“fiets voor overlevingsuitrusting ons militair overschotoverlevingsuitrusting”

Het was een paleis voor zielenrovers, lelijk, de gevel zwaar en donker, met drie rijzige torens en naar­geestige betonnen beelden van abstracte menselijke vormen naast smalle hoge ramen van glas in lood.
Wij zien dus de eerste succesvolle mensengroepen als in wezen coöperatief en vrij egalitair. We kunnen zonder meer bedenkingen uiten ten aanzien van de theorie van het reciprocal altruism, waarbij wederzijdse samenwerking zou ontstaan zijn uit welbegrepen eigenbelang, het geven van een gunst met de verwachting dat de ander in de nabije toekomst een wederdienst zal bewijzen. We betwijfelen ten zeerste of de menselijke coöperatie zich op basis van dergelijke ‘economistische’ modellen ontwikkeld heeft. Deze modellen suggereren dat de coöperatie zich in de eerste plaats tussen twee personen gevormd heeft én daarenboven dat het niet gaat om een gezamenlijke activiteit, maar om daad en wederdaad. Wij geloven niet dat de samenwerking primair dyadisch was: de enige echt dyadische handeling was seks. Wij achten de kans veel groter dat de mensengroep omzeggens in zijn geheel achter de eerste jachtprooien aanging. Coöperatie is het afstemmen van elkaars gedrag op elkaar, geen ruil van een gunst voor een tegengunst. Een aantal mannen jaagt het wild op, enige anderen omsingelen het en versperren het de uitweg, een paar anderen maken de prooi af: iets in deze trant. Dit is geen kwestie van (wederkerig) altruïsme waarbij de ander de één later iets teruggeeft. De meeste evolutionaire psychologen geven de indruk alsof de jagers van meet af aan individueel jaagden en eventueel hun buit, als die te groot was, deelden met een andere jager, opdat de volgende keer die andere jager, als die zijn buit nu groter was, hetzelfde zou doen. Maar jagen gebeurde in groep en de buit was collectief. Slechts later als technologieën zoals pijl en boog stevig ontwikkeld waren, konden jagers individueel gaan jagen. xxDus zelfs al waren individuen voor hun survival en reproductief succes genetisch geprogrammeerd op basis van zelfzuchtige genen: de vorm die het productief leven aannam was een collectieve zaak. En dit maatschappelijk, cultureel gegeven heeft o.i. de biologische preprogrammatie gekanaliseerd, gestileerd, bijgestuurd of onderdrukt, afhankelijk van de situatie.
Een vrouw kan zich veroorloven meer passief te zijn dan een man. Dit is biologisch gekonditioneerd. Dienovereenkomstig is een man geneigd de situatie over te nemen. Dit is allemaal zuiver genetische konditionering met het uiteindelijke doel van de sexuele daad. Kultureel zijn deze geneigdheden verwaterd: een vrouw zou reageren en zichzelf in zekere mate bloot moeten geven, en een man zou zich haar intenties bewust moeten zijn om niet als een onverschillige mannelijke chauvinist ter zijde te worden geschoven. Beide posities moeten compromissen aangaan ten einde cultuur en natuur in evenwicht te brengen. Dus bezien vanuit de mannelijke dan wel vrouwelijke positie, zouden beide partijen altijd moeten proberen om van intiatief te zijn, met daarin het mannelijke iets aktiever in het afsprakengebeuren dan het vrouwelijke. Hiermee loopt de man altijd iets meer risico bedrogen te worden of de illusie te hebben gewild te zijn. Daarom wordt het voor een vrouw als meer schaamtevol gezien niet een maagd te zijn als voor een man. Niet in staat een maagd te vinden in zijn leven kan een man gebonden aan een cultuur van vrije sex echter één voordeel vinden: men is meer verplicht aan de zelfrealiserende ziel daar de noodzaak van veranderen voor een duurzame relatie afneemt met de toename van het belang van zelf door te gaan. Anderzijds is het benadrukken van zelfrealisatie zonder het idee van de ziel een uitnodiging tot promiscuïteit: van alleen het ego is minder duurzaamheid en stabiliteit te verwachten. Gedreven door de noodzaak van het initiatief is op zichzelf het hebben gehad van verschillende partners niet zo zeer een bezwaar als wel het missen van de leidraad van het geweten. 
Consequent zijn, volhouden, vasthouden aan het principe van de ziel, moet niet betekenen dat je vervalt in materiële nalatigheid. In feite is men in het complexe van oorzaak en gevolg, verplicht gewetensvol te handelen ten einde de meditatie ter wille van de zelfherinnering te realiseren. Alleen met alle respekt wordt de ziel gevonden, niet met de excuses van nalatigheid die nooit vrede met de materiële wereld kunnen brengen en dus niet behouden. Dus, eenmaal de show gestolen hebbende, moet men doorgaan, maar hoe? Het geheime antwoord van de know how is niet te verraden. Verraden deed je al, maar verraad kan niet doorgaan. Evenals het sterven van datgene wat werd verraden, moet ook de verrader sterven. De vraag is dus, hoe je terug te trekken zonder de vertoning kwijt te raken. In de evolutie van de ziel is onthechting het mechanisme waarin het verloop van het zich opnieuw gelijkrichten de voortzetting van de vertoning uitmaakt. Dit kan alleen bestaan bij de gratie van het ontwikkelen van kracht. Het onttrekken van je energie aan het begrip van materiële bezitterigheid noodzaakt de herintegratie van lichamelijke en geestelijke kracht. Oude integraties die reeds lang vergeten waren doemen weer op en nieuwe capaciteiten ontwikkelen zich in de transformatie van de gelijkrichtende vertoning. Het geheim van het weten hoe wordt gevonden in het zich herverbinden van het oude ego-belang ,met het nieuwe belang van de orde van de ziel. De vertoning gaat door, de verschijning verschilt. Van vervreemd raakt men gelijkgericht. 
Neuroeconomics, of neuro-economie, is een relatief jonge subwetenschap die neuroscience, economie en psychologie met elkaar combineert in de studie van keuzes, beslissings- en besluitvormingsprocessen. Neuro-economie focust op de rol van de hersenen bij het nemen van beslissingen, het evalueren van risico’s en beloningen, het kiezen bij dilemma’s en dergelijke. Doorgaans gaat het om financieel-economische beslissingen, maar in een bredere context kunnen de bestudeerde problemen ook van morele, sociale of juridische aard zijn, bvb. het oordeel over schuld of onschuld door een jury in een rechtszaak. Vandaar dat sommigen spreken over neuronomics. Neuro-economie baseert zich niet op logisch-wiskundige modellen zoals waarschijnlijkheidsmodellen maar op neurobiologische modellen. Deze zijn van tweeërlei aard:
Levendige en soms gewelddadige dromen. Je laat vele, vele levens van lager vibrationele energie los. Velen vertellen nu dat zij mooie dromen ervaren. Je droomstaat zal uiteindelijk verbeteren en je zult er weer van genieten. Sommigen ervaren dit loslaten terwijl ze wakker zijn. Mijn moeder zei eens tegen mij dat ze geloofde dat ik nachtmerries gedurende de dag had!
Darwin propageerde rond 1860 de manische idee dat de mens van lagere diersoorten afstamde, en niet (zoals de goegemeente tot  dan toe aannam) van God, die vanzelfsprekend niet in vraag kon worden gesteld, niet op zijn doen en laten kon aangesproken worden. Sindsdien is het een hels heen en weer geweest van koortsachtig zoeken naar tastbare verschijningsvormen van de Eerste Mens (versus de romanficties in schunnige boeken zoals de toen populaire maar half op de “index” staande Bijbel, met al zijn harde porno). En een zoeken naar “missing links” tussen u en ik aan de ene kant en bavianen, gorilla’s en chimpansees aan de andere kant. De Mens is ondertussen al honderden keren op een eerlijke, faire manier gevonden maar is ook al even veel keer door fraudeurs in elkaar geknutseld met wat klei en ongebluste kalk.
Een schone pan stond op de metalen stoof. Drie boeken waren door iemand uit de kast gehaald. Twee andere boeken stonden iets schuiner dan ze die ochtend waren achtergelaten. Twee nieuwe boeken lagen naast het grote bed, aan Loheijs zijde.
De levende dromers die deze streken bezoeken, ja, met hun geestesgesteldheid moet iets goed mis zijn. Om in deze zeepbel van een droom vrijwillig rond te waren, dat kun je niet minder dan waanzin noemen, en dat terwijl de doden hier niets liever willen dan terugkeren naar de wakende wereld.
Overigens: in zijn algemeenheid een uiterst gecompliceerde kwestie. Is het bevorderlijk voor de ontwikkeling van een kind dat het nooit zou te maken krijgen met pijn of andere “trauma’s”? Pijn en leed horen bij het leven, en wie niet weet wat leed, verdriet en pijn is, kan ook niet weten wat vreugde, blijheid of “geluk” is (en vice versa). Cf. de discussie omtrent de onrustwekkende toename van allerhande allergieën bij de jongere generaties die blijkbaar in veel te hygiënische omstandigheden zouden zijn opgegroeid. Zodanig dat door het gebrek aan contact met agressieve en venijnige stoffen of andere stressoren, hun immuunsysteem en meer in het algemeen hun lichamelijke en psychische weerbaarheid zich niet voldoende zouden hebben kunnen ontwikkelen en oefenen.
Een gezinssituatie is een gecompliceerd organisme. Het kan maar al te gauw escaleren omdat mensen te dicht op elkaars lip zitten. Er zijn veel gebroken gezinnen gebaseerd op dit principe. Daarom is het ook niet vreemd dat velen vandaag de dag voor een LAT-relatie kiezen, zodat wanneer de spanning te hoog wordt ze even naar hun eigen honk kunnen vluchten. Dan kunnen ze in alle rust bijtanken om het dan weer met elkaar te proberen. Eén gezin in één huis is een hoge druk op de ketel.
De evolutionaire psychologie beschouwt de mannelijke jaloezie (en de ermee gepaard gaande agressiviteit) als genetisch geprogrammeerd, als een geëvolueerde psychologische adaptatie (GPA). Mannen blijken, overal ter wereld, een voorkeur te hebben voor een vrouw die seksueel onvoorwaardelijk trouw is. Het hoorndragerschap, het bedrog van de vrouw, doet de man het risico lopen te investeren in een kind dat niet het zijne is en dus zijn genen niet draagt, een situatie die inderdaad zal gepaard gegaan zijn met een ernstig verlies aan reputatie en status in de gemeenschap. Jaloezie is het GPA-wapen dat de man helpt seksuele ontrouw van zijn vrouw vóór te zijn. De jaloezie verhoogt zijn waakzaamheid en hij zal zijn vrouw nauwlettender in het oog houden (of laten houden). Het contact van de vrouw met andere mannen wordt beperkt. Kapers op de kust worden desnoods hard aangepakt. En misschien zal de man geneigd zijn ook meer in de relatie te investeren. De jaloezie geldt niet alleen gepleegd overspel maar ook de perceptie van potentiële rivalen. Vrouwen lijden ook wel onder de ontrouw van hun echt, maar ze weten steeds dat de kinderen die ze hebben hoe dan ook hun kinderen zijn. Vrouwen zouden, blijkens onderzoeksresultaten van de evolutionaire psychologie, gevoeliger zijn voor de mogelijkheid dat een man zich emotioneel gaat binden aan een andere vrouw en dus resources naar die andere vrouw en haar kinderen zal toeschuiven. Dus de vrouwelijke jaloezie betreft niet in de eerste plaats het seksuele overspel zelf, maar de emotionele ontrouw die erin besloten kan liggen. De studies laten wel zien dat ook mannen niet geheel ongevoelig zijn voor emotionele ontrouw van hun partner en vrouwen van hun kant staan ook niet geheel onverschillig tegenover seksuele ontrouw van hun man. Andere onderzoeken geven aan dat mannen eerder dan vrouwen geneigd zijn hun partner verborgen te houden, haar tijdverdrijf te controleren, haar eeuwige trouw te zweren, fysieke signalen van een bezitsverhouding uit te zenden (arm over de schouder leggen van de partner) en geweld te gebruiken tegen de partner of tegen de potentiële rivaal. Vrouwen zullen eerder hun fysieke schoonheid opkrikken of hun man licht tot heftig jaloers maken om zo diens trouw en relatiegehechtheid te testen of te versterken. Hierbij treedt wel een zekere context-specificiteit op: mannen doen meer echtelijke inspanningen naarmate zij rekening houden met de mogelijkheid van ontrouw van de partner of wanneer de partner hoge reproductieve waarde heeft (dus jong en mooi is). Vrouwen perken hun man eerder in als hun partner ambitieus is en alles in het werk stelt om zijn sociale status te verhogen. Verder blijkt dat jonge, attractieve vrouwen eerder af te rekenen hebben met jaloezie van de partner, alsmede van het erbij horend geweld. Vrouwen met veel verwanten in hun omgeving hebben daarentegen minder te lijden onder seksueel geweld. En tenslotte blijken mannen die over weinig resources beschikken, zich gemakkelijker te buiten te gaan aan geweld tegen de partner.
Exemplaren van die van de mens afgesplitste soort maken nu ondertussen ook al de dienst uit in de cafés en eethoekjes van de allernieuwste cultuurhuizen en andere tempels waar roken absoluut verboden is, ook op de terrassen in de open lucht. Kwestie van niet te uitnodigend te zijn voor de menselijke soort die qua aantal nog steeds de robot overtreft. De klanten worden op deze consumptieplekken bediend door strakke stijve wezens uit één stuk, die via een ICT-apparaatje communiceren met één of andere onzichtbare heidense godheid. Hooguit bij het afrekenen houden ze even met een metaalachtige glimlach – een kramp van de lippen – de schijn op dat ze een vorm van besef hebben gehad van de bio-dimensie van je bestaan op deze aardbol.
Bij het vallen van de avond was de muurschildering af. Net zoals het monster was de hemel een explosie van kleuren. De ondergaande zon bloedde in onheil­spellende tinten langs de randen van een onweerswolk. Een sterke wind was komen opzetten. Zohra en Lieven keken beiden naar de lucht. ‘Gelukkig is de verf al droog,’ zei ze. De kristallen waren bijna uitgewerkt. Ze wist dat de klop elk moment kon komen. Dan zou ze zich slap en ziek voelen, maar ze had tenminste een rustige plaats om te slapen.
Jonas Grimpeerd keek me strak aan. ‘De. Ton. Trekt. Onze. Vracht,’ zei hij. Hij bleef me aankijken, niet op een ‘wat gaat het zijn, ja of nee’-manier. Maar op een ‘waag het niet me tegen te spreken’-manier. Het was een nieuwe stap in onze relatie, zou je kunnen zeggen. Een nieuw ritme in een eeuwenoude dans.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *