“overlevingsuitrusting voor overlevingsuitrusting of overlevingsuitrusting beste plaats om overlevingsuitrusting”

Handen die zich tot elkaar richten via het openvouwen van opgevouwen menukaarten. Rimpels die met heideggeriaanse blik heil zoeken in verre nevelige verten of in het kleurloos plafond. Aldaar bezocht worden door het besef van hun Sein zum Tode. Bevende vingers die, op zoek naar menswording, trommelen op koud nephout dat halsstarrig weigert in te gaan op elke uitnodiging tot gesprek en dialoog. Waar onderworpen onderbuikgevoelens botsen op de waarheid: Utopia, de niet bestaande plek, is geen stralende toekomstige tijd, maar helaas maar een “andere plaats”, onbereikbaar voor het heden van de tot huisdier getemde gedachte, van het voortschrijdend inzicht.
‘Dat zal het wel worden.’ Ze haalde een map met aantekeningen tevoor­schijn. Er stond in sierlijke letters ‘spreekbeurt’ op. ‘Weet je hoeveel cloudservers er nodig zijn om de foto’s die onze herinneringen zijn online beschikbaar te houden? Hoeveel energie dat kost? Héél veel! Ook draagt dat erg bij aan de opwarming van de aarde. Jullie generatie met zijn hang naar nostalgie maakt mijn toekomst kapot!’
De regen sloeg tegen het etalageraam waarop in zwierige letters MEERTENS & Zn. stond geschreven. Achter het glas hing een open­gesneden varken aan een haak, die op het eerste gezicht niet van echt was te onderscheiden. De kop lag eronder, op een grote schaal op een rood-wit-geblokt kleedje. Ernaast kondigde een schoolbord met houten lijst de aanbiedingen van de week aan: klapstuk, oerhammetjes, kotelet­ten. Het was al avond, maar het licht in de slagerij was nog aan en de deur achterin de winkel, naar de keuken en daarachter het slachthok, stond open.
Ze stalen een fiets. Lieven klom op het zadel, Zohra op het bagagerek. Zo reden ze de zwoele, vochtige ochtend in, naar de rand van de stad die ze zo verachtten. Antwerpen ontwaakte langzaam. Haar eerste bewoners begaven zich in de stinkende straten, klaar voor een nieuwe dag van verderf en verruk­kingen. In het oosten klom een pastelgele zomerzon moeizaam boven de grijze skyline. De lucht had de kleur van urine, waterig en vies.
De wijze waarop criminelen en geesteszieken worden aangepakt, is perfect analoog. Voor beide geldt dat als ze het in het dagelijks leven te bont maken, ze worden opgesloten en onder toezicht geplaatst. Voor de misdadiger spreken wij van een gevangenisstraf, voor de geesteszieke van gedwongen opname en in de praktijk doorgaans dwangbehandeling. Gevangenen mogen soms de gevangenis verlaten met een elektronische enkelband, geesteszieken mogen soms een paar dagen naar huis met een psychische enkelband: zij moeten in principe bereikbaar zijn voor het psychiatrische personeel. Maak je als gevangene teveel misbaar, dan mag je niet deelnemen aan de ‘heropvoedende’ gevangenisactiviteiten en krijg je celarrest; maak je als geesteszieke teveel misbaar, dan mag je niet deelnemen aan de ‘therapeutische’ activiteiten en word je in de isoleercel geduwd. Gevangenen krijgen voorwaardelijke invrijheidsstelling, geesteszieken nazorg: schend je de voorwaarden van de invrijheidsstelling of van de nazorg, dan kan je onmiddellijk terug opgesloten worden of, in het geval van de geesteszieke, onmiddellijk opnieuw worden ‘gecolloceerd’. Politici die ijveren voor hardere straffen voor criminelen, vinden doorgaans ook dat geesteszieken gemakkelijker gedwongen opgenomen moeten kunnen worden. En de voorstanders van chemische castratie van seksdelinquenten huldigen ook het lamleggen van het zenuwstelsel van geesteszieken met antipsychotica allerhande.
Een half uur vestreek. Lleroh en Kiteh spraken rond­om haar over persoonlijke zaken, handel, tegen­slagen. Welkom voer voor Agent-Voyeurs. Sociale veelvraten zonder duidelijke kenmerken, waar vrijwel niemand weet van had.
5. Zoveel menseneen directeur in zijn bureaustoelde managers in de vergaderzaaleen receptioniste met een glimlacheen man drukt een knop inde anderen laden de vracht uitde boekhouder schrijft het opde poetsvrouw met haar karde kok in het bedrijfsrestaurantde jurist kijkt het contract nade magazijnier telt alle rekkende secretaresse checkt de agendade bediende vult het rapport inde personeelschef betaalt de lonenZoveel mensen, zoveel meningenZoveel mensen, zoveel karaktersZoveel mensen, zoveel misverstandenZoveel mensen, zoveel passieZoveel mensen, zoveel mogelijkhedenZoveel mensen, één bedrijf
‘Berend?’ vroeg hij opnieuw, maar zijn adem stokte in zijn keel. In de keuken, op de grote RVS werktafel, lag een enorme hoeveelheid vlees. Het moest bijna al het vlees zijn wat ze nog in de slagerij hadden en het was zo goed als volledig aan stukken, totaal onbruik­baar.
Voor mijn tweede vrije culturele activiteit heb ik een film op het IFFR (international filmfestival rotterdam) bezocht. Ik ga graag naar films op dit evenement omdat er voornamelijk alternatieve films worden weergegeven. Dus geen thriller uit hollywood, maar bijvoorbeeld een zuid-koreaanse thriller, of een Noord-Afrikaanse documentaire. Dit zijn films die je zonder dit festival niet zou tegenkomen, en je misschien wel hierdoor zo enorm verassen (kan zowel positief als negatief). 
Redout is een eerbetoon aan de oude race monster game zoals F-Zero, WipeOut, Rolcage en POD. Het is ontworpen om de gamer een compromisloze, snelle, lastige en bevredigende arcade racing rijervaring te bieden. De rijden is gebaseerd op de fysieke weten van de natuurkunde: elke bocht, helling, keerpunt en draai van de baan en/of versnelling en hard
‘Angsthaas,’ spotte Janneke, hoewel ze zelf ook bleekjes zag. Zo jutten we elkaar op om te blijven, terwijl de chaos in de keuken erger en erger werd. Ik kon zweren dat ik de klap van een koekenpan tegen mijn hoofd voelde.
Een half uur verstreek. Ze passeerde een aantal wagens, inmiddels op maximale snelheid. De zon gleed langzaam richting zee. Enorme steen­zwammen staken als okergele schijven uit de zwarte rots boven haar. Elektrische auto’s stoven voorbij op de andere weg­helft, geschei­den van haar door een stenen rand. Meyago schoot door een kleine stad, kwam ongedeerd aan de andere zijde weer naar buiten, zag een blauwe wagen in haar spiegel.
maart 2011 ongeveer een jaar lang door het dierenriemteken Ram heen. De uit evenwicht zijnde mannelijke kracht kan in deze periode zijn slagkracht verliezen en vervallen in extremen. Waar de mannelijke kracht wel in evenwicht is, wordt deze mogelijk naar de kosmische octaaf van het ‘Goddelijke mannelijke’ getild.*5
De pijn was ondraaglijk. Ik ging al mijn systemen na en probeerde ze te activeren. Maar de signalen van mijn centrale processor leken niet meer aan te komen bij mijn actuatoren. Niets werkte. Niets gehoorzaamde aan de commando’s van mijn processor. Ik begreep dat ik gevangen moest zitten in een hoogspannings­flux­veld. Gelukkig hield de dubbele afscher­ming mijn processor nog veilig.
Dit beeld laat de Ziel zien op een punt van nieuwe incarnatie en het opdoen van nieuwe ervaringen. Het verlangen is er en de bereidheid, maar er wordt moed verzameld om de stap naar de nieuwe ervaring te zetten. De samenstand van de noordelijke Maansknoop en Pluto (in Steenbok in het 3de huis) in de jaarhoroscoop van 2011 laat ons zien dat 2011 zeer waarschijnlijk een jaar wordt waarin we dralen om moedig de stap te nemen naar het nieuwe.
Berend zei niets. Hij voelde dat Willem naar hem keek terwijl hij de aardappels en de net iets te lang gekookte boontjes opschepte en begon te eten. Hij kauwde met gebogen hoofd. Aan de overkant van de tafel klonk een diepe zucht. Berend keek de zitkamer in, waar in het donker de grote Friese klok tikte. De plafonnière boven de eettafel wierp een flauw schijnsel op het beige tapijt.
Urendel keek naar hen en zij keken naar hem. Met een zwarte steen van wanhoop waar een hart had moeten zitten, keerde de monnik moeizaam zijn schuitje, om het weer op te gaan. Nog geen kwart van de draai was voltooid toen de vuurgeharde punt van een pijl hem in zijn hals trof. Urendel ging staan, zwaaide afwerend zijn peddel, zijn andere hand desperaat aan de schacht van de pijl. Meer pijlen raak­ten hem; enkele bleven hangen in zijn pij, andere drongen in zijn vlees. De boot schommelde mee met zijn wankelen en toen een zoveelste pijl hem in zijn oog trof, sloeg Urendel overboord en dreef onmidde­llijk af. Vanaf de steiger klonk gejuich. Als iemand zijn naar de diepte gerichte gezicht nog had kunnen zien, had hij daarop een uitdrukking van in de dood be­vroren, uiterste verbijstering waargenomen. Ach, Urendel wist immers niet wat er met zijn talis­man was gebeurd, kort na aankomst uit het Franken­land. De schandknapen in het badhuis van Hamwih hadden, toen de monnik uitgeput van zijn genietingen lag te snurken, Walburga’s kostbare haren uit hun kokertje bevrijd en vervangen door een plukje van Urendels eigen schaamhaar.
De al in Zweden aanwezige toestellen uit de A-serie zijn in 1945 nog aangevuld met C-toestellen die door gevluchte Duitse piloten daarheen werden meegenomen. Het gaat hier om een twaalftal exemplaren, waarmee nog tot eind jaren vijftig is gevlogen. Bulgarije kocht voor haar luchtmacht 12 Fi 156C’s, welke aan het oostfront zijn gebruikt. Verder zijn de C’s gebruikt door Kroatië (2), Frankrijk (64), Hongarije (4), Italië (ca. 15), Roemenië (ca. 45), Slowakije (12) en Spanje (20).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *