“beste outdoor survival gear winter auto overlevingsuitrusting”

Soms is het tijd voor iets nieuws. Een master Leraar Geschiedenis volgen aan de Hogeschool van Amsterdam biedt je de uitgelezen kans om meer uit jezelf en je carrière te halen. Je ontwikkelt je tot eerstegraadsleraar geschiedenis.
Tranen vulden haar ogen. Ze moest hier weg, maar opstaan was gelijk aan een doodsvonnis. De dood door zijn hand, de dood van haar familie door zijn agenten. Blijven betekende de rest van haar leven in een cel in Yig-Masuul. De macht lag bij hem.
‘Je zult wel gelijk hebben. Maar vertel nu eens eerlijk,’ – dit keer was het mijn beurt om me tot dicht bij hem voorover te buigen – ‘waarom ben je terug­gekomen? Niet om mij een gunst te verlenen. Wat is er hier op Aarde dat je niet kunt vinden in dat Neo-Eden van je?’
Zo ver is mijn oude ik gekomen op zijn gedoemde tocht naar Mook. Ik voel alleen een vage melancholie, en een versterkt gevoel van urgentie dat mijn benen nog sneller doet bewegen. De neergestorte 747 ten noorden van Rotterdam echo’t het gevoel dat ik vlieg. Mijn spijkerbroek en overhemd klapperen als slecht gespannen zeilen. De wind van mijn voortgang giert langs mijn jukbeenderen, rukt aan mijn haar, schuurt mijn nieuwe huid tot ik begin te vrezen dat ik teveel van mezelf verlies.
De ziel is objectief.  De vorm is objectief.  Wanneer deze samengaan, zul je het leven vollediger beginnen waar te nemen.  Vanuit deze nieuwe manier van omgaan zullen spontane inzichten ontstaan en geïnspireerd worden.  Zicht en inzicht, uiterlijk en innerlijk in gemeenschap.
Ze nam hem over, trok twee stroken uit de platte buik, drukte het juiste vlak in en zette het op tafel. Het beeld op de muur was haarscherp, een perfect vier­kant, op het oog perfect waterpas, vol van kleur.
Jonas Grimpeerd grimaste naar me. ‘Zie je wel, noten­kraker,’ zei hij. ‘Ik zei toch dat we naar Euphrat zouden gaan? Het is onze beste optie, weet je,’ vervolgde hij toen minzaam, maar net iets te sluw.
Hij had dit eerder gezien, besefte hij opeens. De herinnering bleef net buiten zijn bereik, gaf alleen vage aanwijzingen over wat hij destijds gezien had. Het was lang geleden, in een van zijn eerste levens. Een ten­toonstelling van werk dat toen al oud was. Hetzelfde patroon, of toch bijna. En nu gemaakt door iemand die pas aan zijn eerste leven begonnen was.
[Heeft het te maken met het gegeven dat mensen meer en meer alleen wonen, zich afzonderen of afgezonderd worden zodanig dat de eenvoudige bijsturing van mensen onder elkaar via simpele niet-agressieve bemerkingen van het genre “Die niet zo flauw!”, “Maak je maar niet druk!”, enz., vervangen moet worden door een controle door bureaucratisch functionerende Staatsinstanties? En is dat dan een “conjunctureel” en dus op termijn weer voorbijgaand verschijnsel? Et cetera, je blijft mijmerend wel een uurtje bezig in dat pril lentezonnetje van vandaag.]
Dat het veekapitaal eigendom was van de man is vanzelfsprekend. Het zijn dan ook de herdersvolkeren die in eerste instantie het strengste patriarchaat zouden invoeren, zoals te lezen valt in de Bijbel en de Koran, een patriarchaat dat nog steeds meer dan dominant is in het Midden-Oosten en bij de Afrikaanse stammen op de rand van de Sahara. Zoals reeds gezegd stoelde de veeteelt (en ook de landbouw) veel minder op brede interfamiliale coöperatie dan de jacht, zodat eenieder meer op zijn familie terugviel. De patriarchen wilden vanzelfsprekend hun kapitaal binnen die familie houden. Overigens konden door de productiviteitsstijging de families zich verder opsplitsen in kleinere eenheden, zodat we stilaan van gezinnen konden spreken. Echtgenotes waren dus veel meer dan voorheen op elkaar aangewezen. De patriarchen stonden erop hun bezit door te geven aan hun kinderen liefst dan nog aan hun zonen en onder die zonen bij voorkeur aan de eerstgeborene. Patrilokaliteit (de bruid gaat inwonen bij de familie van de bruidegom) werd de algemene regel. De gehuwde vrouw werd strikte monogamie opgelegd, zodat de man zeker was dat de kinderen die zij baarde wel degelijk de zijne waren. Hierdoor verschraalde de vrouwelijke seksualiteit: overspel van de vrouw werd met de dood bestraft. Haar lichaamsvormen werden verhuld in een kleurloze kledij. De vrouw werd als het ware onder huisarrest geplaatst en vastgekluisterd aan het weefgetouw. De mannen werden bijzonder jaloers. Ze werden ook brutaler en agressiever, niet alleen jegens hun vrouw(en), maar ook jegens hun kinderen, vooral hun zonen van wie ze immers plots iets heel klaar en duidelijks verwachtten: het beheer van het eigendom overnemen wanneer de patriarch oud en stervende was.

One Reply to ““beste outdoor survival gear winter auto overlevingsuitrusting””

  1. Een ander probleem van alle goede sport is de afgunst: beginners en buitenstaanders kunnen dermate jaloers zijn dat men van het hele spel afziet of dat het zelfs verwrongen raakt en wordt verlaagd tot een vorm die niets anders dan onrecht betekent. Heer Spierbal probeert het te winnen van Mijnheer Moraal in een klassieke competitie die uiteindelijk wordt gewonnen door de morele meerderheid daar enkel opponerende kracht alleen maar vrede kan vinden in de vergetelheid der intoxicatie. De synthese van de spier die de moraal dient maakt de godheid die over de sport heerst. Alle sport staat in dienst van deze godheid die zelf een gerijpte toegewijde van de democratie is. De godheid is religieus altijd zelf een toegewijde van het volkomen geheel van God dat hij nooit helemaal kan dekken. Daarom is er klassiek altijd een veelvoud aan Goden of opperste zelfverwerkelijkers die model staan voor de beginners en buitenstaanders. Rechtgeaarden houden ervan om een goed spel te zien als buitenstaander of te beseffen dat er voor een beginner veel te realiseren is. De lol is er gewoonlijk vanaf als het spel eenmaal onder kontrole is: dan begint men te denken over een spel voor zichzelf daar alles zich moet ontwikkelen. Van meesterschap naar goddelijkheid is een grote stap echter waar de hele mensheid bij betrokken is. Zelfs iets eenvoudigs als een kookrecept kan de hele wereld veranderen. Iedere kleine verandering in de gewoonten van een menselijk wezen zullen resulteren in een complete verandering van dat menselijke wezen. Als b.v. niemand sigaretten zou roken zouden we een volledig andere soort van sociale cohesie en collectieve zelfverwerkelijking hebben. Vaak onderschatten mensen de impact en het belang van hun eigen bijdrage. Aldus bezien is zelfwaardering en zelfkennis zeer belangrijk. Als een ziel zou reïncarneren b.v. maar niet zijn of haar vroegere praktijken zou hervatten zou de mensheid zeker een belangrijke capaciteit verliezen. Dit geldt ook voor dieren wiens bijdrage tot de levensvreugde moeilijk valt in te schatten. Omzichtig zijn als buitenstaander relatief t.o.v. dieren of bomen of als een beginner t.o.v. andere gelovigen zou de mensheid een hoop ellende besparen. 
    Miranda hapte naar adem. Laura gilde. Het deurtje draaide verder en klapte helemaal open met een muzi­kale tinkel. De klap was hard genoeg om het glas te kunnen breken, maar dat gebeurde niet. Het spiegel­beeld verdween en de echte Miranda stond daar, alleen, in de kamer met haar handen tegen haar buik, haar gezicht vertrokken van de pijn.
    In deze precaire context konden de eerste mensengroepen zich onzes inziens weinig intra-sekse competitie en inter-sekse vijandigheid veroorloven. Het zoeken van voedsel primeerde vermoedelijk op de reproductie en in dat voedsel zoeken waren mannen relatief egalitair en vrouwen ook, en bovendien ook mannen versus vrouwen en omgekeerd. Zeker bij de jacht was rechtstreekse samenwerking onontbeerlijk. In de oorsprongssituatie was het uitgesloten dat een solitaire jager op zijn eentje buit kon binnenhalen. Het is dus mogelijk dat de vormen van competitie en agressiviteit die we bij mensapen veelal aantreffen bij de hominiden enigszins tot beduidend getemperd waren. Bovendien stelde de befaamde antropoloog en bio-archeoloog Clark Spencer Larsen vast dat het seksueel dimorfisme (de fysieke verschillen tussen mannen en vrouwen) bij onze Afrikaanse voorouders, met name bij de Australopithecus afarensis (3,8 à 2,8 miljoen jaar geleden; skeletten gevonden in Ethiopië, de bekendste is de ophefmakende Lucy), veel minder uitgesproken waren dan voorheen algemeen werd aangenomen. De mannen waren nauwelijks groter dan vrouwen (15% verschil zoals bij ons). Gering seksueel dimorfisme betekent doorgaans minder intra-seksuele competitiviteit en meer coöperatie zowel binnen als tussen de geslachten. Zoals we reeds hebben aangehaald, is er bij primaten een duidelijke correlatie tussen dimorfisme en competitie en rivaliteit tussen mannen. Groepsselectie kan dus zeker hebben gewerkt: mensengroepen waar de leden coöperatief met elkaar omgingen, hadden in de precaire situatie waarin deze groepen zich bevonden, een evolutionair voordeel op groepen die door hun competitie en interne rivaliteit een soort collectieve zelfmoord pleegden. De groepssamenwerking was nodig zowel voor de jacht als voor de bescherming tegen andere stammen of tegen roofdieren. Coöperatieve groepen hadden dus een evolutionair voordeel op groepen van zelfzuchtigen en wedijveraars. Binnen dergelijke groepen konden vrouwen voor hulp bij de kinderzorg beroep doen op omzeggens alle vrouwen, zij het vooral hun directe verwanten: mogelijk zoogden jonge moeders elkanders kinderen. Vrouwen speelden dus gemakkelijk allo-ouder voor elkanders kinderen. Dit hangt ongetwijfeld ook samen met het gegeven dat in de eerste verwantschapsstelsels omwille van de seksuele ongeregeldheid (in een eerste fase alleen incestverbod tussen de generaties, tussen ‘vader’ en ‘dochter’ en tussen ‘moeder’ en ‘zoon’ dus) alle vrouwen van eenzelfde generatie zusters waren en alle vrouwen van de oudere generatie moeders (en analoog voor mannen). Die bijna onmiddellijke verwantschap met elkaar hield ook duidelijk zekere plichten in. En de vrouwen konden ook rekenen op alle mannen, zowel directe verwanten als minder directe verwanten, voor bescherming tegen indringers, want de bedreiging van die indringers trof eigenlijk steeds het geheel van de groep. We moeten goed beseffen dat de leden van de heel eerste mensengroepen ook biologisch allen min of meer verwant waren met elkaar.
    Uiteindelijk was dit specifieke boek op niets uitge­lopen. Sci-fi was gewoon niet zo Peters genre en dat had hij heel vlot ingezien. Het kroop toch bijzonder snel weer naar de horror en hij had geen compromis willen sluiten qua genre. Dus het manuscript was onaf­ge­maakt in een doos verdwenen en zou zich onge­twijfeld ergens in deze kamer bevin­den.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *