“cool overlevingsuitrusting leger marine overlevingsuitrusting”

Er was in den beginne bij de eerste mensen hoogstwaarschijnlijk geen zoeken naar bevrediging als afzonderlijke psychische beleving (‘heb ik het goed gedaan?’), zoals wij nu seks ervaren. Seks was vooral een kwestie van ruiken, niet van het maken van mentale voorstellingen. We hebben in het voorgaande er wel op gewezen dat met het incestverbod en met het opduiken van een tijdsspanne tussen verlangen en daad, m.a.w. met de vorming en de gewaarwording van het verlangen als dusdanig, ruimte ontstond voor allerhande fantasieën. In de seksuele opwinding werd het visuele element dan ook belangrijker, vooral bij mannen die mobieler waren, zich verplaatsten om vrouwen op te zoeken en dus zich in de zo tot stand komende contacten vooral op visuele aanwijzingen oriënteerden. We zien dan ook dat het uiterlijk van een potentiële partner bij tegenwoordige mannen veel belangrijker is dan bij vrouwen die zelf meer belang hechten aan de geur. Maar hoe dan ook, in zijn geheel genomen werd seks bij de eerste mensengemeenschappen dus niet echt onderdrukt, wat overigens aansluit bij Sarah Hrdy’s bevinding dat in tegenwoordige matrilokale samenlevingen zowel premaritale als extramaritale seks gepermitteerd waren. Aansluitend bij de vraag naar de onderdrukking van seks, is de vraag: werd agressie bij kinderen onderdrukt? We menen van wel, maar niet hardhandig. Kinderen werden zodra ze een zekere sterkte hadden bereikt, afgeleerd te ‘spelen’. Het spel is immers in veel gevallen een agressieve bezigheid, een ‘tegenover’ de dingen staan, en ook vechten met kameraadjes is dat. Jongens werden snel ingepast in de wereld van de volwassenen en geleerd ‘samen’ serieuze dingen te doen, op te gaan in de coöperatieve bezigheden van de stam (samen jagen of voedsel zoeken, samen eten). Naarmate in een later cultuurstadium oorlog belangrijker werd, werd het vechten als mannelijke activiteit meer toegelaten, maar nu nog valt het op dat het vooral moeders zijn die er moeite mee hebben dat hun kinderen vechten met anderen, terwijl vaders daar veel minder aanstoot aan nemen. Niet zo onbegrijpelijk echter: het begrip vrouw staat cultuurhistorisch voor ‘samen’ (fusie met anderen en met de dingen, in het bijzonder met haar kind; opgaan in iemand of in iets), man staat voor ‘tegenover’ (agressie). Vandaar ook dat wetenschap, de productie van kennis (als een ‘tegenover’ relatie t.o.v. de ‘objecten’), een mannelijke uitvinding was.
In het Hôtel des Colonnes in Waterloo was men vertrouwd met het Franse chauvinisme toen Baudelaire er in 1861 over de vloer kwam. De dichter wilde de frieten proeven die Victor Hugo had omschreven als ‘blond, knapperig en zacht tegelijk. Een meesterwerk van bakkunst, zeldzaam in België.’ In zijn artikel ‘Quatre jours avec Baudelaire’ schrijft Maurice Kunel dat Baudelaire de ‘exquise’ frieten op zijn bord met de vingers at, zoals de literaire gourmet Brillat-Savarin had aanbevolen. Typisch voor Parijs, aldus Kunel, ‘zoals ook friet een Parijse vinding is.’ Geroepen door de smikkelende heerschappen, toonde waard Joseph Dehaze maar weinig nationale trots. Zonder blikken of blozen vertelde hij dat de Franse ballingen van 1851 de frieten in Brussel hadden geïntroduceerd. ‘Voordien kenden de Belgen ze niet. De twee zoontjes van meneer Victor (Hugo) hebben ons geleerd hoe ze te snijden en te bakken in olijfolie of reuzel en niet in het walgelijke ossenvet of schapensmeer, zoals vele van mijn landgenoten doen, uit onwetendheid of spaarzaamheid’ citeert Kunel.
‘Je bent niemands eigendom.’ Ze was me in de rede gevallen. Niet alleen een misdadigster, maar ook nog onbeleefd. ‘Jij bent een prachtig, vrij denkend, volledig autonoom schepsel en dus heb jij recht op zelfbe­schik­king.’ Ze keek me nog meer vertederd aan. Dacht ze soms dat ik een baby was?
Daarbij leerden de mensen mikken, wat een belangrijke ‘vondst’ impliceert: het oogmerk (letterlijk!) wordt de focus van aandacht en intense concentratie. Het beeld waarnaar intens gekeken wordt, raakt als het ware gefixeerd en gevisualiseerd zonder dat men nog echt hoeft te kijken, zodat het gemakkelijk in het geheugen wordt gegrift. Het ‘oogmerk’ wordt het eindpunt van de blik (‘merk’ betekent ‘teken’ of ‘grenspaal’ en ‘teken’ zelf zou verwant zijn aan het Latijnse ‘digitus’, ‘vinger’: dat waarnaar met de vinger gewezen wordt). Mensapen zoals gorilla’s en chimpansees kunnen stenen gooien naar vijanden maar ze gooien in het wilde weg: ze kunnen niet mikken. Ze baseren zich bij het gooien enkel op kinesthetische feedback (kinesthesie is het waarnemen van de bewegingen van het eigen lichaam). Van Neanderthalers wordt in ieder geval algemeen aangenomen dat ze konden mikken en gooien met stenen. Mensen hebben dus bij het gooien leren overgaan op visuele feedback. In een volgende fase treedt de visualisatie op van de plaats waar het dier zich een volgend moment zal bevinden. Hier wordt voor het eerst een tijdsmoment, een toekomst in het handelen geïntroduceerd. De visualisatie van het toekomstige gaat nu ook als ‘mentaal’, ‘imaginair’ oogmerk, als doel fungeren (het woord ‘doel’ zou etymologisch ‘zandhoop waarop men schiet’, ‘schietschijf’ betekenen; het is van dezelfde stam als ‘dal’ en zou dus ook betrekking kunnen hebben op ‘wat daar beneden ligt’, bijvoorbeeld de in de jacht beloerde prooi). De mensen vormden zich een soort mentale modellen, een soort fantasmatisch beeld van wat mogelijk zal zijn maar nog niet is. Een beeld van het feitelijk afwezige, van het niet-iets (zie sub).
PvdA – Henk Kool – wethouder sociale zaken Den Haag, blijkt uit het armoedepotje van de gemeente 7000 euro subsidie te hebben gegeven aan de stichting Willem Drees Lezing waarvan hij zelf bestuurslid.
En daar ben ik niet zo zeker van! De vraag wat Erwin precies tot zijn wan­hoopsdaad gedreven had, was het gespreksonderwerp van de week in het dorp. Helena had de vinger gewezen naar de andere kinderen in zijn klas. Pesterijen die te lang ongestraft bleven. En mis­schien had ze gelijk. Die ogen, dacht Samuel opnieuw, daar zat meer in dan een gekwetste jongen die te laat en te weinig hulp kreeg. Veel meer. Hij schudde zijn hoofd.
Samuel liet zijn duim rusten op het graan aan de zijkant van de doos. Hij duwde zachtjes. Het symbool gaf even mee, in de doos hoorde hij een lichte tik. Machteld… Hij schrok op en smeet de doos op tafel. Nu voelde hij zijn hart kloppen in hetzelfde ritme als zijn ademhaling. Waarom dacht hij nu aan haar? Had de doos iets met Machteld te maken? Had zij het hem gegeven? Het hout zag er niet zo oud uit, nog geen tweehonderd jaar oud. Hij stond op en liep naar de keuken, vulde een glas met water en dronk het in één teug leeg. Je bent tijd aan het rekken! Dat was waar, maar waarom? Wat zat er in die doos en waarom wilde hij het niet weten?
Het oppervlak van de bol bevatte geen luikje, of ook maar een schroefje dat ik zou kunnen losdraaien. Ik zag alleen mezelf onduidelijk gereflec­teerd als in een lachspiegel. Ik activeerde het technologie­netwerk waar ik ’s middags de foto had geplaatst. Het gesprek bleek in de tussentijd te zijn ontaard tegen elkaar schreeuwende aanhangers en tegenstanders van samen­zwerings­theorieën. Er waren verhalen als zouden meer­dere ruimtestations van vroeger nog elek­tro­nische activiteit vertonen, al was het bijna een eeuw geleden dat ze voor het laatst waren bevoorraad, en korre­lige opnames waarop onverklaarbare sporen van raket­aan­drij­vingen zichtbaar moesten zijn. Een afge­zon­derde samenleving in de ruimte. Ik begreep dat ik hier geen antwoorden zou krijgen en sloot de discus­sie af. Ik zuchtte. Met mijn mouw probeerde ik het doffe metaal wat op te poetsen.
Presents nearly three hundred species of birds, mammals, reptiles, amphibians, butterflies, moths and other invertebrates. Individual species account highlights identification features and interesting ecological adaptations for survival along with a distribution map. Colour photographs, maps. 339pp. 2002
In 2011 komt de richtingaanwijzer van de te ontwikkelen energieën op het Galactisch centrum te staan. Astronomisch gecorrigeerd is dit 26 graden 55 Boogschutter. De energetische opening van deze samenstand is van 1 april tot 12 april 2011. Deze samenstand maakt dat wij grote sprongen kunnen maken in onze collectieve en persoonlijke ontwikkeling.
Ik heb een dochter, maar je zou het niet denken als je mijn foto’s ziet. Die stiekeme foto’s van wat mij dierbaar was, daar op Texel, zijn de laatste foto’s die ik ooit van mijn dochter heb genomen. Ze zijn overbelicht in de zomerzon die op de kalme zee weerspiegelt. Ik ruik het zout als ik de foto bekijk, ik hoor de branding.
Vanuit hun licht wiegende hulkje zagen ze de rook opstijgen uit het rieten dak van de herberg en boer­derij, waar ze kort geleden nog zo’n vredige nachtrust hadden genoten. Een nachtrust, wreed onderbroken door een gil van de herbergiersjongen. Gevolgd door een brul van Urendel, wiens legerstede leeg was geweest op dat moment.
VIER UW FEEST BIJ ONS Gezelligheid en sfeer, alles tot in detail verzorgd, een passende zaal en een catering met de heerlijkste hapjes en gerechten. De kinderen hoeven zich ook niet te vervelen, want voor
Berend zei niets. Hij voelde dat Willem naar hem keek terwijl hij de aardappels en de net iets te lang gekookte boontjes opschepte en begon te eten. Hij kauwde met gebogen hoofd. Aan de overkant van de tafel klonk een diepe zucht. Berend keek de zitkamer in, waar in het donker de grote Friese klok tikte. De plafonnière boven de eettafel wierp een flauw schijnsel op het beige tapijt.
Het is alweer zes weken dat ik ben teruggekomen in Ghana. Tijd voor nieuwe verhalen. Die zijn er volop. Er gebeurt zoveel opmerkelijks en bizars maar er is zo weinig tijd om het allemaal netjes op te schrijven…
Ik heb al een volgend project in gedachten: Op de poli verloskunde is geen WC. Dus gaan de (zwangere) vrouwen die nodig moeten maar ergens achter het gebouw een plekje zoeken tussen onkruid, restanten van een oude muur en stukken prikkeldraad. Er is wel een WC maar die is kapot (geen water, geen WC pot, geen fonteintje) Omdat de situatie allang zo bestaat, vindt iedereen het nu min of meer gewoon. Ik zal de komende weken de situatie in kaart brengen en nagaan of er interesse is om dat te laten repareren en ook of er garanties zijn dat de boel niet na drie maanden weer in de oude (kapotte) toestand is teruggebracht.
B a s i s s c h o o l D e R e g e n b o o g s e p t e m b e r 1 5 D R U P P E L S G E W I J S 1 5 m e i 2 0 1 1 KALENDER 07-09 hoofdluiscontrole 07-09 informatieavond groep 7 08-09 informatieavond groep
De wachttoren is ingestort en alleen de onderste verdieping staat nog overeind. Op die afgebrokkelde muur is een primitief afdak van bladeren aange­bracht. De oude zigeunerin die haar intrek in de toren heeft genomen wordt door de vismensen naar buiten gejaagd. Mokkend, maar machteloos kijkt ze van een afstand toe. Ze maakt het teken van het boze oog en spuwt door haar vingers, maar daar staakt haar verzet. Wat moet ze anders? Geen weldenkend mens durft de aandacht van de grillige Roodjassen te trekken.
Er zijn twee dingen die mensen geneigd zijn te vergeten in de filosofie van bidden en werken. spelen en elkaar waarderen. Opgroeiend leren mensen snel dat te leven betekent dat je op een bepaald voordeel uit bent, of het nu gaat om geld verdienen of de vrede bereiken. Maar eenmaal de goederen verkregen hebbend en de vreedzame regeling van hun verlangens, moeten ze nog steeds leren te waarderen en te spelen. Voor je eigen zaak gaan doet het ego in weerlegging van al het andere gaan: de openheid gaat verloren, en wedijver steekt de kop op. Ook serieus in je eigen spel geloven, er een beroep en een strategie van overheersing van gemaakt hebbend gaat de zin voor het speelse eveneens verloren. Men is een stuk chagrijn geworden die niet langer gevoelig is voor de lol van het leven. Degene die altijd wilde winnen blijkt het kostbaarste verloren te hebben: de onschuld van de kinderziel die speelt en zich overal over verwondert. Zo is het erg belangrijk de schema’s die men hanteert in te richten ten behoeve van de waardering van de naaste en de tijd te nemen een spel te spelen dat vrij is van voordeelrekeningen.
Maar er kunnen dus nog dromen gedroomd worden. Die op halflange tijd maken m.i. meer kans dan deze op korte termijn omdat er doorheen de jaren een massa actuele kwesties kunnen worden aan opgehangen die vanuit dit toekomstproject kunnen worden afgeleid, in zakelijke termen en niet op basis van morele oordelen of veroordelingen. Meer dan 10 jaar zullen de socialisten het hoofd koel moeten houden.
samen gaan vallen met onze expressie en scheppingen vanuit onze Wezenlijke kern. We krijgen dus teruggespiegeld wat we zaaien. De energie van Uranus zoals helderheid, bewustzijn en vrijheid; de energie van Jupiter zoals genezing, enthousiasme en inspiratie en de energie van Neptunus zoals geloof en spiritualiteit, wil voor het algemene nut van het grotere geheel worden ingezet om eenheid te scheppen.*13b Doen we dat niet, dan zijn we in afgescheidenheid en kunnen we vervallen in oordelen en chaos.*14 Er is dan alleen horizontale uitwisseling van energie. Men neemt dan de energie en de creatie van anderen en doet er een kunstje mee zodat het iets eigens wordt. Er wordt dan alleen maar geschoven met energieën.
In het flakkerende licht van het kampvuurtje leek het alsof hij gezelschap had. Wat ik er niet voor zou geven dat ze echt was, dacht hij. Hij was de laatste maanden veel buiten geweest om het land te verkennen en vaak fantaseerde hij over iemand van zijn leeftijd, bij voorkeur vrouwelijk, om mee te leven en samen een bestaan op te bouwen. Met kinderen, hopelijk. Armena speelde vaak door zijn hoofd, ook al had hij haar nog nooit gezien. Maar die hoop leek nu vervlogen.
Robotica-specialisten verwachten dat de 4de-generatie universele robots rond 2030-2040 in staat zullen zijn tot menselijke redeneringen en massaal zullen kunnen worden ingezet niet alleen in de industrie maar ook in het privéleven (5). Wanneer robots redeneren zoals mensen (6), mogen wij mensen dan het redeneren laten en weer een beetje dier worden, zoals de filosoof en befaamd (en berucht) Hegel-kenner Alexandre Kojève even opperde in een veel geciteerde voetnoot in zijn “Introduction à la lecture de Hegel – Seconde édition.” (1968). De andere optie die Kojève in dezelfde voetnoot aanhaalt, is de overgave aan gestileerde en rituele maar “nutteloze” en vrijblijvende bezigheden zoals Japans bloemschikken. En een derde optie is dat we zelf pure machines worden of ermee fuseren. Niet de minsten noch de dwaasten onder de filosofen neigen in deze richting; zo bv. John Gray en Peter Sloterdijk (7).
Ze staken de Maas over en overnachtten hoog op de oever. Deze keer kwam Ariadne wel meteen bij hem in de tent liggen. Ze voelde ijskoud en hij trok haar tegen zich aan en wikkelde zijn slaapzak om hen beiden heen.
Ik doopte de autonome robot ‘Lars’ en liet hem doen wat Lars-de-pendelpiloot me had gesuggereerd. Het gaf pret en een beetje gezel­schap, ook al was Lars niet echt een individu, maar meer een uitstulping uit Meeuw. Als ik iets van hem nodig had, kwam er een handje uit de wand dat deed wat er moest gebeuren. Heel handig toen ik de beugel van de weckpot niet dichtgeklapt kreeg omdat ik met twee handen het deksel moest aandrukken en de pot vasthouden.
Handig pocket zakmes voor alle omstandigheden Een zakmes is handig voor alle omstandigheden. Komt er een nieuw pakketje binnen die snel geopend moet worden. Heb je een romantisch avondje met je vriendin en moet de wijn nog ontkurkt worden. Of ga je de natuur in om te gaan survivallen. Een zakmes kan je gebruiken voor alle gevallen. Met dit m
Deze website vereist cookies om gebruik te kunnen maken van bepaalde functies. Voor meer informatie over de cookies, zie ons Privacybeleid. Om cookies van deze site te accepteren, klikt u op de knop “Toestaan”.
Ziel: De meest gebruikte definitie is niet het vage “essentie van de mens” die men in het woordenboek vindt, maar de definitie die relateert aan de zelfherinnering (zoals in: “ik verloor mijn ziel”) en het gelijkgericht zijn (zoals in:”een trouwe ziel”). De definitie is dynamisch, dat wil zeggen, geïdentificeerd met het leven en het levende; ieder moment herdefiniëert de ziel zichzelf in het licht van zelfherinnering en geweten. Filosofisch wordt het bezien als een psyche of spiegel van het zelf bestaande uit rede, geest en verlangens en vedisch wordt het verdeeld in de goddelijkheid van de onwetendheid, de hartstocht en de goedheid met een individuele ziel (jiv-atma) een gelokaliseerd persoonlijk aspekt (paramatma) en een superziel (Bhagavan of de Heer). Vaak wordt het idee van continuering geïntroduceerd om het belang te benadrukken van de eeuwige waarde en overstijging van de fysieke dood de herinnering zijnde die niet per sé in de eigen hersenen is gelokaliseerd, maar is gegoten in de vorm van een cultureel/biologisch spoor (“mijn kinderen zijn mijn leven en ziel”, “ik heb mijn ziel en zaligheid in dat werk gestoken”). Ook is het idee van onveranderlijkheid belangrijk voor de, vaak religieuze, definitie als zijnde de kulturele noemer gegrondvest in de eeuwige waarden (waarheid, reinheid, medeleven en soberheid ) die het idee overstijgt van het individuele ego geïdentificeerd met het lichaam. Samenvattend zou de definitie kunnen zijn: het stabiele en continuerende gewetensvol herinnerende ware zelf.
Nu: U zal zeggen dat ik altijd stukjes schrijf over zaken die me in het verkeerde keelgat zijn geschoten. Dat klopt. Schrijven is voor mij, zoals voor heel wat schrijvers, een uiting van wraak en weerwraak. Maar ook omdat ik als gevolg van een chirurgische ingreep een groter keelgat heb dan de doorsnee Vlaming, wie dat ook moge zijn. Misschien Tine Van De Velde, de winnares van de “Weetewa” wedstrijd.
“PIF ! PAF ! POUF ! – That’s just real and authentic life !”, a statement the famous poet & singer-songwriter Leonard Cohen claimed as the essence of his idea of élan vital, the hard core of the “Good Life”, life as dangerous adventure. A claim he made in a translated interview in the Flemish-Dutch magazine Humo, somewhere around 1973. (“Pif! Poef! Paf! Da’s pas leven!”). [ You may easily recognize some Italian fascist resonances in his wordings. But: soit! ]
Het warme gevoel ebde langzaam weg, maar de wan­hoop was ook verdwenen. Meegenomen op die ene teug adem die niet meer terug­kwam. Ze was niet bijge­lovig en hoewel ze even daarvoor nog helemaal in beslag was genomen door alle stomme plotpunten uit Peters enge verhalen, had ze nooit werkelijk in dat soort dingen geloofd. Geesten, monsters, griezelige kinderen en poppen waren leuk om bang van te worden tijdens het kijken van een enge film, maar dat waren wel fictieve dingen waar ze de dag daarna geen last meer van had. Misschien dat dat kwam doordat ze van dichtbij had meegemaakt hoe Peter de spanning opriep in zijn boeken, er research naar deed en zijn verhalen had geredigeerd. Daardoor werd het voor haar een soort van proces in plaats van een medium waardoor ze zich kon laten verrassen. Ze wist veel te goed hoe alles in elkaar zat.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *