“buiten- en overlevingsuitrusting paracord outdoor uitrusting projecten: eenvoudige instructies voor overleving armbanden en andere diy projecten”

‘Vannacht gescoord, terwijl jij lijken aan het bewon­de­ren was.’ Lieven ging naast Zohra op de grond zitten. Uit zijn rugzak haalde hij een glazen pijpje. Daarna pakte hij voorzichtig de kristallen uit het zakje en duwde ze in de bol aan het uiteinde van het pijpje. Zijn aansteker hield hij onder de bol. De vlam likte aan de onderkant van het glas. Na een tijdje begon­nen de kristallen te smelten. Lieven inhaleerde de rook die vrij­kwam. Zijn eerste haal duurde ongeveer een halve minuut.
Vuur: het maken van vuur is een belangrijke moraal booster, niet alleen zal het je warmte en licht geven, maar het zal je ook een rustgevend gevoel brengen. Het zal je in staat stellen om water te zuiveren en om zeer snel iemand te waarschuwen door je vuur bakens aan te steken. Een gouden regel om een vuur aan te steken is om genoeg hout te sprokkelen en wanneer je genoeg denkt te hebben, zeker drie keer zoveel nog bij te halen. Het is ook van het grootste belang om een gecontroleerd en een niet te groot vuur aan te leggen. Voor één persoon is het voldoende dat het vuur maar zo groot is als je beide handen naast elkaar (20 x 20 cm ). Een vuur aan leggen is één zaak, maar het is zeker niet de bedoeling om het volledige bos af te branden.
Ze dacht aan haar moeder. De neerwaartse spiraal van haar eigen leven sinds haar afdeling was over­genomen door de Timbesh, haar onder­zoeks­­richting geen fondsen meer had gekregen, zijzelf was ontslagen.
‘U vraagt zich af waar mijn loyaliteit ligt, dame?’ zei hij. ‘Daar kan ik zeer kort over zijn. Bij de Lleroh. Heeft u daar een probleem mee? Bent u een verrader van uw eigen ras? Bent u – net als uw meerdere – één van die Lleroh die liever met een Kiteh of Timbesh het bed deelt, in de hoop buiten spel te blijven als de moorden beginnen?’
Ten derde, de moeder is niet meer zo beschikbaar voor haar kind. Geeft zij het zogen niet over aan een voedster, een slavin die daar gedwongen op ingaat, dan is zij bezig op het land, aan het weefgetouw of wat dan ook. Lacaniaans kunnen we zeggen dat het kind de ervaring opdoet dat het niet het exclusieve object van het verlangen van zijn moeder is. Het kind krijgt de freudiaanse ‘oerscène’ voorgeschoteld: de confrontatie met het genot van de Ander(en), waarvan het uitgesloten wordt. Was het kind in de paleolithische samenleving direct opgenomen in het leven van de stam, dan wordt het nu afgezonderd, in wieg en park geplaatst. De Ander geniet, een genot dat het kind wordt ontzegd. Het kind zadelt zich dan maar op met fantasmata waarin het wel degelijk zelf aan de verlangens van de Ander kan voldoen zodat men het object kan blijven van het verlangen van die Ander. De psychoanalytische oerscène is dus geen natuurlijke structuur, maar een historische gebeurtenis. We kunnen bovendien een link leggen tussen deze freudiaans/lacaniaanse voorstelling van de oerscène en onderzoek waaruit blijkt dat kinderen die minder geknuffeld en gekoesterd zijn geweest zoals wezen en adoptiekinderen, minder de hormonen oxytocine en vasopressine aanmaken, hormonen die belangrijk zijn in de regulering van sociaal en liefhebbend gedrag.
Jaargang 51 Editie 01 Januari 2015 . Maandelijks convocaat voor de leden van het Katholiek Vrouwengilde van Tegelen en omstreken Jaargang 51 Nr. 1 januari 2015 Redactie: Tiny Testroote Contactadres voor
In de weekenden loop ik ook rondjes op de kinderafdeling. Elke morgen en elke avond. Dat doe ik als een extra service en ook omdat er, wanneer je er twee dagen niet ben geweest, altijd kinderen blijken te liggen met een acute buik of hersenvliesontsteking die door niemand herkend zijn als zodanig..
In 1912 begonnen de werken aan de Rambla met ondergrondse verkleedkamers. De bouwmaterialen werden vanuit Buenes Aires aangevoerd met schepen die dan door paarden op het strand getrokken werden. Op 6 april 1913 werd de nieuwe stad, die al gauw de naam “parel van de Atlantische kust” en “mooiste strand van Zuid-Amerika” kreeg, feestelijk ingehuldigd.
2 weken geleden ging ik naar landgoed Quadenoord daar kwam ik Esther tegen. Mijn zus was ook mee. We gingen een weekendje overlevings dingen leren. (Maar het was niet echt overleven.) Het ging die week over stel je wordt geteleporteerd naar een onbekend bos. Wat moet je dan doen….. het was heel leuk we hebben onze eigen Thee gemaakt En dat was best wel lekker ik had er een wilgenroosje in g…edaan.. we hadden ook nog een lepel gemaakt dat was heel grappig want terwijl ik mijn lepel aan het maken was gingen we een verhaal maken. De mensen die klaar waren gingen ook een bakje maken. Esther en Sonja hebben ook nog een medische cursus gedaan want ik was gestoken door een wesp toen gingen we in een koud riviertje staan. Dat hielp echt heel erg. Het leukste vond ik het konijnenjagen. Niet op echte konijnen hoor. Maar we gingen oefenen op houtblokken. Dan moest je een stok zoeken die een stuk korter was als je arm. We hadden allemaal manieren om hem te raken. Bijvoorbeeld bovenlangs als de stok tussen twee bomen door moet. We hebben ook nog veel verschillende vogels gezien en gehoord zoals de specht die zagen we heel vaak.Ik heb ook geleerd hoe je touw moet maken. Maar daar was ik niet zo goed in. Zaterdag middag gingen we een blader hut maken.. Eerst moesten we twee stokken met op het einde een v. die iets groter was dan tot je middel. Daarna moest er een grote stok tegenaan. Dan heb je de basis. Dan hoef je er alleen maar nog heel veel takken en blaadjes tegenaan te zetten. We hebben ook nog manieren geleerd om het warm te houden. Ik vond het heel leuk en leerzaam.
De dood van de eerbiedwaardige Marcellina liet ook de laatste resten van de oude vrede in Offa’s Hal in rook opgaan. Deels letterlijk: een stal stond al in lichtelaaie, een in brand gestoken man liep als een fakkel naar de Hal, zwaaiend met zijn zwaard tot hij neerviel en tot benige sintels werd. Ja, Offa’s achtergebleven familie viel nog verder uiteen door de moord op de koningin-moeder, van wier vertrek kennelijk niemand op de hoogte was geweest. Maar dat laatste had het gekonkel en de intriges alleen maar aangezwengeld. De terugkeer van de eerste van de overval leidde tot enkele dagen van schreeuwende twist en uiteindelijk tot handgemeen, dat als een felle bosbrand ineens overal rondom de Hal opvlamde. Neef tegen oom, oom tegen broer en zwager. Toen ook de vrede in de Hal zelf werd geschonden door rinkelende zwaarden, splinterende schilden en het gekrijs van neergehouwen mannen, greep de bisschop in. Hygeberht hief hoog zijn kromstaf, schreed met grote passen door de hal. ‘In nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti!’ galmde zijn machtige stem; de strijdenden lieten hun zwaarden zakken, weken uiteen. Hygeberht koerste tussen de haag van strijdenden door en stapte over enkele gevallenen in hun plassen bloed. Hij hield stil aan het hoofdeinde van de Hal.
Is de huidige samenleving nog een samen-leven of is het een groots theater waarin mensen op elkaar reageren als op prikkels zoals ze reageren op gezichten die ze zien op hun tv, pc of gsm? Met een onvindbare steeds afwezig blijkende regisseur. Een fabriek of een kantoor lijkt geen plaats meer waar mensen samenwerken om gezamenlijk iets voort te brengen, maar een jungle waarin iedereen de ander opjaagt om harder en beter te presteren en waar wie aan de eisen niet kan voldoen wordt afgevoerd zoals men afgeschoten patrijzen bijeengaart. En de weinige momenten dat het ons toegelaten is ‘thuis’ te zijn, alleen met onszelf, voelen wij ons bijzonder vreemd: opgescheept met onszelf, ons Zelf, als een last waar wij ten allen prijze vanaf willen, met alcohol, drugs of medicijnen. En als wij die last dan kwijt zijn, ervaren wij een immense ondraaglijke leegte. Nogmaals: verkijken wij ons op de zaak en is die ondraaglijke leegte maar een soort barensweeën van de geboorte van een Nieuwe Mens, een superieure mens? Of is het een dwaalspoor, een onnoemelijke impasse, het begin van een nieuwe Holocaust?
Al evenzeer is het bijzonder vertekenend criminalisering voor te stellen als een regressie naar een bestiale impulsieve agressiviteit. De criminele overlevingsstrategieën van ontwrichten zijn, als wij ons ontdoen van de morele kijk op de zaak, over het algemeen ‘innovatief’ en rationeel-creatief. Zelfs voor een ordinaire winkeldiefstal of het stelen van een handtas moet je al een flinke dosis verstand aan de dag leggen. En zeker het plegen van een bankoverval of een home-jacking vraagt veel minutieuze voorbereiding en allerlei vaardigheden zoals stressbestendigheid, omgevingsanalyse, teamwerk, organisatorisch talent en meer van dat. Het zoeken en vinden van steeds nieuwe manieren om de wet te overtreden getuigt van een creativiteit waar veel dynamische managers een punt kunnen aan zuigen. En die creativiteit wordt ook beloond: maffieuze organisaties (die b.v. de Internetcriminaliteit controleren) zullen die creatieve lieden snel een ‘job’ bezorgen, zij het een onderbetaalde job en één zonder sociale zekerheidsrechten. Ook geestesziekte vraagt heel wat creativiteit: de verspreiding van steeds nieuwe diagnoses getuigt van het feit dat geesteszieken, en zeker de kinderen wiens hersenen nog niet door jarenlang medicijnengebruik zijn aangetast, steeds nieuwe manieren uitvinden om dingen anders te zien en zich volkomen onvoorspelbaar te gedragen.
Nu weet u ook wel dat niet iedereen in deze wereld dezelfde taal spreekt. Een taal creëert een “universum”, en dus creëren afzonderlijke talen ook aparte werelden, eigen aan de mensen die deze taal spreken. En daarenboven heeft iedereen ook nog een stukje eigen taaltje en haar/zijn eigen wereldje. Deze verschillen in gehanteerde talen of taaltjes zijn vanzelfsprekend niet bevorderlijk voor de verstandhouding tussen mensen of groepen mensen die niet dezelfde taal aanwenden om zich te uiten. Tevens zijn niet alle vormen, “toestanden” of processen die we waarnemen of onderkennen, even klaar en duidelijk. Sommige zijn wazig en missen elk saillant reliëf, anderen ontberen scherpe contouren. Hun vertaling is dan ook problematisch en mensen kunnen ze elk op een eigen bijzondere en aparte wijze benoemen of omschrijven. In al deze gevallen kunnen disputen, meningsverschillen en bittere conflicten optreden, waarbij het vloeien van bloed niet altijd is uitgesloten. Zeker despotische en dictatoriale machthebbers of machtselites houden eraan dat hun “onderdanen” homogeen zijn, m.a.w. dat ze allen op ongeveer dezelfde wijze denken en handelen. Vandaar dat staatsgrepen doorgaans gepaard gaan met een systematische liquidatie of “neutralisering” van andersdenkende potentiële rivalen. Of dat nationalistische en autoritaire regimes streven naar homogeniteit in de samenlevingsrangen door zoiets als een “nationale identiteit” te propageren of op te leggen. Homogeniteit zullen ze dikwijls ook afdwingen door een of andere softe of harde vorm van “etnische zuivering” door te voeren. Een beleid dat de “sociale cohesie” in een samenleving wil opschroeven of deze wil bewaren, is in de praktijk omzeggens steeds een beleid van homogenisering: wie zich niet “bekeert” tot de officieel voorgeschreven (“politieke, “sociale”, “religieuze”, “morele”, …) “identiteit” wordt uitgesloten en desnoods fysiek afgevoerd, zodat alle (overblijvende en als dusdanig erkende) leden van de samenleving “dezelfde taal spreken” en iedereen een “lang en gelukkig” leven beschoren is.
1) zelfgemaakte ‘mukluks’, eskimolaarzen. Met meerdere wollen sokken, bankstellen leer en rendiervacht. Herten haren zijn hol en daardoor extra isolerend en breekbaar. Let op als je zelf ooit van plan bent om een rendiervacht te kopen; Ze vallen dus allemaal gigantisch uit. Ik dacht dat dat buiten wel kon. En met die hoeveelheid haren blijft er genoeg over.
Tijd om terug te keren naar het stadscentrum. Ook hier weer een bruidspaar. Ditmaal bij het standbeeld van Antony Bredov bij de ingang van het stadium aan de Prospect Lenina. Bredov is een Sovjetheld die zichzelf en verschillende Nazi’s opblies met een handgranaat, nadat hij zich door hen omsingeld wist. In de binnenstad zien we op meerdere plekken afbeeldingen van Lenin en van de rode vlag met het hamer- en sikkelsymbool ernaast. Aardig is ook het stadswapen met daarin een vis en een boot, dat samen met een stenen uitvoering van een  heldenmedaille (een vijfpuntige ster aan een rood lint) op een gebouw aan het centrale Sovietsky Konstitutsii plein is aangebracht. De medaille wijst erop dat Moermansk het predikaat heldenstad draagt. Dit vanwege de dappere rol die de stad speelde in de Tweede Wereldoorlog.
Het is inmiddels zaterdag. Ik heb dit weekend dienst. Het is niet druk, ik kan dus gewoon op tijd eten. En nu aan een brief aan iedereen werken. Maar om de vloeren in het hele huis te dweilen of de muren in huis te gaan schuren en daarna te gaan schilderen, of de ramen te gaan wassen, daarvoor is de rust tussen de verschillende oproepen te kort. De was doen, dat kan nog net. Maar dan is er zo ineens weer een probleem op de verloskamer of een spoedoperatie. Dat weet je nooit. We wachten maar af.
Een simplistische antikapitalistische maatschappijvisie, zoals Hans Schnitzler deze zonder verdere uitleg en zonder enige nuance hanteert, beschouw ik ergens als bijzonder gevaarlijk. Ze kan in een meer extreme vorm uitmonden in een puur neo-stalinisme en een letterlijke dictatuur van wie weet welk “proletariaat”. Geen twijfel aan: ik vrees en ben ervan overtuigd dat indien dit soort meer extreme lieden aan de macht zouden komen, onze gevangenissen wellicht dubbel zo overbevolkt zouden zijn. Plus een ganse reeks eigentijdse Goelags en heropvoedingskampen van Oostende tot Luik en van Antwerpen tot Aarlen. Een dergelijk slordig geformuleerde en simplistische analyse van het hedendaags kapitalisme gaat uiteraard veel verder dan de visies van iemand zoals Hans Schnitzler, zij het dat hij vasthoudt aan een soort pseudo-marxistische analysemethode.Zelf ben ik inhoudelijk altijd trouw gebleven aan het socialistische en sociaaldemocratische gedachtengoed. Over de nijpende problemen van het socialisme/sociaaldemocratie om zichzelf een toekomst te verzekeren zal ik het hebben in het volgende hoofdstuk. Al heb ik ernstige bedenkingen bij het volgens mij incoherent beleid en het softe programma van de meeste Europese socialistische en sociaaldemocratische partijen. Maar met veel aanleg voor activisme en militantisme ben ik nooit begiftigd geweest. Daarvoor kan ik de zaken en hun logica vanuit te veel diverse en zelfs tegengestelde perspectieven en uitganspunten begrijpen, zij het deze doorgaans niet goedkeur. En Shakespeare’s Hamlet leert ons dat teveel nadenken en teveel weten resulteren in een onvermogen om te handelen (3). Ik reken mij, omwille van mijn afkomst en sociale achtergrond, tot het soort intellectuelen die geen probleem hebben met het aanvoelen van de aparte cultuur en kijk op de wereld van gewone arbeiders en gewone mensen. Ik heb doorgaans weinig moeite om de logica van die cultuur op haar intrinsieke waarde te appreciëren. De traditionele eigengereide en collectief beleefde arbeiderscultuur (incluis de camaraderie in de vrije tijd) is evenwel grotendeels verdwenen. De econoom en journalist Paul Mason heeft daar een plausibele verklaring voor: tijdens de WO II werden de meeste mensen die de arbeiderscultuur vertegenwoordigden, gewoon weggemaaid (4).
De wetenschapper Darwin had hierop een heel andere kijk. Ook als grondlegger van de evolutieleer beweerde hij dat alle levensvormen op aarde gemeenschappelijke voorouders hebben. Een soort kan maar overleven wanneer het zich weet aan te passen aan de leef-omstandigheden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *