“beste zombie overlevingsuitrusting dagelijks draag overlevingsuitrusting”

Ik zat in een van de achterste coupés. Het geluk van platzak te zijn. De voorste coupés waren samengeperst schroot, Marsiaanse dieren incluis. Eén blik door het raam was genoeg om daar vrij zeker van te zijn. Bij ons viel het, daarmee vergeleken tenminste, nog mee. Het monorailstel hing scheef, de vloer helde helemaal naar rechts, en uiteindelijk hingen we toch nog op de rail, vastgehouden door de andere treinstellen voor en achter ons. Er waren gaslekken, de giftige atmosfeer drong langzaamaan naar binnen, er waren gewonden, er was bloed, er was gejammer en gesnik en wat deed Jonas Grimpeerd? Zijn pak afvegen, een gasmasker opzetten, en hooghartig om zich heen kijken. Het lef van een eerste­klasser die per ongeluk het geluk had in tweede klas te belanden, en daarmee zijn leven gered zag.
Mijn strot werd dichtgeknepen en ik zakte naar mijn keel klauwend op mijn knieën. Het vuurwapen plofte in het zand. Nutteloos. Ik had tenminste nog de tegen­woordigheid van geest om vervolgens naar het masker in Jonas’ klauwen te grijpen. Hij danste opzij, met grijnzende tanden en een hongerige, wraakzuchtige blik.
De grootste vijand van de liefde is de begeerte. Als mensen die de liefde bedrijven gehecht raken en elkaar willen bezitten, begint de ellende: je bent geen sexobject noch een vervanging voor de ouders, noch een hondje om aan de lijn te houden. Niettemin horen liefde en trouw bij elkaar. Integer blijven is de grootste uitdaging en om dit te bereiken moet de filosofie van als maar meer worden uitgebannen. Wees gelukkig met wat je hebt is het beste recept voor de liefde: je werkgever kan er een hekel aan hebben, de economie kan het verachten, de lust kan ervan walgen, maar iedereen weet dat gelukkig zijn de dingen dingen accepteren zoals ze zijn is. Natuurlijk is het niet realistisch in een roze wereld te leven de hele dag. Je moet de uitdaging aanvaarden etc. Maar dat is werk. De grondvesting van de liefde kan niet gemist worden. Als de werker de dienstknecht van de begeerte wordt, alleen uit op roem, kapitaal, kennis, macht, onthechting en schoonheid (afb.), wordt zijn leven een leugen. Begoocheld door de weelde van het goddelijke verlangt en begeert de arme ziel naar hartelust de ziel-afhankelijke geest van matiging, bescheidenheid, aardig en gezellig zijn vergetend, altijd denkend dat mensen houden minder belangrijk is dan ze op te offeren vanwege wat geld (wat kost een gebroken vaas?) of sex (wat is de urgentie?). Materiëel leven kan worden omschreven als het geloof in sex en geld., terwijl het echte van de mens slechts één omschrijving kent: liefde. Of er nu sex is of niet, geld of niet, als de liefde niet sterker is dan die twee, heeft men gefaald in de loyaliteit aan het ware zelf en is men aldus een levende leugen geworden. De ware moeilijkheid van de begeerte is de verslavende subculturele realiteit ervan. Eens een dief altijd een dief is niet iets van de veroordelende samenleving, maar iets van van de persoon zelf. Het vermogen missend zichzelf te corrigeren holt men van slechte trots naar ergere valsheid bergafwaarts gaande. Zoals eerder gezegd: zelfcorrectie is de essentie van het biologisch bestaan: geen aktie kan zonder worden gecoördineerd. Dit is niet anders naar het grotere van het leven of de mensheid. Dit vermogen missen is de oorzaak van alle neergang. Struikelen en vallen is heel normaal en bijna een levenslust. Religies In het bijzonder concentreren zich op het weer op staan niet bang zijnde voor een andere val. Politiek en wetenschap proberen te vergeven door de zwakheid te negeren het doel van de aktie als belangrijker voorstellend dan de manier waarop men het bereikt. Het is in feite hetzelfde principe van vergeven. Religie vergeeft in naam van God, de andere twee in naam van de toewijding. Het doel dat de middelen heiligt kan een snel en profijtelijk effect opleveren terwijl de religieuze behandeling nooit zo ver zou kunnen reiken. Ervan houdend dat beide manieren o.k. zijn, is het niet verboden een beetje gevaarlijker te leven. De gemeenschappelijke basis van de drie is een gewetensvolle bekentenis te leven wat er ook mis moge gaan. Aldus is de echte persoon filognostisch getrouwd met de orde bekennend: zonder leugens en bedrog ben ik helpen en delen toegewijd, zo waarlijk helpe mij God almachtig.  
Ik projecteerde mijn angst en boosheid zowel op dat akelige huis als op de mensen in dat stomme dorp waar we terecht waren gekomen. Waar iedereen elkaar kende en familie van elkaar was. Wist ik veel dat mijn wanhopige gedachten en gevoelens te maken hadden met mijn voorgeschiedenis.
Eigenlijk zou er geen commentaar moeten zijn op deze regel. Het is juist het verlangen voortdurend te sleutelen aan de regels waardoor we in moeilijkheden komen. Maar de tijden veranderen, niet alleen deze eeuw, maar voor eeuwig. Regels moeten worden aangepast en wij moeten ons aanpassen aan de regels. Dit is onvermijdelijk. We kunnen niet alles vastleggen en dan verwachten dat het eeuwig zo zal blijven. Na ieder schilderij zal er weer een nieuw schilderij zijn. Na iedere Bijbel een nieuw verhaal van heiligheid etc. Het leven gaat verder en de ziekte waar de mensheid aan lijdt schijnt meer te bestaan uit weerstand tegen verandering dan uit het lijden onder de dynamiek van de materiële vorm. Van belang is hier enige loyaliteit te tonen aan de nalatenschap van wet en orde. Het is goedkoop een rebel te zijn en tegen alles wat van ‘het systeem’ is in te gaan. Nee zeggen is gemakkelijk, ja zeggen ietwat moeilijker. In de natuur is uitbreiding en differentiatie een normale zaak. Het is de kunst je ziel niet te verliezen; de herinnering aan datgene waaraan men toevoegde te behouden. Verbonden te blijven is de opdracht, aan welke noviteit we ons ook wagen. De televisie van de twintigste eeuw b.v. is als een snelle droom: wat herinneren we ons als we voor onszelf opkomen?
Doordat Schnitzler zijn analyse, zoals reeds aangehaald, toespitst op 2 problematische punten kan zijn morele eindconclusie niet anders luiden dan een oproep tot “verzet en opstand”, m.a.w. het stimuleren van initiatieven om ICT bij te sturen zodat zij meer op mensenmaat gesneden is. Die 2 problematische punten zijn: 1) de transparantie van ICT die leidt tot een verlies aan echt doorleefde ervaring van de dingen en die al hun affectieve en emotionele verschillen afvlakt; 2) de inbreuk op onze privacy en het verdwijnen van de scheidingslijn tussen privé en publiek. ICT kadert dan in een kapitalistisch systeem dat de vorm aangenomen heeft van een doorgeslagen consumptiemaatschappij, een cliché dat als het ware bij definitie negatieve connotaties oproept.
‘Goed nieuws,’ beaamde Maria. ‘Zullen we naar binnen gaan? Jacob heeft een voorraadje thee gescoord in een verborgen kelder in Wasberg, twee­honderd jaar oude Darjeeling, vacuümverpakt. En Gerard heeft je gemist.’
Aristoteles, de grote Griekse filosoof van de 4de eeuw v. Chr., wist al dat wat ons mensen van de andere levensvormen onderscheidt, is dat wij bovenop het onderscheid tussen lust en pijn ook nog het onderscheid tussen Goed en Kwaad, Recht en Onrecht kennen. De tegenwoordige neuropsychologie en neurobiologie analyseren in grote lijnen onze gevoelens (of beter onze hersenen) terug in termen van lust en pijn en ze bestuderen ons in hun laboratoria als een zoogdier, op basis van experimenten met andere zoogdieren. Gevoelens van goedheid en rechtvaardigheid zijn die hersenwetenschappen omzeggens totaal vreemd. De cognitieve gedragstherapie die aan deze wetenschappen is gekoppeld, maakt ons wijs dat gedachten die niet passen bij een eindresultaat van een in wezen dierlijk welbehagen (zoals ‘ik denk dat ik dat niet kan’, ‘ik schaam me daarvoor’, e.d.) niet meer zijn dan ‘cognitieve distorsies’, redeneringsmisvormingen, het resultaat van een verkeerde ‘berekening’ van de informatie die ons bereikt. Je schamen, verlegen zijn, blozen, rood aanlopen van woede: het is allemaal uit den boze, het hoort niet. Worden we, door al deze dingen als ongepast te beschouwen, ook niet on-menselijk? Verschralen onze mogelijkheden niet tot een niveau waar er in elke situatie maar één keuzemogelijkheid meer is, en dus eigenlijk geen meer (want keuze veronderstelt altijd minstens twee alternatieven)? Wordt elk alternatief niet verdacht gemaakt, hetzij pathologisch verklaard, afgedaan als een ziekte of stoornis, hetzij gecriminaliseerd, tot misdrijf vernederd? Zodat wij allen onder toezicht van bewakers moeten worden geplaatst tot de deskundige dokters, gedragsingenieurs en orthopedagogen oplappen wat nog oplapbaar is en wat dat niet is naar allerhande vergeetputten afvoeren.
Twee bendeleden stappen de dubbele glazen deuren uit. Door de glazen pui had ik ze niet gezien; nu pas merk ik de gekantelde tafels op die binnen zowel een verdedigingsbarrière als een schuilplaats vormen. Ik herken de kale met de baard: Paul? Ze dragen wat nog het meest op dikke lompe geweren lijkt, met slangen verbonden met de logge tanks op hun rug.
drie kaarsen staan voor de drie-eenheid van Geest, Ziel en Lichaam. De slang is een symbool voor het innerlijk verlichtende Kundalinivuur. Deze slang kronkelt rond de drie kaarsen en transformeert de drieledigheid van Lichaam, Ziel en Geest.
Signalen: Probeer op zoveel mogelijk manieren de aandacht te trekken van reddingswerkers. Drie bundels takken klaar zetten in een driehoek, klaar om in brand te steken is een van de beste manieren om aandacht te trekken. Het vuur zal ’s nachts van heel ver zichtbaar zijn en overdag kan je er groene bladeren en takken op gooien om rookontwikkeling te verkrijgen. Takken of stenen gebruiken om een boodschap te maken op de grond is ook een mogelijkheid. Hou er rekening mee dat je bij deze manier van signalisatie de boodschap groot genoeg maakt (minimum 10 meter). Probeer stenen te gebruiken die een lichte kleur hebben, zodat ze in contrast zijn met de ondergrond van het bos. Wanneer je een boodschap op de grond tekent of legt moet je ervoor zorgen dat je de boodschap zo eenvoudig mogelijk houd.(SOS)
Gegevens verzameld aan het begin van een klinische studie voor alle deelnemers en voor elke groep arm of vergelijking. Deze gegevens omvatten bevolkingssamenstelling, zoals leeftijd, geslacht en studie-specifieke maatregelen (bijvoorbeeld de systolische bloeddruk, voorafgaande antidepressivum behandeling).
Orestes is in de Griekse mythologie de zoon van Agamemnon (koning van Mycene en opperbevelhebber van de Grieken in de Trojaanse oorlog) en Clytaemnestra. Bij zijn terugkomst uit Troje wordt Agamemnon door Clytaemnestra en haar minnaar Aegisthos vermoord. Orestes zelf wordt door zijn zuster Elektra in veiligheid gebracht. jaar later keert Orestes naar Mycene terug, samen met zijn vriend Pylades. Samen nemen zij wraak op de moordenaars van Orestes’ vader. Als moedermoordenaar wordt Orestes nu door de Erinyen, de wraakgodinnen, achtervolgd. Athena, godin van de wijsheid, brengt de zaak voor de rechtbank van de Areopagos, een soort hooggerechtshof. De Erinyen klagen Orestes aan en de god Apollo verdedigt hem. Orestes voert aan dat de Erinyen niet hem maar zijn moeder moeten belagen want zij heeft op Agamemnon eigenlijk een dubbele moord gepleegd: hij was én vader én echtgenoot. De Erinyen repliceren: ‘Er is geen bloedverwantschap met de man die zij dood sloeg’. De Erinyen houden zich immers enkel op met misdaden tegen bloedverwanten (wat moederrecht impliceert, want het vaderschap is nooit zeker). De moord van Clytaemnestra is in die zin verzoenbaar en goed te maken en moet dus niet gewroken worden, in tegenstelling tot de moedermoord van Orestes. Uiteindelijk stemmen de Areopagieten: de stemmen voor vrijspraak en de stemmen voor veroordeling staken. Athena brengt dan als voorzitter van de rechtbank haar stem uit en spreekt Orestes vrij. Het vaderrecht heeft gezegevierd. De Erinyen leggen zich bij hun nederlaag neer en aanvaarden een nieuw ambt: zij worden de Eumeniden, de Welgezinden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *