“overlopende weg om te overleven laatste man overlevingsuitrusting”

Mijn dochter. Ik bewonderde haar bevlogenheid, maar haar naïviteit beangstigde me. Het artikel was nauwe­lijks gepubliceerd, of degenen met de meeste belangen wierpen zich op de doorontwikkeling van het algo­ritme, op de implementatie ervan op diverse systemen en het ontrollen ervan op het internet, inclusief de cloudservers. Overheden gebruikten het algoritme gericht om te wissen wat ze volgens de privacy­wet­geving niet langer mochten bewaren. Top­crimi­nelen kregen een brandschoon verleden, evenals oorlogs­misdadigers en politici. Beroemdheden wisten onwel­gevallige episoden uit hun roemruchte verleden, daarna werden de gaten opgevuld met wensbeelden van een fictief verleden.
Er is in onze samenlevingen een vreemde onzichtbare kracht aan het werk. Een kracht die wij blijkbaar niet kunnen lokaliseren, niet kunnen duiden, dus ook niet kunnen bestrijden. Die on(be)grijpbare kracht vraagt ons, eist van ons, op straffe van allerlei tastbare sancties, dat wij op elke situaties op een gepaste wijze reageren, reageren zoals het hoort, zonder dat iemand ons kan zeggen hoe het nu eigenlijk hoort. Die kracht vraagt ons nu eens te reageren zoals een dier dat gepast elke prikkel beantwoordt volgens een eigenlijk biologisch vastgelegd schema. En dan weer zoals een machine die gepast reageert op elke informatie die ze ontvangt, op basis van een vooraf vastgelegd programma dat de machine stuurt. Wie ons vraagt te reageren zoals het hoort, weten wij niet. Wij weten dat het ons Zelf niet is en ook dat het God eigenlijk niet is, maar wie dan wel? Het is ook de Maatschappij niet, want die zendt de meest uiteenlopende signalen naar ons toe. Die kracht vraagt juist dat wij ons in dat brouhaha van signalen toch correct weten te gedragen. Wie bepaalt wat hoort en wat niet hoort, heeft een kafkaiaanse allure: het is niet langer de Wet zoals die door koning of parlement wordt uitgevaardigd. En God, de God van de 19de eeuw die de wereld bestuurde – niet die van kardinaal Danneels – die God is geëuthanaseerd, zoals hij in zijn jonge jaren geschreven wilsbeschikking heeft gevraagd.
het is me vandaag niet gelukt doorheen de bomen het bos te zien. ik neem genoegen met een krokus hier en een narcis daar. namens de lente voeren zij het woord dat alle wilde dieren temt. op de bank aan de overkant (in het park) zit een koppel te gesticuleren en de vreedzame stilte te verstoren. ongetwijfeld staat weer eens de toekomst van de mensheid op het spel. op 18 eilanden wordt hulp geboden aan daklozen die voorheen altijd het verbod hadden gekregen een dak boven hun woonst te plaatsen. Handicap International leent er gretig en genereus medelijden tegen 33 tot zelfs 50% interest. te nemen of te laten. take it or leave it. door bijeengedreven schoolkinderen worden witte ballonnetjes opgelaten en dat maakt veel goed. er is geen hoop maar toch veel troost. en die komt aangevoerd van alle andere kanten van de wereld. uiteindelijk neemt iedereen vrede met wat rest van zichzelf. niemand hoeft een zolpidem om de slaap te vatten. dit dankzij de bankwaarborg en de zekerheid dat men nooit meer zal ontwaken. de ultieme verlossing, het in dank aanvaarde levenscomfort: vallen mag, opstaan hoeft niet meer!
Het zijn visioenen van de andere kant, ook door die nieuwe muziek en de verbindingen die je daarmee voelt. Het is inderdaad een verhaal, waar de Vur ook over gaat. Alles is al opgetekend. De visioenen zijn de illustraties van het verhaal en dat gaat dieper en dieper. Je ziel schrijft het boek of leest het weer opnieuw, als een herinnering, juist doordat je aan de andere kant bent gekomen. Daar ligt ook zoveel opgeborgen van het verhaal. Het zijn inderdaad aparte, vreemde verhalen. Het is allemaal veel grootser dan het huidige verstand laat doorschemeren. Er schuilt een machtige achter met oog voor groot detail. Daartoe mag je ontwaken.
Voor de muzikanten onder ons die inmiddels wat passiever zijn en met name de oudere muzikanten die het denken allemaal wel te hebben gehad is nu natuurlijk de periode aangebroken om mee te kunnen doen.
Tweede paasdag was hier het feest van de ricotta, georganiseerd door de Culturele Vereniging. Ik (Kees) was de trouwste van alle vrijwilligers tijdens de voorbereidingen (zei de man die fungeert als motor van deze evenementen). Omdat veel mensen inmiddels weten dat we hier weggaan, was het vooral een dag van afscheid nemen. Het was hartverwarmend: wat jammer dat jullie weggaan, want jullie waren zo sympathiek, betrouwbaar, netjes en ga zo maar door. Maar ook: jullie hebben groot gelijk, want zo’n huis en een grote tuin vragen zo veel werk, dat is op het laatst niet meer op te  brengen, ga nu maar lekker met pensioen. 
Welke keizer regeert er momenteel in het land der levenden? Welke dingen gebeuren er buiten ons nachtelijke bestaan? Ik weet het niet. Misschien hoor ik die dingen een keer, misschien niet, het doet er allemaal niet toe. De beslommeringen van de sterfe­lijke wereld hebben zeer weinig invloed op ons bestaan. Er zijn altijd oorlogen en geesten, geweld en verdoemde zielen.
Ze schakelde de projector aan, voelde de schok toen ze met eigen ogen zag hoe stabiel het beeld op de muur bleef staan. De bewegende beelden tussen haar handen werden vervangen door een toetsenbord met zesenvijftig vreemde tekens. Ze schakelde de com­puter in slaapstand, hield het in het licht. Eén stuk materie. Harder dan diamant. Met schakelingen op atomaire schaal. De kristallijne batterijen van dus­danig hoge kwaliteit dat er geen oxidatie optrad, geen slijtage.
Precies omdat onze omgang met onze natuurlijke omgeving zo’n ingewikkelde en veelzijdige zaak is, past een nuchter onderzoek van onze huishouding (“economie”) beter dan een emo-politiek op basis van goedkope en vluchtige sentimenten of trendy moralismen. In elke aangelegenheid spelen diverse actoren en belanghebbenden een rol. Met onnozele beweringen van het genre “de mens is het wreedste dier op aarde” (behalve de spreker zelf uiteraard) kun je je wat overgeven aan middeleeuwse vormen van boetedoening, die nog altijd diep ingeworteld zitten in onze Vlaamse cultuur en dus niet alleen bij de Iraakse en Iraanse sjiieten. Maar verder dan een aanvraag doen om als geselbroeder te figureren in de Bloedprocessie van Brugge raak je daar niet mee. Het principe dat je de natuur zijn gang moet laten gaan (want anders zal ze zich “wreken”) is al even onzinnig: niets in de natuur laat de rest van de natuur zo maar met rust. Probleem is dat technieken om de natuur te beheersen altijd productief en destructief kunnen worden aangewend: zo werken meteorologen en geologen voor het Amerikaanse leger om als onderdeel van toekomstige oorlogsvoering lokaal orkanen en aardbevingen uit te lokken. Het is dus allemaal verdomd ingewikkeld. Zo lijkt het me bijvoorbeeld dat je niet tegelijk tegen plastic én voor milieubehoud kunt zijn: want opdat de visverkoper de pladijs en kabeljauw weer in krantenpapier zou inpakken, moeten dan weer bomen worden geveld. En dat krantenpapier mag dan recycleerbaar zijn, die recyclage maakt er niet opnieuw bomen van. Of mogen we de natuur alleen bewerken onder de voorwaarde dat de gefabriceerde producten perfect recycleerbaar en biologisch afbreekbaar zijn?
Ze draaide, naar buiten, half van het pad af, en trok de ezel mee omdat hij de gazelle opzij had geduwd toen het rotsblok viel. Hij balkte en danste in de lucht toen hij over de rand werd getrokken aan de riemen die om zijn bovenlijf zaten, maar dat wou niet baten. Daar hing hij dan, wel honderd meter hoog en vooral droog aan de haak: de riemen bleven aan een rotspunt hangen, gleden naar zijn keel, geraakten er omheen gedraaid, knepen zijn strot fijn als een rietje… en wij stonden allen op een kluitje.
Ten vierde en tenslotte, gaat de vader optreden als Vader, als verbieder, als de incarnatie van het verbod, zowel tegenover de moeder als tegenover het kind. Zijn gebod is tegelijk een verbod. Hij verbiedt de vrouw te genieten, hij verbiedt het kind te genieten. De vergeestelijking ligt niet meer in het verlengde van het lichamelijke, maar wordt er diametraal tegenovergesteld aan en is er onverenigbaar mee. Het subject wordt gespleten.
Dat de uitvinding van de landbouw een vrouwenzaak was vloeit voort uit het gegeven dat vrouwen historisch instonden voor het verzamelen van voedsel in de onmiddellijke nabijheid van het kampement. Zij moeten hebben geobserveerd dat uit zaden die men onderweg verloor, later nieuwe planten groeiden en vermoedelijk zullen zij dan dit verliezen van zaden hebben geënsceneerd. Dit impliceerde dat de vrouwen de vrijheid hadden bepaalde zaden niet voor consumptie ter beschikking te stellen maar voor een volgend seizoen te bewaren en opzij te leggen. De econoom Ernest Mandel vermeldt dat de vrouwen van de Indische Winnebago-stam zich genoodzaakt zagen het rijst- en maiszaaigoed voor hun mannen te verbergen opdat deze het niet onmiddellijk zouden opeten. Waren de goden van herdersvolkeren mannelijk (zoals Jahwe), dan figureerden in de landbouw tal van vruchtbaarheidsgodinnen (de Griekse godin Demeter= ‘Da-matèr’ = Moeder Aarde). Op veel plaatsen gingen die ‘godinnen’ met open vagina boven de akker gaan staan om zo de vruchtbaarheid van de grond te bevorderen. Uiteraard waren ook voorheen vruchtbaarheidsidolen vrouwelijk, zoals blijkt uit de talrijke paleolithische Venusbeeldjes met hun voluptueuze borsten, heupen, billen en dijen (de oudste worden op 30.000 jaar gedateerd; de meest bekende is de Venus van Willendorf): vrouwen waren het immers die het leven voortbrachten.
Toevallig zag ik zondagavond laat (12 april 2015) op Canvas de 1ste aflevering van “Real Humans” [“Äkta människor”, “Echte Mensen””], een Zweedse geromantiseerde sciencefiction serie over het samenleven van mensen en androïde robots (“hubots” – human-robots), met alle entertainende problemen die dit samenleven met zich meebrengt. De serie zou dezer dagen “the talk of the town” zijn in Zweden, wat ik toch wel enigszins betwijfel, maar soit. Het is niet echt een doordachte SF, maar de serie geeft blijkbaar wel enige amusante voorafbeeldingen van een toekomstige, in wezen reeds hedendaagse, wereld van de omgang van gerobotiseerde mensen met vermenselijkte robots, en van de onderlinge interactie tussen leden binnen deze twee “groepen” zelf. Wat me bijzonder opviel in de styling was het cleane, hoekig en gefragmenteerd gedrag van robots én mensen via orgaan-interactie (in plaats van persoonsinteractie). Het waren geen personen die “acteerden”, maar verzelfstandigde ogen, handen, vingers, etc.
Het smalle bootje rolde vervaarlijk; Urendel hield de boorden vast dat zijn knokkels spierwit zagen, zijn ogen krachtig gesloten. Toen hij ze weer open durfde te doen was het scheepje bijna tot rust gekomen, de waterspiegel kalm als voorheen en van de dwerg geen spoor meer te bekennen.
Iedereen gaat er dus vanuit dat de mens zelf in 2050 of 2100 er nog net zal uitzien als wij er nu uitzien. Dit is merkwaardig want een 200 jaar geleden liepen de meest mensen (boeren en ambachtslieden) niet echt rechtop, maar min of meer voorovergebogen, ietwat naar de grond kijkend. Ze waren letterlijk nederig, afgeleid van het woord “neder” en identiek aan het Latijnse “humilis” met de betekenis: laag, kruipend, onaanzienlijk, onderdanig. Het Latijnse woord is immers het bijvoeglijk naamwoord dat hoort bij “humus” = grond(laag), aardbodem. Ook het werkwoord “neigen” betekent “buigen”, “vernederen” en daarbij hoort ook het woord “genegen” = bereid (tot), welwillend. Soit. Alleen de koningen en de aristocraten met hun staf en dienaars liepen mooi rechtop, reeds bij de Egyptenaren en de Oude Grieken zoals de afbeeldingen en standbeelden van goden, halfgoden en bijzonder eerbare stervelingen laten zien. Zij konden immers ander volk voor hen op het land laten en doen werken. De rechtopstaande houding is eigenlijk pas met de verstedelijking en de industrialisering van de 18de-19de eeuw “gedemocratiseerd” geworden. Nu nog hebben heel wat mensen uit de onderklasse een hoofd dat niet helemaal recht op hun hals en schouders rust, maar dat ietwat (±3cm.) is vooruitgeschoven. Ook merk je bij sommige allochtonen dat ze op straat met open ellebogen lopen, ik neem aan dat ze in hun oorsprongsland op het platteland woonden.
Het verblijf van de zielen van de ongedoopte gestorven baby’s in hun afzonderlijke limbo is echter niet tijdelijk maar voor eeuwig en altijd. Ze verdienen de Hemel niet, want ze hebben doordat ze ongedoopt zijn God niet gezien. Maar ook In het Vagevuur of in de Hel horen ze niet thuis, want behalve de erfzonde hebben ze niet de minste zogenaamde ‘actuele’ zonde op hun mini-geweten. Die baby-zieltjes hebben daarom ook enkel ‘natuurlijke kennis’. Ze hebben immers de doop niet meegemaakt, waarbij ze in het Aanschijn Gods zouden zijn verschenen en toegang zouden hebben gekregen tot ‘bovennatuurlijke kennis’, zodat ze ook effectief, als het hen beliefde, hadden kunnen zondigen.
Een heel pak informatie voorwaar, die wellicht heel wat vragen oproept. Het duurt echt tijd om in te tunen en dit nieuwe paradigma volledig bewust op te nemen. Het opzoeken van de antwoorden zal nieuwe inzichten brengen. En je zult merken dat er op die manier een verschuiving in het bewustzijn plaatsvindt, je krijgt een totaal nieuwe kijk op en een nieuwe relatie tot geld, werk, waarde, overvloed, delen,… Equi brengt een nieuw bewustzijn, een sterk vertrouwen in onze eigen inherente kracht. Zodanig dat onze angst voor tekort verdwijnt en er geen onzekerheid meer is mochten oude systemen crashen. Ook de wedloop naar geld en de spilzieke consumptiedrang worden met nieuwe ogen gezien.
Het terras lag zo hoog dat Helga Dijk Europa boven de daken en masten zag uitsteken. Boven de Wallenkant kleurde de hemel lichtrood: dat was het hemelweb dat het zengende ultraviolet tegenhield boven de Randstad maar uiteraard niet boven Buitendijks.
Er waren inmiddels een paar dagen verstreken en ondanks dat Laura het erg moeilijk had gevonden om die eerste nacht de slaap te vatten, leek het gebeuren in de studeerkamer al weer ver weg. Er hadden zich verder geen vreemde dingen meer voorgedaan en op een of andere manier had ze het voor elkaar gekregen om het voorval diep in haar geest op te bergen en er verder geen aandacht meer aan te schenken. Niet aan denken was het beste, hoe onwaarschijnlijk en bizar het ook was geweest.
Heel voorzichtig drukte Berend de klink naar beneden, zijn oren tot het uiterste gespitst. Toen hij de deur opende, rinkelde boven hem vrolijk de winkelbel. Hij zoog zijn adem naar binnen en sprak zichzelf nogmaals toe. ‘Kom op Berend, het is gewoon de slagerij, de oude vertrouwde slagerij waar verdorie je eigen naam op staat, niets om bang voor te zijn.’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *