“edc overlevingsuitrusting beste kwaliteit overlevingsuitrusting”

Het lijkt nochtans vanzelfsprekend de leefgewoontes van de eerste mensen af te leiden uit het sociaal gedrag van de mensapen, in het bijzonder de chimpansees. En vinden onderzoekers bij dieren gedragingen die gelijkenis vertonen met soortgelijk gedrag bij de mens, dan wordt dit meteen biologisch-genetisch geduid, alsof het ganse gedrag van dieren aangeboren zou zijn en zij geen leervermogen zouden hebben. En in één beweging wordt dit homoloog gedrag van mensen dan ook maar als genetisch vastliggend beschouwd. Binnen zo’n evolutionaire redenering verbindt Barbara Smuts (1995) het ontstaan van het latere patriarchaat en het geweld op vrouwen rechtstreeks aan de woongewoontes bij de primaten: patrilokaal (meisjes verlaten om te paren hun oudergemeenschap of parent group, mijns inziens is het beter te spreken van de moedergemeenschap, omdat alleen het moederschap met absolute zekerheid kan worden vastgesteld; jongens blijven bij de oudergroep) óf matrilokaal (de meisjes blijven bij de oudergroep; de jongens verlaten hun oudergroep). Zij gaat ervan uit dat onze voorouders patrilokaal leefden, omdat onze naaste verwanten (orang-oetan, gorilla, chimpansee en bonobo) patrilokaal zijn, in tegenstelling tot de meeste zoogdieren en de meeste primaten die matrilokaal zijn. Van onze naaste verwanten zijn alleen de bonobovrouwtjes in staat mannelijke agressie te bedwingen, wellicht omdat ze de tijd krijgen hechte vrouwelijke coalities te vormen waar de mannetjes niet tegen op kunnen. Primatenmannetjes zijn doorgaans groter dan de wijfjes (seksueel dimorfisme, i.e. de fysieke verschillen tussen man en vrouw van een soort) en daar hoort de regel uit de dierenwereld bij dat hoe groter het seksueel dimorfisme, hoe groter de agressie tussen mannetjes en ook de agressie van mannetjes naar vrouwtjes. Hoge reproductieve variantie tussen de seksen (b.v. bij de primaten en bij de mens: mannetjes kunnen veel meer kinderen verwekken dan vrouwen) leidt veelal tot veelwijverij die maakt dat sommige mannen meer kinderen verwekken en andere mannen niet aan de bak komen, maar ze werkt via natuurlijke selectie ook seksueel dimorfisme in de hand: mannen gaan fysiek sterk van de vrouwen verschillen. Menselijke mannen zijn b.v. groter en wegen 12% meer: dat is een eerder bescheiden dimorfisme. Bij de meeste mensapen is het seksueel dimorfisme echter beduidend groter (uitgesproken typisch is dit voor de gorilla). De situatie van reproductieve variantie leidt tot een gevecht voor de vrouwtjes (die zijn door hun mindere vruchtbaarheid – menstruatiecyclus en periodes van zwangerschap – als het ware met minder). In deze rivaliteit en competitie zijn het de grote en sterke mannetjes die het halen, met als gevolg dat de eigenschappen van mannelijke grootte en sterkte selectief doorgegeven worden aan de volgende generaties en op de duur dus eigenschappen worden van de soort. Mannetjes gaan ook meer risico’s nemen en zich agressief opstellen tegen de ‘boss’, zoals we dat zien bij jonge chimpansees die op de duur de ‘boss’ gaan onttronen. Op die manier verhogen ze hun kans om te paren met zoveel mogelijk vrouwen en vermijden ze te falen in de reproductie. Analoog hieraan kan vastgesteld worden dat dieren die in hun eigen territorium niet genoeg voedsel vinden meer kans hebben zich voort te planten als ze het risico lopen in een vreemd territorium voedsel te gaan pikken en de agressie van de leden van de andere soort of groep trotseren. De succesvolle weerstand van de bonobovrouwtjes tegen mannelijke agressie laat evenwel zien dat seksueel dimorfisme dus niet altijd leidt tot een situatie waarbij het altijd de grotere en sterkere mannetjes zijn die winnen bij een agressief interseksueel conflict.
Franco Berardi is geboren in 1948. Twee jaar ouder nog dan ik. Misschien is zijn pessimistische toekomstvisie, die ik intellectueel gezien meer dan grotendeels deel, alleen maar de kijk van ouder en zwakker wordende mensen, die de nieuwe werelden (waar de jongste generaties in hun dagelijks reeds vanaf hun geboorte mee verweven zijn) ervaren als een verlies, een terugval, een regressie of een déroute. Een morele of ethische afkeuring en verwerping van wat misschien door de meerderheid binnen de jongste generaties, die in deze nieuwe context van info-connectiviteit zijn opgegroeid en er volledig mee vertrouwd zijn, toch echt wel als een “historische vooruitgang” wordt beleefd. Weliswaar worden we allemaal (tijdelijk, voor even) verontrust door de frequentie van “zinloos geweld”, van “niet te begrijpen” massamoord-incidenten en kleine zelfmoordepidemieën, en door de blijkbaar steeds talrijker en dichterbij komende kleine en grote oorlogen die bijna overal de planeet teisteren. Maar niet iedereen is suïcidaal, en bovendien leeft een ganse zorgsector, met een grootse economische productie en een toenemende tewerkstelling, juist van de psychopathologische fenomenen die Berardi terecht aanwijst. Net zoals oorlog vroeger ook al fungeerde als een effectieve oplossing voor massale werkloosheid. Misschien vinden kinderen het tegenwoordig min of meer normaal en dus ook relatief aanvaardbaar dat ze voor banaliteiten met een of andere psychiatrische diagnose (ADHD, autisme, bipolair, …) worden opgezadeld en dat ze van jongs af aan worden “begeleid door therapeuten en experten”. Zoals wij het destijds in onze kindertijd eigenlijk ook min of meer aannemelijk vonden dat ons door familie, buren of leerkrachten (én ook door onszelf) een of ander “karakterieel gebrek” werd toegeschreven. Net zoals meer en meer jongeren het blijkbaar weer een soort billijke optie vinden om hun levensgeluk te zoeken in de oorlogsvoering, getuige daarvan bijvoorbeeld de omvang van het fenomeen van de “Syriëstrijders”.
Het kan snel veranderen. Zo zit je nog lange dagen te maken op de verloskunde, zo ineens meldt zich een Ghanese gynaecoloog en even later ook nog een andere Ghanese algemeen arts die wel in opleiding tot gynaecoloog zou willen komen, en even later zitten die twee samen op de verloskamer en de poli verloskunde in plaats van ik. En ik kan nu eindelijk voldoende tijd besteden aan bijscholing van de verpleegkundigen op de kinderafdeling.
De Grote Zuivering duurde minder dan een eeuw en na die Grote Zuivering telde het land van Yin-Beh nog maar vijf rassen: de beeld­schone maar preutse Kiteh, de gedrongen Timbesh met hun ongrijp­bare en vloeiende geest; de blauwgroene, optimistische Lleroh, de vaardige, withuidige Oba en de rechtlijnige, geniale Gehina. De rest was verdwenen in gevangenkampen, in de bloederige oorlogen die geen ander doel leken te dienen dan het voeden van de dood.
Berardi schrijft ons niet voor om zijn voorschriften op te volgen. Ze doen wel meteen denken aan Epicurus’ keuze voor “ataraxia”, “emotionele onverstoorbaarheid”, met name: het bevrijden van de geest van de angst voor de dood en van verlangens waarvan de realisatie bepaald wordt door externe factoren waar we geen controle of vat op hebben; plus een keuze om op te gaan in de eenvoudige en onbaatzuchtige omgang met gelijkgezinde vrienden. Het is (voor mij toch) geen gemakkelijke opgave, maar je kunt beslissen ze aan te leren en je erin te oefenen.
‘Ziedaar – Gwendolen,’ zei Eochaid, terwijl hij weids op het heidense beeld wees. ‘De stichteres van de Toren, natuurlijk lang nadat zij haar echtgenoot Locrinus had verslagen en troonsafstand had gedaan. Dat spreekt vanzelf. Een verhaal, niet helemaal ongelijk aan de lotgevallen van vrouwe Cynethryth, vindt u niet? Beide gestalten vertonen overlap, ontdek ik plots. Hoe kan het dat gebeurtenissen zich vaak voltrekken in een herkenbaar stramien, en personen samen lijken te vallen met andere personen? Is dat een patroon in de kosmos of in de manier waarop wij deze waarnemen?’
‘Dat is dan een pijnlijke vergissing.’ Ze keek langs mij heen de gang in, nieuwsgierig, keek nog eens in mijn ogen. Verbaasd keek ze naar het huis, de tuin, de straat, alsof ze daar voor de eerste keer was, maar enkele details toch leek te herkennen. Ze liep het tuinpad uit en aarzelde terwijl ze naar de blauwe hemel met de condensstrepen keek. Ze keek om, wierp nog een verwarde blik op mij, koos toen zorgeloos voor de weg naar het centrum. Ze bleef een vreemde voor me, gesloten als een oester, hoewel ze me ergens bekend voorkwam.
Pijn is niet simpelweg een lichamelijk fenomeen. Vaak kan er met pijn niets worden gevonden dat mis is met het lichaam. Het lichaam kan lijden onder één of andere kramp waarvoor geen mechanische oorzaak te vinden is: het kan uit het denken voortkomen. Een konflikt in het denken kan zichzelf uitdrukken in het lichaam als een kramp of een vorm van pijn. Pijn is een alarm dat waarschuwt tegen een bedreiging van de integriteit van het lichaam. Voor veel mensen is het moeilijk te aanvaarden dat het denken of de geest die het denken leidt, of zelfs de ziel die de geest stuurt, moet worden gerekend onder de oorzaken van pijn. Een integriteitskonflikt kan zuiver fysiek zijn en als zodanig kan pijn van een zuiver fysieke aard zijn. Maar het is niet altijd zo. Een integriteitskonflikt kan ook zuiver iets van de geest zijn zoals zovele (gehuwde) paren weten. Er kan een integriteitskonflikt zijn in de geest waardoor men lichamelijk pijn kan lijden. De pijn in het hart b.v. is berucht bij verbroken liefde. Ook hoofdpijnen staan erom bekend vaak van psychologische aard te zijn: een bepaalde gehechtheid, konditionering of een konflikt in de motivatie kan tot onverenigbare aandriften leiden welke door het brein als pijn worden weergegeven of waargenomen. Ook kunnen identificaties met dieren of andere materiële vormen die niet harmoniëren met het eigen lichaam een oorzaak van pijn zijn. Pijn als zodanig is een psychosomatisch fenomeen waar tegenover men alert moet blijven om werkelijke schade aan het lichaam te voorkomen. Langdurige en verwaarloosde pijn kan leiden tot fysieke dysfunctie: een hoofdpijn kan een kankergezwel worden, een gebroken hart kan een hartaanval worden: een pijnlijke plek kan zich ontwikkelen tot een serieuze aandoening. Als de dokter op een bepaald punt een chemisch tekort opmerkt in het lichaam, bij voorbeeld niet genoeg vitaminen, kan hij voorspiegelen dat de (oorzaak van de) pijn of een ziekte kan worden overwonnen door het innemen van dergelijke vit aminen. Dit sluit echter niet het feit uit dat van een dysfunctionerende geest een mentaliteit van verwaarlozing kan uitgaan die de ware oorzaak van de aandoening zou zijn. Als zodanig zullen medicijnen niet echt helpen bij het overwinnen van de algemeen destructieve houding van verwaarlozing. Het feit dat een arts niet een gedragswetenschapper is en in die zin niet in staat is gedragsstoornissen te behandelen mag het feit niet verduisteren dat in vele gevallen het probleem van de pijn bij de bron behandelen: het denken, de geest en de ziel, een veel meer belovend en duurzamer resultaat kan geven dan enkel te redeneren naar materiële oorzaken. Het moet gezegd echter dat interdisciplinaire samenwerking de grootst mogelijke kans op gezondheid biedt, hetgeen voor het zelfverantwoordelijke individu dat nog geen behoefte heeft aan hulp betekent dat de eigen integriteit te checken, bij wijze van routine-meditatie, op alle nivo’s van functioneren het meest wijs zou zijn, zelfs voordat men problemen heeft. 
Wordt onze samenleving één kamp waar geestelijke ‘ondervoeding’ ons brengt tot een toestand waar wij op een prikkel reageren met het juiste gedrag zonder dat er nog een tussenfase is van ‘vrije wil’, zonder dat er nog een moment is waarbij men binnen een reeks mogelijkheden kan kiezen welke van deze al of niet zal worden gerealiseerd? Waar alle neuzen in één richting worden geduwd zodat niemand nog kan bougeren zonder het risico te lopen als pestlijder of paria te worden gestigmatiseerd. Waar de commerciële goedhartigheid van Sinterklaas niet in vraag gesteld kan worden, de politieke keurigheid van Yves Leterme boven elke twijfel verheven is, het duivels karakter van Jean-Marie Dedecker niet ontkend kan worden, de onvervangbaarheid van de moeder in de opvoeding van haar kind tot maatschappelijke grondwet is verheven, de neutraliteit van de VRT-berichtgeving buiten kijf staat of waar de sclerose van de Parti Socialiste en de onbekwaamheid van Laurette Onkelinx wetenschappelijke waarheden zijn? Waar iedereen uniform denkt en handelt en men mensen met een voorbeeldfunctie maar te imiteren heeft? Waar vrije wil en morele vaardigheden totaal overbodig geworden zijn? Waar wij door de verstomming van het spreken het uitzicht op zelfbeschikking, op overleg met onszelf en met onze medemensen verloren hebben? Boven onze samenleving zweeft een aanzwellende wolk van onfeilbare mythes die lijken op de opschriften boven de ingang van de concentratiekampen. Dat wij het eens zijn dat de aarde rond is (hoewel: zo volmaakt rond is ze niet!), tot daar aan toe, maar dat sociaal-culturele constructies, mythes dus, zoals de boven alle mensen verheven godheid van figuren die men niet met de handen mag aanraken, zoals b.v. onze beminnelijke Rik Torfs (zie hieronder), de dopingzuivere Tom Boonen, het beeld van de jobcreërende UNIZO-ondernemer of de morele onkreukbaarheid van 11.11.11, dat deze mythische figuren genieten van een natuurlijke onaantastbaarheid die hen boven elke kritiek verheft, dat wordt stilaan onrustwekkend. Of hebben wij dat uitzicht op de vrije mens opgegeven omdat wij op weg zijn een nieuw soort mens te worden? Was onze ‘vrije wil’ maar een historische periode geweest die wij nu afsluiten op weg naar een superhumane of posthumane fase waarin wij onze emotionele lichamelijkheid zullen hebben ingeruild voor die van een puur rationele, ‘wetenschappelijke’ geest die voor elk probleem de passende oplossing produceert zonder dat er nog van menselijk lijden, van menselijke passie sprake is? Zal ons leven eruitzien als dat van een team kosmonauten die zich niet kunnen permitteren aan boord van hun ruimteschip ruzie te hebben met elkaar noch elkaar lief te hebben? Of zijn wij – de schrijver dezes – conservatief? Worden wij oud en kunnen wij niet meer mee met onze tijd? Ik ga in een hierna komend essay dieper in op de vraag of wij ons moeten neerliggen bij een lotsbestemming als on-mens of na-mens: het post-humane dat meer en meer in de belangstelling komt van kunstenaars, filosofen en wetenschappers.
Zo is er ook geen reactie mogelijk op de “feiten” en de gebeurtenissen zelf op het Keulens stationsplein op oudejaarsnacht, maar enkel op “stories” die omtrent die nacht de wereld zijn ingestuurd. Onze droefheid, ontzetting, verontwaardiging, en eventueel ook leedvermaak, zijn reacties op één of meerdere van de circulerende verhalen. En die “verslaggeving” omtrent Keulen is symptomatisch voor de manier waarop de zgn. “Vierde Macht” ons leven en dat van onze verkozenen nu al een paar decennia bepaalt.
Het laatste onderwerp dat ik toch even wil aanhalen is het element paniek! Waarschijnlijk een van de gevaarlijkste dingen om te doen is panikeren, paniek vloeit voort uit ongecontroleerde angst van het onbekende. Je gaat je dingen inbeelden die er niet zijn en je zal heel vlug al je mogelijkheden verliezen en zo de verkeerde beslissingen nemen. Hierna volgen een aantal punten die iedereen zou moeten in acht nemen wanneer ze in een overlevingssituatie terecht komen:
Hoe zouden zij die zondigden vergiffenis kunnen vragen als wij ons hun daden niet meer herinneren? Die vraag zong rond in de tonen van mijn dochter. Hoe kun je schuld voelen als niemand zich jouw misdaden kan herinneren? Maar ook die vraag vervaagde in het verleden.
Er wordt verslag gedaan van een in 1977–1978 uitgevoerd Gvo-project in Overijssel. Behandeid wordt het theoretische kader van een voorlichtingsactie en hoe daarmee in de praktijk werd gewerkt. Achtereenvolgens komen aan de orde de probleemanalyse, de doelstellingen, de doelgroep, de informatie en de evaluatie.
Veel kinderen, met name hier uit Bawku en omgeving mankeren gelukkig niet zoveel: malaria, koorts zonder een duidelijke oorzaak (een virus, denken we dan maar), anderen hebben diarree of moeten hoesten. Maar meestal zijn ze niet uitgedroogd en hebben ze geen longontsteking. Een enkele keer is er sprake van wél iets ernstigs: buiktyfus, longontsteking, een hersenvliesontsteking, tuberculose of een HIV-infectie. Ook kinderen met botbreuken worden bij ons ondergebracht totdat de traumatoloog / orthopaedisch chirurg er weer is. (Meestal hooguit een paar dagen later). Soms komt een ernstig ziek kind binnen, waar je ook weinig aan kunt doen: ik heb twee keer een kind gezien met een uitgezaaid gezwel van een nier. Dat overleed dan enkele dagen later hier of inmiddels thuis. Meestal gaat het met hersenvliesontsteking goed, maar soms gaat het superslecht, ondanks de netjes uitgevoerde ruggenprik, en de standaardbehandeling met hydrocortison en ceftriaxon.
++ zeer uitgebreide beschrijving en onderbouwing van de trends en maatschappelijke perspectieven. Uit de verantwoording van de keuze van de trends en drijvende krachten blijkt een heldere visie op onderwijs waarbij verschillende perspectieven worden meegenomen (o.a. maatschappelijk, wetenschappelijk en economisch)
We hebben dit eenvoudige, makkelijk te maken, draagbare, pallethout planter om zo te kunnen planten beginnen in de warme keuken en vervolgens transplantatie ze in de kas met minimale verstoring wortel. Wij maken gebruik van de ene in de film te groei
Toen ze me zag komen, bleef ze staan. Gek genoeg zakten mijn haat-, angst- en woedeparameters een beetje af toen ik haar daar zag staan in dat dure, beige mantelpak. Maar mijn vastberadenheidsparameter bleef op 100 procent.
TE HUUR LOZERWEG 2A BAEXEM VERRASSEND RUIM EN GEZELLIG APPARTEMENT GELEGEN OP EEN SCHITTERENDE LOCATIE MET FANTASTISCH UITZICHT OVER DE GROENE VELDEN AAN DE ACHTERZIJDE. HET APPARTEMENT BESCHIKT NAAST
Het einde is hier. Je vertrouwde leventje is voorbij na de grootste zombie uitbraak ooit. Nu moet je samen met andere mensen die de uitbraak hebben overleeft zien te herbouwen, en te blijven overleven. Jij kiest zelf vanaf waar je dit doet, waar je je basis bouwt en hoe je deze basis verdedigd en verstevigd. Ga mee met gevaarlijke zoektochten naar
De Stanley Adventure Vacuum Bottle is een lekvrije thermosfles, gemaakt van dubbelwandig roestvrij staal. De fles kunt u eenvoudig dicht of open draaien en de dop is tevens te gebruiken als beker. Dankzij de goed geïsoleerde binnenwand blijft uw drank tot 20 uur warm en gekoeld. Dit maakt de fles ideaal voor lange survival trips of andere avonturen
34. DE KIKKER EN DE OCEAANHet is een structuur die hij als canvas gebruikt om de verschillende vor-men of manifestaties van het levensbeschouwelijk denken op te plaat-sen. Die ziet er als volgt uit: Vrij Informatie Ratio Emotie Energie GebondenDe verticale as is de as van de Energie. De horizontale as is de as van deInformatie.6 Energie en Informatie gebruikt Libbrecht als uitgangspun-ten7 om het Aardse leven en hoe het zich uiteindelijk als een cultuurorganiseert, mee te beschrijven. Zijn assenstelsel is orthogonaal, hetgeenin de wiskunde wil zeggen dat Energie en Informatie twee ‘onafhankelij-ke’ variabelen zijn. Dit zijn variabelen waarbij als je de één verandert, deandere niet via een wetmatigheid beïnvloed wordt. Zo zijn de variabelenlengte en gewicht quasi onafhankelijke variabelen om een mens tebeschrijven. Het gewicht van een persoon zegt niets over de mogelijke6 Het snijpunt van de assen is geen ‘nulpunt’. Zoals later in de toelichting zal blijken, duidt de horizontale as een dichotomie of tweedeling aan. Het nemen van een positie op deze as duidt dan aan in hoeverre er in de informatie veel emotionele of rationele informatie aanwezig is.7 Met uitgangspunten bedoel ik dat deze parameters aan de basis van de beschrijving van wat wij werkelijkheid noemen liggen. Deze parameters zijn paradigmavrij, zoals Libbrecht zegt. Noch energie, noch informatie zijn een gevolg van een specifiek inge- nomen cultureel standpunt. Deze beide begrippen komen overal voor en zijn door iedereen gekend, weliswaar in verschillende bewoordingen. 24

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *