“overlevingsuitrusting wapens beste survival versnelling site”

Drida schrok wakker. Ze was niet in de Hal van Offa, of in de Torenkamer met het weefraam en de vensterspleet, zoals die andere vrouw in het zwart die zo op haar leek dat het niet normaal was en zij dus zeker iemand anders moest zijn. Op enkele kabellengtes afstand zag ze de Toren, die stomp en verbrokkeld boven langzaam vlietende nevelbanken uitstak. De tinnen ketting waaraan ze vastzat was er nog, hij liep naar de nevelbanken om de Toren. Drida lag op een vuil, strooien leger en wilde vol afkeer opstaan. Maar het ging niet en waarom had ze het zo benauwd? Ach, er hurkte een dwergachtige man op haar borst die haar met een boos oog maar ook een ontwapenende, zorgzame glimlach aan­staarde. Ach, ik ben wakker geworden in mijn droom en nu ben ik nog verder van huis, dacht Drida.
Het nieuwste Hoverboard heeft nog maar één wiel! Deze One Wheel is een skateboard met slechts één wiel in het midden.Net als bij het traditionele hoverboard of Segway bepaal je de richting van je verplaatsing door een bepaalde kant op te leunen.
In het algemeen kunnen we het volgende vooropstellen: woorden koppelen zich onmiddellijk en zonder bijzondere inspanning van onzentwege aan de beelden, geluiden, geuren, gevoelens, smaakgewaarwordingen of tastindrukken, die we opdoen of zelf actief veroorzaken. En/of omgekeerd. Wij, mensen, beschouwen ons doorgaans als wezens die hoofdzakelijk gebruik maken van visuele “informatie”, die zich dus primair baseren op wat onze ogen zien (ongewild of gewild door actief te kijken). In die zin kunnen we daarom stellen dat onze ervaring één en al vertaling en verbeelding is. Het zou echter naïef zijn zo maar aan te nemen dat de werkelijkheid zich doorheen onze ervaring aan ons “openbaart”. Er is zeker geen sprake van een vertegenwoordiging of representatie van de werkelijkheid of van een correspondentie tussen onze ervaring en de realiteit, in de zin zoals we de begrippen “representatie” en “correspondentie” gewoonlijk opvatten en bezigen. Elke aanname dat de werkelijkheid zich doorheen onze ervaring aan ons “toont” en iets ontsluiert, onthult en loslaat over haar “reële” wezenlijkheid, zoals ze zou zijn wanneer wij niet over onze vertrouwde zintuigen zouden beschikken, is strikt gesproken pure speculatie. De vraag of we écht “kennis” hebben over wat zich buiten ons zenuwstelsel bevindt en afspeelt (zowel “inwendig” in ons lichaam als “uitwendig”), is fundamenteel eigenlijk niet te beantwoorden. Alles is vertaling en verbeelding. Zoals onze befaamde Chileens neuro- en cognitiebioloog Humberto Maturana (°1928) het ooit lapidair uitdrukte, kan ons zenuwstelsel op zichzelf niet het minste onderscheid maken tussen een “waarneming” en een “hallucinatie”. Daarvoor is een “waarnemer” nodig die buiten dat zenuwstelsel opereert en over die operaties van haar/zijn zenuwstelsel “spreekt” (tot iemand anders of tot zichzelf).[i] Dit betekent evenwel niet dat dergelijke vertalingen en verbeeldingen als irrelevant terzijde geschoven moeten worden. Zij sturen immers ons handelen en ons gedrag, net zoals ze er binnen onze handelings- en bewustzijnsstroom het resultaat en het product van zijn.
De laatste zinnen van de brief waren direct aan hem gericht, aan ‘degene die deze brieven vindt.’ …Ariadne is volmaakt. Zodra ze volgroeid is, zal ze de perfecte moeder voor een transhumaan ras zijn. Ze bevat de laatste ontwikkelingen op AI gebied die defensie ons gestuurd heeft en sluit volmaakt aan bij de 2045 agenda. Daarnaast heeft ze een selectie van de beste ei- en zaadcellen meegekregen uit de DNA banken van het instituut zodat onze gehavende planeet van nieuw, menselijk leven kan worden voorzien, zelfs als de laatste mens is gestorven. Harrald las de laatste zin nog eens en dacht: Dat betekent dat ik niet de laatste hoef te zijn. Hij voelde vlinders in zijn buik.
Ik deed mijn bek open om te protesteren, maar iets in Jonas’ blik benam me de moed. Die glimp in zijn ogen die me vertelde dat het merendeel van de reizigers achter hem stond, en als ze dat nog niet deden, ze het gauw zouden doen. Die blik, die duidelijk maakte dat hij niet zou aarzelen me opnieuw af te slaan, aangezien hij sterker was dan ikzelf en dat heel goed wist. Mijn longen leken weer in brand te staan, maar dat stelde ik me enkel voor. Het was haat, pure haat tegenover die wanstaltige vos, dat beest vol list en bedrog met losse poten die niet van Ansalaam konden blijven.
De mosruimte! Sommige schuilkelders hadden een kleine ruimte waarin mos groeide. Het mos was waar­schijnlijk allang dood, maar er zou wel aarde zijn. Koele, bruine aarde. Leaf liep wankelend de gang in en vond wat ze zocht. Een deur met daarop een groen plantje. Ze trok hem open en direct kwam de muffe lucht van vochtige aarde haar tegemoet. Ze ademde diep in en de duizelingen verminderden. Met haar zaklamp bescheen ze de muren en tot haar verbazing was er nog wat mos aanwezig. Grijzig, armetierig mos, maar absoluut levend. Leaf liet haar handen over de plantjes gaan. Kon dit genoeg zijn? Ze bestudeerde de soort en herkende het kleine ronde blad van grijs kweekmos. Helaas, het was een van de mossoorten die ook op Mars gekweekt kon worden. De aanwezigheid ervan zou geen reden zijn om de aarde te redden.
Helga keek hem na en alles was perfect: de vorm van zijn oren, de manier waarop hij voorbij de tafeltjes stampte, zelfs zijn gebalde vuisten. Het beeld etste zich in haar brein, onvergetelijk, eindeloos kostbaar. Maar ze bleef staan, rende hem niet achterna. Helga was een Buiten­dijkse en een kwallendregster trouwen met de zoon van een dijkgraaf? Dat was het soort sprookje waarin zelfs kleuters niet konden geloven.
Een paar dagen voor Kerst is het koor van de Nurses Training School op alle afdelingen langs geweest en heeft overal ook uitgebreid kerstliederen gezongen en heeft ook iedere patiënt een cadeautje gegeven: Heel practisch: een frisdrank en een rol WC papier.
66. 64 • “Ik ben bang dat er geen kans is op volledig herstel en dat we uiteindelijk elkaar gaan, scheiden.” • “Ik ben bang voor nieuwe leugens en dat ik er zelf achter moet komen.” • “Kan hij vrij blijven? ik ben bang voor een terugval!”
21. 19 kunnen nauwelijks een gevoel van eigenwaarde opbouwen, en ont- wikkelen meestal symptoomgedrag zoals een seksverslaving (Bijzet 2004). Ook het kluwengezin (-Z, +A) is een gezinspatroon dat kan leiden tot verslavingsgedrag. Dit sluit aan bij wat Bouwkamp en Bouwkamp (1995) schrijven: “Een drugs- of gokverslaafde is zelden de eerste in zijn gezin die geen nee kan zeggen.” Meestal zien we in dergelijke gevallen dat één van de ouders (vaak de moeder) of beide ouders geen nee kunnen zeggen tegen de wensen van hun kind en geen eisen stel- len aan de eigen verantwoordelijkheid van het kind. De ouders leren het kind niet stilstaan bij de eigen behoeften. Hierdoor leert het kind niet te herkennen wat het werkelijk wil, en kan er een patroon ont- staan waarin het kind de behoeften met seksueel gedrag leert te be- vredigen. Het streven naar autonomie en verbondenheid is een centraal thema voor zowel de verslaafde als de partner (Bouwkamp 1999). Wanneer de balans tussen autonomie en verbondenheid verstoord raakt, zal je moeten leren omgaan met conflicten en ga je jezelf daarin aanpassen. De EPT spreekt van ‘ervaringserfgoed’: de ideeën, gevoelens en gedra- gingen die zijn doorgegeven in de opvoeding, zijn geïnternaliseerd. Een deel, het inhoudelijke facet, heeft betrekking op wat een kind wel en niet toegestaan is te ervaren en te uiten. Het streven naar een evenwicht is geen gemakkelijk opgave, want datgene waar je behoefte aan hebt strookt niet altijd met wat anderen die belangrijk voor ons zijn van ons verwachten, of met wat je van jezelf verwacht. Soms ben je niet in staat om dit conflict, dat zich zowel binnenin onszelf als tussen onszelf en anderen kan afspelen, op een bevredigende wijze naar buiten te brengen of op te lossen. Dan staan
‘Ik denk dat het niet volgen van het pad hem eerder in de kaart zou hebben gespeeld dan het wel volgen ervan,’ verklaarde Harbrand. ‘Juist omdat hij ver­wachtte dat ik zijn advies om het pad wel te volgen in de wind zou slaan.’
In de jacht krijgt de mens besef van perspectief: hij beseft dat hij iets anders ziet dan de andere jagers die zich aan een andere kant van de prooi bevinden. En om zijn eigen handelen te bepalen en efficiënt te maken moet hij zich identificeren met het perspectief van de andere jagers. Ik en Ander verschijnen hier voor het eerst in een dialectische relatie. In de jacht moet men niet alleen zijn eigen perspectief, zijn eigen verhouding ten opzichte van de prooi bepalen, maar zich ook voorstellen in het perspectief van de andere jagers. Men moet de zaak vanuit een andere hoek bekijken. Naarmate de stam zich afsplitste in afzonderlijke wooneenheden of families, ontwikkelde zich ook een familieperspectief gebaseerd op de eigen ervaringen van elke familie. En naarmate elkeen binnen deze meer gedifferentieerde wereld ook meer en meer alleen ging zijn, deed men persoonlijke ervaringen op en bouwde men gedragsrelaties op met voorwerpen of wezens waar niemand anders zo’n verhouding mee had. Uiteindelijk kon men spreken in naam van de stam, van de familie of van zichzelf, dit in verschillende contexten maar ook gewoon door elkaar in een zelfde conversatie. Men kon zichzelf ‘tegenspreken’ en tussen sprekers konden meningsverschillen ontstaan. Op het niveau van de hersenen betekent dit dat mensen persoonlijke hersenconnecties en hersencircuits vormden die ze met niemand anders deelden. Er kwam met andere woorden ruimte voor zoiets als persoonlijkheid. De één reageerde op nieuwe voorstellingen en ervaringen door emotioneel te reageren (connecties tussen cortex en limbisch systeem), de ander door deze nieuwe voorstellingen te verbinden met eerdere (associaties tussen verschillende delen van de cortex). Vrouwen reageerden anders dan mannen, kinderen anders dan volwassenen en ouderen. En nog duizenden jaar later, in de neolithische beschaving, zou de smid anders reageren dan de priester of de soldaat. Breinen gingen dus verschillend gaan functioneren. Het brein van hersenfilosoof Daniel Dennett functioneert anders dan dat van de intellectuelen van de Parijse rive gauche. Het hier ingevoerde begrip persoonlijkheid slaat op een gedragsstijl, niet op het Ego als ‘centrum’ van ons wezen.
Als je denkt dat je als Indo gitarist het wel effe doet, dan bega je een enorme blunder, want dit circuit vergt wel effe een ander manier van spelen. Techniek heeft weinig te maken met het inleven in de soort van muziek. Je kunt het afraffelen, maar het spelen zoals het eigenlijk structuur is, dat valt tegen. De rockabilly muziekstijl vergt effe een andere aanpak en solostijl.
‘Saladin is dood, Va.’ Na een korte, maar onmis­ken­bare aarzeling spert ze haar ogen open en slaat ze een hand voor haar mond. Ze is altijd jaloers gebleven, maar ze mocht hem wel. ‘Sal is dood, en hij was degene die volgens ons plan mijn identiteit, mijn continuïteit zou bevestigen, naar jou toe, naar Mook toe, naar de mensen. Alleen als ik nog leef, nog ben wie ik ben, ben ik nog Alloceur. Zonder Sal ben jij de enige die mijn identiteit kan bevestigen.
Voorzorgen zijn er om te voorkomen dat men de kontrole verliest. Zodoende moet een schema van aktiviteiten worden aanvaard dat middels de tijd de behoefte aan de juiste educatie, vooruitgang, identiteit, gelijkrichting, binding en onafhankelijkheid regelt. De levensstadia zouden moeten worden gerespecteerd zowel als de dagelijkse routines nodig om iedere kultuur voor zichzelf te kunnen regelen. Zo ook kan een bepaalde sport voor zichzelf worden beschouwd als een voorzorg; het voorkomt dat mensen vervreemden van de ware structuur en de aard van het spelen zelf. Men zou, door het spel, zich moeten realiseren dat het hele leven een spel is waarbij er vele complicaties van interaktie tussen het ‘gehoor’ of het ‘publiek’ en de tegengestelde partijen zijn waarbij men niettemin zijn eigen identiteit behoudt. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *