“overlevingsuitrustingoverzichten top of the line overlevingsuitrusting”

‘Jij daar, struise kerel,’ riep hij. ‘Jij lijkt me geschikt voor zo’n helden­karwei, wat denk je?’ en hij beende met fiere passen op Ezel af, die achteruitschoof en zich achter mij en de andere eekhoorns probeerde te ver­stoppen. Een hilarische zaak die me enkel met tragiek vervulde, zijn omvang in acht genomen.
Alleen de zinnen dienend en de ziel vergetend verdwijnt de genade. Dat is egoïsme: geen genade. Intelligentie is genade. Het is in je eigen belang de belangen van een ander te behartigen. Het vormt de hoeksteen van alle beschaafde mensen. Het definieert werkverschaffing, economie, welvaart en vrede. Jonge en primitieve kulturen voeren oorlogen in de begoocheling van eigenaarschap terwijl eigenaarschap alleen maar zin heeft met de eeuwige waarde van het delen. Alleen als de privésfeer is gegrondvest in soberheid (een bed, een stoel, een raam) kan van de rest van de kulturele glorie worden genoten. Als op alles een beroep wordt gedaan als persoonlijk bezit, zal niemand veel bezitten en de kultuur ontoegankelijk zijn. Niemand bezit de hele wereld, noch zijn kulturen. De mens kan, behalve voor een eenvoudige plek om zich privé te kunnen terugtrekken, alleen bidden voor vrije toegang. Met het idee van werk en geld verdienen eveneens geëmancipeerd naar het vruchteloze en gevangengenomene, werkt niemand echt of verdiend echt geld, noch is enig iemand zonder functie of voorziening. Het komt allemaal neer op de werkelijkheid van het dienen van de orde van de volledigheid van tijd, materie, werk en ziel. Iedere relatie (met een vrouw) is gebaseerd op het delen van bezittingen en de soberheid van je eigen privé. Afspraken makend deelt men het uitgaanscentrum en trekt men zich privé terug. Men werkt voor het privé van het houden (door het te overbruggen) van afstand, maar men spreekt af de wereld te delen en aanwezig te zijn in eigen persoon. In het huwelijk is dit ook de succesformule voor welstand en vooruitgang. Tesamen werkt men ook voor het privé en het draaglijk maken van een afstand tot anderen, terwijl samen sociaal zijn alleen kan zijn door uit te gaan en de wereld te delen in eigen persoonlijke aanwezigheid. De neiging om alles in de privésfeer af te handelen is zeker onwijs daar altijd een vluchtplaats uit de wereld nodig is voor het behoud van de geestelijke gezondheid. Onmatigheid in de privésfeer kan leiden tot leiden tot ongewilde afsplitsing en scheiding vanwege de eeuwige roep om de vrijheid die altijd aanwezig is in ieder volwassen schepsel. Uitgaand zijn is een definitie van genade, terwijl het onbeperkte privé het egoïsme definiëert.  
Het offer van het opzij gelegde zaaigoed introduceerde vermoedelijk ook het mensenoffer: het offeren van een jonge maagd, maagd omdat de vrouw symbool is voor vruchtbaarheid, jong omdat het het jonge leven is dat uitgroeit tot een volwassen vruchtbare vorm die kan worden geconsumeerd (in de zin dat de vrucht, de kinderen dus, in de stam opgenomen kan worden). Voorheen was het mensenoffer vermoedelijk onbekend, al zal men zich in tijden van hongersnood wel te goed hebben gedaan aan de lijken van pas overleden stamleden. Het offer, waarbij afstand gedaan werd van een leven met het oog op het voortbrengen van een veel grotere kwantiteit aan leven, veralgemeende zich echter tot een gebruik waarbij men allerlei toekomsten anders dan de vruchtbaarheid van de grond wou afdwingen van de soms weerbarstige goden. Daarbij zal een vorm van operante conditionering hebben gewerkt zoals die zich bijvoorbeeld vormt bij een gokverslaving of een bijgeloof: het offer werkte soms en dat was voldoende om het offer te herhalen. De pijnlijkheid van het mensenoffer werd geneutraliseerd door het strikte ritueel waaronder het plaatsgreep. Het offer kreeg mogelijk ook het verlengde in de zelfmoord, in de zelfopoffering, waarbij men bij het aanrichten van onheil de stamgemeenschap voor nog groter onheil wou behoeden. En het zou in de moderne tijd de vorm aannemen van het zelfmoordterrorisme waar wij heden ten dage zo door worden gefascineerd. De zelfmoordterrorist wijst ons immers op de mogelijkheid van een verzet, een mogelijkheid die wij kunnen verklaren, desnoods begrijpen maar voor onszelf (voor ons als weldenkende mensen) moreel niet in overweging kunnen nemen.
Laura begon oncontroleerbaar te trillen, de brief­opener glipte uit haar hand en kletterde tegen het parket. Ze zakte als een hoopje ellende op de vloer in elkaar en kon de tranen niet meer tegenhouden. Het voelde alsof ze zich compleet verloor in het verdriet, het schuldgevoel, de wetenschap dat het haar onop­houdelijke stille verwijten waren geweest die Peter uiteindelijk tot zijn daad hadden gedreven.
Het voorgaande laat logischerwijze toe een ophefmakende stelling te formuleren: alleen wie van zichzelf vindt dat hij/zjj een “apart persoon” is die verschilt van al zijn/haar medemensen, bloed- en stamverwanten incluis, kan zich vervelen. Alleen dat soort mensen kunnen zichzelf bij het wachten op een trein of in een wachtzaal de duvel aandoen met zich af te vragen: “Wat zit ik hier in godsnaam te doen?” Verveling is dan ook typisch voor mensen met een bijzonder particulier beroep dat hen anders maakt dan de “gemene mens”. Boeren en bouwvakkers als sociaal type vervelen zich bijvoorbeeld zelden. Wel: kunstenaars allerhande, alle mensen dus die zich geroepen voelen een talent dat hen persoonlijk eigen is, te oefenen en tot vervolmaking te brengen. Dat soort lieden en enkelingen komt uiteraard als eerste in aanmerking om zichzelf ten prooi te geven aan een energieverslindende verveling die hen, het mag paradoxaal lijken, ook nog een bijzonder dubbelzinnig masochistisch genot verschaft. (Je moet een “verheven” mens zijn, een halve al of niet vervallen edelman, om je de luxe te kunnen permitteren de verveling over je te laten neerdalen. Net zoals je rond de jaren 1900 een sociale mislukkeling waart als je niet opgezadeld zat met een “neurose” of van je dokter niet de diagnose “neurasthenie” had meegekregen! Neuroticus of neurasthenicus zijn betekende toen zoveel als rijk genoeg zijn om ziek en dus zonder te moeten gaan werken door het leven te kunnen gaan. In de marge van die Belle Epoque had je dan natuurlijk van die mafketels en niet al te slimme fraudeurs die dachten van de gelegenheid te kunnen profiteren. Zij poogden met heel matig succes te “trichen” met die oorzakelijkheidsketen “eigenzinnigheid => verveling”. Zo van: “Ik verveel me, dus ik moet een kunstenaar zijn!” Anderzijds geldt eerlijkheidshalve natuurlijk ook: wie over de ganse lijn uitblinkt door gebrek aan talent, mag zich met recht en reden publiekelijk voorstellen als een “heel bijzonder en apart persoon”. Al ontbreekt hun dan weer het talent om zich dat zelfbesef effectief eigen te maken.)
Al die tijd had Cynethryth als verstard op haar ver­hoogde eiken zetel naast die van Offa gezeten, haar onderarmen majesteitelijk op de leunin­gen, maar met haar brandende zwarte ogen gericht op het krijgs­gewoel. Nu stond bisschop Hygeberht vóór haar, keek naar haar op, richtte het uiteinde van zijn staf op haar. ‘Zij!’ schreeuwde hij naar achteren, naar de strijders. ‘Ziet u niet dat zij de rot in de appel is, de bron der twee­spalt, de vernietiger van jonge mannen, de ware vergieter van hun bloed? Met deze Frankische heks kwam de klad in het land! Zij moet weg! Cynethryth, een hoer van Babylon!’ De staf trilde, maar bleef op haar gericht.
Hoe ziet de biologische erfenis van de primaten er ongeveer uit? Hier kunnen we slechts aanduidingen geven. Voor wat betreft de directe erfenis van het sociaal gedrag van de chimpansees of van welke andere soort mensapen ook zijn we, zoals de lezer ondertussen reeds zal hebben gemerkt, bijzonder sceptisch. De verschillen tussen chimpansees en bonobo’s zijn op sommige punten zo frappant dat we ons er niet toe moeten laten verleiden het menselijk gedrag op één van beide soorten af te stemmen of op die aspecten die ze dan wel weer gemeenschappelijk hebben. We houden het hier dan ook bij een erfenis die voor het geheel van mensapen, zo mogelijk zelfs voor het geheel van de primaten en voor het geheel van de zoogdieren geldt. Zo konden de mensen bijvoorbeeld rood licht zien, een eigenschap die de primaten vermoedelijk hebben ontwikkeld omdat rijpe vruchten er dikwijls rood uit zien. Maar zagen de primaten rode objecten of zagen ze ‘roodheid’ waaraan ze dan gingen ruiken en proeven om uit te maken of het rode ook eetbaar was? De mensen konden ook, zoals bijvoorbeeld chimpansees, voorwerpen inschakelen in hun gedrag als een soort werktuig om voedsel (b.v. insecten) op te diepen of op te zuigen. Ze konden, zoals gorilla’s en chimpansees, met stenen gooien om aanvallers te verjagen maar mensapen kunnen doorgaans niet mikken. Vermoedelijk had seks reeds meer functies dan enkel de procreatieve: te zien valt hoe chimpanseevrouwtjes hun achterste aanbieden ook op tijdsperiodes dat ze niet vruchtbaar zijn en hoe bonobo’s seks gebruiken om sociale interactie vlotter te laten verlopen. Verder konden de mensen reageren op gezichtsuitdrukkingen en geuite geluiden en klanken van soortgenoten en beschikten ze dus over een niet-linguïstische taal. Gebleken is dat zelfs schapen gezichten van soortgenoten herkennen en erop reageren door rustig te worden (het gevoel dat ze niet alleen zijn, dat ze bij de kudde zijn) . Het moet wel gezegd worden dat die schapen reageren op emotionele gezichtsuitdrukkingen maar daarom nog niet op gezichten als dusdanig, in de zin dat ze schaap A van schaap B kunnen onderscheiden (dus wanneer de emotionele expressie van A en B dezelfde is). De gezichtsherkenning is dus soortspecifiek en niet persoonsspecifiek. Alleen bij chimpansees is hier onduidelijkheid: het lijkt erop dat chimpansees hun eigen gezicht herkennen. Als een chimpansee zijn gezicht eerst in een spiegel te zien krijgt waarna in zijn slaap een gekleurde stip op zijn gezicht wordt aangebracht, dan zal hij bij een nieuwe blik in de spiegel die stip trachten weg te wrijven. Primitievere apen gaan tegen de spiegel dreigen of willen achter de spiegel zien waar de rivaal zit. Deze primitievere apen herkennen dus in het met de stip gemarkeerde beeld in de spiegel eerder een rivaal, dus in ieder geval ook een soortgenoot. En de vraag is dan ook: herkent de chimpansee werkelijk zichzelf of alleen maar het beeld van zijn soort zonder er echter vijandig op te reageren en door op details te letten zoals de stip die er teveel aan is? Zelfs de mens, Narcissus met name, herkende in het beeld in het wateroppervlak zijn eigen gezicht niet, wel dat van een naamloze Ander: wij stellen dan ook hier de vraag of het drama van Narcissus en zijn weigering om nog water te drinken (waardoor het beeld in het water immers verdwijnt) wel slaan op de perversie van zijn eigenliefde (zijn ‘narcisme’). Is het niet eerder zijn onwil om de Ander te doden (wanneer hij door te drinken het beeld van de Ander vernietigt), zijn onwil om een moord te plegen op een soortgenoot? Zit Narcissus niet gevangen in een dialectiek van zelfbehoud (drinken) en respect voor de Ander? Is zijn onvermogen om Echo lief te hebben, waarvoor hij door de wraakgodin Nemesis juist gestraft blijkt te worden met een verliefdheid op een beeld op het canvas van het wateroppervlak dat hij niet als zijn zelfbeeld herkent, niet de tragiek van iemand die wil houden van een abstract beeld van de Ander, van alle anderen van zijn stam of soort, en niet enkel van één concreet exemplaar? Een tragiek die door de echo van Echo’s stem de ganse mensheid zal achtervolgen en daarom nog zo hedendaags is?
Zo in het genre van: “Liesje S., een 12-jarig meisje uit Uienkerke, werd al maanden gepest door kwelgeestige klasgenootjes. Maar zoals ze gisteren in onze krant getuigde, besloot ze niet te verzinken in depressieve gemoedstoestanden en zelfmoordgedachten. Ze sloeg terug. En hoe!” Die opgevoerde, doorgaans verzonnen, Liesje S. moet dan bewijzen dat heel wat kids (hoeveel precies?) pestgedrag niet meer pikken. En vooral de boodschap doorgeven aan lotgenoten dat ze pestgedrag niet langer moeten en mogen pikken en lijdzaam ondergaan. De suggestie wordt gewekt van een nieuwe algemene trend, waarbij Liesje S. dus staat voor “Eén, twee, drie,…, vele Liesjes!” Een volkomen fictieve trend waarvoor ook niet het minste bewijs wordt geleverd. Het is niet meer dan een oproep, een wensdroom van de columnist-opiniemaker (of journalist tout court) dat iedereen zou moeten worden als Liesje. Een trend dus waarvan de opiniemaker zelf graag de gangmaker wil zijn (en daar uiteraard nadrukkelijk voor erkend wil worden). Terwijl de werkelijkheid hoogstwaarschijnlijk is dat gepeste kinderen juist steeds meer het pesten ondergaan zonder weerwerk te bieden en dus riskeren zich in een diep depressiesyndroom te laten wegkwijnen. Dat soort hypersentimentele oproepen en getuigenissen zouden immers compleet overbodig zijn indien weerwerk tegen pesterijen de normale of natuurlijke en meest vanzelfsprekende zaak van de wereld was. Het opvoeren van de getuigenis van Liesje wordt op deze manier boven verslaggeving of commentaar getild en neemt de manifeste allure aan van een (uitnodiging tot) “politieke interventie”. Een interventie die in het geheel niets meer met de lotgevallen van Liesje zelf van doen heeft.
Psyche: Menselijke zelfreflectie. Kan ego zijn, kan ziel zijn. Eveneens gebruikt voor het mentale, de vitale essentie en de geest. Van de psyche weet men dat ze betrekking heeft op vier afdelingen van reflectie: denken, voelen, willen en handelen (afb.). Zie ook onder Ziel.
Jane en Michael Stern zijn net afgestudeerd aan Yale, ergens in de jaren zeventig, als ze beginnen aan hun eerste grote eetavontuur. Het jonge stel heeft een ambitieus plan: ze willen ieder restaurant in Amerika beoordelen. Dat lijkt ze helemaal niet onmogelijk. ‘We hadden nog niet zoveel gereisd. Toen we de Rand McNally kaart de keukentafel uitspreidden, zagen we gewoon dat Amerika een behapbaar stuk land is, nog geen halve meter lang, bestaande uit leuke pastelkleurige staten die als bouwstenen op elkaar pasten.’
Het idee is even eenvoudig als geniaal: in de plaats van lelijke metalen vaten neem je voor je feestje gewoon een grote vrucht (bv. een watermeloen – maar het werkt ook met een pompoen), snijdt ze van boven open en holt ze uit, of met de mixer fijn maken en drankjes toevoegen draai de tapkraan in de meloen tapkraan, die precies in het gat past. Nu moet je alleen nog een drank naar keuze in de m…eloen gieten en zo heb je plots de coolste tapinstallatie die je maar kan denken.
Naar het individu toe die dit wil onderschrijven, aangezien wereldorde zich alleen vanuit hem kan ontwikkelen, betekent dit in praktisch opzicht dat een gemeenschappelijke tweede wereldtaal moet worden geleerd welke het Engels zal zijn, de taal van de nieuwe informatiekultuur. Alleen met een gemeenschappelijk taalbeheersing kan een gemeenschappelijke wet worden bereikt. Ten tweede mag het individu zich identificeren met het systeem van statusoriëntatie (zie ook afb.) zoals geformuleerd in voorgaande hoofdstukken om de identiteit te vestigen als zijnde een kandidaat zonder enige verdere inwijding of kontrole. Ten derde mag men naar het hart sublimeren door formele erkenning van elkaar als zijnde een kandidaat om verplicht te raken aan de orde zoals men dat zelf wil. Dit formeel engageren kan ten vierde worden bevestigd door inwijding, dat wil zeggen publieke bekentenis tot de fundamentele waarden op alle drie de nivo’s van betrokkenheid (aspirant, erkend, en gevorderd)(afb.): ‘trouw en eerlijk zal ik zorgen en delen naar de eer van mijn betrokkenheid’. Ten vijfde mag het individu zich verdiepen in meditatie op de schrift en zelf bijdragen in het schrijven en/of daartoe onderrichten terwijl ten zesde, hij of zij zich volledig mag overgeven aan de dienst van de ziel door gehoor te geven aan de vragen van de orde en haar associatie. Deze uiteindelijke overgave zou logischerwijze betekenen dat zo’n persoon alle zorg mag verwachten van anderen zoals men zelf voor anderen zorg draagt zonder verdere uitwisseling van geld of goederen. In de ideale situatie met vele deelnemers van volledige overgave zou de orde volledig zorg dragen voor alle behoeften van het individu, zoals een gezin zorgt voor de kinderen.
Nu, waar heb ik me precies door laten verleiden? Het betreft een titel op de site van De Standaard: “Zo zien de Vlaamse jongeren het ideale vrouwen- en mannenlichaam.” De titel wekt de suggestie dat het artikel verslag geeft van een onderzoek bij een grootschalige representatieve steekproef van minstens 1.000 jongeren, al is deze grootschaligheid geenszins een garantie voor wat in het jargon betrouwbaarheid en validiteit heet. Vergeet het, Gerard!
Gelukkig vonden we snel een manier die iedereen prettig vond: Lars en moeder de dagelijkse dingen, ik de bijzondere. Lars school, ik zwaaien met schoolreis. Moeder koken, ik taarten bakken met mijn kleine meisje. Lars de dokter, ik klaar zitten met open armen.
ik bedoelde te zeggen, dat, mss ben ik gestoord, ik me heel wat gelukkiger zou voelen zonder geld als met. dat is het lompe er aan. (vrijwel) iedereen is er van overtuigd, geld maakt niet gelukkig. en dan komt de maar. oftewel, dan begin je weer bij het begin. en dan ben je er toch van overtuigd dat geld gelukkig maakt. dat eerste komt er dan standaard voor, met het beeld van een miljonair omringd door beveiliging tegen z’n waardevolle spullen maar die nog niet eens de liefde van een hond krijgt.
‘Het lijkt erop. Die heuvel was ook de plek waar ik na wat zoeken een ingang vond. Er stond vroeger waar­schijnlijk een flat, maar hij was verzakt en over­woekerd. Als ik het bord niet had gevonden zou ik niet weten dat ik in Eindhoven was.’

One Reply to ““overlevingsuitrustingoverzichten top of the line overlevingsuitrusting””

  1. Piepende remmen van de trein die het perron naderde; geschuifel van ijzer dat knarste over de grond en dan – steeds duidelijker – het geschreeuw van de man. Zijn woorden kwamen een fractie van een seconde later binnen dan de bewegingen die zijn lippen maakten. Ze staarde alsof ze hem in een jaren vijftig film bekeek.
    Water: Een mens kan ongeveer 3 dagen zonder water, daarom is het van groot belang om zo spoedig mogelijk een bron van water te vinden. Ga er altijd van uit dat water niet drinkbaar is. Er zijn twee manieren om water drinkbaar te maken, enerzijds door het te koken (ideaal is 5 à 10 min koken). Anderzijds kan men het water chemisch zuiveren (chloor tabletten). In beide gevallen is het aan te raden om het water eerst te filteren door een stoffen doek, zodat de grote onzuiverheden er reeds uit zijn. In de meeste gevallen zal je water van bronnen, beekjes, stromen en vijvers vinden, maar ook in boomholtes kan je kleine hoeveelheden water aantreffen.
    “Ik wil alleen toegeven dat de wreedheid fijner wordt, en dat haar oudere vormen voortaan tegen de smaak indruisen, maar de verwonding en foltering door woord en blik bereikt [nu] haar hoogste graad van ontwikkeling, – eerst nu wordt de [ware] boosaardigheid geschapen en het behagen in de boosaardigheid. De mensen zijn [nu] geestig en roddelziek; zij weten dat er nog andere soorten moord bestaan dan die door middel van dolk en geweldpleging, – zij weten ook dat alles wat ‘goed verwoord’ wordt geloof vindt.” (Friedrich Nietzsche “De Vrolijke Wetenschap.” 1882)
    De ochtend van de volgende dag begon met zware regenval die geen einde leek te hebben. Lijven pakten zich samen onder de hoge zwammen van het Helden­plein: lange Lleroh (optimistisch en blij van hart); korte, donkere Kiteh (alledrie de geslachten aan­wezig, samengedrongen en ernstig); slanke, rode Timbesh (voornamelijk ondoorgrondelijk); een kleine groep bleke Oba (uitgescholden en met minachting en wan­trouwen op afstand gehouden).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *