“beste plek om overlevingsuitrusting te kopen wandelende dode weg om te overleven zeldzame uitrusting”

4. William Casebeer & Patricia Churchland “The neural mechanisms of moral cognition: a mulitple-aspect approach to moral judgment and decision-making.”, Biology and Philosophy, 2003, vol.18, 1, p.169–194.
In het bijzonder dacht ik bij de neergang van “alles moet kunnen etc” aan ons tegenwoordig gebruik van de openbare ruimte. Het is de laatste 50 jaar meer en meer gewoonte geworden om de publieke ruimte te gebruiken voor persoonlijke profilering en die ruimte te bezetten met de uitvergroting van uitingen die voorheen als privé werden beschouwd of die eigen waren aan besloten ruimten (de historische roots van deze “gewoonte” werden ook al reeds jaren geleden haarfijn uit de doeken gedaan in: Richard Sennett “The Fall of Public Man.” New York, Alfred A. Knopf, 1977). Meer nadrukkelijk is deze trend gaan triomferen sinds het mythische fenomeen dat (Parijs) Mei 68 heet. Post-Mei 68 dus! Ik heb altijd zeer sceptisch gestaan tegenover het per definitie “progressief” karakter van niet zozeer Mei 68 zelf, maar vooral van haar nageboortes. Al heel lang geleden is het tot me doorgedrongen dat, ondanks meer dan al mijn sympathie en medeplichtigheid, Mei 68 een medaille met een keerzijde was. Een zaak van een nieuwe elite of een eigentijds soort “nouveaux riches”. (Post)Mei 68 vat ik eigenlijk reeds meer dan 25 jaar als het begin van het “neoliberalisme” en van het “hyperindividualisme”, met een manifeste terugkeer naar het ophemelen van sociale ongelijkheid, in de vorm van “jezelf zijn”, met een diepe minachting voor “gewone mensen”, klootjesvolk, Henk & Ingrid, etc. In de vorm van een desnoods excentrieke en louter exhibitionistische ego-profilering. “Verander de wereld, begin bij jezelf!” en bij dat zelf eindigde het (met heel wat voorbedachten rade) ook. Dat een paar jaar geleden Michel Foucault tot uitgelezen neoliberaal werd verheven (Geoffroy de Lagasnerie “La derniere leçon de Michel Foucault: Sur le néolibéralisme, la théorie et la politique.” Paris, Fayard, 2012) was niet bepaald een verrassing te noemen, net zo min als dit met Deleuze & Guattari hun L’Anti-Œdipe uit 1971 is gebeurd. Aan de gans andere kant maakt de Plato-fan en (ex?-)maoïst Alain Badiou nu furore als totalitair “communist” (met verheerlijking van de Terreur en de rest van de bataclan). Ook niet echt een verrassing (zie bv. Joost de Bloois “Badiou.” Amsterdam, Boom, 2013; Alberto Toscano “Fanaticism: On the Uses of an Idea.” London, Verso, 2010). Alle hens aan denk bij Badiou voor een nieuw “Ten Days That Shook the World”, voor het alomvattende Événement (cf. Slavoj Žižek “Event: Philosophy in Transit.”, London, Penguin Books, 2014). Het loopt vast slecht af voor al wie niet bereid is “to kill and to be killed”.
‘Erwin is een goeie jongen,’ vervolgde ze. ‘Jullie zouden hem moeten beschermen tegen die rotzakjes die hem iedere dag weer het bloed onder zijn nagels vandaan halen, in plaats van hierheen te komen om hem van liegen te beschuldigen!’
Drie fabrikanten, Fieseler, Siebel en Messerschmitt schreven hier op in, terwijl Focke Wulf op eigen titel met de gevraagde specificaties een gewaagd experiment opzette voor de bouw van een autogyro (voorloper van de helikopter).
Ze lijkt wel een robot, dacht Harrald. Maar dat is ze ook. Geavanceerd, gebouwd met een doel en op zoek naar informatie. AI, stond in de brief, kunstmatige intelligentie. ‘Ik ben de jongste in het dorp. Meer dan de helft is de vijftig gepasseerd.’
Positieve factoren: humor, wil om te leven, toekomst plannen, vertrouwen hebben in jezelf en in je capaciteiten, zijn een paar van de positieve aspecten die je in staat zullen stellen om mentaal niet in elkaar te storten. Mijn drinkfles is half vol in plaats van half leeg. Een uitdrukking die iedereen wel kent, maar zo een gedachte in een uitzichtloze situatie kan je heel wat hoop geven, en hoop doet leven! Het positief denken begint weer al bij een goede voorbereiding. Als je weet dat je kunt vertrouwen op je capaciteiten omdat je de nodige training gehad hebt of dat je heel wat tijd gestoken hebt in het kiezen van het materiaal in je overlevingskit zul je een goed gevoel hebben wanneer het noodlot toeslaat.
The islamic world is divided against each other like christianity is. In both religions the sword cuts right through the middle. Islam’s main denominations are the “Sunni” and the “Shia”. ISIS is an extreme wing of orthodox Sunni for example. The general Sunni’s are not supporting it. Most muslims are fortunately against ISIS. I knew a lot of muslims throughout my life who were peaceful people, quoting from the Koran : “when you kill one person, you have killed the whole world.” When so many people are trash-talking the islam prematurely as a whole, I want to do justice to their wisdom, for it’s also a weapon against this cancerous tumor in the sense that when an organ (islam) has a tumor, the tumor should be removed, and not the whole organ (as then the whole body would die). In order to remove a tumor from an organ, one needs to have a good understanding of the organ and of the healthy part of the organ.
49. Een managementmodel in de diepteultieme illustratie hoe men zich langs de kennisweg ontwikkelt. Als wedeze weg langs het kennispad volgen, dan komen we volgens Libbrechtin de Rationaliteit terecht. De dualiteit tussen mijzelf en mijn omgevingis hier totaal. Naar bedrijfstermen vertaald is een ISO-gecertificeerdbedrijf perfect in staat zichzelf objectief te beschrijven ten opzichte vanzijn omgeving. Het bedrijf heeft een grote graad van vrijheid ontwikkeld,maar die is zeer doelgericht, met name datgene waarvoor haar processenzijn ingericht. Bedrijven in de rationaliteit zijn perfect geoliede machinesdie effectief en efficiënt hun producten en diensten aan de buitenwereldafleveren. Meteen voelen we hier aan dat in zijn extremiteit geen enkelbedrijf zich volledig rationeel kan positioneren. Mensen zijn immersveel meer dan rationele zoogdieren. Een mens die in een uitsluitend rati-onele context moet opereren, gaat ten onder. Nemen we een kleinextreem, maar tekenend voorbeeld. De meeste bedrijven werken gedu-rende een goeie tien uur per dag. Tussen 8u ’s morgens en pakweg 18u ’savonds situeert zich het gros van het bedrijfsleven (even de ploegarbeidbuiten beschouwing gelaten). Indien we volledig rationeel nadenken,dan kunnen we zeer makkelijk de efficiëntie van een onderneming ver-dubbelen door gewoon de werktijd 24u te maken. Immers, die 14 uurdat er niets gedaan wordt, zelfs geslapen, zijn volslagen nutteloos voorhet doel van de onderneming. Deze redenering in ogenschouw nemend,merken we meteen dat dit niet mogelijk is in bedrijven waar mensenactief zijn (zijn er andere?). Niet alleen vanwege een sociale context,maar puur natuurlijk is de mens niet in staat om 24u 7 op 7 te functio-neren. Rust en recuperatie zijn nodig, om nog maar te zwijgen van deruimte die allerlei vormen van gevoel opeisen. Een goedgehumeurdewerknemer is meer productief dan een slechtgehumeurde. En hij kandaar zeer weinig aan veranderen, ook al is hij het zich bewust.Het kennispad is echter wel de best ontwikkelde weg die een bedrijfmeestal volgt. Bedrijven zweren bij het kennispad. Kennis, cijfers, getal-len, neergeslagen informatie worden als het hoogste goed beschouwd.Medewerkers van bedrijven ondertekenen uitgebreide contracten, waarinstaat dat die medewerkers hun verworven kennis niet voor anderen zul-len aanwenden. In België betalen bedrijven vergoedingen in overeenstem-ming met tot zes maanden salaris om een concurrentiebeding bij hunwerknemers af te dwingen. Aan patenten en octrooien besteden bedrijvensignificante budgetten. Het zijn voorbeelden van het ‘levens’belang datwe hechten aan kennis. De gigantische ontwikkeling van de computerin-dustrie die grotendeels over het beheer van kennis gaat, bevestigt dat ken-nis onze nieuwe religie is. Hele MIS(Management Information Systems)- 39
1. mannen, niet vrouwen, hebben GPA’s voor oorlog op basis van coalitievorming. Het blijkt dat mannen regelmatig hun vechtlust en hun vechterscapaciteiten testen en evalueren. Mannen zijn ook beter uitgerust voor oorlog: ze zijn sterker, kunnen verder en accurater met stenen of speren gooien. We hebben dit aspect reeds besproken bij het ontstaan van de jacht. En we hebben toen ook gezien dat jacht en oorlog inderdaad beide gevormd zijn uit het verjagen van vijanden, dieren of mensen. Verder blijkt uit onderzoek dat mannen meer de neiging hebben coalities te vormen waar vrouwen uitgesloten zijn. En vrouwen worden op de vooravond van een raid dikwijls geweerd, zodat geen seksuele rivaliteit tussen de mannen optreedt (vandaar dat ook voetbalploegen vóór een topmatch in afzondering gaan).
Je wilde niets anders dan dat het moment lang duurde, en waar je mee begonnen was om haar uit te nodigen op de dansvloer, de snelle los van elkaar dans, was al snel veranderd in het verlangen naar een slow dance. De eigenlijke dans in mijn ogen. Haar in jouw armen nemen en genieten van de warmte en nabijheid van haar lichaam.
Gegevens verzameld aan het begin van een klinische studie voor alle deelnemers en voor elke groep arm of vergelijking. Deze gegevens omvatten bevolkingssamenstelling, zoals leeftijd, geslacht en studie-specifieke maatregelen (bijvoorbeeld de systolische bloeddruk, voorafgaande antidepressivum behandeling).
Op het fotootje in de sleutelhanger was het gezicht van een klein jongetje met donkere krulletjes en sprekende ogen. Ze draaide de sleutelhanger om en zag een met de hand geschreven tekst: RIP, mijn liefste jongen. Ze voelde een brok in haar keel en haar ogen brandden. Dus daarom sprong je. Arme vent. Ik wou dat ik je naam wist…
In het bijzonder nadat het eerste van de liefde voorbij is en de sexuele drift is teruggebracht tot zijn normale proporties, kan de liefde veranderen in haar tegendeel. Agressie is het gevolg van frustratie. Denkend dat men bevrijd is van frustraties terwijl men van een liefdesaffaire geniet zal men dezelfde verplichtingen en beperkingen nadien terugvinden. Het beeld van de sexuele hemel is ontleend aan de Hoogste Persoonlijkheid die niemand kan zijn. Sex is ook van God, maar God is niet altijd sex. God kan heel goed zonder enig sexueel gedrag bestaan. Nuchter gesproken is God simpelweg orde en kan geregelde sex heel goed plaats maken voor een geregelde fitnesstraining (ook goed voor het buikje). Zo lang men in orde is, doet het er eigenlijk niet zo toe hoe men die orde respekteert, of men nu een crimineel is die (materiëel) in is, of een rechtgeaarde persoon: fysieke gezondheid is synoniem met in orde zijn (misschien dat de rechtgeaarde persoon in vrijheid iets langer zal leven). Haten is het tegendeel van de liefde: het volgt de liefde als een schaduw en wordt geen plaats gegund elders te verblijven. Van het ene houdend is men geneigd aan het andere een hekel te hebben. Ervan houdend iemand te houden, is men geneigd een hekel te hebben in bezitsdrang. Ervan houdend onafhankelijk te zijn is men geneigd een hekel te hebben aan afhankelijkheids-claims. Ook groepen mensen tesamen kunnen b.v. houden van de kleur van hun huid door eenvoudigweg al het andere te haten. Liefde is geneigd tot valsheid te vervallen een tegendeel van de begeerte hatend, gehecht zijnde aan de manifestatie van het object van de liefde. Derhalve zou men in feite alleen van de ziel moeten houden daar de ziel niet materiëel kan worden gezien. Men kan in het denken zich alleen herinneren hoe men is, was of zou moeten zijn. God zou de Heer kunnen zijn maar het enige visueel zekere over Hem is Zijn in de Tijd aanwezig zijn waarmee hij van vorm verandert. Men mag een zekere interpretatie van orde van de tijd toeschrijven aan het echte van de Tijd (ook de ondoorgrondelijke duur genoemd) maar dat zal altijd ten koste gaan van van een andere schaal van meting. Om niet op hatelijkheid uit te komen is het de vraag welke vorm het best het belang van de ziel zou representeren. Gehechtheid aan het eigen lichaam zal angst voor de dood en ziekte geven terwijl anderen, behalve voor de duur van een opleiding b.v., ook niet in hun vorm kunnen worden vastgehouden. Voor de tijd als een duurzame vorm van God is er het probleem van de representatie: welke representatie geeft het beste idee van uniciteit van het moment? Achterin dit boek wordt een ontwerp gegeven van een klok die slechts na één jaar zijn aanduiding herhaalt in plaats van na één dag zoals met de gebruikelijke klok, de schaal wegdraaiend van de middagaanduiding van de zon overeenkomstig de datum. het is een beetje beter (366 keer) in het differentiëren van het moment* maar ook moeilijker af te lezen zodat eerst moet worden geleerd het te waarderen als een juiste referentie of gemeenschappelijke basis voor iedere andere (in dit ontwerp digitaal aangegeven) vorm van tijdrespekt. Praktisch gesproken mag men zich gelukkig prijzen als de mensheid de oude differentiatie van lokale timing hervindt die er in het begin was van de heerschappij van het uurwerk. Hoe dan ook, bevrijd naar een alternatief begrip van de Tijd kan het niet werkelijk ongedaan worden gemaakt. Reëel gezien kan men alleen maar een ander tijdbegrip toevoegen en niet verwachten dat de oude chaos van de standaardtiming zal verdwijnen. Zo komt men uit op de wetenschappelijke conclusie van een gecomputeriseerde tijd welke een vrije keuze is van tijdbeheer tegenover een geldige (zogenaamde astrarium-) referentie van optimale representatie. De orde van de ziel van deze vorm van God afleidend, geen andere vorm uitgesloten hebbend, mag men verwachten vrij te blijven van hatelijkheid. Op deze manier kan een liefdesaffaire een succes zijn in gedachten houdend dat met de stabiele fixatie op de (vorm kennis en orde van de ) ziel de sexuele band kan worden gewaardeerd, gegeven een afwezigheid van verdringing van alternatieven. 
Dertig mogelijke ontwerpen, zoek de verschillen. Nauw­gezet volgde hij draden en printbanen, telkens afgeleid door het dovende licht van de knijpkat, tot hij nog maar twee keuzes overhad. Een van die keuzes droeg een Philips logo. Harrald grijnsde en identifi­ceerde de draden die het ‘open’ signaal aan de deur gaven. Een minuut later verscheen het groene lichtje en was er een doffe klik.
Het sleutelwoord van de ecologisten van de 21ste eeuw is nu duurzaamheid: een woord dat eigenlijk ook al dadelijk verwijst naar de conservatieve illusie dat er ook maar zo iets kan zijn dat wezenlijk duurzaam is en dat het bestaande een manifestatie is van eeuwige onvergankelijkheden. Ik frons dan ook altijd mijn wenkbrauwen als de Groenen zich opmaken voor armoedebestrijding (wat bij de samenstelling van het verkiezingsprogramma van Groen! In 2005 overigens voor een niet onbelangrijke fractie niet prioritair was!). Waarom de armoede bestrijden als wat die armen zullen kopen wanneer ze niet meer arm zullen zijn, toch maar “vals”, plat materialistisch en niet-duurzaam is? De Groenen noemen zich progressief omdat ze opkomen voor de zwakkeren, maar links heeft niets met caritas te maken, maar met het streven barmhartigheid en Samaritaans gedoe overbodig te maken. Waar de barmhartigheid toe leidt hebben we reeds in de Vietnamtijd gezien: de keuze voor de underdog omdat hij de underdog is, verviel al snel in onverschilligheid en zelfs afkeer, wanneer de underdog plots de zaken naar zijn hand zette en de overwinnaar werd. Mijn linkse opstelling stamt niet uit een afkeer voor bazen: ik wil dat we allemaal bazen zijn, m.a.w. dat de salariaatsarbeid (de relatie “arbeider-kapitalist”) opgeheven wordt. Voor het ecologisme is de uitbuiting maar een secundair probleem. En als ecologisten uitbuiting centraal stellen, zoals wanneer het gaat om de “kleine boeren” in Zuid-Amerika (ze hebben het zelden of nooit over Zuid-Amerikaanse loonarbeiders), dan blijkt hun standpunt overlegd te zijn met de Boerenbond en slaat het begrip “winsthonger” niet op een economisch mechanisme, maar op de moraliteit en het slecht karakter van de managers van de multinationals.
Het is een moeilijke weg, want niet overal wordt je begrepen, de commercie en de Euro tekens bepalen wat de organisatoren voor ogen hebben. Jammer want ook daar is copieren van elkanders concept de orde van de dag.
Doordat Schnitzler zijn analyse, zoals reeds aangehaald, toespitst op 2 problematische punten kan zijn morele eindconclusie niet anders luiden dan een oproep tot “verzet en opstand”, m.a.w. het stimuleren van initiatieven om ICT bij te sturen zodat zij meer op mensenmaat gesneden is. Die 2 problematische punten zijn: 1) de transparantie van ICT die leidt tot een verlies aan echt doorleefde ervaring van de dingen en die al hun affectieve en emotionele verschillen afvlakt; 2) de inbreuk op onze privacy en het verdwijnen van de scheidingslijn tussen privé en publiek. ICT kadert dan in een kapitalistisch systeem dat de vorm aangenomen heeft van een doorgeslagen consumptiemaatschappij, een cliché dat als het ware bij definitie negatieve connotaties oproept.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *