“overlevingsuitrusting wapens ark survival geëvolueerd beste versnelling”

Fiona staat naast me in de deuropening van de schuur. Haar klamme hand knijpt in de mijne. Ze knikt. Ja, het is een echte. De oudste robot die ze heeft. Haar Nemonido, waar ze mee is opgegroeid, die haar leven ooit eens heeft gered door haar weg te sleuren voor een aanstormende Kolossus. De enorme sloop­robot was voorzien van een veiligheids­sleutel, maar technici die ermee moesten werken vonden het zo omslachtig om na iedere storing opnieuw te moeten opstarten, dat ze die in de Kolossus hadden vast gelast. Achtendertig doden, een verbod op het gebruik van Kolossi, maar Fiona gered door die kleine Nemonido. Gek genoeg heeft ze er wel drie. Kolossi, bedoel ik. Ze staan achter in de schuur. Zonder veiligheidssleutels, er kan niets mee gebeuren. Ik moet er toch niks van hebben als ze ze opstart, maar Fiona vindt ze het summum van lompheid. ‘En dat is dan toch elegantie,’ zegt ze dan altijd.
Onder het schrijven, vanavond om acht uur, viel het licht uit gedurende een half uur. Maar het is ook weer aangegaan. En ik heb gewoon kunnen doorschrijven met behulp van mijn oplaadbare lamp met LED lampjes.
What you can DO with Garmin Tactical GPS Navigator! (:Tap The LINK NOW:) We provide the best essential unique equipment and gear for active duty American patriotic military branches, well strategic selected.We love tactical American gear
We zitten met een man of tien in de echt niet zo grote keuken van Olga Matsukevich, een prominente inwoonster van Motol, een flink dorp zo’n 350 kilometer ten Zuid-Westen van Minsk, de hoofdstad van Wit-Rusland, oftewel Belarus. Olga is ook directeur van het plaatselijke museum, ze is een vrouw met aanzien en geeft ons een cursus borsjt maken, bonensoep op zijn Wit-Russisch, met veel paddenstoelen. En hoe je die paddenstoelen en andere zaken inmaakt, legt ze intussen ook uit. Je kunt zien dat Olga het heeft gemaakt. Haar keuken heeft echte tegels op de vloer en de enorme kachel, waar ook het brood in gebakken wordt, is versierd. Ze heeft me bij binnenkomst als eerste haar inpandige toilet laten zien, een teken welstand. Olga’s man heeft geholpen bij het schonen van Tsjernobyl, dat verdiende goed. Hij loopt nu verdwaasd rond, zijn huid heeft de kleur van een slecht schoongemaakte melkfles. Maar praat niet over Tsjernobyl, niet over president Loekasjenko en ook niet over de verdwenen Joodse medebewoners. Neem nog een slok wodka, ja?
Het werd een hoogdekker, opgebouwd uit metalen buisframe, overtrokken met linnen. De vleugels en de staart waren opgebouwd uit houten segmenten, die eveneens waren overtrokken met linnen. Wat vooral opviel was het ontwerp voor de cockpit. Deze had een uitstekend uitzicht rondom door het gebruik van veel glazen panelen. De lange poten van het landingsgestel konden de schokken bij het landen, ook op zeer slecht terrein, uitstekend opvangen.
De nieuwe religiositeit nam in eerste instantie nog de vorm aan van een pseudowetenschappelijke poging om terug te vallen op ersatz-biologie en -genetica (die al bij aanvang haaks stonden op de heersende inzichten in de “echte” biologische wetenschappen). Ons levenslot was onherroepelijk en onomkeerbaar bepaald door onze “genen” en door ons “DNA”, zo werd ons aangepraat. Zo heeft men in zogenaamd “baanbrekende” studies rasechte fundamentalisten en islamradicalen kunnen detecteren via hersenscans: fundamentalisme en radicalisering zouden we nu kunnen voorspellen en voorkomen door tijdig mensen hun hersens te screenen en te scannen. Je moet het als wetenschapper maar durven om ons op deze manier in het ootje te nemen. Want fundamentalisten via hersenscans detecteren is uiteraard nep, vermits men blijkbaar reeds vooraf over een criterium beschikte om mensen op te delen in een groep fundamentalisten met terrorismepotentieel en een controlegroep “ongevaarlijke normalen”. Wat kunnen die hersenscans ons dan nog leren? Zo ook heeft men bij zogenaamde Lone Wolf terroristen een specifieke aangeboren constitutie menen te mogen vaststellen, alsof Lone Wolf terroristen omdat ze geen lid zijn van een (gekende) terroristische cel of groepering, dus asociale eenzaten zouden zijn die geen familieleden, vrienden en kennissen hebben.
Ik knikte ongemakkelijk. Niet eerder had ik me gerealiseerd dat het vijf vluchten waren geweest. Vluchten die voor vader steeds vijf weken duurden, terwijl op aarde vijf jaren verstreken. Als kind leefde ik vooral naar de anderhalf jaar verlof ertussen toe.
‘Een weddenschap. Als ik het hier drie maanden zou volhouden, zou ik tienduizend credits van een paar vrienden krijgen.’ Qwerty had al die tijd zijn ogen strak op de loop van haar wapen gehouden. ‘Zeg, ik weet niet op welke stand je dat ding hebt staan, maar ik zou het erg op prijs stellen als je het niet op mij richt. Wie ben jij trouwens?’
‘Die vrouw is gek,’ zei Samuel. Hij en Gaetan liepen door het dorp dat in de vroege avond niet veel activiteit meer vertoonde. De herfst was mild geweest, tot nu toe. De eerste tekenen van de winter dienden zich al aan. De mensen die niet buiten hoefden te zijn, bleven liever in de warmte van hun huis. Samuel begreep hen best. Na opgegroeid te zijn in een tropische omgeving, was Weerzel een schok voor zijn lichaam.
Wat zagen de allereerste mensen? Stel: ze kijken neer op drie buffels die staan te drinken aan een waterplas. Op hun geur konden ze geen beroep doen zoals bij het verzamelen van voedsel. Zagen ze reeds scherp gerande vormen of zagen ze eerder kleurenvlekken? Of hadden ze vóór hun ogen een waas? In ieder geval konden ze niet zeggen: ‘We zien drie buffels’. Want ze konden niet tellen. En bovendien konden ze nog niet volmondig spreken. Ze waren zich niet bewust van de drie buffels! Wat zagen ze dan? Misschien zagen ze gewoon NIETS, d.w.z. ze zagen niet-iets, ze hadden misschien nog niet geleerd de wereld te zien als een verzameling figuren tegen een achtergrond. Hun cognitieve apparaat reageerde immers in eerste instantie sensomotorisch: een prikkel triggerde een gedrag of een gemoed (als een toestand van het lichaam). Ze hadden zich nog geen echte perceptuele ruimte eigen gemaakt, geen ‘innerlijke’ ruimte van voorstellingen. Zoals gezegd, ze konden in ieder geval niet tellen. Ook nu nog, als wij een troep dieren zien, zijn wij niet meteen geneigd deze te tellen: we nemen ze als troep waar. Zo blijken ook de basisgetallen niet gevormd te zijn door er telkens één of een ander getal bij op te tellen (zoals elf = rest van één plus tien; twaalf = rest van twee plus tien; of de reeks tientallen zoals twintig, dertig, enz.). De basisgetallen zijn hoogstwaarschijnlijk in verschillende situaties gevormd. Eén en twee zijn in de oeroude pythagoreïsche traditie geen echte getallen of telwoorden: ‘één’ slaat op het geheel dat de oorsprong is van alles, ‘twee’ op de oerdeling; ook bij Plato staat het ondeelbare Eén (‘hèn’) tegenover het Onbepaalde Twee (‘ahoristos duas’). ‘Drie’ betekent gewoon ‘een hoop, veel’ (Frans ‘trois’ of ‘très’ = ‘zeer, veel’). We vinden ‘drie’ terug in het Latijnse ‘tribus’ = (volks)stam, wat betekent ‘één van de drie of vele stammen’. ‘Vier’ is afgeleid van ‘varen’ en verwijst naar de vier wielen van een wagen (‘veer’). Vijf heeft dezelfde stam als vinger en verwijst dus naar de vijf vingers van de hand. Duizend is b.v. samengesteld uit ‘gezwollen, sterk’ + ‘honderd’ (centum) en betekent dus meer dan honderd, enige honderdtallen. Honderd betekent zoals bij de Grieken en de Romeinen nog vooral ‘veel’ en duizend betekent ‘zeer veel’, bijvoorbeeld als we zeggen ‘ik heb er wel duizend gezien’ (we bedoelen dan niet ‘ik heb er één meer dan negenhonderd negenennegentig gezien’). Pas later (in de stedelijke beschaving met de explosie van de handel) is men de getallen gaan zien als een reeks elkaar opvolgende telwoorden, met telkens één als verschil, waarbij de gaten tussen de basisgetallen zijn ingevuld (zoals b.v. honderd drieënnegentig).

One Reply to ““overlevingsuitrusting wapens ark survival geëvolueerd beste versnelling””

  1. Als ik haar nakijk, bekruipt me steeds hetzelfde gevoel: vertedering, gemengd met bewondering. Want ze doet het toch maar, ondanks de verdrietige tijd die we hebben meegemaakt: vier generaties robots pico­bello houden. Meer dan honderd jaar techniek, ver­zameld door haarzelf, haar vader en grootvader. Robots voor allerlei toepassingen die niet meer nodig zijn, maar met liefde door mijn Fioontje worden onder­houden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *