“diepe bossen overlevingsuitrusting overlevingsuitrusting om video’s in je zakken mee te nemen”

Vasten is niet alleen iets van het lichaam. Iedere gewoonte heeft het kontrast van abstinentie nodig zodat men zich bewust wordt van de werking en werkelijkheid ervan. Dit schept de volledige complexiteit van het leven: allerlei gewoonten hebben een kontrast en bewustzijn nodig terwijl ze allemaal afhankelijk van elkaar vervlochten zijn. Wat is de invloed van het vlees-eten, onder welke omstandigheden is sex bevorderlijk of destructief? Wanneer stort ik in of bloei ik op? Wanneer kom ik uit op argumenteren en meningsverschillen en hoe verhoudt zich dat tot de collectieve aangelegenheid? Waar draag ik toe bij in welk seizoen, etc. etc. De gewone leek is een chaos van speculatie: niemand weet het precies, maar allen begrijpen het min of meer. Vele theorieën van toeschrijving verklaren waarom en hoe dingen fout gaan , subtiel corrumperend naar hun secundaire winst. Sommigen zweren bij moraliseren als de enige oplossing, terwijl anderen zweren bij standvastig en zwijgzaam werken. Natuurkundigen zoeken naar een verenigde veldtheorie die alles verklaart en religies voeren er strijd om welke het meest omvattend is. Wat ook het geval of de aspiratie mag zijn, vroeg of laat moet het worden opgegeven. Met die kennis fluistert de wijsheid de term vrijwillig lijden of boete: gehaat door de gewone man en het liefst door allen behalve de serieuze kandidaten der heiligheid vergeten. Niettemin heeft de regel een plaats als een hoeksteen van de vooruitgang. Zonder oprechte boete is er geen echte kennis, bewustzijn of vooruitgang op welk levensterrein dan ook mogelijk. Vele mensen moeten ervaren dat men alleen met schade en schande wijs wordt. Slechts na een uitputtende ziekte of een rampzalige mislukking dempt men de put waarin het kalf verdronk. En de mens is collectief een trage leerling. Zwaar gehecht aan alle illusies van beheersen en genieten doet zich keer op keer de totale (en zeer dure) ramp van oorlogvoering voor die alle winstmotieven en weerleggingen van boete afstraft. Oorlog is de gesel van de God die in onze oren schreeuwt dat het gezond is om hongerig te zijn, goed is om te vechten voor de zaak en een doodzonde om je naaste te verraden.
‘Als je eenmaal rijk genoeg bent, kun je doen en laten wat je wilt.’ Een brede grijns vervormde Roberts gezicht. Het leek op een masker uit een Grieks theater, dat er vrolijk uitzag, maar waarachter iets heel anders schuilging. ‘Zonder je om je score druk te maken. Regels zijn er om te omzeilen. Mensen zijn bereid dingen door de vingers te zien, waar ze anders enorme ophef om maken, zolang je ze maar genoeg betaalt. Je zou alle vissen kunnen houden die je wilt.’
Zo ontstaat ruimte voor een psychische instantie die ons gedrag over ruimte en tijd gaat coördineren en van consequentie voorziet. De ‘persoonlijke god’ zegt welke particuliere doelen we moeten nastreven, terwijl het nog altijd andere gemeenschappelijke goden zijn die ons bijvoorbeeld zeggen hoe we ons lichaam moeten verzorgen. Vandaar dat iedereen behept blijft met ‘universele’ begrippen van Goed en Kwaad en zich houdt aan de Wet, maar in sommige omstandigheden toch vindt dat hij of zij die Wet mag overtreden, te meer daar er op die Wet hoe dan ook altijd een uitzondering is, nl. ‘Nood breekt Wet’. Onze ‘persoonlijke god’ komt dus dikwijls in botsing met ons ‘moreel gevoel’ en om die botsing te vermijden gaan we proberen consequent te handelen, ons dus zoveel mogelijk onafhankelijk te maken van ruimte en tijd. Zo schrijft onze persoonlijke god, ons Zelf ons dagelijks handelen in in een levensloop. Tot op grote hoogte geldt deze situatie vandaag nog altijd, al spreken de ‘goden’ nu via boeken, DVD’s en televisie. In de persoonlijke identiteit kwamen aldus verschillende aspecten samen. In de eerste plaats de naamgeving die verwees naar de verwantschapsfamilie of clan. Deze naam sloeg op het levende lichaam en de persoon gebruikte zijn naam als aanduiding van dat lichaam: ‘Lachende Wolf gaat slapen’ (en niet ‘ik ga slapen’). Het is niet toevallig dat het Grieks en het Latijn (en veel andere oude talen) geen persoonlijke voornaamwoorden gebruiken: de vervoeging van het werkwoord was voldoende om aan te geven wie een handeling verrichtte of een beweging uitvoerde of onderging. Persoonlijke voornaamwoorden werden alleen gebruikt als de betrokkene extra benadrukt moest worden en ze verwezen dan naar de lichamelijke eenheid van de spreker of aangesprokene, niet naar een psychische instantie die nu als het Ego wordt aangeduid. Ten tweede werd men benoemd volgens de categorie waartoe men behoorde, dus volgens geslacht of leeftijd. Ook de bijzondere functie binnen de stam als men die had natuurlijk (het ‘beroep’ dus, bijvoorbeeld sjamaan, priester, vroedvrouw of later smid, geneesheer, enz.) leverde een naam aan een persoon. En ten derde de ‘persoonlijke god’, het Ego als de motor van iemands handelen. Deze motor waardoor men persoonlijk controle kreeg over zijn handelingen, ging later ook impliceren dat men beschikte over een ‘vrije wil’ en dat men psychisch en juridisch ‘verantwoordelijk’ was voor zijn gedrag. Het handelen vond zijn oorzaak in het Zelf van de persoon, in de wijze waarop hij met zichzelf overlegde. Het Ego of Zelf is dus niets meer dan een zelfdialoog die men zoveel mogelijk consistent wou houden: in die zin werd het Ego min of meer permanent. Het Ego is in die zin dus ook maar een slide-in tussen de waargenomen situatie en het handelen (of niets doen). In het Boeddhisme is het Zelf, het Ego nog altijd een vluchtig gegeven dat komt en gaat. De ‘persoonlijke god’ was vooral belangrijk voor mensen die beslissingen moesten nemen en keuzes moesten maken, leidinggevende figuren dus en demiurgen (‘mensen die voor de gemeenschap werken’, zoals ambachtslieden, werktuigmakers en sjamanen), en dat waren historisch gezien voornamelijk mannen.
Hij was vaardig met de wagen. Vaardig als een vrouw, als een Kiteh-man, een Oba-man en naarmate ze verder kwamen wist ze haar ongemak naar een zijstraat te dwingen. Hij was een Lleroh-man! Onder­hevig aan onvoorspelbare opwellingen van emotionele verbijstering. Er was natuurlijk altijd een kans dat ze ongeschonden aan zouden komen. Dat hij hen niet tegen de rotsen te pletter zou rijden. Het heeft geen zin meer me daar zorgen over te maken, dacht ze. Sommige Lleroh-mannen zijn stabiel genoeg om de hele rit te kunnen maken. Hopelijk geldt dat ook voor Eijjon Eijsson.
27. 25 Als je als partner betrokken wordt in de therapie en daarin duidelijk- heid krijgt over waar het symptoomgedrag van de partner voor staat, leert de praktijk dat er gemakkelijker een omslag kan plaatsvinden in hoe je aankijkt tegen je partner: je kunt hem gaan zien als slachtoffer in plaats van als dader. Je partner is vaak niet seksverslaafd omdat hij enkel een drang heeft naar seks; het obsessieve seksuele gedrag staat ergens anders voor. Met dat inzicht ontstaan er tevens mogelijkheden voor jou als partner om bij te dragen in het veranderen van dit gedrag, zonder dat je verantwoordelijk wordt voor het probleem. Symptoomgedrag bij de partner Ook als partner heb je vaak symptoomgedrag ontwikkeld als antwoord op het verslavingsgedrag van je man, en voor je het weet reageer je vanuit dit (aangeleerde) patroon. Zulke patronen zijn voor beide part- ners destructief en leiden vrijwel altijd tot een impasse (Bouwkamp 2010). Dit uit zich bij de vrouw vaak in een controlerende of verwijten- de houding. Een veel voorkomend patroon is dat je als vrouw op een controlerende manier (als control freak) gaat reageren op je partner. Maar waarom wil je het gedrag van je partner controleren? Omdat je bang bent. Door controle probeer je grip op deze angst te krijgen. Maar de reali- teit is anders: de controle roept extra angst op, of je nu wat vindt of niet. Want ook als je niets vindt, heeft de praktijk bewezen dat je alsnog tegen je kan liegen. Controle dwingt hem daarnaast in de kind- positie: Hij zal je of braaf geruststellen, of hij zal niets meer durven te zeggen om je niet bang te maken. Op beide manieren kan hij je toch niet geruststellen. Het symptoomgedrag is de controle: dit verhult het niet-toegestane deel, namelijk angst – en angst heeft iets anders nodig
Het was vandaag dinsdag 28 november 2006 een bijzondere dag voor de Vlaamse en Belgische upper middle class: welke restaurants wonnen en verloren een ster in de Michelin-gids? Dat soort bekommernissen vormen de kern van de cultuur van de kampbewakers. Een figuur die in amper één jaar tijd bij de Vlaamse kampbewakers bijzonder populair is geworden, is professor Kerkelijk Recht aan de Katholieke Universiteit Leuven, Rik Torfs. Die man heeft die populariteit niet cadeau gekregen. Hij is een intellectuele self-made man, een entrepreneur eigenlijk, wat in Vlaanderen als land van de kleine ondernemer natuurlijk betekent dat je een bank vooruit mag gaan zitten. Hij heeft inderdaad een aantal troeven die bijzonder bewonderenswaardig zijn: hij is niet alleen intelligent, maar ook de bezitter van een excellente taalvaardigheid, hij kan het opvallend goed zeggen en brengen. Hij heeft altijd een pikant weetje achter de hand om je te verrassen en te ontwapenen. En hij slaagt er telkens in zich te presenteren als een dissident van alle mogelijke vastgeroeste denkstromingen en geloofsovertuigingen. En hij oogt sexy. Kortom: een ware postmoderne godheid.
Soms kennen we onszelf pas als we uit het rad stappen en wachten op die laatste slag, de huppelde­pup dansend om de raderen te ontwijken en zo te ontdekken dat het leven búíten dat rad, eigenlijk veel interessanter is dan erín, ondanks het risico.
Mijn manier is, wanneer het me teveel wordt, m’n kop in het zand steken en even een time out inlassen. Gebeurt best vaak de laatste jaren. Maar het werkt echt. Gewoon even laten rusten om nieuwe energie op te doen en er daarna weer volop tegenaan.
‘Geen goed idee,’ antwoordde ik hoofdschuddend. ‘Geen goed idee, echt niet, Jonas.’ Ik vertikte het ook om hem met meneer aan te spreken. Hij was gewoon Jonas, niks meer dan dat, de hufter. Ik zuchtte. ‘Dus jij wilt al die Marsdieren te voet op pad sturen? Ze gaan dagen, misschien wel weken moeten stappen om de afstand af te leggen naar Euphrat. Heb je enig idee hoe ver we al van de stad verwijderd zijn? Wat is je functie eigenlijk?’
Lieven rende naar buiten. Daar inhaleerde hij de frisse nachtlucht. Het regende zachtjes. Van onweer was geen sprake. Hij bibberde over zijn hele lijf en zijn stem was onvast. ‘We moeten hier zo snel mogelijk weg,’ stamelde hij.
Bij religie denken we dus niet meteen aan de islam. Wat is me dat tegenwoordig toch dat overal en elders religie wordt bijgesleurd! Minderheden waren een halve eeuw geleden sociaaleconomisch onderdrukte of gemarginaliseerde bevolkingsgroepen, daarna werden het etnische minderheden en nu zijn het steevast religieuze minderheden geworden. Over de islam zal ik het dus zoals gezegd niet hebben. Daar heeft iedereen+1 het al over. Tenzij dat we even onze verwondering willen uitdrukken over het gegeven dat een bewoner van het Midden-Oosten, een Turk of een Marokkaan zonder meer verondersteld wordt een praktiserende moslim te zijn die zich vijf keer per dag neerbuigt, met het hoofd richting Mekka. Dat Amerikanen “God bless America” prevelen, daar staan we dan weer in het geheel niet bij stil. Zo ook moesten we het geweten hebben dat de nieuwe Griekse premier Alexis Tsipras zich niet, zoals zijn voorgangers, bij zijn ambtsaanvaarding liet inzegenen door een middeleeuws maar luxueus ingeklede orthodoxe patriarch. Dit terwijl we er als Belgen achteloos aan voorbijgaan dat onze gezagsdragers en ministers (ongeacht hun persoonlijke geloofsbelijdenis of levensbeschouwing) jaarlijks tijdens het Te Deum op de Dag van de Dynastie (15 november) wierookdampen van onze Rooms-katholieke aartsbisschop insnuiven, zodat ze verzekerd zijn van Gods steun om het land en zijn ingezetenen naar best vermogen te dienen. En op de Vlaamse tv zijn nooit eerder meer kind-, mens- en diervriendelijke bisschoppen, priesters en paters te zien geweest dan vandaag, lieden die een dikke twee jaar nog afgedaan zouden worden als onverbeterlijke pedofielen die meedogenloos zoveel mogelijk kinderen seksueel misbruiken. Het is me wat met religie en spiritualiteit tegenwoordig. Ik weet zelden of nooit wat er precies bedoeld wordt als deze woorden vallen.
Hoe is de aarde ontstaan en hoe oud is deze? Hoe zag het leven er toen uit? Waarom stierven bepaalde dierensoorten en waarom konden anderen blijven bestaan? Waaruit zijn levende wezens opgebouwd? Waarom gaat iedereen dood?
Leaf schudde haar hoofd. ‘Ik zal bij je moeten blijven tot ze je daad­werkelijk fysiek zien, anders rijden ze je nog voorbij. Ze zullen mij pakken. Voor de vegers ben ik de ultieme prijs, het voorbeeld dat niemand de lange arm van de wet ontloopt, zelfs Leaf Heywood niet.’
Samuel viel bijna toen iemand tegen hem opbotste en zich toen panisch aan hem vastklampte. Hij kneep even bemoedigend in het warme lichaam dat schokte van het huilen. Hij herkende de veren in het haar, veren die nu bezoedeld waren door iets nats, iets roods. Ondertussen waren er nog kinderen die de trap probeerden af te komen, opgejaagd door het geroep en gegil dat nog altijd voortraasde. Samuel trok het meisje van hem los. ‘Ilse,’ zei hij. ‘Wat is er gebeurd? Waar is Gaetan?’ Een blik in de betraande ogen van het meisje maakte hem duidelijk dat hij geen antwoord moest verwachten. Hij gaf het meisje door aan de man die achter hem stond te wachten en gebaarde naar de kinderen dat ze snel verder moesten lopen. Zelf liep hij verder de trap op. Bloed, verdomme, wat is er gebeurd?
Samuel liet zijn duim rusten op het graan aan de zijkant van de doos. Hij duwde zachtjes. Het symbool gaf even mee, in de doos hoorde hij een lichte tik. Machteld… Hij schrok op en smeet de doos op tafel. Nu voelde hij zijn hart kloppen in hetzelfde ritme als zijn ademhaling. Waarom dacht hij nu aan haar? Had de doos iets met Machteld te maken? Had zij het hem gegeven? Het hout zag er niet zo oud uit, nog geen tweehonderd jaar oud. Hij stond op en liep naar de keuken, vulde een glas met water en dronk het in één teug leeg. Je bent tijd aan het rekken! Dat was waar, maar waarom? Wat zat er in die doos en waarom wilde hij het niet weten?
BOUW- EN BEWEEGDORP 2011 Van 12 t/m 15 juli Thema: Toveren BOUW- EN BEWEEGDORP 2011 Beste deelnemers, Zoals jullie weten organiseert het jeugdwerk van Stichting Wel.kom – Venlo/Beesel in samenwerking met
32. DE KIKKER EN DE OCEAANzich. Hij was gevuld met een amandelnoot. Hij kreeg aan zijn ogenschijnlijkesoortgenoten maar niet uitgelegd dat hij ook een suikerboon was, van een andertype. De bruine bonen konden er zich moeilijk in vinden. Ze hadden dan maarbesloten dat hij, de Witte, een boon met 0 % cacao was. De Witte voelde erzich niet goed bij. Hij was een suikerboon en had inderdaad 0 % cacao in zich.Maar hij vond die manier om zich te beschrijven fout, zeker als je status er ooknog eens van ging afhangen.Plots voelde hij een vorm van geluk en zelfbevestiging. Hij werd als enige gegre-pen door het kind dat de boon in de mond stak. Zachtjes zuigend aan de sui-kermantel. Hij wist weer waarom hij er was.In dit hoofdstuk zullen we even de wereld van de comparatieve filosofieinduiken. Ik wil u laten zien hoe men, en dan bedoel ik vooral Prof. Dr.Ulrich Libbrecht, daar de begrippen ratio en emotie, kennis en belevingintegreert in één raamwerk dat dient om de levensbeschouwelijke hou-dingen die de mens in verschillende culturen aanneemt, te vergelijken.Libbrecht ontwikkelde een model dat ik dan verder in dit boek vertaaldheb naar een managementmodel.Het verhaal van de suikerboon heb ik geschreven om het onderwerp vande comparatieve filosofie samen te vatten. De wereld van de comparatie-ve wijsbegeerte probeert levensbeschouwingen uit alle hoeken van dewereld met elkaar te vergelijken. Om deze vergelijking te maken heeftLibbrecht een model ontwikkeld. Het valt buiten het bestek van dit boekom de motivatie voor het model toe te lichtenvii, maar het verdient wel-iswaar de vermelding dat Libbrecht gezocht heeft naar een objectiefmodel dat losstaat van de cultuur waarin het werd ontwikkeld, in hetgeval van Libbrecht de westerse cultuur (aangezien Libbrecht een wester-ling uit Zulzeke, Oost-Vlaanderen, België is). Dit om te vermijden dat deculturele achtergrond van de wetenschapper de vergelijking zou beïn-vloeden. Ons eigen wereldbeeld is immers het onbewuste referentieka-der waarmee we andere wereldbeelden vergelijken. De geschiedenistoont aan dat we, meestal zonder het te beseffen, andere culturen sneleen lagere waarde geven dan de onze. Zo vonden we zowel de ‘negers’ inzwart-Afrika als de Indianen in Noord-Amerika primitief vanwege deuiterlijkheden van hun cultuur zoals hun kledij, eetgewoontes en ritue-len. Ons westerse wereldbeeld met één christelijke god beschouwden weals superieur, met als gevolg dat we zwart-Afrika zo nodig moesten beke-ren, dito Amerika, Australië, … Dit doet me denken aan mijn bezoek 22
De hysterisch verlichte intellectuelen en de onvermoeibare politieke activisten zullen ons wel vaandelvlucht en escapisme aanwrijven. Uiteraard: tot ze zelf genadeloos ten onder gaan in een plotse depressie, een “burn-out” of in nerveuze spasmen van pure suïcidale agressiviteit. Ik weet erover mee te spreken.
Doordat Schnitzler zijn analyse, zoals reeds aangehaald, toespitst op 2 problematische punten kan zijn morele eindconclusie niet anders luiden dan een oproep tot “verzet en opstand”, m.a.w. het stimuleren van initiatieven om ICT bij te sturen zodat zij meer op mensenmaat gesneden is. Die 2 problematische punten zijn: 1) de transparantie van ICT die leidt tot een verlies aan echt doorleefde ervaring van de dingen en die al hun affectieve en emotionele verschillen afvlakt; 2) de inbreuk op onze privacy en het verdwijnen van de scheidingslijn tussen privé en publiek. ICT kadert dan in een kapitalistisch systeem dat de vorm aangenomen heeft van een doorgeslagen consumptiemaatschappij, een cliché dat als het ware bij definitie negatieve connotaties oproept.
Bij een nieuwe baan zoals voorgesteld zou ik nog steeds, maar dan nog veel meer te maken krijgen met dit hogere management en zou dan nog veel meer moeten luisteren naar hun lege toezeggingen en loze beloften. En ik zou mijn mensen in Bawku kwijt zijn. IK kan me vandaag niet voorstellen dat ik in Garu zou willen werken.
Vlooien Vlooien zijn veel voorkomende parasieten bij de hond. Ze veroorzaken veel problemen, waaronder jeuk en het daarbij komende krabben. De problemen die vlooien kunnen veroorzaken worden vaak onderschat. Een ruwe schatting geeft aan dat ongeveer 40% van alle huidklachten die bij de dierenarts terechtkomen op een of andere manier met vlooien te maken heeft. Het kan zijn dat honden overgevoelig zijn voor vlooien en dan is één vlo al voldoende om problemen te veroorzaken. Maar ook wormen worden overgebracht door vlooien. Vlooien gaan graag op voor de hond moeilijk bereikbare plaatsen zitten, zoals bij de staartaanzet en achter de oren. Wanneer een hond eenmaal vlooien heeft kan de verspreiding heel snel gaan. Vlooien kunnen tussen de 6 en 12 maanden oud worden, leggen ongeveer 40 eitjes per dag en springen gemakkelijk over op een voorbijganger.

One Reply to ““diepe bossen overlevingsuitrusting overlevingsuitrusting om video’s in je zakken mee te nemen””

  1. Zohra deed hetzelfde. Ze was meteen klaarwakker. Haar ledematen tintelden en ze had overal jeuk, een neveneffect van de drugs. Ze scheen met haar lampje op de container. Lieven keek haar aan. Hij leek even verbaasd als zij zich voelde. Nieuwsgierig als ze was, schuifelde ze naar de container. Met elke meter die ze dichterbij kwam, werd de stank hardnekkiger. Ze kneep haar neus dicht, Lieven hield zijn T-Shirt voor zijn gezicht.
    Grote etui van gerecycled leer – elk exemplaar is uniek Heb je behoefte aan een grote etui- Een waarin je veel teken- en schrijfgerei in kwijt kunt. Of juist veel make-up spullen. En dan het liefst een die niemand anders heeft- De Astuccio van het merk Pivvicci biedt de ruimte die je nodig hebt. Bovendien is deze etui gemaakt van reststukjes

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *