“survival en kampeerspullen metalen uitrusting 5 overlevingsmodus”

Men kan gelukkig zijn als men sex gehad heeft maar ook bedroefd. zijn. Sommige sex is een bevrijding van de dierlijke drift waarbij men zichzelf zichzelf als een geslaagde voortplanter en als een minaar van de andere sexe ontdekt. Sommige sex is bedroevend genoeg een teken van afhankelijkheid waarbij men zich realiseert gevangen te zijn in een web van culturele onderwerping waarmee men nooit het ware van het zelf kan bereiken. Beide soorten hebben een zekere kulturele minachting gemeen bewijs leverend van de subliminale aard van de kultuur. Het bezwaar tegen deze realisatie ligt in het verschil tussen transcendentie (afb.) en sublimatie. Ontlading op een hoger nivo van zelfverwerkelijking kan nog steeds zeer materiëel gemotiveerd zijn: alle goddelijkheid en consideratie, alle politiek en hart voor de zaak kan er zijn voor een bepaalde materiële uitkomst, op die manier nooit de transcendentale werkelijkheid van bevrijding in dienst aan het belang van de ziel bereikend. Zoals boven gesteld vormen bezitterigheid en slechte timing de meer subtiele lusten en het verraad van de hogere intelligentie. Dit ingezien hebbend met het opgeven van de neigingen van vergaren en bewaren ter wille van de bezitsdrang en trouw aan de hypnose van de commerciële standaardtijd ter wille van een slechte timing, komt het transcendentale binnen bereik. Al wat men nodig heeft is de orde van een natuurlijke kijk op de zaak en de objectiviteit van een open raam om de werkelijkheid te zien zoals die is transcenderend tot het geluk van de ziel die zijn best deed en altijd bereid is verder te offers te brengen. Dan kan men gelukkig zijn als men sexueel niet hoeft te presteren en niet bedroefd zijn omdat je het wel deed. Sublimatie is op zichzelf geen garantie tegen de neurotische dwangmatigheid en de bedroefde treurnis die kan ontstaan als de sex liefdeloos is terwille van een materiëel resultaat. 
Berend stond op de stoep en keek naar de slagerij aan de overkant van de straat. De winkel was donker. Op het bordje aan de deur stond gesloten. Er was een papiertje onder geplakt met daarop in stiftletters: wegens omstandigheden. Berend dacht aan Willem, die nu aan de eettafel zou zitten, of in de grote stoel voor het raam. Zou hij onderhand al hebben ontbeten? Berend bedacht zich dat hij vandaag weer bood­schap­pen zou moeten doen, en hoopte dat hij in de super­markt een nieuw recept kon vinden. Hij zuchtte. De vegetarische maaltijden maakten Willems stem­ming er niet beter op, maar Berend durfde geen vlees te bereiden. Hij hoopte dat hij op tijd thuis zou zijn om de verpleegster te vragen hoe het ging met Willem, en met zijn hand.
Zonder kennis van de ziel, werkt het geweten niet goed en wordt de formele orde niet herkend noch ontwikkeld. Uit deze toestand van onzekerheid ontwikkelen zich compensaties op zoek naar een identiteit. Allerlei merkwaardige kultuur kan zo bestaan, de ene wat schadelijker dan de andere. De noemer van deze subculturen is de neurotische zoektocht naar een identiteit en het niet bona fide experiment met gezag en identificatie. Grote rampen volgen de wanhoop van het collectief mislukken van het beheersen van deze neurotische, tijdelijke aanpassingen in afwezigheid van een formele bevrijding. Men zou bevrijd kunnen zijn, maar ontdekt dat men erbuiten valt, men zou formeel kunnen zijn, maar ontdekt dat men gebonden is in compensatieculturen. Vieringen die boetedoeningen zijn en boetedoeningen die een ziekte zijn; een dergelijke samenleving kan geen geluk vinden of hoop op de toekomst. Dit is een gevaarlijke toestand. Om te ontsnappen aan het grootste gevaar zou één of andere stap moeten worden gezet in de richting van de authentieke orde die de identiteit (afb.) van status en de beroepsmatige bezigheid definiëert (afb.). Zoals bekend staat dit altijd heel dichtbij en niet ver van de alledaagse werkelijkheid. Een simpele arbeider te zijn zou moeten worden herkend als een gerespekteerde sociale positie. Handel drijven zou niet moeten worden veroordeeld als zijnde slecht vanwege het winstmotief. Heerschappij van de militaire, burgerlijke of nobele soort zou moeten worden geëxcuseerd als een praktische noodzaak ondanks de demonische neigingen ervan. Ten slotte zou men altijd moeten proberen de geestelijke en wetenschappelijke autoriteiten te respekteren, hoever van de alledaagse werkelijkheid verwijderd hun oordeel ook moge zijn. Status van gehuwd zijn, als vrijgezel of teruggetrokkene aktief zijn, of wijsheid op de vrije baan te zijn, zouden niet boven elkaar moeten prevaleren. Met deze richtlijnen in gedachten, zou een redelijke, ordelijke samenleving met duidelijke identiteiten mogelijk moeten zijn.  
Socrates is de eerste ons overgeleverde filosoof die zichzelf en zoiets als zijn Ego (zijn “daimōn”) tot onderwerp van reflexief en filosofisch denken nam (via Plato’s pluim weliswaar). Socrates’ “daimōn” is niet de Geest, de Ratio of de Logos die zich bij iedereen, bij elke mens dus (vrouwen, minderjarigen en slaven even buiten beschouwing gelaten), op een min of meer gelijkwaardige wijze manifesteert. Zijn hebbeding had al evenmin iets weg van het vluchtige “Ik” waar in die tijd boeddhistische welgeborenen en andere wijzen uit meer oosters en esoterisch gelegen landstreken hun giftige pijlen op richtten. Nee, de “daimōn” waar Socrates zich op beriep, was zijn hoogst eigen, hoogst particulier privébezit, dat ding dat we in onze moderne tijden zouden aanduiden als “karakter” of “persoonlijkheid”. Zijn “daimōn” was van hem, van hem alleen en van niemand anders.
‘Ach, lieverd.’ Ik laveer tussen de troep door en trek haar in mijn armen, Over haar schouder kijk ik naar de schermen en begrijp meteen waar ze op heeft gezocht. Op APV en SSF, maar het meeste gaat over de ARBOT-wet.
a. Mensen als passieve wezens. Schnitzler gaat er gemakshalve aan voorbij dat ICT, en technologie in het algemeen, mensenwerk is. Mensen, en zeker niet de mensheid in haar geheel, worden niet zo maar overvallen door een nieuwe technologie. Nieuwe technologieën zijn het resultaat van een ontwikkelingsgang binnen een dynamiek waar wij deel van uitmaken plus van onze technische relatie tot de natuur, het ecosysteem waarin wij opereren, en onze voorhanden zijnde omgeving. De mens moet om te overleven materiaal aan zijn omgeving onttrekken om er technisch gesofisticeerde werktuigen, instrumenten, apparaten en machines van te maken. Schnitzler benadrukt terecht dat de mens constitutioneel een technisch wezen is gezien zijn beperktheid en zijn gebrekkigheid. Maar ICT voorstellen als iets dat door de goden op onze aardbol is gedropt, is heel kort door de bocht. Schnitzler behandelt eigenlijk alleen de impact van ICT, niet de dynamiek waarbinnen ICT zich in een lang proces heeft ontwikkeld uit eenvoudige en primitieve telramen (1).
‘Dat begrijp ik,’ zei Harrald. ‘Maar ik ben al negen­tien. En ik weet zeker dat onze redding in Eindhoven ligt. Jullie hebben het zelf in de archieven gelezen: de topgeleerden in reproductie- en incubator­technieken werkten daar.’
29. 27 4. De invloed van seksverslaving op de partner Er is al veel geschreven over de gevolgen van seksverslaving voor de verslaafde zelf, maar deze raken ook de partner. In dit hoofdstuk staat het effect van de seksverslaving op de partner centraal. De effecten kunnen opgesplitst worden in verschillende fasen: • tijdens de verslaving; • bij het uitkomen/de onthulling; • tijdens de verwerking; • tijdens herstel. Hoewel deze effecten vooral toegespitst worden op de vrouw, richt dit onderzoek zich ook op de partnerrelatie zelf: hoe is de houding van de verslaafde geweest tijdens dit proces? Welke rol kan de verslaafde spelen in de verschillende stadia van herstel van de partner, en wat is daar voor nodig? Effect ten tijde van de verslaving Er zijn veel effecten van seksverslaving bekend die zich afspelen bin- nen de relatie, en die bewust en onbewust door de partner ervaren worden. Gevolgen op emotioneel en lichamelijk niveau (bijvoorbeeld op het vlak van de intimiteit), maar soms ook op financieel niveau raken altijd ook de partner.
Uit beleefdheid heb ik wat bedenktijd gevraagd. Ze snappen nog steeds niet waarom ik hier na een jaar weg wil: niet het ziekenhuis in Bawku is de oorzaak, maar het hogere management, vooral de mensen buiten Bawku, dat voor mijn gevoel nooit op tijd iets voldoende heeft geregeld voor mij.
‘Wat denk je? Al je grootspraak over eerlijke ver­deling van energie, maar intussen de dikst mogelijke kabel naar het oude nanolab in 020? Zo ingewikkeld was het niet. Het leuke is,’ zegt hij, terwijl hij terug loopt naar de witte bank, ‘dat jullie nanoveld letterlijk alles doorlaat behalve nanodeeltjes. Alles.’ Hij gaat op zijn knieën op de bank zitten en buigt over de rugleuning. Met gemoffelde stem gaat hij verder. ‘Mensen. Dingen. Lucht. En…’ Met een zwierig gebaar komt hij weer overeind en naar me toe. ‘Vuur.’ Hij toont me de lasbrander die hij tevoorschijn heeft gehaald. Hij ontsteekt het apparaat en draait aan de regelaar tot zich een ijzingwekkend blauwe vlam aftekende.
Algemeen gesproken kunnen we aan de ene kant spreken over een onbeschrijflijke “toestand” van vormloosheid. Onbeschrijflijk omdat er niets over te zeggen of te weten valt. En waarover niet gesproken kan worden, zei Ludwig Wittgenstein, daar kan men alleen maar over zwijgen. Zelfs een veronderstelde stabiliteit of weerstand tegen verandering en destabilisering blijft een loutere veronderstelling waarover nergens een of andere indicatie getuigenis zal afleggen. Aan de andere kant staat iets dat we best kunnen omschrijving als vormgeving, de vorming van vormen. Dit heeft iets dat uitsluitend menselijk is of lijkt, iets creatiefs – en dus tegelijk ook iets destructiefs (maar wat vernietigt het?). Vormen die verschijnen vanuit een vormloze “toestand” waarop we evenwel in geen geval onze gekende fysische dimensies of kwaliteiten (tijd, ruimte, substantie, uitgebreidheid, …) kunnen toepassen. Vormloosheid die vorm krijgt en overgaat in een vorm of in een multitude aan vormen. Maar wie of wat geeft ze vorm?
We zijn ervan uitgegaan dat de eerste mensen oorspronkelijk allen ongeveer dezelfde ervaringen hadden. Hun breinen ontwikkelden zich dan ook gelijklopend. Met de duur verpersoonlijkten de ervaringen zich echter. In eerste instantie trad een differentiatie op tussen mannen en vrouwen, op basis van hun verschillende functie in de voedselproductie. Deze differentiatie entte zich op de ‘natuurlijke’ differentiatie in de zin dat vrouwen kinderen baarden en grootbrachten. Reeds bij dieren zien we dat hormonale werking de structuur en het functioneren van de hersenen kan beïnvloeden. De beïnvloeding betreft vooral het netwerk van de zenuwcellen, maar ook hun omvang. Zo zien we bij kanaries dat de werking van mannelijke hormonen tijdens de voortplantingstijd een bepaald gebied in de hersenen tijdelijk vergroot. Bij de mens zien we soortgelijke fenomenen: na de geboorte gaat bij jongens onder invloed van testosteron een celgroep in de hypothalamus minder in omvang afnemen dan bij meisjes. Met het verschil in opgedane ervaringen en de activiteiten waarin men zich engageert, gaan de breinen van mannen en vrouwen zich verpersoonlijken, uitgaande van de reeds aangeboren geslachtsverschillen in de hersenstructuur. Mannelijke hersenen zijn gemiddeld 10% groter dan vrouwelijke hersenen, maar vrouwen blijken in sommige hersenregio’s meer zenuwcellen te hebben, met name in het corpus callosum, de hersenbrug die de beide hersenhelften met elkaar verbindt, wat mogelijk zou kunnen te maken hebben met een grotere synthese tussen wat we voorheen de aspecten ‘samen’ (het eenvoudige zien) en ‘tegenover’ (het kijken dat gepaard gaat met denken en taal) hebben genoemd, zoals dat tot uiting komt in de moeder-kind relatie. Richard Haier stelde op basis van een morfometrische analyse van hersenscans vast dat vrouwen meer witte stof in de hersenen hebben (waardoor de transmissie van informatie tussen hersencellen vlotter verloopt) en minder grijze stof (die informatie lokaal verwerkt). De correlaties tussen grijze stof en intelligentie blijkt zich bij mannen ook in andere delen van de hersenen te situeren dan bij vrouwen: bij vrouwen bijvoorbeeld meer in de rechtervoorhoofdskwab. Vrouwen hebben dus gemiddeld genomen door hun andere hersenstructuur dus ook een ander type intelligentie. Vrouwen blijken beter dan mannen in het herkennen en herinneren van ruimtelijke configuraties van voorwerpen, met aandacht voor details, perifere waarneming en de verhoudingen tussen voorwerpen over een bepaalde oppervlakte. Deze spatiale vaardigheden worden in verband gebracht met het voedsel zoeken en verzamelen. Mannen daarentegen blijken sterker te zijn in oriëntatievaardigheden, in mentale transformaties nodig om de oriëntatie te behouden tijdens een beweging en mentale rotatie (zich een object voorstellen vanuit een andere hoek of vanuit iemands anders perspectief): dit zijn vaardigheden die nuttig zijn voor de jacht en het terugvinden van de weg van jachtterrein naar verblijfplaats. In hoeverre deze verschillen genetisch vastliggen of doorheen de fysiologische en psychische ontogenese en de confrontatie met de grillen van de leefsituatie worden gevormd is onduidelijk. We verwijzen hier naar het onderzoek waaruit blijkt dat de hersenontwikkeling zich op basis van nieuwe levensuitdagingen tot na de adolescentie voortzet.
Ze schoof vier ringen aan haar vingers toen ze even bij een diepe winkel met beddenhoed bleef staan, stak een blauwe bloem in haar haar en veranderde haar manier van lopen bij het passeren van drie enorme aquariums (vol felgekleurde vissen ter grootte van haar vuist). Toen ze de bazaar uit de zuidelijke poort verliet was ze voor het oog en het gevoel niet langer meer Meyago Niloo, maar een willekeurige Lleroh-vrouw uit het noordelijke district van Ebyon.
hier nog een , een newfoundlander gehad met nierfalen, ik wist het niet van mijn hond, tot op de dag dat ze stierf. ze zakte heel langzaam weg, en raakte in coma, de dierenarts wist niet wat er op dat ogenblik aan de hand was, tijdens de narcose , ze was opeens binnen een uur opgeblazen, is ze overleden, sextie verricht, en bleek dat ze nierfalen had. dat was een klap. de hond heeft er niets van gemerkt, wij des te meer.
Om dit te bereiken startte op 27 mei de pilot ‘Ondersteuning bij zelfregie’ in het Maasstad Ziekenhuis, waarbij oncologie- verpleegkundigen in de nieuwe rol van ondersteuningsconsulent patiënten vroeg-tijdig informatie en handvatten bieden om zo goed mogelijk om te gaan met de gevolgen  van kanker. Daarnaast wordt de OOK Wijzer ingezet, een nieuw online hulpmiddel dat kankerpatiënten en naasten helpt de weg te  vinden naar de juiste ondersteuning in de regio. De OOK Wijzer is in de eerste fase be-schikbaar voor patiënten, naasten en zorg- verleners in de regio Rotterdam Rijnmond. Begin 2015 krijgt de tool landelijke dekking.
Iets verderop waren de bomen rechter en bezaten ze een bladerdak. Nog steeds verstoken van alle kleur, maar in ieder geval leek het nog ergens op. Ze merkte dat ze bijna onwillekeurig een pad volgde, dat haar bij een open plek bracht. Daar brandde een vuurtje met grijze en witte vlammen. Aan de rand van het vuur stond een pan waaruit een kruidige geur kwam.
Het was een paleis voor zielenrovers, lelijk, de gevel zwaar en donker, met drie rijzige torens en naar­geestige betonnen beelden van abstracte menselijke vormen naast smalle hoge ramen van glas in lood.
Speciaal voor gewondentransport werd de Fi 156D ontwikkeld. De voorserie Fi 156D-0 werd uitgerust met een Argus As-10P-1 motor en geschikt bevonden voor dit doel. De productieserie werd de Fi 156D-1, waarbij aan stuurboord een luik was aangebracht om het laden en lossen van een brancard te vergemakkelijken. De Fi 156D-2 was identiek, echter werd geproduceerd in bezet Tsjechoslowakije.
Gerard en Maria keken elkaar aan. ‘Dat was tien jaar geleden, Harrald,’ zei Gerard. ‘Die archieven vertellen over iets dat tweehonderd jaar geleden actueel was. Het heeft al jaren geduurd om de weg naar Eind­hoven terug te vinden. Hoe lang doe je erover gebouwen te zoeken en binnen te komen?’ Zijn argument was duidelijk: Eindhoven was groot, te groot voor één jongen om helemaal om te spitten.
Het idee is even eenvoudig als geniaal: in de plaats van lelijke metalen vaten neem je voor je feestje gewoon een grote vrucht (bv. een watermeloen – maar het werkt ook met een pompoen), snijdt ze van boven open en holt ze uit, of met de mixer fijn maken en drankjes toevoegen draai de tapkraan in de meloen tapkraan, die precies in het gat past. Nu moet je alleen nog een drank naar keuze in de m…eloen gieten en zo heb je plots de coolste tapinstallatie die je maar kan denken.
Ze plaatste haar vinger op de kiezelsteen, de com­puter. Ben je er één van ons? Een speciaal project om de ontwikkeling in Yin-Ghuel te versnellen? Werkte je voor één van de Kiteh? Wat hoopte je te bereiken?
De hal is zeker twee keer zo hoog als de vorige keer dat ik er was, en verlicht met rokende fakkels. Naast de dubbele liftschacht zijn de plafonds doorgebroken om plaats te maken voor een immense tredmolen, waarvan de as de schacht doorboort. Onderin de tredmolen liggen vijf naakte, zwaarlijvige figuren gelaten te wach­ten. Een snurkt; de anderen richten zich zuchtend op.
Onlangs werd ik opgeschrikt door een alarmerend 4-koloms artikel in de International Herald Tribune: de inmiddels roemruchte liefdesstof oxytocine, ook wel liefdevol genoemd, heeft ook een demonische achterkant: het leidt niet alleen tot knuffel en bescherming en trouw van geliefden en familie, wat we al wisten, maar het leidt ook tot uitsluiting van buitenstaanders, vreemden en uitgestotenen… Het hemd is nader dan de rok, het PVV-feestje, dus.
Het duurde even voor Samuel begreep wat ze vroeg. De ceremonie van de wedergeboorte, natuurlijk. Het was het ritueel van volwassenheid dat plaatsvond in het jaar dat een kind twaalf jaar werd, wanneer de herinne­ringen van hun vorige levens echt terug begonnen te komen. ‘Zeker weten,’ antwoordde hij. ‘Dat wil ik niet missen.’
Ik heb erg genoten, die keren dat ik op de sneeuw geslapen heb. Dus zodra de sneeuw weer valt maak ik mijn bedje binnen op: Matje slaapzak en kussen in een bivakzak (een waterdichte hoes voor je slaapzak). Dan kan ik het geheel zo in mijn pyjama mee naar buiten nemen en erin kruipen. Ik heb ernstig getwijfeld gisteravond, toen na de sneeuw een fikse regenbui kwam. Maar tegen bedtijd was het droog en had ik geen smoes meer. Behalve dan dat de sneeuw bijna weg was.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *