“overlevingsuitrusting voor de massa twd weg naar overlevingsuitrusting”

Het kleine vrouwtje sloeg er geen acht op en tikte met haar lange nagels op de tekening die nog steeds tussen hen in op het bureau lag. ‘Hier. Shinigami. Dat is de oorzaak. Hij heeft – hoe zeg je dat? – zijn neus ergens ingestoken, niet slim. In Japan geweest?’
Ondanks de misdienst en de plechtige teraardebestelling van Janneke’s kist op het kerkhof, wist ik wat ik zou vinden: vanaf de bosrand zag ik een nieuwe, sombere steen, waarin Janneke’s naam, geboorte- en sterftejaar met lege, onbetwistbare letters waren uitgebeiteld.
Hoe jullie het lezen is niet mijn schuld. Zoals ik zei mijn waarheid is mijn waarheid ik ga daar niet moeilijk over doen ik geloof dit.. Ga mijn excuses er niet voor aanbieden. Ik ben verantwoordelijk voor wat ik zeg, niet voor wat jullie horen of hier opvatten.. Sorry als ik iemand beledig
Je hebt een situatie gecreërd die op je ergste nachtmerrie lijkt met vele “ergste nachtmerrie” aspecten eraan. Je ziel begeleidt je naar het “uitstrekken” naar aspecten van jezelf waar je tekort kwam, of naar het “afzwakken” van aspecten waar je teveel van had. Je energie brengt zich gewoon in evenwicht. je weg naar vrede vinden via deze situatie is de test die je opgezet hebt voor jezelf. Dit is JOUW reis, jouw ziel zou het niet opgezet hebben als je er niet klaar voor was. Jij bent degene die jouw weg naar buiten vindt en je zult hem vinden. Terugkijkend zul je dankbaar zijn voor de ervaring en een andere persoon zijn
‘Ik kan niet zeggen dat ik je pijn begrijp,’ zei Sterre. ‘Ik dacht dat gisteren mijn wereld verging nadat Mike verkondigde dat hij buiten de pot wilde pissen om daarna weer terug te komen om met mij een toe­komst op te bouwen. Nu ben ik hier en ik realiseer me dat levensverdriet echt iets anders is.’
Als ik dat wilde voorkomen, kon ik mijn bezoeker maar beter niet te woord staan. Ik zuchtte diep. Het was niet de eerste keer dat dit me geflikt werd. De vrouw die ik destijds had gesproken, had erom moeten lachen. De computers hadden nog steeds moeite met kunstenaars, was haar verklaring. Die begrepen ze niet. Ik besloot het risico op nog zo’n afspraak maar te nemen. Als ik weer aan dezelfde psychiater werd toe­gewezen, zou dat geen enorme ramp zijn.
De militaire versies van overlevingskits die terug te vinden zijn in verschillende winkels kunnen soms wel een goede basis vormen van je eigen kit. De onderdelen dienen echter wel grondig nagekeken te worden, want zij kunnen soms van mindere kwaliteit zijn of de vervaldatum kan verstreken zijn van bijvoorbeeld de waterzuiveringstabletten.
(2) In zijn samen met de psychoanalist en activist Félix Guattari (1932-1992) geschreven: “L’anti-Œdipe: Capitalisme et Schizofrenie.”, 1972/1973 – “Mille Plateaux: Capitalisme et Schizofrenie.”, 1980.
Gehechtheid: De staat van geconditioneerd zijn aan een emotionele voorkeur eveneens geassociëerd met een legale en/of persoonlijke band. Weerstaat de logica en de rede. Wordt beschouwd als de bron van lust die aanleiding geeft tot intelligentieverlies, woede, waanzin en ziekte. Gehechtheid wordt gewoonlijk gezien als een zwakheid van het ego leidend tot neurose terwijl hetzelfde geassociëerd met de ziel wordt beschouwd als beheersbare liefde die wordt vergeven en begenadigd als een vorm van dienst aan God.
Hij is niets vergeleken met daimaō Furui. Maar men kan er aan wennen om op plezierige wijze geneukt te worden en achteraf te worden bedankt, om in zijn grote, grote armen te liggen. Plots voel ik droefheid, voor het naderende afscheid. Ik haat afscheid nemen.
De woorden werden herhaald en verhaspeld , ze kwamen terecht bij zovelen die er niets mee konden, maar zo nu en dan ook bij een man die er het zijne van dacht. Een nerveuze man die iedereen Black Dog noemde, vertelde het tegen een van zijn kompanen, terwijl ze zaten te drinken in de Lustige Zwaardvis. Oh voor­zienigheid! Een sluimerende, beschonken Mackie Messer lag te slapen op een houten bank in de nis ernaast. Hij was niet wakker, maar hij was ook niet in slaap. Hij was volkomen droomloos, zoals alle doden in deze stad. De woorden vonden zijn oren, weefden zich door zijn bijna-maar-net-niet bewustzijn.
Ik ga even terug in de tijd: 1978. Precies twintig jaar geleden. Wij waren net verhuisd. En ik wilde er meteen WEG. Weg uit dat ‘rotte huis in dat rotte dorp’ waar ik met mijn man en kinderen was komen wonen. In dat nieuwe huis met zijn grote ramen aan de straatkant, waar ik altijd zichtbaar zou zijn en niet zou kunnen onderduiken.
Een overmatige bezorgdheid over winst en verlies is bewijs van onwetendheid over de werkelijkheid van de ziel. Men kan zeer gestoord zijn door deze onwetendheid zich niet bewust zijnde van de wereld van illusies waar men zich in bevindt. Hoewel goede sport een kwestie van vaardigheid lijkt te zijn is het de realiteit dat een goed spel alleen kan bestaan met mensen die bekend zijn met de wetenschap van de ziel. Het levensspel is gecompliceerd en niemand weet alle regels maar zeker is dat het duidelijk moet zijn, waar en wanneer men is, om een spel van tegenstellingen te kunnen spelen. Het is ook een spel om te ontdekken, waar en wanneer de meester van het spel zich bevindt. Om naar de meester toe gelijkmoedig te zijn is altijd het menselijk probleem uit zijnde op oppositie of niet. In te storten schijnt het onvermijdelijk gevolg te zijn van het leven daar niemand het volledige van het menselijk spel kan beheersen. Een sportief iemand kan geen andere mogelijkheid zien dan te lachen over de missers in het stripboek van het leven. Op een goede dag zal iedereen ermee klaar zijn te treuren over gedane zaken. Het spel onder ogen zien ook het leven niet al te serieus nemen. 
Valstrik of niet, het verandert weinig aan mijn benadering. De kans is niet groot dat Mook over krachtige explosieven beschikt. Langs de route van mijn positie naar de ingang is in het duister bovendien voldoende beschutting van het verwilderde struik­gewas. Ik kan veilig zo dicht naderen dat Mook de schade aan de Mast niet kan riskeren.
Karagiozis wordt weer opgevist. Na enkele dagen op de bodem van de rivier, heeft kapitein Obed Marsh toch besloten dat hij de smokkelaar nog enkele vragen wil stellen. Tegen die tijd hebben ze inmiddels de kleine woonboot van de Griek al gelo­kaliseerd en leegge­plunderd. Alle papieren en waar­de­volle spullen mee naar de Baal genomen. Ze hebben zelfs de Perzische tapijten opgerold en afge­voerd. Maar de ceremoniële sieraden, de bewerkte tiara en de polsbanden die de afvallige zoon gestolen had, waren nog steeds onvindbaar.
Vergelijk onze Aristoteles maar eens met die onhebbelijke Socrates, die bij elke Olympische Spelen met de gouden medaille in de narcismesport ging lopen, ook al gold die sporttak toen als een bijzonder laag aangeschreven bezigheid waarmee een eervol man zich niet inliet. Voor sporten zoals discuswerpen of Grieks-Romeins worstelen ontbrak het de volkse Socrates echter aan een ruggengraat die voldoende horizontaal rechtgeaard en verticaal gestroomlijnd was. Nu: onze Socrates doodde van zonsopgang tot zonsondergang zijn tijd met hoofdbrekens over de vraag of hij wel een goed mens was. En het was ook nog zijn ambitie om het hoofd te breken van de meerderheid van zijn Atheense medeburgers. Konden ze wel van zichzelf zeggen dat ze kalos kagathos waren, “schoon en goed”? Socrates, het kan niet anders, moet een mens zijn geweest die zich mateloos verveelde. Zijn vrouw Xanthippe beschikte over genoeg krachtige deegrollen om hem te verplichten zijn dagen buitenshuis te slijten. En daar, buitenshuis, kwelde hij dus iedereen met de meest onnozele tot de meest spitsvondige vragen. Zo wist hij, na enige tijd in de marge te hebben geopereerd, de aandacht te trekken van een verzameling rijkeluiszonen die niets anders te doen hadden dan zich af te vragen of “twee” gelijk is aan “één plus één” dan wel iets helemaal aparts was. Op de duur vergat hij uit verwardheid de stekelige vragen waarop de mensen hem wél een overigens correct antwoord hadden gegeven. Tijdens de groepsdiscussies (de beruchte “symposia”) schoof hij dan ook steeds meer en meer op in de richting van de tafel waar de bereide maaltijden lagen af te koelen en waar de slaven klaar stonden om de amforen wijn rijkelijk te laten vloeien. Het kan moeilijk anders of Socrates moet zich enorm “verveeld” hebben. Hij moet zich zelf “te veel” zijn geweest. Hoe dan ook: hij leidde zichzelf en de Atheners zo af van al het zichtbare om hen heen dat de aartsvijandige Perzen en Macedoniërs meermaals onopgemerkt over de Atheense stadswallen konden klauteren. Reden waarom Socrates uiteindelijk werd gearresteerd en wegens terrorisme ter dood werd veroordeeld.
Ze had het koud. Ze wist dat het stom was om hier nu zo te blijven zitten, maar ze zag er zo vreselijk tegenop om al die lege kamers tegen te komen. Waar al zijn spullen nog stonden. Waar ze binnenkort iets aan zou moeten gaan doen. Alleen de gedachte al maakte haar misselijk.
Allerlei kinderen komen hier: van kinderen die 8 weken te vroeg zijn geboren tot dikke kinderen van een jaar of twaalf. Een kind boven de twaalf valt volgens de gewoontes hier onder de volwassen interne geneeskunde.
Gewis hadden die contestanten met hun rechtsgevoel en in hun woede en machteloosheid rellen veroorzaakt, winkels en banken geplunderd en als zondebok een troep joden gelyncht en hun huizen in brand gestoken, indien de kerkelijke voormannen de gemoederen niet hadden kunnen bedaren door erop te wijzen dat de middeleeuwse super-theoloog Thomas van Aquino (1225 – 1274) dit dossier reeds deskundig had afgehandeld en een elegante oplossing had uitgedokterd. “Het lot van deze zielen is onbepaald”, zo luidde zijn geruststellend verdict. De zielen van ongedoopte gestorven kinderen verblijven ‘in limbo’ (Latijn ‘limbus’ = rand, zoom). Thomas voorzag in dat limbo overigens twee aparte hotels: het limbo van de kinderen en het limbo van de vaderen. In het limbo van de vaderen toeven de zielen van voorbeeldige gelovigen en heidenen die gestorven waren vóór Jezus’ verlossende Verrijzenis. Zo bijvoorbeeld de Oudtestamentische Job. (In Dante’s limbo vinden we o.a. Homeros, Euclides, Plato, Socrates, Cicero, Ovidius, Vergilius, Averroes en Saladin.) Die zielen wonen daar maar tijdelijk tot ze bij de Wederkomst van Christus zullen “gered” worden. (Oef! Dan toch finaal eerherstel voor die arme wegens goddeloosheid ter dood veroordeelde Socrates!)
Beide hebben ze een grote impact op het onderwijs en een hoge mate van onzekerheid. Dit komt het scenario denken ten goede. Omdat er veel aandacht naar deze trends uitgaat is er makkelijk informatie over te vinden. Dit zijn tevens trends die aansluiten bij de rapportage van OECD (2013), die trends in het onderwijs expliciteerde.
‘Ik wil niet sterven,’ zei Lieven opeens. Ze waren bij de tiende verdie­ping aangekomen, precies halverwege. Die psychologische grens had hem kennelijk aan het twijfelen gebracht. ‘Tenminste, niet hier en al zeker niet vandaag.’
Vol goede moed daalde hij de heuvel weer af en ging regelrecht op de plek af die hij van boven gezien had. Met een paar trappen schopte hij graspollen en lagen aarde weg tot hij bij een stalen rooster kwam. De geur van verrotting kwam hem tegemoet, maar ook iets anders, iets metaalachtigs gemengd met machineolie.
Harrald leunde op de machete en voelde zich ineens heel erg moe. Zijn slaap was onderbroken en hij had nog te weinig rust gehad. ‘Ze kunnen jaren ergens liggen rotten en je denkt dat ze echt dood zijn. En dan, ineens, komen ze overeind. Of ze graven zich uit hun graf.’
De betrokkenheid met de wereld die een man (of vrouw) ontwikkelt is te vergelijken met de betrokkenheid met een vrouw (of man). De wereld is er gemaakt van materie en gehandhaafd door materiële aktiviteit. Een vrouw is ook een materiële manifestatie van de mensheid. De eis die de relatie stelt is die van de liefde: de man moet zowel liefde voor de wereld zijn de wereld als liefde voor de vrouw. Kinderloos kan men de kunst van het bedrijven en onderhouden van de liefde een lange tijd beoefenen, maar onvervuld zal de sexuele aandrift wegvallen en andere wegen van manifestatie bewandelen. Vervulling van zich verhouden tot de wereld en de andere (ook dezelfde) sexe is gedefiniëerd door materiële opbrengst: er moet een produkt zijn; een kind, een cultureel ding. Zoals eerder gezegd is het hoogste produkt de vrede met het meer bezonnen werk als staande dichter bij de ziel dan de materiële bevrediging van de lagere zintuigen alleen. Hoe dan ook moet er voor ieder huwelijk een vorm van materiële opbrengst zijn. Zelfs het spirituele huwelijk van een non met haar klooster en Heer behoeft de uitdrukking van haar materiële dienst aan de orde: heilige artikelen e.d. zijn ook feitelijke dingen. Een prediker van een religie moet de mensen bij elkaar praten als materiëel bewijs van succes. Aldus heeft een normaal huwelijk tussen een man en een vrouw de eenvoudigste plicht van de voortplanting. De aard van het huwelijk zal veranderen als men het eenvoudige sexuele motief laat vallen voor een andere opbrengst. Hoe meer kultureel de opbrengst, hoe minder waarschijnlijk (noodzakelijk) het huwelijk zal zijn. Oplossing voor dit probleem is produktief zijn voor de ziel geweten en zelfherinnering producerend. Bij ieder maken echter is er de schaduw van de hartstocht die de noodzaak predikt vanuit de ontevredenheid met de afwezigheid ervan. Deze schaduw kan, de pijn van de evolutie definiërend, de vorm aannemen van woede lust, jaloezie en angst (afb.&afb..). Hoe dichter bij het belang van de ziel hoe groter de kans van zuivering van de schaduw en kans op harmoniëren met het bestaande als een uitbreiding. Het belang van de ziel vergeten zal de kans op zuivering bederven en zal van de bijdrage een verdringing maken i.p.v. een uitbreiding. Ongezuiverd, verdringend gaat men bergafwaarts eindigend in waanzin, ziekte oorlog en degradatie.  
Een schone pan stond op de metalen stoof. Drie boeken waren door iemand uit de kast gehaald. Twee andere boeken stonden iets schuiner dan ze die ochtend waren achtergelaten. Twee nieuwe boeken lagen naast het grote bed, aan Loheijs zijde.
Wanneer mensen beslissen om er op uit te trekken plannen ze zelden om verloren te lopen of in benarde situaties terecht te komen. Wat deze situatie een overlevingssituatie maakt zijn de omstandigheden waarin je jezelf bevindt. In overlevingssituatie is het de kunst om in leven te blijven zolang het nodig is, onder eender welke omstandigheid en van je uitzichtloze situatie het beste proberen te maken. Welke uitrusting dat je ook bij hebt, je mag nooit vergeten dat 90 % van je overlevingsuitrusting tussen je oren zit en dat verloren lopen en buiten moeten slapen in een tent met heel je rugzak bij je is geen overlevingssituatie maar gewoon kamperen.
De voorbije weken zou de Mens nog maar eens ontdekt zijn. Althans volgens een bericht op de website van De Standaard van vandaag 5 maart 2015, bericht overgenomen van de Britse krant The Guardian. Dit onder de titel We zijn 400.000 jaar ouder dan we dachten en met ondertitels als ‘Eerste mens’ ontdekt en ‘We hebben een mens’, ondertitels die zonder meer tot de verbeelding en de intellectuele appetijt spreken.
Nog eentje apart voor een eigen kamer in de inrichting, Arnon Grunberg deze man is zo gestoord als maar kan en moet echt apart worden behandeld om enige kans op genezing te hebben. Lees zijn stukken op de voorpagina van de Volkskrant maar eens, de man vindt zichzelf de humanist van de eeuw en heeft een lading vooroordelen waar zelfs de grootste fascist jaloers op kan zijn.
Gemakzucht, dacht hij. Het wordt nog eens onze dood. Maar diep van binnen had hij begrip voor zijn medemensen die er het nut niet meer van inzagen. Een hele generatie was opgegroeid met enkel de verhalen van hun ouders en grootouders en de moralistische boodschappen over het voortbestaan van het menselijk ras. Die oudste generatie was nu bijna verdwenen. Harrald zuchtte. Hij was de laatste tiener in het dorp. Na hem waren er geen kinderen meer geboren. Zoals het er nu uitzag zouden die ook niet meer komen en het inwoneraantal van het dorp was alleen maar geslonken.
Samuel liet zijn duim rusten op het graan aan de zijkant van de doos. Hij duwde zachtjes. Het symbool gaf even mee, in de doos hoorde hij een lichte tik. Machteld… Hij schrok op en smeet de doos op tafel. Nu voelde hij zijn hart kloppen in hetzelfde ritme als zijn ademhaling. Waarom dacht hij nu aan haar? Had de doos iets met Machteld te maken? Had zij het hem gegeven? Het hout zag er niet zo oud uit, nog geen tweehonderd jaar oud. Hij stond op en liep naar de keuken, vulde een glas met water en dronk het in één teug leeg. Je bent tijd aan het rekken! Dat was waar, maar waarom? Wat zat er in die doos en waarom wilde hij het niet weten?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *