcentrum van de mensen en gaven zo aanwijzingen aan de linkerhersenhelft. Jaynes spreekt van de twee hersenhelften als ‘almost (…) two individuals’ (p.117). Vandaar dat hij het brein van de eerste mensen aanduidt als ‘bicameral mind’. Michael Gazzaniga, de bekende neurowetenschapper en beroemd geworden door split-brain onderzoek, ziet in de linkerhersenhelft nog altijd de ‘tolk’ (interpreter) die onze voorstellingen en ervaringen inpast in de logica van ons zelfbeeld en wereldbeeld. Jaynes baseerde zich o.a. op de onderzoeken van Gazzaniga toen die nog een relatief jonge en baanbrekende wetenschapper was. Asymmetrie tussen de twee hersenhelften ontwikkelde zich bij de primaten: de halfapen gingen in grote meerderheid hun linkerhand (en dus hun rechterhersenhelft) gebruiken om naar voedsel te reiken en het vast te pakken, terwijl ze hun houding in de boom verankerden met de rechterhand (en dus de linkerhersenhelft). Toen de mensapen meer en meer op de grond gingen vertoeven, werd het sturen van de houding minder noodzakelijk en kwam ook de rechterhand vrij voor het manipuleren van voorwerpen. Maar vanwege zijn ervaring met lichaamshouding bezat de rechterhand meer kracht en een grotere controle over de aanwending van de hand dan de linkerhand. En zo ontwikkelde de rechterhand zich tot dominante hand. Toen de eerste hominiden verschenen, circa vijf miljoen jaar geleden, waren de rechterhand en -arm reeds dominant geworden voor bijna alle handelingen van mensapen op de grond. Er bestaat ook een verband tussen rechtshandigheid en de taal die door de linkerhersenhelft wordt gecontroleerd. Communicatie bij primaten bestaat doorgaans niet alleen uit geluiden, maar ook uit gebaren met armen, benen en het hele lichaam, bewegingen die vaak nogal wat evenwicht en behendigheid vragen wanneer een dier ze in een boom uitvoert. Het leven in de bomen moet dan belangrijke eisen hebben gesteld aan een efficiënte communicatie. Daarom mag verondersteld worden dat de linkerhersenhelft, die al klaar was om de houding te sturen, de communicatievaardigheden ging sturen die afhankelijk waren van de houding, zoals de ademhaling vanuit de longen. Het patroon bleef bij hogere primaten bestaan en dus werd stemgebruik (en later taal) een zaak van de linkerhersenhelft.
5. Zoveel menseneen directeur in zijn bureaustoelde managers in de vergaderzaaleen receptioniste met een glimlacheen man drukt een knop inde anderen laden de vracht uitde boekhouder schrijft het opde poetsvrouw met haar karde kok in het bedrijfsrestaurantde jurist kijkt het contract nade magazijnier telt alle rekkende secretaresse checkt de agendade bediende vult het rapport inde personeelschef betaalt de lonenZoveel mensen, zoveel meningenZoveel mensen, zoveel karaktersZoveel mensen, zoveel misverstandenZoveel mensen, zoveel passieZoveel mensen, zoveel mogelijkhedenZoveel mensen, één bedrijf
Blijkbaar zijn wij mensen enorm gefascineerd door tegenstellingen. Zeker in de new-age ‘cultuur’ spelen deze dingen een belangrijke rol. Voor sommigen is het idee dat een begrip pas inhoud krijgt door de wisselwerking met het tegengestelde begrip een diep inzicht. Hoe komt dat?
Gezond eten betekent voornamelijk niet te veel eten. Teveel eten leidt tot allerlei ziekten teveel vet en teveel giftige afvalstoffen in het lichaam hebbend. Met name is het eten van vlees niet nodig. Eiwitten en essentiéle vitaminen kunnen worden verkregen uit bonen, granen en melkprodukten. Het verteren van vlees kost meer energie en produceert meer giftige afvalstoffen dan zuiver vegetarisch voedsel vanwege de meer complexe proteïnen in de vleesmaaltijd. Iedere dokter zal de gewone vleeseter aanraden meer divers te eten en meer lichaamsbeweging te hebben. Onze maag heeft niet werkelijk het zuur en het korte darmkanaal dat roofdieren hebben zodat halfverteerd vlees geneigd is te rotten in de darmen tenzij men zijn lichaam inspant om een meer aktief spijsverteringskanaal te hebben. Van nature eten vleesetende primaten slechts één keer in de vier à zes weken vlees om hun vitamine B12 , dat zeldzaam is in plantaardig voedsel, aan te vullen. Mensen kunnen het in melk vinden en voedselsupplementen als kelp en spirulina (een zeewier en een alg). Daarom is het bij omschakelen naar een meer vegetarisch stijl van gezondheidsvoeding het advies normaal te eten zoals men voorheen deed behalve dan het vervangen van de vleesmaaltijd met bonen-produkten aangevuld met kelp of sprirulina in geval niet genoeg vitaminen worden verkregen uit melkprodukten. Met het beperken van de hoeveelheid en soort van proteïnen die men tot zich neemt kan men op een rustiger manier leven zonder te stressen terwille van de ontlasting. Men zal niet minder sterk zijn in het lichaam gegeven een volwaardig dieet, noch zal men minder energie hebben het agressie-motief opgevend dat de roofdierenstijl zou rechtvaardigen. Men heeft precies dezelfde hoeveelheid chemicaliën ter beschikking en hetzelfde lichaam om mee te werken. Het is enkel de voedseldiscipline die verandert is. Moeilijkheden in het omschakelen van de ene stijl naar de andere kunnen worden toegeschreven aan een gebrek aan routine daar men altijd gekonditioneerd is op de oude manier door te gaan. Honger hoeft geen honger te zijn op de juiste manier afgekickt van de gewoonte van het vleeseten en teveel eten in het algemeen (afb.).  
1. Voor een wetenschappelijk verslag van het onderzoek, zie: Baba Shiv, George Loewenstein, Antoine Bechara, Hanna Damasio, & Antonio R. Damasio “Investment Behavior and the Negative Side of Emotion.”, Psychological Science, 2005, vol.16, 6, p.435-444.
Robette stierf in 1920 in Europa en Poli gaf het gevecht tegen de duinen en daarmee het ganse Ostende-project op. Enkel Bourel bleef in Ostende om te plannen af te werken en de strijd tegen de duinen verder te zetten en uiteindelijk min of meer slaagde.
‘Ik heb het geschreven kort nadat je …’ begon Gaetan. Dan schudde hij zijn hoofd. ‘Het spijt me, ik wil het er niet meer over hebben.’ Hij liep weg, zijn handen diep in zijn vestzakken gepropt. Zonder afscheid te nemen en zonder om te kijken.
Zo ontstaat ruimte voor een psychische instantie die ons gedrag over ruimte en tijd gaat coördineren en van consequentie voorziet. De ‘persoonlijke god’ zegt welke particuliere doelen we moeten nastreven, terwijl het nog altijd andere gemeenschappelijke goden zijn die ons bijvoorbeeld zeggen hoe we ons lichaam moeten verzorgen. Vandaar dat iedereen behept blijft met ‘universele’ begrippen van Goed en Kwaad en zich houdt aan de Wet, maar in sommige omstandigheden toch vindt dat hij of zij die Wet mag overtreden, te meer daar er op die Wet hoe dan ook altijd een uitzondering is, nl. ‘Nood breekt Wet’. Onze ‘persoonlijke god’ komt dus dikwijls in botsing met ons ‘moreel gevoel’ en om die botsing te vermijden gaan we proberen consequent te handelen, ons dus zoveel mogelijk onafhankelijk te maken van ruimte en tijd. Zo schrijft onze persoonlijke god, ons Zelf ons dagelijks handelen in in een levensloop. Tot op grote hoogte geldt deze situatie vandaag nog altijd, al spreken de ‘goden’ nu via boeken, DVD’s en televisie. In de persoonlijke identiteit kwamen aldus verschillende aspecten samen. In de eerste plaats de naamgeving die verwees naar de verwantschapsfamilie of clan. Deze naam sloeg op het levende lichaam en de persoon gebruikte zijn naam als aanduiding van dat lichaam: ‘Lachende Wolf gaat slapen’ (en niet ‘ik ga slapen’). Het is niet toevallig dat het Grieks en het Latijn (en veel andere oude talen) geen persoonlijke voornaamwoorden gebruiken: de vervoeging van het werkwoord was voldoende om aan te geven wie een handeling verrichtte of een beweging uitvoerde of onderging. Persoonlijke voornaamwoorden werden alleen gebruikt als de betrokkene extra benadrukt moest worden en ze verwezen dan naar de lichamelijke eenheid van de spreker of aangesprokene, niet naar een psychische instantie die nu als het Ego wordt aangeduid. Ten tweede werd men benoemd volgens de categorie waartoe men behoorde, dus volgens geslacht of leeftijd. Ook de bijzondere functie binnen de stam als men die had natuurlijk (het ‘beroep’ dus, bijvoorbeeld sjamaan, priester, vroedvrouw of later smid, geneesheer, leverde een naam aan een persoon. En ten derde de ‘persoonlijke god’, het Ego als de motor van iemands handelen. Deze motor waardoor men persoonlijk controle kreeg over zijn handelingen, ging later ook impliceren dat men beschikte over een ‘vrije wil’ en dat men psychisch en juridisch ‘verantwoordelijk’ was voor zijn gedrag. Het handelen vond zijn oorzaak in het Zelf van de persoon, in de wijze waarop hij met zichzelf overlegde. Het Ego of Zelf is dus niets meer dan een zelfdialoog die men zoveel mogelijk consistent wou houden: in die zin werd het Ego min of meer permanent. Het Ego is in die zin dus ook maar een slide-in tussen de waargenomen situatie en het handelen (of niets doen). In het Boeddhisme is het Zelf, het Ego nog altijd een vluchtig gegeven dat komt en gaat. De ‘persoonlijke god’ was vooral belangrijk voor mensen die beslissingen moesten nemen en keuzes moesten maken, leidinggevende figuren dus en demiurgen (‘mensen die voor de gemeenschap werken’, zoals ambachtslieden, werktuigmakers en sjamanen), en dat waren historisch gezien voornamelijk mannen.
Hij las over het contact met militaire centra die een voor een uit de ether verdwenen en over het koorts­achtige onderzoek dat de leden van het team deden om hun belangrijkste projecten te realiseren. Uitein­delijk waren er nog maar twee over, de incubators en iets dat ‘project Ariadne’ werd genoemd. Arnold Janssens schreef dat hij en zijn collega’s uiteindelijk moesten concluderen dat de incubators nutteloos waren als de niveau 4 dreiging niet geneutra­liseerd werd en dat daarom alle aandacht en alle moeite in ‘project Ariadne’ gestopt werd.
4. Onder individuele reddingsmiddelen worden verstaan de in artikel 10.05 bedoelde reddingsboeien en zwemvesten, alsmede reddingsblokken en uitrustingsstukken die geschikt zijn om een zich in het water bevindende persoon drijvende te houden. eur-lex.europa.eu
Portugal wordt meer en meer populair, de keuken raakt bekend en daarmee ook de wijnen die goed zijn en in verhouding weinig kosten. Dus wie weet wat er met Madeira gaat gebeuren. Nu gaat er hooguit gaat er een miniflesje uit de supermarkt door een gerecht, al zijn er wel liefhebbers voor een glas Madeira bij de bouillon of bij een chocoladedessert. Maar een goede fles, van één enkele druivensoort en een jaar of twintig oud, kost al gauw honderd euro.
Besides that brat of a sister I would have played and grown up with a nice twin brother. My life expectancy would have risen above average instead of 5 to 10 years beneath. And before dying I would have suffered from only 1 year of poor quality of life instead of 15 years by now. And, in that supposition, then, within the normal sequence of generations, my mother would have been charged with the task of burying me. She would live longer than I would do. But now, as that supposition is false, maybe I will be charged with that dirty job to bury her instead. Unless my reduced life expectancy would offer me a way out of that possible catastrophe, and I die in full pain before her own time has come. I hate funerals, and what I hate, I do not.
De Sony Cyber-shot DSC-WX350 is een compactcamera met 20x optische zoom. Dankzij dit grote beeldbereik is geen onderwerp nog te ver weg. Ondanks dit grote bereik past de camera moeiteloos in je broek- of jaszak. De krachtige Bionz X beeldprocessor zorgt voor een snelle verwerking van de foto’s en levert haarscherpe beelden met weinig ruis, zelfs bi
Boven, in haar eigen kantoor sloot Meyago zorgvuldig de deur. Het schraapte over de vloer net voordat het in het slot viel. Meyago plaatste de contracten op haar bureau, haalde Beijjuns oorbellen uit haar oren, knipte ze open.
Tenslotte voer hij langs harteloos wuivende riet­pluimen, met modde­rige vingers zijn relikwie be­roerend en biddend dat hij tóch het steiger­tje mocht bereiken, de enige plek die hij hier kende. De kinderen van de herberg zouden toch wel wegge­trokken zijn? Wat was hier nog voor hen?
‘Ik weet het niet, hoor,’ piepte hij, zijn hoge bibber­stem compleet in tegenstelling met zijn tonronde buik. ‘Ik weet het niet, hoor. Deze hele onderneming! Ik wéét het niet! Waar moeten we heen dan?’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *