“groothandel overlevers voor overlevingsuitrusting survival gear logo”

Lucide dromen – bewust zijn dat je droomt, door droom signalen op te pikken enzovoorts – kan handig zijn in sommige situaties, maar in andere weer niet, want soms moet je helemaal losgekoppeld worden van de gemanipuleerde realiteit, want die realiteit die ze ‘het leven’ noemen is de droom, of zeg maar gerust nachtmerrie, en het is dus ook belangrijk om daarvan dan bewust te blijven als zijnde lucide dromen, dat je dat overdag in de gaten blijft houden en zo niet in valstrikken terecht komt (vandaar weer de heilige gebondenheid die zo belangrijk is om ‘veilig’ door het mijnenveld heen te komen). En soms is het dan ook weer belangrijk om juist NIET al teveel informatie te krijgen, om zo eerst langer in de donkere lift te blijven om zo tot ‘beter’ (dieper) droomgebied te komen (missionbased) … Dus als je te snel uit zo’n lift zou stappen en alles zou gaan overforceren, dan mis je weer de nodige fundering, of stap je te snel uit en kom je in een fake zone met alle gevolgen ervan.
26. DE KIKKER EN DE OCEAANHet is een discussie die in de wereld van de psychologie hevig woedt enhet is op dit specifieke grensvlak dat ik de hele managementdiscussieplaats.Mensen managen als resources vanuit hun taakopdracht werkt als je erde klassieke methodes op nahoudt. Je kunt inderdaad iemand vragenom na het uitvoeren van zijn job te controleren of het resultaat beant-woordt aan een bepaalde kwaliteitsreferentie. Je kunt inderdaad de tijdmeten die nodig is om een taak uit te voeren en te optimaliseren. Alleen,je kunt dit slechts doen zolang het gaat over bijvoorbeeld de afstand ver-korten die een arbeider moet overbruggen om een werktuig te nemen,een product weg te zetten. Materiële zaken, zeg maar. Zodra je je waagtaan concepten zoals motivatie, betrokkenheid, inzet, werkethiek, loopthet fout. We hebben variabele verloning ingevoerd om de mensen temotiveren. Werkt dit? Ik stel vast dat, zodra we dergelijke techniekeninvoeren, we heel snel daarna allerlei correctieve systemen moetenbedenken omdat we vaststellen dat het doel niet bereikt wordt. Een voor-beeld. Stel, we besluiten de verkopers van ons bedrijf een procent tegeven op de producten die ze verkopen. Al gauw stellen we vast dat debetrokkenen er alles aan doen om de omzet de hoogte in te jagen. Erwordt geaarzeld om kortingen te geven, want een lagere korting wil zeg-gen een lagere commissie. Er wordt gefocust op verkoop en niet op hetopbouwen van een relatie met de klant, nadenken over wat hij nodigheeft. Nadenken kost immers tijd en hoe meer tijd daarnaartoe gaat, hoeminder er kan worden verkocht. Erger nog, wat als de klant, als gevolgvan het zorgvuldig bespreken van zijn behoefte, besluit het product niette kopen? Weg is de commissie. Om deze, wat men dan noemt, nevenef-fecten weg te nemen, voorziet men in verfijningen op de meetmethode.Plots is het omzetcijfer niet meer voldoende om de commissie op teberekenen, maar gaat men er ook klantentevredenheid aan koppelen, ofandere parameters. In vele gevallen blijkt dit echter niet afdoende te zijn.Ofwel ontstaan er nieuwe, meer geavanceerde manieren om het doel, hetcommissieloon, te bereiken, ofwel worden de meetmethodes zo inge-wikkeld, dat de inspanningen om ze te bepalen zo duur worden, dat zeniet meer in verhouding staan tot de beoogde winst. En al die tijd zijnwe vergeten dat we dus geen echte fundamentele verbetering hebbengezien in de motivatie van de betrokkene.Op 10 september 2009 verschijnt in de krant De Standaard het artikel ‘IsGod een hersenactiviteit’. Daarin wordt toegelicht hoe men via onder-zoek probeert vast te stellen of we spirituele ervaringen, bij uitstek een 16
Deze toenemende sociale differentiatie hing samen met de productiviteitsstijging en zou zich pas echt doorzetten in de landbouwsamenlevingen. Ze veronderstelde een toename van tijd die aan andere zaken dan aan voedselproductie kon besteed worden. In de landbouwsamenlevingen zou de regelgeving en regelnaleving zich ambtelijk opsplitsen tot voltijdse functies: een deel van de stam werd permanent gemobiliseerd voor oorlog en het koningschap, het priesterschap en de magistratuur werden voltijdse functies. Daarnaast vormde zich binnen de stam een schare van demiurgen (Grieks ‘demiourgos’, ‘die werkt voor het ganse volk’): werktuigmakers, maar ook dichters (Grieks ‘poètès’ = ‘maker, dichter’). Vermoedelijk waren dit in eerste instantie ook ouderen ofwel zieken en gehandicapten die niet in staat waren aan de jacht of de oorlog deel te nemen. Zij gaven hun kennis en vaardigheden door aan hun kinderen wat later zou leiden tot de ‘erfelijkheid’ van het ambacht. Ook dit zijn ontwikkelingen die pas in de landbouwsamenlevingen tot volle wasdom zouden komen. De sociale differentiatie was oorspronkelijk een differentiatie naar functie, van een echte hiërarchie was geen sprake. Iedereen kon zijn stem verheffen en een ander terechtwijzen.
Het leven is een rad. Dat zei m’n grootmoeder langs moeders kant altijd. Het zet dingen in beweging. Als je er middenin staat kun je meeliften op het momentum, maar als je erbuiten staat kan het je ook een slag van de molen geven. Jonas Grimpeerd was er ondanks alles goed in om middenin het rad te blijven, om mee te draaien op de raderen van het leven. Hij was daar misschien zelfs beter in dan ik.
‘Ik wil rust,’ zei Meyago en ze zeepte Ujhalins borsten, buik en billen in. ‘Ik wil ongestoord door de stad kunnen lopen. Ik wil mijn oude werk terug. Ik wil kunnen leven zonder bang te zijn. Ik wil geen moorden meer’ en daar viel ze stil.
De krant grondig lezen levert soms verrassende berichten op. In een tijd waarin alles je aandacht vraagt maar je onmogelijk alles zijn verdiende aandacht kunt geven, vind je soms in de krant de bevestiging van wat je reeds vermoedde, stoot je op nieuwe wetenschappelijke bevindingen op terreinen waar je niet over de nodige bagage beschikt om de vakliteratuur zelf uit te spinnen. In de Times van 19 september 2005 (overgenomen in De Morgen van 20 september 2005) stond onder de titel ‘Wanted: psychopaths to play the stock market’ een bijdrage van Martin Waller over een experimenteel onderzoek van een groep neurologen van drie Amerikaanse universiteiten naar het investeringsgedrag van ‘gewone’ mensen en mensen met hersenletsels waardoor die hun emotionele reacties grotendeels zijn uitgevallen [1]. Hieruit blijkt dat de mensen met hersenletsels ‘betere’ financiële beslissingen nemen dan gewone mensen met ‘normale’ hersenen. Het onderzoeksteam bestudeerde 41 testpersonen met een vergelijkbaar normaal IQ: van die 41 leden er 15 aan een letsel in de hersendelen die emotionele reacties regelen. De testpersonen namen deel aan een eenvoudig investeringsspel, bestaande uit 20 gokrondes. Bij de aanvang kregen de deelnemers 20 dollar en bij elke ronde dienden ze te beslissen of ze 1 dollar wilden inzetten bij het opgooien van een muntstuk. Was hun voorspelling verkeerd, dan verloren ze de 1 dollar, maar zaten ze goed, dan wonnen ze 2.50 dollar. ‘Logischerwijze’ zou je dus bij elke ronde investeren. Maar naarmate de rondes vorderden, werden de ‘normale’ testpersonen voorzichtiger en waren ze er meer op gesteld de reeds behaalde winst niet in gevaar te brengen. De hersenpatiënten deden dit niet en bleven investeren: zij eindigden het spel met gemiddeld 25.70 dollar, bijna 3 dollar meer dan de ‘normale’ testpersonen, een statistisch significant verschil. De onderzoekers besluiten dat emotioneel gehandicapten gemakkelijker risico’s zullen nemen om een hogere winst te behalen. De vrees behaalde winsten weer te verliezen weerhield de ‘normale’ testpersonen ervan om nog verdere risico’s te nemen.
Met elke verdieping versnelde Zohra’s hartslag. Het duurde niet lang voor het zweet van haar voorhoofd naar het puntje van haar neus stroomde, waar het een parel vormde. Ze was nog stijf van haar sprint in de tunnel. Haar kuiten, hamstrings en quadriceps leden onder de inspan­ning. Hoewel Lieven in betere conditie was, bleef hij veilig achter haar.
The worker (a machine endowed with a brain that can be used for fragments of time) is paid for his or her occasional, temporary services. Work time is fragmented and cellularized. Cells of time are put up for sale online, and business can purchase as many of them as they want without being obligated in any way to provide any social protection to the worker. Depersonalized time has become the real agent of the process of valorization, and depersonalized time has no rights, no union organization, and no political consciousness. It can only be either available or unavailable – although this latter alternative remains purely theoretical inasmuch as the physical body still has to buy food and pay rent, despite not being a legally recognized person.
Ik trainde met mijn sledeteam op de heide, toen er een uit de kluitengewassen mechelse herder op een van mijn honden doek en haar niet meer losliet. Mijn honden zaten vast aangelijnd door hun tuigje en treklijn en konden geen kant op, sommige wilde vluchten, sommigen wilde vechten, het risico dat de verstikkende lijnen honden beschadigden was bovendien groot.
‘Gisteren sprak je nog, hoe zal ik het zeggen, mechanisch. Nu hoor ik vloeiende zinnen en proef ik emotie in wat je zegt.’ Hij legde zijn handen op haar schouders, voelde de ingehouden kracht. ‘Wie ben je, Ariadne? En wat ben je?’
In de prille jaren 1970, toen ik mijn doctoraat opstartte over hedendaagse arbeidsingesteldheden en arbeidsethieken (die ik in navolging van Britse arbeidssociologen aanduidde als arbeidsoriëntaties), nam ik me voor mijn werk aan te vangen met het naar voren schuiven van een psychologische definitie van arbeid (wat ik ook heb gedaan: “Arbeid is het klaarmaken van een product voor consumptie door de persoon zelf of door anderen, zelfs al gaat het om een half-afgewerkt product; dat zal immers door een volgende arbeider in de productiecyclus ‘geconsumeerd’ worden; in mijn definitie is ook het stofzuigen van de leefkamer dus arbeid”). Dat zoeken naar een arbeidsdefinitie bracht me bij de antropogenese, de overgang van mensapen, die niet arbeiden, naar mensen, die wel arbeiden. Daarbij was ik toen natuurlijk bijzonder schatplichtig aan Friedrich Engels’ Anteil der Arbeit an der Menschwerdung des Affen (‘De Rol van de Arbeid in de Menswording van de Aap’), een hoofdstuk uit zijn Dialektik der Natur. Immers, iedereen die het expliciet had over arbeid in de antropogenese, vertrok op één of andere manier van Engels’ werkstuk. De bijdrage van Engels heb ik zowel in het Duits als in het Frans gelezen (mijn Duits is eerder gebrekkig maar met een woordenboek erbij vlot het wel).
‘Staat er een jaartal op?’ Laura snuffelde rond in de grote boekenkast waar boeken, losse papieren en multo­mappen lukraak bovenop elkaar gestapeld waren. Je kon van alles van Peter zeggen, maar opge­ruimd was hij niet geweest. Het leek wel of hij nooit echt een systeem had gehad om orde te scheppen in de kamer. Alleen de notitieboekjes waren een vast, terug­kerend item. En de Bic balpennen waar zonder uitzon­dering heftig op geknaagd was. Die twee dingen waren de constanten in Peters leven geweest. Nou ja, op haar, Fleur en zijn typemachine na dan. De rest was bijzaak.
Buiten klinkt het geluid van de zaterdagmiddag: tromgeroffel en diverse soorten populaire muziek door elkaar heen van allerlei feesten en begrafenissen die aan de gang zijn. Daartussendoor klikt er regelmatig een oproep tot gebed van een moskee of een langdurig slepend gezang vanaf een minaret. Het hoort er allemaal bij.
Ze dook ineen, hapte naar adem en trilde over haar hele lichaam. Ze staarde naar de plek op het perron waar hij even daarvoor nog had ge­legen. Wat ligt daar? Ze zag een vierkante sleutelhanger, zo een waar je een foto in kunt doen, en pakte die. Daarna schuifelde ze snel het ge­bouwtje in en bleef daar hijgend en met snel kloppend hart met haar rug tegen de muur zitten. Wat is dit voor hel waarin ik beland ben? Uit haar tas pakte ze een sigaret die ze bijna niet aankreeg, zo trilden haar handen.
En terwijl de fabrieken van Isomé bleven produceren en de populatie op Isomé groeide naar zestigduizend volwassenen, landden dertig andere zaadschepen op Elija en Nilja: de zevende en achtste planeet van Epsilon Drie.
Er zijn al talrijke boeken geschreven over wildernis survival en survival technieken, en dat betekent dat we op goede weg zijn om mensen te doen inzien dat het onderwerp zeer hedendaags en van groot belang is.
Ik zag het als een schreeuw om hulp en ging naar haar toe. Ze verze­kerde dat alles weer in orde was. Natuurlijk was ze aangeslagen en teleurgesteld over de manier waarop de wereld met haar algoritme omging, maar, zo verzekerde ze mij, dat zou ze snel vergeten zijn. Ze vertrouwde me toe dat ze samen met René aan een nieuw project was begonnen, nog veel groter, nog veel avontuurlijker. Ik zag de passie in hun beider ogen, passie voor elkaar en voor hun project.
Met de dampende rode massa voor me, ging ik bij de tafel zitten. Hoewel mijn gedachten bezig werden gehouden door de bol, wilde ik niet van mijn dagelijkse ritme afwijken. Ik liet mijn computer een program­ma voor me samenstellen. Als eerste ver­scheen in mijn gezichts­veld een opsomming van de nieuwste recensies. Ik zuchtte. Ik kon het maar beter achter de rug hebben! Ik zag al waarschuwings­sig­nalen voor mijn hartslag, maar het bleek nergens voor nodig. Alleen maar scores van drie sterren of hoger. Ik bleek zes plaatsen te zijn gestegen op de inter­nationale ranglijst en zelfs mensen uit de gezonken koepels van Neder­land hadden mijn laatste werk gedownload.
Het was vandaag dinsdag 28 november 2006 een bijzondere dag voor de Vlaamse en Belgische upper middle class: welke restaurants wonnen en verloren een ster in de Michelin-gids? Dat soort bekommernissen vormen de kern van de cultuur van de kampbewakers. Een figuur die in amper één jaar tijd bij de Vlaamse kampbewakers bijzonder populair is geworden, is professor Kerkelijk Recht aan de Katholieke Universiteit Leuven, Rik Torfs. Die man heeft die populariteit niet cadeau gekregen. Hij is een intellectuele self-made man, een entrepreneur eigenlijk, wat in Vlaanderen als land van de kleine ondernemer natuurlijk betekent dat je een bank vooruit mag gaan zitten. Hij heeft inderdaad een aantal troeven die bijzonder bewonderenswaardig zijn: hij is niet alleen intelligent, maar ook de bezitter van een excellente taalvaardigheid, hij kan het opvallend goed zeggen en brengen. Hij heeft altijd een pikant weetje achter de hand om je te verrassen en te ontwapenen. En hij slaagt er telkens in zich te presenteren als een dissident van alle mogelijke vastgeroeste denkstromingen en geloofsovertuigingen. En hij oogt sexy. Kortom: een ware postmoderne godheid.
Maar eigenlijk dreef Diogenes, een fratsenmaker van het betere soort, alleen maar de spot met de tirannieke arrogante meester-filosoof Plato, die zich wou laten kronen tot de eerste “Filosoof des Vaderlands” in de turbulente Westerse Geschiedenis, waarvan we nu nog allen elke dag het slachtoffer zijn. Plato had een bonte schare toehoorders wijs gemaakt dat de mens een tweevoetig vogelachtig dier was “maar dan zonder veren”. Waarop Diogenes een kip zou hebben gepluimd en het vederloze soepkieken op Plato’s tafel zou hebben gegooid met de provocerende woorden: “Voilà! Hier heb je de Mens!”
Het is mogelijk dat mannen sneller coalities vormden over de directe biologische verwantschap heen, want de jacht en de bescherming tegen vijanden vereiste de samenwerking van een groot aantal individuen, zeker wanneer begonnen werd op groot wild te jagen. Vrouwen zullen bij het voedsel verzamelen mogelijk eerder met directe verwanten (moeder, zusters) opgetrokken hebben. Hoe dan ook, vrouwen en mannen deelden de weinige hulpbronnen die ze hadden met elkaar, in de veronderstelling dat ze reeds geleerd hadden een gemeenschappelijke maaltijd te bereiden en meer konden verzamelen dan ze onmiddellijk op konden eten. Het is aannemelijk dat een toevallig surplus eerder bij de mannelijke jagers optrad. Konden de vrouwen stoppen met vruchten en bessen te vergaren wanneer ze zelf en de kleinere kinderen verzadigd waren om aandacht te besteden aan de zuigeling of gewoon om te rusten, dan was het al te gek dat de jagers een (deel van een) neergehaald dier zouden achterlaten eens ze verzadigd waren van het bijten en peuzelen aan dat gevelde dier. Dit toevallig surplus was een gemeenschappelijk product en dus ook gemeenschappelijk eigendom. Het werd met de ganse groep gedeeld. Ook wanneer de vrouwen meer voedsel begonnen te verzamelen dan ze direct nodig hadden, wat zinnig was wanneer de jagers zonder buit ‘thuis’ kwamen, werd dit surplus doorgaans gedeeld. Men kon er niet zomaar directe verwanten mee bevoordelen, al geldt dit minder voor de vrouwen die naast eten voor zichzelf ook voedsel voor hun kleinsten moesten bijeen rapen en bij het verzamelen gemakkelijker konden delen met de vrouwen die het dichtst in hun omgeving toefden en dat waren meestal directe verwanten (moeder en zusters). Bij vrouwen is een neiging om in zekere mate eerst directe verwanten te bedelen dus niet zo onbegrijpelijk. Surplus voedsel was echter in wezen een groepsproduct: dus het kon niet zomaar aan verwanten, ‘partner’ of eigen kinderen worden gegeven. In dit licht kunnen de bevindingen van Kristian Hawkes bij tegenwoordige jager-verzamelaars (de Ache in Paraguay en de Hadza in Tanzania) bekeken worden waaruit blijkt dat de mannen ‘pronken’ met het vlees dat ze gejaagd hebben en het eerder aan niet-verwanten uitdelen dan aan de onmiddellijke verwanten, terwijl het voedsel dat door vrouwen verzameld is, wel wat minder wordt rondgedeeld (84% van het door mannen gejaagd vlees wordt gedeeld en ‘slechts’ 58% van het door vrouwen verzameld voedsel). Nochtans zijn de Ache en de Hadza xxnu (rond onze eeuwwende) reeds individuele jagers die elkaar wel ter hulp roepen wanneer groot wild kan gevangen worden. Kristian Hawkes analyseert haar onderzoeksresultaten binnen de showoff hypothese (to show off = pronken): het ‘pronken’ met de buit is een min of meer berekende strategie om aan status te winnen binnen de groep en zelfs de kans op het binnenhalen van een vrouw met hoge partnerwaarde te verhogen. Wij denken dat ons kader de historische achtergrond van haar bevindingen beter belicht dan evolutionair-psychologische redeneringen.
Sterre besefte dat ze ook naar hem staarde. Hun blikken kruisten. Hij kwam dichterbij de rand van het perron staan en hield haar blik vast. Ze voelde zich wegglijden in die diepe, donkere poelen die een einde aan alle pijn beloofden. Bijna wilde ze naar voren stappen, maar hij ver­dween uit zicht achter de trein die net langs het perron reed. Ze knipperde met haar ogen, haalde diep adem. Godverdomme, wat was dat?
27. 25 Als je als partner betrokken wordt in de therapie en daarin duidelijk- heid krijgt over waar het symptoomgedrag van de partner voor staat, leert de praktijk dat er gemakkelijker een omslag kan plaatsvinden in hoe je aankijkt tegen je partner: je kunt hem gaan zien als slachtoffer in plaats van als dader. Je partner is vaak niet seksverslaafd omdat hij enkel een drang heeft naar seks; het obsessieve seksuele gedrag staat ergens anders voor. Met dat inzicht ontstaan er tevens mogelijkheden voor jou als partner om bij te dragen in het veranderen van dit gedrag, zonder dat je verantwoordelijk wordt voor het probleem. Symptoomgedrag bij de partner Ook als partner heb je vaak symptoomgedrag ontwikkeld als antwoord op het verslavingsgedrag van je man, en voor je het weet reageer je vanuit dit (aangeleerde) patroon. Zulke patronen zijn voor beide part- ners destructief en leiden vrijwel altijd tot een impasse (Bouwkamp 2010). Dit uit zich bij de vrouw vaak in een controlerende of verwijten- de houding. Een veel voorkomend patroon is dat je als vrouw op een controlerende manier (als control freak) gaat reageren op je partner. Maar waarom wil je het gedrag van je partner controleren? Omdat je bang bent. Door controle probeer je grip op deze angst te krijgen. Maar de reali- teit is anders: de controle roept extra angst op, of je nu wat vindt of niet. Want ook als je niets vindt, heeft de praktijk bewezen dat je man alsnog tegen je kan liegen. Controle dwingt daarnaast in de kind- positie: Hij zal je of braaf geruststellen, of hij zal niets meer durven te zeggen om je niet bang te maken. Op beide manieren kan hij je toch niet geruststellen. Het symptoomgedrag is de controle: dit verhult het niet-toegestane deel, namelijk angst – en angst heeft iets anders nodig
Die avond maakte Berend een simpele stamppot, waar Willem commentaar op leverde. Na het eten waste hij niet direct af, wat Willem afkeurde. Berend wilde niet over de slagerij praten, maar Willem bleef vragen of er nog genoeg voorraad was voor morgen. Hij had een bestellijst gemaakt die hij onder Berends neus schoof en hem op het hart drukte daar morgen­ochtend direct mee aan de slag te gaan. Berend knikte en ging naar boven.
Om ons heen had een hele bende zich ondertussen verzameld. Waarom is het toch zo dat wanneer je een bende hebt, iedereen de neus richt naar de grootste bek? Die grootste bek stinkt meestal naar corruptie, verraad, of machtsmisbruik en overjaarse houdbaar­heids­data, en toch lijkt de geur van die verdor­ven­heden onweerstaanbaar om te aanbidden, te volgen, te vereren, naar te streven.
Het was het bijna waard haar leven te wagen, deze computer mee te nemen, door de lange gangen van deze ondergrondse bunker te rennen, voorbij de gewapende mannen en vrouwen, buiten dit pand. Een belachelijk dom idee. Ze zou niet verder komen dan de deur.
Bij mijn volgende verlof was ze het huis uit. Ze zou pas terugkomen als ik wegging, had ze tegen moeder gezegd. Nou viel die stoere praat samen met haar eindstage Rechten, dus volgens Lars had het niks met mij te maken.
Af en toe doe ik mijn boodschappen, voor een deel in een soort mini supermarkt met frisdrank, wijn, blikgroente, allerlei luxe koekjes, melkpoeder  en zo voort. Daar hebben ze nu zelfs Bounties. Soms tracteer ik me dan op chocolademelk uit het koelvak, helemaal uit België hiernaartoe gekomen De pinautomaten in Bawku deden het een week lang niet rond de Kerst. Op 28/12 was het euvel daar weer verholpen.
Wat ik ervan kan zien is dat het de zwarte hond ervaring is. Ditmaal breekt de zwarte hond door de Saveer-wand, dat zijn een heleboel glazen wanden achter elkaar, dus zeg maar gerust een heel stelsel van wanden als een soort van doolhof van glas. Ja, vijf minuten muziek kan dit doen. De zwarte hond dreunt door je hersenen heen, door alle vliezen heen alsof er wat knapt, en dan ben je jezelf niet meer en kun je jezelf niet meer terugvinden. Het is heel dubbel, want juist waarvan je dacht dat het jezelf was was de opgelegde valse identiteit van het aardse identificatie systeem waarin je gewoon een nummer was met een opgelegd bewustzijn. Dus dat bewustzijn moet doorbroken worden, en dan voel je je even helemaal verloren, als tussen twee schepen of twee vuren in.

One Reply to ““groothandel overlevers voor overlevingsuitrusting survival gear logo””

  1. Hij greep één van de computers. ‘Stel dat u dit Yin-Ghuel binnen­smokkelt. Stel dat u een agent bent van een vijandige mogendheid. Hypothetisch. Stel dat dit werkt. Stel dat u door weet te dringen tot de kweek­machines. Wat zou u kunnen of willen doen met dit ding?’
    De schreeuw bleek afkomstig van de man. Even later hoorde ze hem stotteren: ‘Wat is dit in hemelsnaam?’ Ze vreesde dat hij haar schuil­plaats had ontdekt. Angstig opende ze één oog tot een spleetje. Hij stond aan de andere kant van de sporen met zijn rug naar haar gekeerd. Nu zag ze zijn opzichtersuniform. Dat stelde haar enigszins gerust. De lichtcirkel van zijn zaklamp onthulde de omtrekken van een lichaam, naakt en bleek. ‘Jezus Christus,’ mompelde hij.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *