“het belangrijkste overlevingsuitrusting geïmproviseerd overlevingsuitrusting”

De volgende dag veranderde het landschap. De woestijn werd onder­broken door een hoge opgegooide rug van zand en rotsen: de buitenrand van een krater. De eerste die we tegenkwamen, en hij was te groot om er omheen te trekken. De monorail, nog steeds ons kruimelspoor naar huis, helde zachtjes en ging er overheen.
Gaand voor de sex moet men eenvoudig liefde voor de sex zijn van waaruit het orgasme een natuurlijke bevrijding is. Gaande voor de bevrijding zelf zou men helemaal niet op een orgasme uit moeten zijn maar moeten leren wat de moeilijkheden van de rijping in beheersing en kennis zijn. Men kan perfekte liefde voor de kennis en een goede arbeidsorganisatie zijn zonder enige sex te hebben. Van (en niet noodzakelijk door) de animale drift kan de mens bevrijding vinden in de kulturele werkelijkheid van betekenisvol leven. De mens bevrijd van dwangmatige sexualiteit zal niet alleen kultureel bevrijding vinden, maar ook sexueel.  
‘En, notenkraker?’ groette Grimpeerd me. ‘Wat zal het zijn? Gaan jullie met ons mee op weg naar Euphrat om ons te helpen waar nodig? Of blijven jullie als laffe puppy’s wachten tot de versterkingstroepen arriveren? Ere wie ere toekomt, knagers.’
Een open vuur is – vooropgesteld, dat je bepaalde veiligheidsmaatregelen treft – al iets leuks. Of het nu een kampvuur op het strand van Waikiki is, om het strandfeest af te sluiten (geldt natuurlijk ook voor elk ander strand), of een open haard in de skihut (of zomaar een hut) voor romantische uren – vuur is altijd goed. Maar vuur ziet er ook altijd hetzelfde uit (dat hoort er nu een keer bij), en daarom dachten wij, wij gaan daar optisch iets aan doen.
David Buss en zijn evolutionaire psychologie projecteren het huidige monogame gezin waarbij in de eerste plaats de man zorgt voor resources en aan de vrouw een lange-termijn commitment belooft terwijl de vrouw vooral investeert in het kroost, op de realiteit van de prehistorie. Dit kan echter geen juiste weergave van de prehistorische seksuele verhoudingen zijn. Mannen en vrouwen leefden dikwijls gescheiden. Vrouwen zorgden dikwijls als groep voor de kinderen en mannen beschermden als groep het geheel van de vrouwen en de zwakkeren. De verwachtingen die de seksen ten overstaan van elkaar hadden, waren dus zeker niet zo eenduidig als Buss voorstelt. Hoewel de evolutionaire psychologie ongetwijfeld gelijk zal hebben als ze stelt dat de partner die het meest in het kroost investeert, kieskeuriger zal zijn in de partnerkeuze, lijkt het alsof Buss op twee paarden wedt. Hij suggereert dat mannen minder investeren en minder kieskeurig zijn omdat ze zich gemakkelijker begeven in short-term mating, en tegelijk dat bij een lange-termijn beide partners veel investeren en dus dat beide geslachten selectief zullen zijn in hun partnerkeuze. De genen zijn dus op alles voorzien, en zo krijgt de evolutionaire psychologie ook altijd gelijk. Kieskeurig of niet, competitie of coöperatie, enz. het zit telkens beide in de genen.
hier nog een , een newfoundlander gehad met nierfalen, ik wist het niet van mijn hond, tot op de dag dat ze stierf. ze zakte heel langzaam weg, en raakte in coma, de dierenarts wist niet wat er op dat ogenblik aan de hand was, tijdens de narcose , ze was opeens binnen een uur opgeblazen, is ze overleden, sextie verricht, en bleek dat ze nierfalen had. dat was een klap. de hond heeft er niets van gemerkt, wij des te meer.
2) Ik ben niet tegen de cursus wel dat hij in het land van herkomst, in dit geval dan Brazilie behaald moet worden, omdat het vaak onmogelijk is om te studeren en te overleven tegelijkertijd. Mijn idee is dan ook om het ook mogelijk te maken deze cursus in nederland te doen, studie en examen in de 3 maanden toeristenvisumtijd bijvoorbeeld en dan voor rekening van de uitnodigende partij.
‘Wat denk je? Al je grootspraak over eerlijke ver­deling van energie, maar intussen de dikst mogelijke kabel naar het oude nanolab in 020? Zo ingewikkeld was het niet. Het leuke is,’ zegt hij, terwijl hij terug loopt naar de witte bank, ‘dat jullie nanoveld letterlijk alles doorlaat behalve nanodeeltjes. Alles.’ Hij gaat op zijn knieën op de bank zitten en buigt over de rugleuning. Met gemoffelde stem gaat hij verder. ‘Mensen. Dingen. Lucht. En…’ Met een zwierig gebaar komt hij weer overeind en naar me toe. ‘Vuur.’ Hij toont me de lasbrander die hij tevoorschijn heeft gehaald. Hij ontsteekt het apparaat en draait aan de regelaar tot zich een ijzingwekkend blauwe vlam aftekende.
Marzieh Afkham, die de eerste Ministerie van buitenlandse zaken van het land woordvoerster, zal het hoofd van een missie in Oost-Azië, de staat news agency gemeld. Het is niet duidelijk aan welk land zal ze als haar benoeming heeft nog worden aangekondigd officieel worden geboekt. Afkham zullen alleen de tweede vrouwelijke ambassadeur Iran heeft …
De volgende morgen zat het jongetje rechtop in bed, keek helder, had gewoon gegeten, had geen hoofdpijn, was niet misselijk. Nadat ik het de avond ervoor voor het laatst had gezien was het kind een poosje later wakker geworden en had gewoon om eten gevraagd. Dat zijn stukjes van een goede dag.
Is de huidige samenleving nog een samen-leven of is het een groots theater waarin mensen op elkaar reageren als op prikkels zoals ze reageren op gezichten die ze zien op hun tv, pc of gsm? Met een onvindbare steeds afwezig blijkende regisseur. Een fabriek of een kantoor lijkt geen plaats meer waar mensen samenwerken om gezamenlijk iets voort te brengen, maar een jungle waarin iedereen de ander opjaagt om harder en beter te presteren en waar wie aan de eisen niet kan voldoen wordt afgevoerd zoals men afgeschoten patrijzen bijeengaart. En de weinige momenten dat het ons toegelaten is ‘thuis’ te zijn, alleen met onszelf, voelen wij ons bijzonder vreemd: opgescheept met onszelf, ons Zelf, als een last waar wij ten allen prijze vanaf willen, met alcohol, drugs of medicijnen. En als wij die last dan kwijt zijn, ervaren wij een immense ondraaglijke leegte. Nogmaals: verkijken wij ons op de zaak en is die ondraaglijke leegte maar een soort barensweeën van de geboorte van een Nieuwe Mens, een superieure mens? Of is het een dwaalspoor, een onnoemelijke impasse, het begin van een nieuwe Holocaust?
Verwar monotonie nooit met verveling. Ik ben in mijn jeugd (o nostalgie!) bijna zelf in die val van de gelijkstelling van verveling met monotonie getrapt toen ik mijn afstudeerscriptie wijdde aan een diepgaand onderzoek naar vermoeidheid en verveling bij lopende-band-arbeiders in de Volkswagenfabriek in Vorst-Brussel. Want het vervelingsaspect sloeg uiteraard deels ook op mezelf. Ik verveelde me mateloos tijdens mijn studiejaren en ik keek met een eerder somber gemoed tegen mijn verder leven aan. Althans toch wanneer ik even de tijd nam om te pogen dat verder leven onder de loep te nemen. Aan de andere kant schiep de projectie van een theoretisch doorwrochte verveling op de gemakkelijk aanwijsbare monotonie van de assemblagearbeid aan de “ketting” (of “la chaîne”) een onmiskenbare band met mijn sociale afkomst. Naast het doden dus van mijn eigen verveling als arme student die meestal amper geld op zak had en meestal ook zonder lief in zijn bed, wou ik natuurlijk ook nog wel, zij het in alle bescheidenheid, een megalomane bijdrage leveren aan de opheffing van die “geestdodende” lopende-band-arbeid. We schreven toen immers 1972 en iedereen, zelfs een paar verzopen journalisten, had de mond vol over de “vermenselijking” of de “humanisering van de arbeid”.
Maar: eind goed, al goed. Na nog wat door dat Voorwoord van Dawkins gebladerd te hebben, heb ik vannacht zijn “Misvatting” wijselijk terzijde gelegd. Nog een vijftal stukjes uit Gotlib’s “Rubrique-à-brac Tome 2” en ik ben zalig in slaap gevallen.
In het holst van de nacht glipt Tobias overboord. Hij neemt niets mee dan de kleren aan zijn lijf. Daarvoor zullen ze hem niet hoeven najagen. Hij wacht tot de wachtposten hem passeren op hun ronde en laat zich dan aan een touw overboord zakken. Bijna geluidloos ont­vangt het water hem.
Minstens een uur zeulden ze nog over het pad naar de Toren. Het was niet meer dan een drassig spoor, hier en daar versterkt met wat puin, stenen of hout. Het land om hen heen was vrijwel boomloos en onge­cultiveerd, alhoewel er veel tekenen van vroegere bewoning waren: resten van omheiningen, greppels om oude erven, staketsels van ver­laten behuizingen, ingezakte graanschuurtjes op hoge palen, akker­tjes met onkruid overwoekerd. De schemer was gevallen toen het pad een flauwe glooiing op voerde; op de top priemde de kam van een grote rots door het ruige gras. Zodra ze de top hadden bereikt bleven ze even staan en zagen in de verte beneden zich de door een paar kleine opstallen omringde Toren, waar Cynethryth haar toevlucht had gezocht.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *