“essentiële overlevingsuitrustinglijst veldoverlevingsuitrusting”

Waarom en hoe landbouw en veeteelt precies zijn ontstaan weten we niet. We kunnen hier ook onmogelijk de situatiespecifieke ontwikkelingen in hun buitengewone verscheidenheid schetsen. Zo bijvoorbeeld blijken de eerste nederzettingen aan de Nijl nog van semi-nomadische aard: de nederzettingen werden slechts in de lente en de zomer bewoond. Onze schets die volgt heeft dus een uitgesproken ideaal-typisch karakter. We kunnen slechts enkele facetten van de agrarische en de ermee verbonden stedelijke cultuur in beeld brengen. Het gaat ons om de lijn die moet uitmonden in de psychische structuur waarop de onze zich heeft geënt. Mogelijk hebben verdere klimaatswisselingen zoals de woestijnvorming in de savannes van Afrika en het Midden-Oosten, de landbouw volle kansen gegeven, zoals het zich later ook verbreidde in West-Europa waar open jachtgronden in wouden overgingen. Hoe dan ook was sedentarisatie, het wonen op min of meer vaste woonplaatsen, een min of meer noodzakelijke voorwaarde voor systematische landbouw en veeteelt. Alleen dan kon men in de natuur regelmatigheden gaan ontdekken in de groei van welbepaalde planten en dieren. De gemeenschappen die landbouw en veeteelt gingen beoefenen, mochten niet verzadigd zijn noch bitter arm. Ze moesten een bepaalde relatieve ontbering lijden die hen ertoe bracht oog te hebben voor nieuwe mogelijkheden, maar ze mochten niet aan de rand van het uitsterven staan en zo uitgeput en krachteloos zijn geweest dat ze niet meer konden reageren. Bovendien gaven landbouw en veeteelt geen onmiddellijk resultaat: dit impliceerde dat men over voldoende traditionele levensmiddelen beschikte om die tijdspanne van het agriculturele resultaat te overbruggen. De levenswijze van de eerste landbouwgemeenschappen moest dus voldoende energetische ruimte bieden opdat men creatief zou kunnen omgaan met de geobserveerde natuurlijke regelmatigheden. De mensen moesten inderdaad voldoende voedsel hebben om in staat te zijn bepaalde zaden of dieren niet onmiddellijk op te eten maar ze te offeren in de vorm van zaaigoed of fokbeesten. Zo moet men rond 10.000 v. Chr. interesse hebben betoond voor vroeger versmaad voedsel zoals bepaalde knollen en moet men hebben vastgesteld dat uit niet opgegeten zaden van bepaalde wilde grassoorten (graangewassen dus) nieuwe planten te voorschijn kwamen. De veeteelt van zijn kant zal geïnspireerd zijn geweest door de domesticatie van de hond die reeds rond 15.000 v. Chr. werd ingezet. Het gebruik van de hond als huisdier zou zijn aanvang hebben genomen in Voor-Indië, met het temmen van de wolvensoort Canis lupus pallipes. Deze hond zal waarschijnlijk aangetrokken zijn geweest door etensresten bij een kampement of een ‘dorp’. Mogelijk ‘hielp’ hij de jagers bij het opruimen van het aas van gedode jachtdieren en leerde de mens er zo mee omgaan en hem rond zich dulden. Op andere plaatsen werd hij als voedsel genuttigd, nu nog steeds in China. Vooral gingen de mensen de hond waarderen wanneer hij bleek door zijn waakzaamheid te waarschuwen voor dreigend gevaar. Verder was hij in staat kuddes een bepaalde richting op te jagen, zodat hij kon ingezet worden bij de jacht en later bij het hoeden van de kudden. Tenslotte bleek de hond bijzonder vatbaar voor dressuur. Hij kon derhalve voor diverse functies worden aangewend.
Op het eind van mijn relaas schrijft Wauso altijd een advies: Waarde Heer Sybrand van Haersma Buma, U heeft in de 2e Kamer een controlerende functie, die U volkomen negeert. De gevolgen, de voornoemde Genocide, het interesseert U geen bal. Huichelachtige Farizeeër word het niet hoog tijd om Uw koffertje te pakken.
Dit is een algemene weekendtas die elke militair krijgt die ze kunnen gebruiken als ze op het werk zijn of dat ze uitgezonden worden naar een verre land en als ze voor de weekend naar huis gaan dat ze daar hun vuile was in mee kunnen nemen.
Op het beeldscherm voor me zag ik hoe de gevangenen stuk voor stuk vanuit hun cel naar de loden capsules in het laadruim werden geleid door Lars, die nu een handje uit de vloer was dat zich om hun enkel klemde.
(En het gebeurde in die dagen dat er op Canvas-Terzake een reportage was over het ‘leven’ in Everberg, de jeugdgevangenis die in België model moet staan voor de wijze waarop delinquenten moeten worden heropgevoed. De reportage liet zien hoe elke beweging van de jongeren met camera’s in het oog wordt gehouden. ‘Is dat nodig?’ vraagt de reportagemaker. ‘Ja, voor de veiligheid van de jongeren en voor de veiligheid van de mensen!’ Welke mensen? De reportagemaker vergat die vraag te stellen. De opgesloten jongeren worden blijkbaar niet bij de ‘mensen’ gerekend, maar wie dan wel? Zelfs de Joden in de concentratiekampen werden niet op die vernederende manier bespied. Niet te verwonderen dat een paar anonieme geïnterviewde jongeren verklaarden dat Everberg hen eigenlijk alleen maar slechter maakt. Als je omwille van een paar diefstallen zes maanden tot een jaar lang wordt bespied, vernederd en gekleineerd, vermoedelijk soms ook fysiek door de bewakers aangepakt, dan kan je daar alleen buitenkomen met nog veel meer rancunes en haat tegen de maatschappij dan je al had vóór je er terecht kwam. Voeg daarbij het trauma van weggerukt te worden uit je natuurlijk milieu van familie en vrienden, dan kunnen wij niet anders dan besluiten: Everberg kweekt óf criminelen óf psychische wrakken.
Het is een moeilijke weg, want niet overal wordt je begrepen, de commercie en de Euro tekens bepalen wat de organisatoren voor ogen hebben. Jammer want ook daar is copieren van elkanders concept de orde van de dag.
De Ghanese dokters in het zuiden staken; nu doen ze ook geen spoedgevallen meer, volgens de TV. Iedereen die wat te melden heeft of te klagen heeft over zijn lichaam moet maar naar een private clinic. De grote ziekenhuizen schijnen plat te liggen. Hier in het noorden werken we gewoon door. Morgen zijn er wél vier van de negen artsen weg, naar een nascholing in Tamale. Over patiënten-rechten.
Om 22 uur ’s avonds volgt voor de kijkers die er maar niet genoeg van krijgen (en vandaar dus ook op het tweede net), nog een afsluitend duidingsprogramma “De Oorlog Vandaag”. Deze special start met een indringende visualisatie van de uitslag van de dagelijkse poll. Hebben we gewonnen, m.a.w. zijn er meer dan 50% van de smsjes binnengelopen op 4571, dan klinkt er 15 seconden lang oorverdovend applaus en gezonde hysterie uitgevoerd door het toneelgezelschap “Un Flamand à Paris”, onder het luidkeels zingen van het alom gekende lied “Sjarel ik heb a gat gezien”. Hebben we daarentegen vandaag verloren, dan mag je 10 seconden staren naar een scherm van zwarte sneeuw. Na deze uitbeelding van het poll-resultaat wordt deze geanalyseerd door twee “bekende gezichten”, opiniemakers of experten. Op basis van welke gebeurtenissen, aanslagen, arrestaties, vernietiging van basissen of trainingskampen, verklaringen van leiders van de “coalition of the willing” of videoboodschappen van de vijand, heeft de tv-kijkende bevolking blijkbaar geoordeeld dat het dagverloop van de oorlog gunstig of ongunstig is uitgevallen?
Nogmaals, zoek de hulpmiddelen en ondersteuning om dit te kunnen doen, zodat je pro-actief wordt in het creëren van oplossingen.  Wanneer deze hogere energieën de onderste chakra’s doordringen, vindt er eerst een samentrekking plaats.  Dit komt omdat de energieën aanvoelen als een inbreuk op wat je hebt gekend.  Dit breidt zich uit en laat uiteindelijk los, als je met deze energieën werkt.
21. 19 kunnen nauwelijks een gevoel van eigenwaarde opbouwen, en ont- wikkelen meestal symptoomgedrag zoals een seksverslaving (Bijzet 2004). Ook het kluwengezin (-Z, +A) is een gezinspatroon dat kan leiden tot verslavingsgedrag. Dit sluit aan bij wat Bouwkamp en Bouwkamp (1995) schrijven: “Een drugs- of gokverslaafde is zelden de eerste in zijn gezin die geen nee kan zeggen.” Meestal zien we in dergelijke gevallen dat één van de ouders (vaak de moeder) of beide ouders geen nee kunnen zeggen tegen de wensen van hun kind en geen eisen stel- len aan de eigen verantwoordelijkheid van het kind. De ouders leren het kind niet stilstaan bij de eigen behoeften. Hierdoor leert het kind niet te herkennen wat het werkelijk wil, en kan er een patroon ont- staan waarin het kind de behoeften met seksueel gedrag leert te be- vredigen. Het streven naar autonomie en verbondenheid is een centraal thema voor zowel de verslaafde als de partner (Bouwkamp 1999). Wanneer de balans tussen autonomie en verbondenheid verstoord raakt, zal je moeten leren omgaan met conflicten en ga je jezelf daarin aanpassen. De EPT spreekt van ‘ervaringserfgoed’: de ideeën, gevoelens en gedra- gingen die zijn doorgegeven in de opvoeding, zijn geïnternaliseerd. Een deel, het inhoudelijke facet, heeft betrekking op wat een kind wel en niet toegestaan is te ervaren en te uiten. Het streven naar een evenwicht is geen gemakkelijk opgave, want datgene waar je behoefte aan hebt strookt niet altijd met wat anderen die belangrijk voor ons zijn van ons verwachten, of met wat je van jezelf verwacht. Soms ben je niet in staat om dit conflict, dat zich zowel binnenin onszelf als tussen onszelf en anderen kan afspelen, op een bevredigende wijze naar buiten te brengen of op te lossen. Dan staan
Haar handen waren strak tegen het stuur gedrukt. Haar voet stond vol op het acceleratiepedaal. Bij wie ligt je loyaliteit, Meyago Niloo? Haar dubbelleven. Bij wie ligt je loyaliteit? Haar driedubbelleven. Bij wie, Meyago Niloo? Bij haar familie.
Het lijkt nochtans vanzelfsprekend de leefgewoontes van de eerste mensen af te leiden uit het sociaal gedrag van de mensapen, in het bijzonder de chimpansees. En vinden onderzoekers bij dieren gedragingen die gelijkenis vertonen met soortgelijk gedrag bij de mens, dan wordt dit meteen biologisch-genetisch geduid, alsof het ganse gedrag van dieren aangeboren zou zijn en zij geen leervermogen zouden hebben. En in één beweging wordt dit homoloog gedrag van mensen dan ook maar als genetisch vastliggend beschouwd. Binnen zo’n evolutionaire redenering verbindt Barbara Smuts (1995) het ontstaan van het latere patriarchaat en het geweld op vrouwen rechtstreeks aan de woongewoontes bij de primaten: patrilokaal (meisjes verlaten om te paren hun oudergemeenschap of parent group, mijns inziens is het beter te spreken van de moedergemeenschap, omdat alleen het moederschap met absolute zekerheid kan worden vastgesteld; jongens blijven bij de oudergroep) óf matrilokaal (de meisjes blijven bij de oudergroep; de jongens verlaten hun oudergroep). Zij gaat ervan uit dat onze voorouders patrilokaal leefden, omdat onze naaste verwanten (orang-oetan, gorilla, chimpansee en bonobo) patrilokaal zijn, in tegenstelling tot de meeste zoogdieren en de meeste primaten die matrilokaal zijn. Van onze naaste verwanten zijn alleen de bonobovrouwtjes in staat mannelijke agressie te bedwingen, wellicht omdat ze de tijd krijgen hechte vrouwelijke coalities te vormen waar de mannetjes niet tegen op kunnen. Primatenmannetjes zijn doorgaans groter dan de wijfjes (seksueel dimorfisme, i.e. de fysieke verschillen tussen man en vrouw van een soort) en daar hoort de regel uit de dierenwereld bij dat hoe groter het seksueel dimorfisme, hoe groter de agressie tussen mannetjes en ook de agressie van mannetjes naar vrouwtjes. Hoge reproductieve variantie tussen de seksen (b.v. bij de primaten en bij de mens: mannetjes kunnen veel meer kinderen verwekken dan vrouwen) leidt veelal tot veelwijverij die maakt dat sommige mannen meer kinderen verwekken en andere mannen niet aan de bak komen, maar ze werkt via natuurlijke selectie ook seksueel dimorfisme in de hand: mannen gaan fysiek sterk van de vrouwen verschillen. Menselijke mannen zijn b.v. groter en wegen 12% meer: dat is een eerder bescheiden dimorfisme. Bij de meeste mensapen is het seksueel dimorfisme echter beduidend groter (uitgesproken typisch is dit voor de gorilla). De situatie van reproductieve variantie leidt tot een gevecht voor de vrouwtjes (die zijn door hun mindere vruchtbaarheid – menstruatiecyclus en periodes van zwangerschap – als het ware met minder). In deze rivaliteit en competitie zijn het de grote en sterke mannetjes die het halen, met als gevolg dat de eigenschappen van mannelijke grootte en sterkte selectief doorgegeven worden aan de volgende generaties en op de duur dus eigenschappen worden van de soort. Mannetjes gaan ook meer risico’s nemen en zich agressief opstellen tegen de ‘boss’, zoals we dat zien bij jonge chimpansees die op de duur de ‘boss’ gaan onttronen. Op die manier verhogen ze hun kans om te paren met zoveel mogelijk vrouwen en vermijden ze te falen in de reproductie. Analoog hieraan kan vastgesteld worden dat dieren die in hun eigen territorium niet genoeg voedsel vinden meer kans hebben zich voort te planten als ze het risico lopen in een vreemd territorium voedsel te gaan pikken en de agressie van de leden van de andere soort of groep trotseren. De succesvolle weerstand van de bonobovrouwtjes tegen mannelijke agressie laat evenwel zien dat seksueel dimorfisme dus niet altijd leidt tot een situatie waarbij het altijd de grotere en sterkere mannetjes zijn die winnen bij een agressief interseksueel conflict.
Het maken van een werktuig of het leren van welke handeling ook berustte veelal op imitatie. Het vermogen te imiteren is de mens blijkbaar gegeven. Ongeveer tien jaar geleden stelde Giacomo Rizzolatti vast dat makaken in hun hersenen uitgerust zijn met ‘spiegelneuronen’ (mirror neurons), waarmee een gedrag van een andere aap of van de onderzoeker worden geïmiteerd: wanneer een aap iets probeerde vast te grijpen werden bij hem een aantal specifieke zenuwcellen geactiveerd, maar dat hersengedeelte werd ook actief bij een tweede aap die naar de eerste keek maar zelf niets deed. Dergelijke spiegelneuronen konden ook bij mensen worden teruggevonden. Het leren van anderen door nabootsing moet dus relatief gemakkelijk zijn geweest. Werktuigen konden zich zo snel verspreiden in gestandaardiseerde vorm. Maar de geïmiteerde hoefde helemaal niet meer aanwezig te zijn bij het maken van een volgend werktuig. De geïmiteerde bleek in de herinnering van de imitator op te duiken of kon in de herinnering worden opgeroepen. Zo kon men het beeld of de stem van de leermeester volgen en uitvoeren. De herinnering leverde dus een reeks instructies en bevelen op, een mare (tijding of bericht, zoals in ‘nachtmerrie’). De eerste mensen werden, zoals Julian Jaynes schitterend maar controversieel heeft betoogd , bewogen door auditieve en visuele hallucinaties waarin leermeesters (‘goden’, met als oppergod de stammoeder of stamvader, of ‘helden’) optraden als instructeurs (vandaar Latijnse ‘fas’ = ‘het gesprokene, de goddelijke wet’). De ‘goden’ spraken dus letterlijk tot de mensen, ook tot de stam in zijn geheel wanneer deze in volksvergadering verzameld was en de priesters de god of de goden aanriepen, zoals nu nog in een misviering gebeurt.
Die bestonden ondertussen ook uit mijn eekhoorns en Ezel. Ik was solitair geworden, enkel nog solidair met Ezel. Verdomme, wat wil je anders, mijn eigen soort had me verraden en was met die halve bontjas gaan heulen toen bleek dat zijn klep groter was dan de mijne.
De bio-psychiatrie stelt voor om fysieke tekortkoming als de oorzaak van de mentale ontsporing aan te nemen. B.v. bij manisch-depressieven kunnen afwijkingen worden opgemerkt in het chemisch evenwicht van de hersensubstanties (neurotransmitters). Niettemin zal de normale wetenschapper zeggen dat alle causale verklaring afhangt van het paradigma., de theorie die als verklaring dient voor een praktijk. Zo kan de bio-psychiater het bij het juiste eind hebben, kan hij zich vergissen of kan hij slechts een halve waarheid koesteren die praktisch is in zijn medische betrokkenheid van verschaffing van medicijnen bij wijze van therapie. Postmoderne benaderingen zullen het belang benadrukken van interdisciplinair teamwerk in de behandeling van manische afwijkingen en andere psychiatrie. Het betreft niet alleen maar psychologie aangezien het de grenzen overschrijdt van wat geestelijk gezond en veilig is. Niettemin is de psychologische oorzaak, het psychologisch uitgaan van gezondheid en zelfverantwoordelijkheid belangrijk. Soms is het de enige uitweg uit de moeilijkheden het idee te verdedigen dat de manicus een speciaal geval van geestelijk gezond zijn vertegenwoordigt en alleen tot een einde kan komen als de persoon zijn doel zelfverantwoordelijk inziet. Het is alsof men in de rechtszaal zit: de psychiater is de aanklager die de persoon ervan beschuldigt een patiënt te zijn die anderen en zichzelf in gevaar brengt. De psycholoog voert de verdediging die moet aantonen dat de speciale vorm van gedrag binnen de normale grenzen ligt en zelfs van belang is voor anderen en hemzelf. Het probleem bevindt zich op het vlak van het beoordelingsvermogen; wie moet er als rechter beslissen; of amerikaans: waar is de jury die zal beslissen over schuld en onschuld? In feite is er een formele orde nodig die de verdediging voert in het belang van de ziel. Van deze orde kan het duidelijk zijn wat onwaar is en verraad, egoïsme en bezitsdrang. Van deze orde kan begrepen worden waarom er een afwijking optreedt en hoe die kan worden vergeven. Manie bij voorbeeld wordt in het theater toegestaan terwijl privé een dergelijke vertoning niet kan worden getolereerd. Doorslaggevend is de trouw aan een script daar het script de grenzen vastlegt. Op dezelfde manier kunnen manische buien in een menselijk leven worden getolereerd als er een garantie is van trouw aan een orde vastgelegd in voorschriften. Bij voorbeeld soldaten ten tijde van oorlog kunnen compleet manisch zijn voor het heil van een overwinning totdat ze hun superieuren ongehoorzaam zijn. Alleen dan zijn ze plotseling potentiële criminelen die eventueel ter plekke moeten worden geëxecuteerd. Concluderend is het van belang dat jezelf bevinden in een staat van uitbundigheid, opgewektheid, overlopend van inspiratie, met energie en richting gevend etc., men in dergelijke gevallen zich altijd moet verzekeren van de motieven van de aktie die door overeenstemming ondubbelzinnig helder en gefixeerd moeten zijn. Anders zal met het laatste de sociale kontrole verloren gaan en zal men gedwongen zijn de toevlucht te nemen tot minder wenselijke kontrolemaatregelen die aan de gerijpte optie van degene die afwijkt voorbijgaan. Hieruit volgt het belang van een expliciet begrip van formele sociale orde die de limieten van de kontrole vastlegt. Vroeg of laat zal iedere persoon moeten ervaren wanneer ‘de wil van God’ of de werkelijkheid van de sociale kontrole in dienst van de ziel de claim van de onafhankelijkheid en rijpheid zal overtreffen. Een gebrek aan formele orde zal resulteren in een overmaat aan afwijkend gedrag: misdaad, waanzin en corruptie. Om het recht in dezen te behartigen staat gelijk aan toewijding tot een formeel begrip van orde dat het motief onder woorden zal brengen, de handelwijze en de kontrolerende sancties. Zoals gesteld vindt er positieve sanctionering plaats bij inwijdingsceremoniën, speciale onderscheidingen en geldelijke beloning in de vorm van betalingen of andere voordelen (privileges, aandacht, vrijheid, etc.). Normaal geschiedt negatief sanctioneren middels het achterwege laten van positieve sankties of zelfs wettelijk bepaalde straf. Al dit tesamen zal de persoonlijke motieven zuiveren en de samenleving zekeren tegen de schade van individuele manie en andere afwijkingen. 
Ze wierp een snelle blik achterom en zag dat de veger haar dicht was genaderd. Shit, dit was een snelle. Ze draaide de hendel nog iets verder open. Een kak­kerlak doemde voor haar op en de voelsprieten van het gemuteerde beest strekten zich naar haar uit. Vergeelde snoeppapiertjes kleefden aan zijn enorme poten. Met een ruk aan het stuur week ze uit naar rechts, gevaarlijk dicht langs een van de winkel­gebouwen. Haar knie schaafde tegen een pilaar en ze had al haar kracht nodig om overeind te blijven. Toen ze weer recht vooruit reed, haalde ze diep adem en probeerde haar roffelende hart iets tot bedaren te brengen. Ze keek achterom en zag dat de kakkerlak met zijn gigantische lijf de weg voor de veger had versperd. Drie felle groene flitsen maakten een einde aan dat probleem. De kakkerlak zakte door zijn poten en de veger manoeuvreerde er langs heen.
Ik vroeg de beveiligingsapparatuur mijn ruimte te scannen. De ca­mera’s namen niks waar. Niet op het zichtbare spectrum, maar ook niet infrarood of ultraviolet. De eeuwige dans van de stofdeeltjes werd alleen door mij verstoord en door niemand anders. Een oproep van het medische centrum verscheen in beeld. Mijn vraag aan de apparatuur duidde op een toestand van verwarring, meende de computerstem. Had ik misschien medicijnen nodig? Of een gesprek? Ik had tenslotte vandaag iets traumatisch meege­maakt. Ik antwoordde ontkennend. ‘Goed,’ besloot het centrum. ‘Maar als u binnen 24 uur nogmaals tekenen ver­toont van irrationeel gedrag, wordt voor u een afspraak gemaakt met een telepsychiater.’
Informatie is namelijk geen schaars goed: ze kan eindeloos zonder kosten gekopieerd worden en daarbij verdwijnt het verschil tussen model en kopie. Informatie staat daardoor gratis ter beschikking van iedereen (1). In deze context vervalt op de duur de winstvorming die eigen is aan het kapitalisme doordat het waarde toevoegt aan bv. schaarse grondstoffen en surplus-arbeid (in verhouding tot het uitbetaalde loon) weet af te dwingen. De nulkost van informatie is wat de leefbaarheid en vitaliteit van “commons”, “open source-systemen”, enzovoort mogelijk maakt. Informatie kan probleemloos worden gedeeld (“sharing”). Als voorbeelden van degelijke analyses gebaseerd op de extreme “ruilwaardeloosheid” van informatie gelden: Paul Mason “Postcapitalism” (2015) en het reeds vermelde Michel Bauwens & Jean Lievens “De Wereld Redden” (2013).
De etnosociologische stelling is daarna doorheen de affaire afgezwakt en eigenlijk min of meer verlaten door de ‘linksen’ die plots gingen inzien en toegeven dat er wel degelijk problemen (‘ziektes’) waren binnen de Noord-Afrikaanse gemeenschap. En om uit dat nieuwe inzicht politiek een slaatje te kunnen slaan, namen ze dan de eigenlijk altijd al ter rechterzijde gangbare ‘theorie van de rotte appels’ over. Niet de etnisch-culturele gemeenschap is ziek, maar enkele individuen binnen die gemeenschap. De meeste allochtonen gaan, net zoals ‘wij’, uit werken, lopen school, betalen hun huur en gaan op zondagnamiddag wandelen in het park zoals ‘wij’ allen doen. Maar binnen elke gemeenschap zijn er ‘rotte appelen’, ook onder ‘ons’ Vlamingen en Belgen. Met de ontdekking dat de daders geen Marokkanen maar Polen waren, heeft eigenlijk het geheel van de media en de politieke klasse de ‘theorie van de rotte appels’ overgenomen. Daarmee verplaatst het discours zich van een etnosociologische naar een zuiver individueel-psychologische en dus psychopathologische of psychiatrische benadering. De individueel-psychologische aanpak heeft het voordeel dat de zaak toegespitst wordt en beperkt blijft tot de persoon van de dader, tot de daad zelf en tot de omstandigheden waarin de daad is gepleegd (hoe en wanneer zijn de messteken toegebracht? Was er intentie om te doden? enzovoort). Nu staat niet langer een individu als vertegenwoordiger van een bepaalde categorie (de Noord-Afrikaan, de Pool en in extenso b.v. de homoseksueel of de Jood) terecht maar een enkeling die zelf de vrijheid heeft zich te definiëren in de termen die hij verkiest (b.v. ‘wij zijn arme Polen en moeten, om te overleven, wel stelen en aan steaming doen’). De misdaad wordt gezien in het licht van de persoonlijkheid en de persoonlijkheidsstructuur van de dader. Afstandelijk gezien zijn dan minstens vier visies zijn mogelijk:
Als ik aankondig een paar weken naar Nederland te gaan zijn er in het ziekenhuis altijd wel een aantal mensen, die hier werken en die ik oppervlakkig ken, die me dan met een brutaal gezicht vragen: “wel, en wat ga je voor mij meebrengen wanneer je terugkomt?” Als ik dan zeg: “Niks, ik neem voor niemand wat mee; er loopt hier 300 man personeel rond”, willen ze daarover ook nog wel met mij in discussie gaan.
Het beeldmateriaal dat moet beoordeeld worden door de twee kandidaten of “gasten” én door ons als kijkers thuis, is veel boeiender en gevarieerder dan de saaie vragen die een quizmaster doorgaans in een monotone en voorspelbare reeks afvuurt. De antwoordmogelijkheden bij elk onderdeel zijn telkens anders, heel wat diverser en frisser dan het simpele “ja of nee” of “waar of niet waar” van een ordinaire tv-quiz. Het ganse gebeuren oogt ook veel realistischer dan de burleske gebaren en de gekmakende totentrekkerij van Wauters vs. Waes. Kortom: het volgen van de oorlog via “Charles & Michel tegen de Kleine & Grote Mongolen” vraagt van ons kijkers toch een minimale inspanning. Maar geen bijzondere geschooldheid of gespecialiseerde voorkennis. Vandaar het enorme succes van het nieuwe infotainment-programma bij jong en oud, arm en rijk, vrouw en man, (werkloze) bouwvakker en bankier, ongeschoolde en universiteitsprofessor. Iedereen kan gelijkmatig en met gelijke kansen deelnemen. Mits je jezelf dus die kleine inspanning getroost. En dat doet gans kijkend Vlaanderen, neemt u het maar van me aan!
Verre van in shock te zijn, gaan we doorgaans rustig slapen als we in de loop van de dag bediend zijn geweest met fascinerende videobeelden waarin een bende islamfundamentalisten en religieuze fanaten in naam van de Allerhoogste een (Westers) journalist hebben onthoofd of een paar “geloofsontrouwen” en geloofsafvalligen hebben gekruisigd. Even goed voor ons gemoed is het via een paar “getuigenissen” raak in beeld gebrachte rouwen of het onzeker wachten van nabestaanden wanneer een vliegtuig is neergestort is of een zware natuurramp honderdduizenden dakloos heeft gemaakt. De mededeling dat (de nog levende) slachtoffers en/of hun nabestaanden deskundig zullen worden opgevangen door toegewijde en empathische traumapsychologen en dat drie dagen van nationale rouw zijn afgekondigd, stelt ons zo meer gerust dan een glaasje wijn voor het slapengaan. Eindelijk iets dat ons veel beter dan de zoveelste koele begrotingscontrole door de regering of de zoveelste topontmoeting Merkel-Poetin toegelaten heeft onze emoties te kanaliseren in plaats van na een saaie frustrerende dag zonder hoogtes of laagtes de slaap te moeten vatten met de hulp van een tablet Zolpidem.

One Reply to ““essentiële overlevingsuitrustinglijst veldoverlevingsuitrusting””

  1. De grote wereld en de vrouw individueel, of de vrouwelijke kant van alle mannen, wordt weerspiegeld door emotie. Gevoelens van haat en liefde drijven tot oorlog en schepping. Het begrip kontrole wordt gevonden in het structurele, het ordelijke, het redelijke, wetgevende en verstandige. Deze laatste categorie, als typisch mannelijk beschouwd, zou niet moeten voeren tot een algemeen idee van overheersing. In tegendeel het zou zijn specificiteit moeten afleiden terwille van de werkelijkheid van de persoon. Maar hoe kan er enige orde zijn in de wereld als een ieder zijn eigen specifieke ding doet? Dit is de domheid van de rede: ze begrijpt niet dat het zich met de ziel gelijkrichtende ego en de met rede gelijkrichtende gevoel betekent een zelfgerealiseerde persoon te zijn die niet bezorgd is over macht, religie of een tijdsysteem. Het gaat er niet om systemen te weerstaan, het gaat erom het belang te benadrukken van de eigen aard waaruit alle gevoelens geboren worden. Dit inziend zal de vrouw niet langer vreemd zijn, noch de grote wereld een bedreiging zijn voor die van jezelf. De domheid is overwonnen met het realiseren van de gemeenschappelijke noemer van alle systemen van tijd, religie en politiek: het is de kosmische werkelijkheid van het volkomen geheel t.o.v. waarvan de mensheid moet leren de consequentie te leven. Deze kosmos wordt objectief gekend als de sterrenhemel, wetenschappelijk gekend als de ware sterrentijd, religieus herkend als een vorm van de Heer, en politiek gekend als gelijkheid (vrede) voor alle leefwerelden. Van dit alles zijn de emoties afkomstig die haar kosmische ziel vormen hem zeggend zich met haar gelijk te richten naar zijn eigen zelfgerealiseerde aard. Haar gevoelens begrijpen, betekent met dit alles rekening te houden: er is de verscheidenheid van kultuur en de belangen van het lichaam. Ze zal het aanvoelen wanneer het één in konflikt is met het andere zonder ooit de gebruiksaanwijzing gelezen te hebben voor welk van de opties dan ook. Van hem verwacht ze de beheersing te hebben: als hij het niet doet zal zij het wel. Aldus vormen al de vereisten van het afspraken maken met haar of de grote wereld willen een uitdaging tot emancipatie en zelfrealisatie van menszijn. 
    Er waren totaal geen rangverschillen in het Brusselse KultuurKaffee, doorgaans KK (kaakaa) genoemd. Je rang, stand of klasse viel weg als je de drempel van het KK overschreed. Werkliedenpersoneel, bedienden, studenten, assistenten/vorsers, docenten/proffen, oud-studenten, Brusselse jongeren zonder rechtstreekse band met de Universiteit: alles dooreen. Als je iemand niet persoonlijk kende, wist je nooit wat zijn/haar “status” was. Modieuze kledij zat er naast vodden. Aan de toog stond jan en alleman te discussiëren over de actualiteit, publieke aangelegenheden, “wetenschap”, “filosofie”, enzovoort, maar zelden over privézaken. Of je zat of stond er op je eentje te dromen en te filosoferen. Idem op het eigenlijk lelijk maar juist daarom zo prachtig nonchalant terras. Er zaten ook geen koppeltjes elkaar af te likken. Het WC was constant bezet. Als een muziekbandje optrad of als er een fuif was, kon je aan de toog toch blijven doorpraten. Hoe ze dat akoestisch geflikt hebben, is me een raadsel, maar destijds stond niemand erbij stil. Meisjes en jongens, ik mag er niet aan terugdenken.
    ‘Fantastisch!’ zei Des Moheij van onder haar scha­duw. ‘Ik hoor dat er in mijn kringen ook steeds meer belangstelling komt voor Lleroh-onder­ne­mingen, van investeerders uit welgestelde Timbesh- en Kiteh-kringen. Zeker nu de crisis de industrie in uw wijken zo onder druk zet. Wees niet verbaasd als iemand uw moeder binnenkort een bod gaat doen.’
    Biesta (2013) noemt subjectivering als belangrijk thema voor de toekomst waar verandering een constante is. Hierbij is het belangrijk dat de lerende zichzelf kennen en met vrijheid en verantwoordelijk om te gaan. Biesta (2013) geeft in tegenstelling aan dat niet elke maatschappij snel veranderd. Vooral in landen met een beperkte welvaart is de snelheid waarin de maatschappij veranderd niet te vergelijken met die van ons nu in Europa. Er wordt dan ook een andere betekenis aan inzet van duurzaamheid gegeven.
    Schizoîdie (gespletenheid): De mentale staat van de innerlijke verdeeldheid. Het wordt beschouwd als de staat die voorafgaat aan de psychotische ontsporing waarin het individu uitloopt op een chaos van zelfreflectie. Eveneens gebruikt voor de moderne samenleving in oppositie tegen de natuur en zichzelf bij tijden belandend in de chaos van oorlogvoering.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *