“overlevingsuitrusting com sub-zero overlevingsuitrusting”

Het schrapende geschuif zet door en ik word vooruit geduwd. Al gauw sta ik vastgeklemd in de tussenruimte tussen twee van Kims nanobarrières. Mijn pogingen om bewegingsvrijheid te houden hebben er alleen toe geleid dat ik met armen en benen wijd klem sta.
We hebben al weken geen 1001-hapjes meer gegeten, want ik pas dus hartelijk voor een afwas van twee meter hoog. Botje is volledig van Fiona. Ze neemt hem iedere avond mee en gaandeweg zie ik onze huisrobot een beetje veranderen. Gek, maar het is net of hij wat rechter op zijn wielen staat. Zijn grijparmen werken weer, hij is gepoetst, de kapotte lens is gerepareerd en verdomd als ik lieg: hij kijkt slimmer uit die kunstogen van hem.
Ik heb de “store” dat wil zeggen de planken in de keuken al aardig vol blikken met eten staan  en de keukenkast waar vliegen en muizen niet zomaar naar binnen kunnen staat ook al vol plastic dozen met koekjes, havermout, macaroni, spaghetti, jam, locaal gemaakte pindakaas en zo voort. Inmiddels heb ik voor alle kookgerei waar een gat in het handvat zit een spijker in een lange plank geslagen zodat daar nu een vaste plaats voor is.
‘Gisteren sprak je nog, hoe zal ik het zeggen, mechanisch. Nu hoor ik vloeiende zinnen en proef ik emotie in wat je zegt.’ Hij legde zijn handen op haar schouders, voelde de ingehouden kracht. ‘Wie ben je, Ariadne? En wat ben je?’
De gang was leeg en nog net zo stil als daarvoor. Laura glipte door de deuropening en hield halverwege de hal stil, tussen de deur van de kinderkamer rechts en de grote ramen die uitzicht boden op het balkon links. De dag was al aan het tanen – het licht begon wat grauw te worden en aan de voorbij dwarrelende bladeren te zien was er een fikse wind opgestoken. De maisonnette was goed geïsoleerd, binnen was het aangenaam en er was niets te horen van de storm buiten. Ze deed haar best om haar ademhaling rustig te houden, maar slaagde daar totaal niet in. De lucht zaagde haar keel in en uit en haar hartslag speelde de horlepiep. Nog zo’n cliché – ‘het was vast te horen buiten haar lichaam om’. Bah, ze had veel te veel van Peters horrorverhalen onthouden.
Hoewel hij het initiatief en de beweger van de tijd is, is zij degene die weet of het allemaal klopt of niet. Zij zal weigeren als ze chaos bespeurt in zijn plannen. Ze heeft een instinct hem te volgen in zijn beheersing van de ruimte, daar macht over een territorium in zijn vermogen ligt. Maar op die manier de tijd besturend heeft zij altijd het laatste woord. Zij bewijst dat bewustzijn meer acuut is een getuige van de tijd zijnde dan de tijd zelve zijnd. Derhalve kunnen vrouwen mannen als stompzinnig beschouwen inziende dat ze niet zo ordelijk zijn als ze gewild hadden. Het is als de mensheid in relatie tot de natuur: vele begrippen van de tijd passeren de revue, maar haar omwenteling is de uiteindelijke autoriteit. In het bijzonder omdat mannen zulke regelneven en plannenmakers zijn is haar initiatief van het allerhoogste belang. Hoewel ze de weg van de lust mag zijn, gefixeerd in haar biologie, de man verleidend tot weten in plaats van ernaar handelen, zal haar bewustzijn inspireren tot akties die de mannen met de benen op de grond zetten. Eenvoudigweg de hele tijd comfortabel levend ter wille van jezelf en je nageslacht niet bezorgd zijnd over de ‘grote zaak’, is haar liefde. Zo zal ze het huishouden, het voedsel, de kleding, de kinderen etc. etc. bestieren om hem te laten ontdekken wat hij verwaarloosde als hij haar initiatief en liefde met zijn problemen van maatschappelijke kontrole vergeet. Emancipatie zal hem het huishouden bijbrengen, de kinderzorg, koken en schoonmaken, terwijl zij zal ontdekken hoe de mechanismen van de macht werken. Naar de evolutie van de ziel in het proces van het bereiken van de bevrijding in volledige overgave van dienstbaarheid (afb.) zal de hele aangelegenheid van de sexeverschillen onbelangrijk worden. Men kan net zo goed een homosexueel zijn om uiteindelijk precies het zelfde proces en de gelijkheid van de mens te ontdekken. Als men zou reïncarneren moet men even zo goed in staat zijn het lichaam van de andere sexe te leven. De wet van oorzaak en gevolg zou het zelfs voorschrijven, een ieder met zijn eigen schaduw uitbalancerend. Zoals de man bewijs levert, zo zal ook de vrouw het moeten. Met haar afspreken houdt dus ook het respekteren van haar bewijs van vrouwelijke zorg in. 
Tegen de tijd dat ik mijn appartement bereikte, voelde ik mijn armen bijna niet meer. De camera boven de deur herkende me en het grijze vlak schoof automatisch opzij. De lampen in de gang schoten aan. Gewoonlijk controleerde ik altijd hoeveel energie mijn panelen hadden opgewekt en met wie die was gedeeld, maar nu liep ik direct door naar mijn woon­kamer. Ik liet mijn schat onceremonieel op het tapijt vallen. Terwijl ik mijn verkrampte vingers kromde en strekte keek ik om me heen. Ik had niet veel tijd besteed aan het interieur. De meubels waren de meest populaire modellen uit de printer en gemaakt van taupe kunst­stof, zonder enige opsiering of patroon. Een paar groen met blauwe kussens die mijn moeder ooit voor me had meegebracht, waren de enige versiering – samen met een schilderij van een kunstenaar twee dorpen verderop. Op een tafel in de hoek stond een glazen bak met water, met daarin een eenzame kemp­vis, wapperend met zijn rode vinnen. Het keukenblok, met de kleine uitklaptafel, bevond zich tegen de achter­wand. Uit een rij van beschikbare gerechten op het scherm koos ik de pasta. Mijn favoriete roomsaus stond er niet bij, alleen tomatensaus. Met veel groen­ten. Mijn planner liet er duidelijk geen gras over groeien! Terwijl het voedselapparaat zoemde, printte ik alvast borden en bestek.
Met vier snelle handbewegingen verborg ze de kokers met de micro­films in de open lade aan haar linkerzijde. Met vijf snelle handelingen nam ze de microscoop uit elkaar. Met één schoof ze haar aantekeningen in het vak onder haar tafelblad. Toen draaide ze zich om.
Er zijn verschillende manieren om met mensen om te gaan. Men kan er voor kiezen bij een groep te horen, Men kan er ook voor kiezen zo onafhankelijk te zijn als een ster. Natuurlijk is beide belangrijk. Niemand staat alleen. Er zijn altijd ouders, steden, naties, rassen, geslachten,en alle soorten van overtuigingen. Men behoort op deze manier tot vele groepen. Niettemin is de ziel de enige duurzame autoriteit. Alles wordt bestuurd vanuit de ziel en iedereen moet verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen handelingen, tot welke groep men ook behoort. Iedere groep heeft een identiteit, een ego, een materiële opzet en een strategie om zorg te dragen voor het belang van die materie. Dit ego staat niet noodzakelijk in dienst van de ziel. Er kan veel lippendienst zijn aan God en de ziel, de partij of de wetenschap, terwijl in werkelijkheid iedereen zich kan verschuilen achter de rug van een ander zonder dat iemand echt de verantwoordelijkheid neemt. Systemen prediken hun eigen belang en de mensen kunnen het pikken of vertikken. Als eenmaal het ego is gefixeerd is de ziel der persoonlijke verantwoordelijkheid geneigd te sterven. Eens zei de Heer dit, toen zei de leider dat, en zus en zo hangen de wetten van het wetenschappelijk denkmodel samen. Daarom drukt de ziel zich uit door voortdurende hervorming. Zoals iedereen weet, heeft men van alle soorten nodig om de mens echt te krijgen. Hiervan en van de volkswijsheid dat men overal van kan leren en dat uiteindelijk iedereen verantwoordelijkheid moet nemen tot wat voor groep men ook behoort, kan worden geconcludeerd dat een volwassen persoon een ster moet zijn: een brandpunt van ervaring met een constellatie van voorkeur die op zich zelf staat in zijn eigen natuurlijke verhouden tot alles en iedereen er omheen. Een ster-relatie betekent niet behoren tot specifiek deze of gene groep, maar dat het individu de verantwoordelijkheid heeft geaccepteerd en niet refereert aan een andere autoriteit dan de autoriteit van zijn eigen ziel. In hoeverre alle zielen uiteindelijk dezelfde Super-ziel zijn of niet is een theologisch debat. Zeker is dat met zich verhouden tot andere mensen een bewustzijn van hervorming nodig is en de realisatie dat het zelf herinnerd niet hetzelfde is als het materiële zelf dat aan het herinneren is. 
Laura wilde gillen, krijsen. Het raam openrukken en desnoods van de drie verdiepingen naar beneden springen om maar te ontkomen aan dit ding dat het op haar gemunt had. Maar haar lichaam beantwoordde niet meer aan haar geest. Het was geen angst die haar aan de vloer genageld hield, het was onvermogen. Ze was de controle over haar lijf compleet kwijt.
35. Het model van Ulrich Libbrechtlengte van die persoon (hoewel heel lange mensen meestal wel wat meerwegen dan een vergelijkbare kleinere persoon, vandaar quasivariabel).De Body Mass Index (BMI) van een mens is dan weer niet-onafhankelijkvan lengte of gewicht, aangezien er een relatie is tussen de BMI en zowelde lengte als het gewicht. Net zoals de onafhankelijkheid van lengte engewicht niet helemaal terecht is, zijn ook Energie en Informatie onlos-makelijk met elkaar verbonden. Energie is geen energie als die zich nietin een of andere vorm van informatie kan manifesteren. Energie enInformatie dus als variabelen (of begrippen) waarmee we wereldzullen proberen te beschrijven.Laat ons via een illustratie van Libbrecht zelf toelichten wat hij met ener-gie en informatie bedoelt. Hij gebruikt graag het beeld van de plantStinkende Gouwe om zijn basisgedachte te beschrijven. Daarbij geeft hijaan dat de ontwikkeling van de plant als energie in beweging kan wor-den gezien. Een plant neemt zonlicht op. Een plant is energie gevat ineen ‘plantenlichaam’. Door het zonlicht gaat de plant groeien en evolu-eren.8 Zonder energie (van de zon) geen evolutie van de plant.9 Die evo-lutie van de plant vertoont een verandering van de vorm (zie tekening).De vorm is de “in-forma”-tie (van het Latijn informare, vormgeven).8 Chemosynthese, waarbij een organisme bij afwezigheid van zonlicht koolstof kan assi- mileren, buiten beschouwing gelaten.9 Het groeiproces van een plant mag evenwel niet volledig toegeschreven worden aan de zon. De genetische code van de plant, die eigenlijk de plant definieert, is verantwoor- delijk voor de mogelijkheid tot groeien met zonne-energie. 25
De ‘irrationaliteit’ slaat dus op de aangewende middelen: personalisering en emoties beletten de persoon tot een ‘optimale’ beslissing te komen en tot het gebruik van een ‘verkeerd’ middel om een doel te bereiken. Beleggers die zich emotioneel te zeer laten meeslepen door bijzondere gebeurtenissen die de aandelenmarkten kunnen beïnvloeden, zullen ‘verkeerde’ beslissingen nemen. Maar voor de testpersonen in het treinexperiment gaat de keuze niet meer tussen één of vijf doden, maar tussen één door mezelf vermoorde persoon en vijf doden als gevolg van een ongeval. Dit is geen rekenkundig probleem meer. De meeste testpersonen hebben nu niet langer één doel maar twee doelen: zoveel mogelijk levens redden én hun morele integriteit behouden. Testpersonen die zonder pardon de man van de brug afduwen, blijven blijkbaar bij het éne doel: voor hen blijft het dilemma dan ook een rekenkundig probleem en de hersendelen die geactiveerd worden, zijn deze die normaliter actief zijn bij een louter uitvoerende taak. De testpersonen die hun morele integriteit willen vrijwaren, zijn echter even ‘rationeel’ in functie van het doel dat hen voor ogen staat: zij gooien de man niet van de brug, zij willen geen moord op hun geweten hebben. Maar daar zij in de context van het experiment worstelen tussen twee doelen (levens redden; bewaren integriteit), gaan andere hersendelen die zich zogezegd met sociaal-emotionele processen inlaten, actief worden. Kortom, om uit te maken of een gedrag rationeel is moeten we niet zozeer kijken naar de middelen om een doel te bereiken, maar in de eerste plaats ons de vraag stellen: wat is het doel dat de persoon voor ogen heeft? Niet alleen kwantitatieve ‘winstmaximalisatie’ (10 euro i.p.v. 5; 1 dode i.p.v. 5), maar ook sociaal-emotionele toestanden kunnen als doel fungeren: gelukkig zijn, met rust gelaten worden, vrij zijn van schuldgevoelens, enzovoort.
De zaak van Eugène de Tilleul maakte het algoritme wereldwijd bekend. De zaak is zo vaak herhaald en gekopieerd dat deze ondanks het algorit­me nu nog steeds in de cloud is te vinden. De Tilleul werd minister van Defensie. Kort na zijn benoeming beweerden mensen dat zijn verleden niet zo was als hij deed voorkomen, hij werd beschuldigd van spio­nage, wat voor een minister van Defensie fataal is. De Tilleul zei dat het laster was, leugens. Hij beval de lasteraars met concreet bewijs te komen, anders zou hij hen wegens smaad voor de rechter dagen.
Hij werd er zelfs een beetje idioot door. Ik bedoel maar, welke ezel gaat er nou achter een ranke gazelle aan met de allure van een fotomodel? Diversiteit is een zegen, maar eveneens een uitdaging. Ik kon ervan meespreken. Voor we het weten willen we te hoog mikken. Of te buitenissig.
16. DE KIKKER EN DE OCEAANbij menig HR-manager dit inzicht zeker leeft, heb ik toch het gevoel datde HR-functie in een onderneming veel meer aandacht besteedt aan hetbeschrijven van de medewerker in objectieve criteria dan aan het zienvan de medewerker als een uniek individu. Objectieve criteria kunnenworden vergeleken, unieke eigenschappen niet.Ik probeer een inzicht te ontwikkelen over de mens als mens en wat hemmens maakt. Als dat geen ambitie is. Meer bepaald plaats ik dit inzichtin het bedrijfsleven. Hoe overleeft een mens in zijn job? En hoe kunnenwe ervoor zorgen dat de overlevingskansen om het als mens uit te hou-den, zo groot mogelijk zijn. Een dergelijke definitie is weliswaar negatiefgeïnspireerd, alsof we ervan uitgaan dat organisaties per definitie mens-onvriendelijk zijn.Positief geformuleerd zou je kunnen zeggen dat ik probeer te beschrijvenwat een geschikt biotoop is om als medewerker in een organisatie voluitte kunnen gaan. Om ongehinderd je hele zelf in je ‘werk’ te leggen, nietin het minst omdat dit veel fijner is dan je werk te moeten doen omdathet moet of afgesproken was. Komt daarbij dat, als je echt in je werk kuntopgaan, je het werk meestal beter doet. Mijn job is dus een hoopvol,inspirerend bedrijfsklimaat te helpen creëren.Ik stel vast dat zowat iedereen, laat ons zeggen 99%, met goeie moed enenthousiasme aan zijn nieuwe job begint. Men is trots op zijn aanwer-ving, men is gemotiveerd, men staat voor en achter het bedrijf, zijn pro-ducten, zijn logo. Ik stel, samen met meerdere studies waarnaar ik laterzal verwijzen, eveneens vast dat na enkele jaren minder dan 99% van demensen, sommigen hebben het over minder dan 30%, nog gemotiveerdis. Bij velen ontstaat een vorm van onverschilligheid ten opzichte vanhun werkgever. Bij sommigen is er zelfs sprake van tegenwerking. Het isdus blijkbaar geen evidentie om ervan uit te gaan dat eens gemotiveerd,altijd gemotiveerd maakt. Meer nog, het lijkt min of meer een evidentiedat we allemaal wel ooit eens gedemotiveerd zullen raken. Niet zomaareen slechte maandagochtend, maar een fundamenteel ongenoegen datgroot genoeg is om er de brui aan te geven. Dit is dus het terrein waaropik werk.Het advies dat ik verleen, de seminaries en lezingen die ik geef, zijngewoonlijk niet praktisch. Ik heb geen letterwoorden en geen zeven stap-pen om meer aandacht te besteden aan emotie. Mensen zijn, vandaagmeer dan ooit, op zoek naar praktische hulpmiddelen: geef me de vijfstappen van veranderingsmanagement, de zeven denkhoeden om te ver- 6
Ja, je maakt deel uit van het soort mensen die “rijk van geest” zijn, het soort mensen die naar de zee kijken om zich voor te wenden dat ze communiceren met een spirituele oneindigheid. De “armen van geest” wuiven je uitnodiging om zelf ook deze kick op te doen, met onverholen onverschilligheid weg. Ze doezelen liever gewoon verder in hun zetel die op dat eigenste moment in het centrum van wel vijfenzestig kosmossen staat.
Deze shemagh (sjaal) krijgen de militairen niet direct als ze de AMO (Algemene Militaire Opleiding)  doen die krijgen ze later pas als je er door heen zijn en met hun opleiding beginnen zoals infanterist of genist enz.
‘Sinds we niet meer in het zelfde bed slapen als de Kiteh en de Timbesh,’ zei Beijjun zuur, ‘valt hier weinig meer tegen in te brengen… Geef de Kiteh nog een paar jaar en onze status is even laag als dat van de Oba en de Gehina.’
In die context kwam een nieuwe ‘god’ op: de god die alleen jezelf instructies gaf, instructies die niet van toepassing waren op anderen. Niet de Wet, maar de persoonlijke keuze dus, het Ego. Zo ontstond een nieuwe cultuurmens. Het prototype van deze nieuwe mens is ongetwijfeld de zelfbewuste Odysseus, de rondzwalpende held die voortdurend op zijn listen en zijn schranderheid beroep moet doen. Deze persoonlijke stem of persoonlijke god werd bij de Mesopotamiërs ili genoemd en de Egyptenaren spraken van hun ka (mogelijk verwant met het Griekse ‘egô(n)’ en het Latijnse ‘ego’, en dus met ons ‘ik’). Socrates duidde zijn innerlijke stem aan als ‘daimônion’, dit is het woord of de manifestatie van een ‘daimôn’, een kracht die richting geeft en geluk of ongeluk brengt. Het woord ‘daimôn’ combineert twee woorden: ‘daèmôn’ (vaardig, bedreven) en ‘dais’ (portie bij de voedselbedeling; ‘daizo’ = ‘in stukken snijden, verdelen’; we vinden de stam van ‘daïs’ ook terug in ‘didaskô’, dat ‘onderrichten, richtlijnen geven’ betekent). In het Nederlands spreken we van een ‘geleigeest’, een geest die leidt en behoedt, een schutsengel dus. Het idee van een persoonlijke god bleef in het christendom tot diep in de 20ste eeuw bewaard in de vorm van de engelbewaarder die elk jongere bij de initiatie tot volwassene (Plechtige Communie) toebedeeld kreeg. De persoonlijke god gaf aan wat men moest doen en wat men moest laten. Zo werd men zelf als een slide-in de oorzaak van zijn gedrag en in een bepaalde situatie kwam het erop aan te weten wat men zelf wou; ‘gnôthi séauton’ (‘ken uzelf!’).
De eerste ruimte die ze betraden was in betere tijden de woonkamer geweest. Nu stonden er slechts enkele meubels: een zitbank waarvan het schuimrubber uit de bekleding lekte als etter uit een puist en een grote tafel met daarop verroeste messen en beenzagen. Het tapijt onder de tafel was doorweekt met een smerige sub­stantie. Overal maakten vliegen abstracte schilde­rijen in de weeë lucht. Zohra besefte meteen dat ze in het atelier van de moordenaar stonden. Ze knipperde enkele keren met haar ogen om zich ervan te verze­keren dat het geen hallucinatie was. Kristallen hadden nu eenmaal de neiging om je zintuigen te bedriegen.
‘Ik wil rust,’ zei Meyago en ze zeepte Ujhalins borsten, buik en billen in. ‘Ik wil ongestoord door de stad kunnen lopen. Ik wil mijn oude werk terug. Ik wil kunnen leven zonder bang te zijn. Ik wil geen moorden meer’ en daar viel ze stil.
De woorden reisden langs de kanalen de stad in. Een papyrussnijder hoorde het van een blinde bede­laar. Hij vertelde het door tegen de fruit­verkoopster met een rieten mand op haar hoofd. Een passerende ratten­vanger vertraagde zijn pas om hen af te luisteren. Hoorde hij dat goed? Tien dukaten? De grijze man droeg een hark over zijn schouder waar­aan hij zijn vangst aan de naakte staarten had opge­knoopt, en die zwierende dode ratten hadden ver­ont­rustend menselijke gezichtjes.
Ik haalde mijn schouders op. Ondertussen liet ik mijn computer een zoekopdracht uitvoeren. Het be­drijf bleek ooit een wereldwijd top­concern te zijn geweest, maar was zoals zoveel andere opgeheven tijdens de klimaatoorlogen een eeuw geleden. Ik keek de man afwachtend aan.
Het is mogelijk dat mannen sneller coalities vormden over de directe biologische verwantschap heen, want de jacht en de bescherming tegen vijanden vereiste de samenwerking van een groot aantal individuen, zeker wanneer begonnen werd op groot wild te jagen. Vrouwen zullen bij het voedsel verzamelen mogelijk eerder met directe verwanten (moeder, zusters) opgetrokken hebben. Hoe dan ook, vrouwen en mannen deelden de weinige hulpbronnen die ze hadden met elkaar, in de veronderstelling dat ze reeds geleerd hadden een gemeenschappelijke maaltijd te bereiden en meer konden verzamelen dan ze onmiddellijk op konden eten. Het is aannemelijk dat een toevallig surplus eerder bij de mannelijke jagers optrad. Konden de vrouwen stoppen met vruchten en bessen te vergaren wanneer ze zelf en de kleinere kinderen verzadigd waren om aandacht te besteden aan de zuigeling of gewoon om te rusten, dan was het al te gek dat de jagers een (deel van een) neergehaald dier zouden achterlaten eens ze verzadigd waren van het bijten en peuzelen aan dat gevelde dier. Dit toevallig surplus was een gemeenschappelijk product en dus ook gemeenschappelijk eigendom. Het werd met de ganse groep gedeeld. Ook wanneer de vrouwen meer voedsel begonnen te verzamelen dan ze direct nodig hadden, wat zinnig was wanneer de jagers zonder buit ‘thuis’ kwamen, werd dit surplus doorgaans gedeeld. Men kon er niet zomaar directe verwanten mee bevoordelen, al geldt dit minder voor de vrouwen die naast eten voor zichzelf ook voedsel voor hun kleinsten moesten bijeen rapen en bij het verzamelen gemakkelijker konden delen met de vrouwen die het dichtst in hun omgeving toefden en dat waren meestal directe verwanten (moeder en zusters). Bij vrouwen is een neiging om in zekere mate eerst directe verwanten te bedelen dus niet zo onbegrijpelijk. Surplus voedsel was echter in wezen een groepsproduct: dus het kon niet zomaar aan verwanten, ‘partner’ of eigen kinderen worden gegeven. In dit licht kunnen de bevindingen van Kristian Hawkes bij tegenwoordige jager-verzamelaars (de Ache in Paraguay en de Hadza in Tanzania) bekeken worden waaruit blijkt dat de mannen ‘pronken’ met het vlees dat ze gejaagd hebben en het eerder aan niet-verwanten uitdelen dan aan de onmiddellijke verwanten, terwijl het voedsel dat door vrouwen verzameld is, wel wat minder wordt rondgedeeld (84% van het door mannen gejaagd vlees wordt gedeeld en ‘slechts’ 58% van het door vrouwen verzameld voedsel). Nochtans zijn de Ache en de Hadza xxnu (rond onze eeuwwende) reeds individuele jagers die elkaar wel ter hulp roepen wanneer groot wild kan gevangen worden. Kristian Hawkes analyseert haar onderzoeksresultaten binnen de showoff hypothese (to show off = pronken): het ‘pronken’ met de buit is een min of meer berekende strategie om aan status te winnen binnen de groep en zelfs de kans op het binnenhalen van een vrouw met hoge partnerwaarde te verhogen. Wij denken dat ons kader de historische achtergrond van haar bevindingen beter belicht dan evolutionair-psychologische redeneringen.
Haar laatste kus aan Loheij was een kus van verlangen geweest, van beloftes naar de toekomst. Van: ‘ik mis je nu al’ en: ‘ik kom zo snel mogelijk weer terug’. Haar laatste afscheid van haar moeder was een afscheid vol goede intenties geweest: ‘ik probeer meer bestellingen binnen te krijgen’. Al die intenties. Al die beloftes. Al het verraad. Dat alles kon over een paar momenten tot een einde komen.
Deze technieken kregen een complement in de sociale technologie waarvan we veel aspecten reeds besproken hebben. Het zoeken van voedsel, het klaarmaken en uitdelen ervan waren stuk voor stuk sociale handelingen. De maaltijden namen de vorm aan van een regelrechte ceremonie die aangaf dat je niet zomaar als het eerste het beste dier altijd at als je honger had en daarbij anderen zo veel mogelijk uit de buurt hield. Eten is in die zin al 100% opvoeding. De magie vulde de techniek aan: met magie misleidde men de natuur, men poogde dit althans. Het totemisme (een antropologisch gezien bezwaarde term die nog weinig wordt gebruikt omdat ze te veel verschijnselen ineens moet bevatten) was een poging de vruchtbaarheid van planten of dieren te verhogen door hen als totem aan een stam of familie toe te wijzen en ze na te bootsen in symboliek, dansen en afbeeldingen. Tussen verschillende totemgroepen werd voedsel uitgewisseld, wat het begin van ruil en handel kan zijn geweest. Een ganse serie regels en voorschriften werd ingesteld met betrekking tot de omgang met personen en voorwerpen en van die voorschriften mocht niet worden afgeweken om het voortbestaan van de groep niet in het gedrang te brengen. Macht (‘mana’) werd toegeschreven aan bepaalde personen, dieren of voorwerpen: die zijn dan taboe of heilig en moeten volgens strikte regels behandeld worden. Meer en meer handelingen werden ingepast in een sociaal ritueel: ceremonieën waren er vooral bij geboortes, initiatie van jongeren en begrafenissen. De initiatie, die een complement was op het aanleren van productieve technieken, werd muzikaal begeleid door hymnen die het expliciete wereldbeeld en de mythes van de stam of familie bezongen. Bij de initiatie kreeg men ook zijn of haar naam. Deze legde de verwantschap vast en de relatie van de geïnitieerde tot de wereld. Ook geboorten en begrafenissen werden met muziek opgeluisterd.
Als ik in mei terugkom in Nederland informeer ik opnieuw bij VSO of ik daar in het najaar aan de slag kan. En dan hopen we op een betere baas in het nieuwe land. Ik rond dan in mei-augustus mijn werk hier af en kom definitief terug naar Nederland in augustus of september. Maar ik heb, zoals het nu lijkt, nog een co-assistent en nadien nog twee studenten van mei tot augustus. Dus ik werk hier nog een maand of vier. En daarna hopelijk ergens anders.
Toen we op één steen wat langer bleven staan, werden de beelden meer dan flitsen. Een stel opgewonden vrouwen in lange zwarte rokken en witte schorten kwam op me af en begon te schelden. Één zwaaide met een pollepel! Ik dook instinctief ineen.
27. Waarom is het belangrijk om KvL te bespreken? • Het bespreken van KvL tijdens een consult kan onzekerheid en negatieve gevoelens bij een patiënt wegnemen (Kaptein et al, 2010). • Behandelaar krijgt meer inzicht in het functioneren van de patiënt. • De stem van de patiënt wordt meer gehoord. • Het helpt bij het identificeren van KvL problemen.
Niettemin, deze regel puur sexueel opvattend, is de filosofie in overeenstemming met de analogie van rechtgeaarde aktie: men kan ontspannen en niets doen als men vertrouwen heeft in de eigen liefde voor de ander. Niet echt zeker echter kan men een dwangmatige minnaar worden en zo de hele liefdes-affaire bederven zoals een crimineel die schuldig is aan fraude. Een vrouw zal minder moeilijkheden maken over het mislukken van sexueel genoegen als ze zich op andere manieren bemind voelt door haar man. Ook een man zal beter in staat zijn een sexueel ongeïnteresseerde vrouw te accepteren als ze een goed verstand heeft, een sociaal succes is of een goede moeder of huisvrouw. Een intelligent persoon herkent de kulturele waarde van sexuele remming en weerstand tegen perversie als eenmaal het sexleven b.v. door gewoontevorming saai is geworden. Het zou beter kunnen zijn, voor het handhaven van een huwelijk b.v.,om een goed boek te kopen en een gesprek te beginnen dan om naar een sex-therapeut te gaan of zelf te experimenteren met perversies. Goede sex hebbend kan men denken: ‘daar gaat de conversatie’ (en de vriendschap). 

One Reply to ““overlevingsuitrusting com sub-zero overlevingsuitrusting””

  1. Iets rood, geel, steeg op uit de voorkant van de monorail. Ik kende het. Uit legenden, verhalen over onze bronplaneet. Het was echter nog nooit hier op Mars waargenomen. De atmosfeer erboven trilde, danste, en zwarte rook sloeg in dikke wolken omhoog.
    Als links al ergens voor staat dan is het voor moord en doodslag, genocide, uitroeiing, etnische zuivering, und immer de Finale Oplossing voor waar hun bloederige oog maar op valt. En voor een ieder die hen tegen durft te spreken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *