“beste survival uitrusting te hebben overlevingsuitrusting voor metalen uitrusting”

Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik weet niet wat ik ben. Dood niet, denk ik. Helaas.’ Hij gooide zijn lege heup­flacon op de rails en keek vervolgens om zich heen. ‘Maar ik vraag me af waar we nu zijn. En waar de trein is gebleven.’ Het spoor was inderdaad leeg.
Het complex van symptomen dat in meer of mindere mate valt waar te nemen bij mensen die slachtoffer waren van geweld of andere schokkende gebeurtenissen, heeft de naam van post-traumatisch stressstoornis gekregen.
En er liggen nog twee vrouwen die misschien nog een curettage nodig zullen hebben wanneer ze blijven vloeien. Maar de steriliteit is niet maximaal hier en dan is het het mooiste wanneer de vrouw op de natuurlijke manier het proces van een miskraam doorloopt.
Een simplistische antikapitalistische maatschappijvisie, zoals Hans Schnitzler deze zonder verdere uitleg en zonder enige nuance hanteert, beschouw ik ergens als bijzonder gevaarlijk. Ze kan in een meer extreme vorm uitmonden in een puur neo-stalinisme en een letterlijke dictatuur van wie weet welk “proletariaat”. Geen twijfel aan: ik vrees en ben ervan overtuigd dat indien dit soort meer extreme lieden aan de macht zouden komen, onze gevangenissen wellicht dubbel zo overbevolkt zouden zijn. Plus een ganse reeks eigentijdse Goelags en heropvoedingskampen van Oostende tot Luik en van Antwerpen tot Aarlen. Een dergelijk slordig geformuleerde en simplistische analyse van het hedendaags kapitalisme gaat uiteraard veel verder dan de visies van iemand zoals Hans Schnitzler, zij het dat hij vasthoudt aan een soort pseudo-marxistische analysemethode.Zelf ben ik inhoudelijk altijd trouw gebleven aan het socialistische en sociaaldemocratische gedachtengoed. Over de nijpende problemen van het socialisme/sociaaldemocratie om zichzelf een toekomst te verzekeren zal ik het hebben in het volgende hoofdstuk. Al heb ik ernstige bedenkingen bij het volgens mij incoherent beleid en het softe programma van de meeste Europese socialistische en sociaaldemocratische partijen. Maar met veel aanleg voor activisme en militantisme ben ik nooit begiftigd geweest. Daarvoor kan ik de zaken en hun logica vanuit te veel diverse en zelfs tegengestelde perspectieven en uitganspunten begrijpen, zij het deze doorgaans niet goedkeur. En Shakespeare’s Hamlet leert ons dat teveel nadenken en teveel weten resulteren in een onvermogen om te handelen (3). Ik reken mij, omwille van mijn afkomst en sociale achtergrond, tot het soort intellectuelen die geen probleem hebben met het aanvoelen van de aparte cultuur en kijk op de wereld van gewone arbeiders en gewone mensen. Ik heb doorgaans weinig moeite om de logica van die cultuur op haar intrinsieke waarde te appreciëren. De traditionele eigengereide en collectief beleefde arbeiderscultuur (incluis de camaraderie in de vrije tijd) is evenwel grotendeels verdwenen. De econoom en journalist Paul Mason heeft daar een plausibele verklaring voor: tijdens de WO II werden de meeste mensen die de arbeiderscultuur vertegenwoordigden, gewoon weggemaaid (4).
Nog eentje apart voor een eigen kamer in de inrichting, Arnon Grunberg deze man is zo gestoord als maar kan en moet echt apart worden behandeld om enige kans op genezing te hebben. Lees zijn stukken op de voorpagina van de Volkskrant maar eens, de man vindt zichzelf de humanist van de eeuw en heeft een lading vooroordelen waar zelfs de grootste fascist jaloers op kan zijn.
Dikke betonnen pijlers ondersteunden een hoog dak en tussen de pijlers waren tientallen kantoortjes aangelegd rond een centrale glazen koepel. Overal waar hij keek zag hij het Philipslogo tevoorschijn komen. Dit moet het zijn, het kan niet anders, dacht Harrald. Opgewonden daalde hij de trappen naar de werkvloer af. Overal waar hij kwam werd het licht helderder en de gloed van de lampen warmer. Harrald vermoedde een automatisch systeem. Veel beter dan de kaarsen en fakkels in het oude klooster.
Tien minuten later stonden ze in de inkomhal. Daar­voor waren ze nog een keer rond het gebouw gelopen, op zoek naar de ingang die door de serie­moordenaar gebruikt werd, maar ze hadden niets gevonden. Daarom hadden ze een spaanplaat losge­wrikt en waren ze door de spleet naar binnen geglipt. Het schemerde in de inkomhal. De elektriciteit was al lang afgesloten, maar een smalle reep maanlicht viel door een gebroken venster naar binnen. Zohra en Lieven hadden hun hoofd­lampjes voorlopig niet nodig.
Uiteraard wil ik niet insinueren dat alle misdaden gelinkt zijn aan sociale ongelijkheid: kruimeldiefstallen kunnen veelal in verband worden gebracht met de sociale levensvoorwaarden van de delinquenten, maar bij zaken als een passionele moord ligt dit al veel minder voor de hand. Meer fundamenteel is de kwestie of sociaal-economische achterstand als een excuus kan gelden voor het plegen van misdaden. In psychoanalytische termen gesteld: vervalt de ‘wet van de vader’ (de tien geboden, de universele mensenrechten, enz.) voor mensen die van kleins af in miserie en ellende moeten opgroeien? Hebben zij het recht een ander fysiek te kwetsen en desnoods te doden omdat zij niet in de eigen basisbehoeften kunnen voldoen? Wij moeten wel vaststellen dat deze mensen dikwijls de facto dat recht nemen. Althans sommigen eigenen zich dat recht toe. Dat moeten dan de ‘rotte appels’ zijn.
‘Tot u spreekt monorailtransportmiddel van de Arabia Terra Mijn­bouwmaatschappij. Mijn naam is Casanova. Hartelijk welkom op de interkrater­verbin­ding met de Bequerelkrater. Ik zal u met plezier door de vlakten van Arabia Terra naar de nieuwe kraterstad voeren en onderweg aan al uw wensen voldoen.’ Casanova leuterde nog een eind door over zijn perfecte kwaliteiten en luxe, over de virtuele ruimtes aan boord die in alle dromen konden voorzien, zelfs de meest ranzige, en ten slotte over het goede eten dat in zijn inwendige keukens werd gegaard (deliciejeuze-dienééé-meneer), maar ik luisterde niet verder.
Je plannen veranderen middenin en gaan in een volledig andere richting. Je ziel brengt je energie in evenwicht. Het voel meestal FANTASTISCH in deze nieuwe richting gezien je ziel meer weet dan jij! Het breekt je “spoor” keuzes en vibratie.
Ik keek om me heen en controleerde mijn sensor­gegevens. Ik was in een groot, oud fabrieks­gebouw. Het was verschrikkelijk: mijn verdriets­parameter groeide weer. Mijn walgingsparameter ook. Spinnenwebben en stof overal. Het tochtte door gebroken ruiten heen. Overal om me heen stonden oude machines weg te roesten. De betonnen vloer was bedekt met stof, metaal­spanen en plassen olie en roestwater. Overal kroop ongedierte: spinnen, kakker­lakken, muizen, ratten… Hun poep en pies bedekte zelfs de plek waar ik stond.
‘Dit is nu het gevaar wanneer ondeskundigen zich met theologische kwesties bezighouden,’ zei de monnik Urendel. ‘Spraakverwarring en gewauwel liggen op de loer. De heidenen aanbidden niets dan leugen­achtige afgoden en demonen. Maar wanneer wij christenen een kaarsje branden voor Sint-Muirgen, dan doen wij dit niet om de heilige meermin zelf te aanbidden, maar via haar uitsluitend de Almachtige en Zijn wonder­werken. Muirgen is zonder Zijn genade niets!’ Zijn gemelijke ogen blonken in het zwakke licht van de vetlamp, en de haren van zijn dunne baard leken zelf wel op de grijze wieren die Muirgens zeevolkje tot voedsel diende.
Algemene verzorgingstips voor je Engelse Stafford We houden allemaal van onze Staffordshire Bull Terrier en willen hem het beste geven. Een goede verzorging houdt dan ook niet op bij de juiste opvoeding en een goede training. We willen graag het één en ander vertellen over de lichamelijke verzorging van je Staffordshire Bull Terrier. Zodat je ook op die manier kunt werken aan de gezondheid en het welzijn van je Engelse Stafford. Hieronder volgt een overzicht van dagelijks te controleren punten van verzorging.
Dit beeld wil ik vasthouden, dacht hij. Sal op de kade, Delft sluimerend in de ochtendschemer, en de wilde, juichende kleurenrijkdom van de opkomende zon. Laat dit het laatste zijn wat ik zie. Laat me dit vasthouden. Laat m
Als jij ooit een gevecht meegemaakt had met vijf bv groenlandhonden of twee kaukasische herders enz. en je had er met je twee handen, in vol vertrouwen van jouw theorie, tussen lopen zwaaien; had je nu niet met diezelfde handen hier op dit forum geantwoord.
Ze werd er eigenlijk knettergek van, want de getypte stapels die hij produceerde moesten altijd weer omge­zet worden tot iets digitaals. Daar kwam zij om de hoek kijken – ze zette zijn bergen papier om tot digitale bestanden en fungeerde daardoor meteen als zijn eerste proeflezer. Naast haar dagelijkse kantoorbaan was het veel werk. Hoewel het digita­liseren van het verhaal niet haar grootste hobby was, genoot ze wel van het redigeren. Het voelde als een privilege om de eerste te zijn die een kijkje mocht nemen in zijn zielenroerselen. Net zoals ze het geweldig had gevon­den om mee te gaan op de reizen die hij ondernam. Hij geloofde heilig in het zelf onderzoeken van bronnen – het zelf voelen, ruiken, waar­nemen.
1. de voedingsgewoonten van deze stammen waren afgestemd op vlees en er was dan ook geen incentive die hen ertoe bracht oog te hebben voor nieuwe vormen van plantaardig voedsel of voor een planmatige productie van dat plantaardig voedsel. Vermoedelijk hebben deze geweldige jagers zich later, in het tijdperk van landbouw en veeteelt, ontpopt tot gewelddadige ruitervolkeren die stammen die van landbouw en veeteelt leefden, genadeloos plunderden (de Scythen, de Hunnen, de Mongolen).
Planten hebben vooralsnog geen rechten, al zijn sommige met uitsterven bedreigde soorten “beschermd”. Insecten hebben, op de bijen na, ook geen rechten. Ik herinner me dat wij als kind in het wrede West-Vlaanderen van de jaren 1950 vliegen de vleugels afrukten om ze dan op tafel rondjes te laten lopen. Daarvoor zal je vandaag ook nog altijd niet voor de rechter moeten verschijnen. Zelfs sommige voorwerpen hebben rechten: met de Mona Lisa of de Venus van Milo moet je voorzichtig zijn. Ook parkeermeters mishandelen kan je duur te staan komen. Grassprietjes hebben geen rechten: je mag ze uit de grond rukken, op de stengels zuigen en bijten, al wat je maar wil. Het tapijt in mijn woonkamer heeft ook geen rechten: verknip ik het in duizend stukken en zet het in vuilniszakken op straat, niemand heeft daar zaken mee.
Bij het vallen van de avond was de muurschildering af. Net zoals het monster was de hemel een explosie van kleuren. De ondergaande zon bloedde in onheil­spellende tinten langs de randen van een onweerswolk. Een sterke wind was komen opzetten. Zohra en Lieven keken beiden naar de lucht. ‘Gelukkig is de verf al droog,’ zei ze. De kristallen waren bijna uitgewerkt. Ze wist dat de klop elk moment kon komen. Dan zou ze zich slap en ziek voelen, maar ze had tenminste een rustige plaats om te slapen.
SAR Safety training voor Reddingsbrigade Paal 13 bij de firma DHTC in Den Helder. De cursusmiddag begon met een theorieles waarbij ingegaan werd op de overlevingsuitrusting en reddingsmiddelen aan boord van een schip, overlevingstechnieken, de gevaren en risico’s van onderkoeling en het varen van zoekpatronen.
Een boek (of film, etc.) is pas een boek die naam waardig, wanneer je bij de tweede lezing, en zelfs de derde etc., de indruk krijgt iets te lezen dat je nog nooit eerder of ergens anders gelezen hebt. Anders is het geen boek maar een databank.
De geldautomaten in Bawku hebben het een periode niet gedaan, maar nu werken ze weer. Ik heb gisteren een tweedehandse magnetron gekocht en een tweedehandse elektrische waterkoker. Ze doen het allebei. Van de magnetron was het een heel gezoek voordat ik wist hoe ik het ding aan de gang kon krijgen. Ik kon op internet geen gebruiksaanwijzing vinden. Een moment wanhoopte ik er al aan of de magnetron het wel deed, maar hij doet het toch goed. De waterkoker kookt het water zoveel sneller dan de fluitketel op gas dat het weer meer aanlokkelijk wordt om “even vlug” wat af te wassen met heet water. Ik liet anders de afwas wel eens een dag of drie staan. Zeker nu de muis die hier woonde dood is. De muizenval staat in de aanslag met lekkere pindakaas, maar gelukkig is er geen muis meer. Gekko’s lusten blijkbaar geen pindakaas, want die lopen gewoon rond hier en lopen niet in de val.
Op de kinderafdeling lag het de afgelopen weken namelijk aardig vol door een epidemie van braken, daarna diarree, en tegelijk hoesten en koorts. Zonder antibiotica gaat het na een dag of vijf weer over, maar je moet wel alert zijn op ernstige uitdroging. Daaraan is helaas één kind overleden, nadat vier uren, aanvankelijk vergeefs, was geprobeerd een infuus in te brengen. Toen het infuus er in zat was het kind een half uur later toch ineens dood. Het was daarvoor niet ondervoed. Heel erg.
Berend keek van het verband om Willems hand, waar aan de bovenkant een klein streepje donkkerrood opbloeide, naar zijn eigen vingers, die zenuwachtig aan elkaar pulkten. ‘Wanneer kom je weer terug in de slagerij?’
Waarom en hoe landbouw en veeteelt precies zijn ontstaan weten we niet. We kunnen hier ook onmogelijk de situatiespecifieke ontwikkelingen in hun buitengewone verscheidenheid schetsen. Zo bijvoorbeeld blijken de eerste nederzettingen aan de Nijl nog van semi-nomadische aard: de nederzettingen werden slechts in de lente en de zomer bewoond. Onze schets die volgt heeft dus een uitgesproken ideaal-typisch karakter. We kunnen slechts enkele facetten van de agrarische en de ermee verbonden stedelijke cultuur in beeld brengen. Het gaat ons om de lijn die moet uitmonden in de psychische structuur waarop de onze zich heeft geënt. Mogelijk hebben verdere klimaatswisselingen zoals de woestijnvorming in de savannes van Afrika en het Midden-Oosten, de landbouw volle kansen gegeven, zoals het zich later ook verbreidde in West-Europa waar open jachtgronden in wouden overgingen. Hoe dan ook was sedentarisatie, het wonen op min of meer vaste woonplaatsen, een min of meer noodzakelijke voorwaarde voor systematische landbouw en veeteelt. Alleen dan kon men in de natuur regelmatigheden gaan ontdekken in de groei van welbepaalde planten en dieren. De gemeenschappen die landbouw en veeteelt gingen beoefenen, mochten niet verzadigd zijn noch bitter arm. Ze moesten een bepaalde relatieve ontbering lijden die hen ertoe bracht oog te hebben voor nieuwe mogelijkheden, maar ze mochten niet aan de rand van het uitsterven staan en zo uitgeput en krachteloos zijn geweest dat ze niet meer konden reageren. Bovendien gaven landbouw en veeteelt geen onmiddellijk resultaat: dit impliceerde dat men over voldoende traditionele levensmiddelen beschikte om die tijdspanne van het agriculturele resultaat te overbruggen. De levenswijze van de eerste landbouwgemeenschappen moest dus voldoende energetische ruimte bieden opdat men creatief zou kunnen omgaan met de geobserveerde natuurlijke regelmatigheden. De mensen moesten inderdaad voldoende voedsel hebben om in staat te zijn bepaalde zaden of dieren niet onmiddellijk op te eten maar ze te offeren in de vorm van zaaigoed of fokbeesten. Zo moet men rond 10.000 v. Chr. interesse hebben betoond voor vroeger versmaad voedsel zoals bepaalde knollen en moet men hebben vastgesteld dat uit niet opgegeten zaden van bepaalde wilde grassoorten (graangewassen dus) nieuwe planten te voorschijn kwamen. De veeteelt van zijn kant zal geïnspireerd zijn geweest door de domesticatie van de hond die reeds rond 15.000 v. Chr. werd ingezet. Het gebruik van de hond als huisdier zou zijn aanvang hebben genomen in Voor-Indië, met het temmen van de wolvensoort Canis lupus pallipes. Deze hond zal waarschijnlijk aangetrokken zijn geweest door etensresten bij een kampement of een ‘dorp’. Mogelijk ‘hielp’ hij de jagers bij het opruimen van het aas van gedode jachtdieren en leerde de mens er zo mee omgaan en hem rond zich dulden. Op andere plaatsen werd hij als voedsel genuttigd, nu nog steeds in China. Vooral gingen de mensen de hond waarderen wanneer hij bleek door zijn waakzaamheid te waarschuwen voor dreigend gevaar. Verder was hij in staat kuddes een bepaalde richting op te jagen, zodat hij kon ingezet worden bij de jacht en later bij het hoeden van de kudden. Tenslotte bleek de hond bijzonder vatbaar voor dressuur. Hij kon derhalve voor diverse functies worden aangewend.
‘Oh, mama…’ Ik zat op mijn bedrand en keek naar haar op. Mijn laatste kleren verdwenen net in mijn plunjezak. We hadden het de afgelopen weken talloze keren hierover gehad, ze wist dat ik toch zou gaan. ‘Als ik terug ben, gaan we anderhalf jaar op vakantie, goed?’
Lars schudde zijn hoofd. ‘Ik wil dat je er bent als ze terugkeert. Ik overleef nog wel een paar uitzettingen, wij hebben samen nog zeker drie heerlijke verloven voor de boeg.’ Hij maakte een spierbal. ‘Wij worden oud.’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *