“basic overlevingsuitrusting militair overlevingsuitrusting canada”

‘Ik heb er genoeg van,’ zei ridder Harbrand kalm. Hij trok zijn zwaard en stapte van het pad; de krijgsman volgde zijn voorbeeld, bijl in de hand. Urendel klampte zich nog steeds aan zijn relikwie vast en bleef op het pad staan alsof hij eraan was vastgenageld. En Eochaid? Terwijl de zusters allemaal tegelijk iets gilden in hun oude koeterwaals, een haast snauwend, atavistisch bevel, zette de dwerg het op een lopen over het pad naar de Toren.
Een paar weken later ging ik aan boord van de Casanova-monorail­verbinding. Ik zocht en vond mijn plaats in een tweederangscoupé. Natuurlijk. Sociale orde heeft nood aan evenwicht wat betreft mentale behoeften en materiële realiteit. Maar wat betreft de middenklasse, was dat evenwicht altijd onbevredi­gend. De middenklasse vergat de bescheidenheid van de onderklasse en verlangde ernaar zich de glorie van de topklasse aan te meten. Echter…zonder in staat te zijn die werkelijk te verwezenlijken.
Met het weinige dat me restte aan bezittingen in een koffer gepakt, en de herinneringen aan mijn job, mijn vrienden en mijn ex-vrouw zoveel mogelijk weggestopt tussen de plooien van mijn hersenkwabben, plofte ik neer op de bank. Tot mijn eer en glorie kan ik zelfs stellen dat ik niet in mijn staart beet, en me ook niet de haren uit de vacht trok, ook al had ik meer last van mijn Marszandallergie dan ooit te voren. Mijn schouders jeukten als een hel die een regenbui te verduren kreeg. Ik krabde. Een paar groene haren landden op het verschoten paars van de zetels en vloekten er vreselijk mee.
‘Jij daar, struise kerel,’ riep hij. ‘Jij lijkt me geschikt voor zo’n helden­karwei, wat denk je?’ en hij beende met fiere passen op Ezel af, die achteruitschoof en zich achter mij en de andere eekhoorns probeerde te ver­stoppen. Een hilarische zaak die me enkel met tragiek vervulde, zijn omvang in acht genomen.
Met potloden de donkere lucht licht kleuren, een gesprek voeren met een duif die al veel van de wereld heeft gezien en vriendschap sluiten met de krokodil onder het bed. ‘Kinderspel’ noemen wij dat. Kinderen fantaseren en spelen. Volwassenen worden verondersteld te denken en te werken vanuit een objectieve werkelijkheid. Binnen die opvatting is geen plaats voor de gedachte dat de werkelijkheid wel eens veelvormig kan zijn – dat ‘echt en onecht’, ‘waar en onwaar’ vaak een kwestie van perspectief is. Werkelijkheid wordt geconstrueerd in een web van grote en kleine, abstracte en concrete menselijke samenlevingsverbanden. Dit boek laat zien dat spelen met werkelijkheden een krachtig therapeutisch instrument is. Door middel van reflectie op praktijk en theorie worden speelse methoden voor systeemtherapeuten toegankelijk gemaakt. Het boek zet aan tot nadenken over speelsheid als therapeutische interventie en therapeutische attitude. Hierbij staat steeds de vraag centraal hoe een systeemtherapeut kan aansluiten bij de leefwereld van kinderen en jongeren.In deze bundel komen diverse systeemgeoriënteerde psychotherapeuten uit België en Nederland aan het woord. Zij werken met kinderen en jongeren, individueel, in gezins- of in groepsverband. Hun bijdragen zijn gefundeerd in de klinische praktijk en belichten een fijnmazige veelheid van systeemtheoretische perspectieven en therapeutische ingangen. Ze bieden praktijkgerichte handvatten voor de systeemtherapeutische praktijk met kinderen en jongeren
Ik had onlangs het genoegen een voordracht bij te wonen van de sympathieke Astrid Van Triet over het nieuwe ruilmiddel de equi (wat staat voor equivalent of gelijkwaardig). Er is veel over te vertellen en ik verwijs verderop naar enkele websites waar nog veel meer informatie te vinden is.
Ze hijgde, snakte naar adem. De stoom sloeg op haar keel en ze begon ongecontroleerd te hoesten. De hand met daarin het scheermesje kwam onverbiddelijk dichterbij, ging richting haar andere arm en pols die op de tegenoverliggende rand van het bad lagen. Ze volgde de beweging met haar ogen, het ging tergend traag.
Met de landbouwsamenleving kunnen de mannen volgens Hrdy controle verwerven over de productiebronnen waar ook vrouwen voor hun ontwikkeling en hun reproductie afhankelijk van zijn, en pas in die context kan er van patriarchaat gesproken worden. Hier staat Hrdy dus op dezelfde lijn als de marxistische opvatting die Friedrich Engels reeds de vorige eeuw op basis van zijn lezing van het werk van antropoloog Lewis Morgan formuleerde. Het was dus niet de vrouwelijke voorkeur voor mannen met veel vermogen en bezit van hulpbronnen die er de mannen toe bracht productiemiddelen en goederen te accumuleren. De mannelijke controle over middelen bestond volgens Hrdy immers reeds bij de primaten, nl. de controle over territoriums, en deze controle gaat dus vooraf aan de vrouwelijke partnervoorkeur voor mannetjes met veel resources. Bij de primaten kan dus reeds verwacht worden dat vrouwtjes een voorkeur zullen hebben voor mannetjes die levensmiddelen controleren, maar dat impliceert geenszins dat de vrouwelijke voorkeuren verantwoordelijk zijn voor de competitie tussen mannetjes of voor de mannelijke controle over resources. De voorkeur van vrouwen voor mannen met resources is voor Hrdy een respons op een situatie waar de vrouw economisch kwetsbaarder is dan de man. De competitie tussen de mannen én de mannelijke controle over levensmiddelen zijn reeds bij de hominiden aanwezig. Zij gaan dus vooraf aan de vorming van de vrouwelijke partnervoorkeuren. Voor een verdere behandeling van het patriarchaat wachten we evenwel tot we de ontwikkeling van de eerste paleolithische mensengemeenschappen in detail hebben geschetst.
Survival Pen met Kleurtje Deze survival pen is handig om mee te schrijven maar heeft not een andere functie. Naast de hoge kwaliteit balpoint is de pen ook nog eens gemaakt van een hard metaal. De pen kan tevens gebruikt worden om je te beschermen in gevaarlijke situaties. Zo kun je er in nood eenvoudig een venster mee breken. Specificaties\
‘Steriele naalden, verband, zoutoplossingen, medi­cijnen, antibiotica en nog veel meer. Neem een paar flinke rugzakken mee. Het is niet zwaar, maar wel veel.’ Ariadne glimlachte naar hem en Harrald voelde zijn wangen weer heet worden. ‘Dan kan ik intussen de gebouwen inspec­teren en de beste plek uitzoeken,’ ging ze verder.
Het woord ‘autoritair’ heeft de voorbijgaande halve eeuw, na de overwinning op nazisme en fascisme, de betekenis gekregen van ‘brutaal onderdrukkend’. Het woord ‘autoriteit’ heeft deze negatieve betekenis echter niet gevolgd: denken we maar aan courante zinnen van het genre ‘volgens de plaatselijke autoriteiten …’. Wel hebben we in het Westen geleerd een duidelijk onderscheid te maken tussen ‘democratische’ en ‘autoritaire’ of ‘dictatoriale’ regimes. ‘Autoriteit’ en ‘dictatuur’ wordt daarbij gelijkgesteld met willekeur, wrede repressie, schending van de mensenrechten, folteringen van opposanten en dissidenten, etc.. Dit is nochtans niet de essentie van het verschil tussen een ‘democratisch’ regime en een ‘autoritair’ of ‘dictatoriaal’ regime. ‘Autoriteit’ en ‘dictatuur’ zijn evenmin in hun historische oorsprong synoniemen. Marx en Engels konden de eerder positieve of neutrale betekenis van het begrip dictatuur nog gebruiken in hun formule ‘de dictatuur van het proletariaat’, die helemaal niet de intentie inhield om te folteren of iets in die aard.
In het bijzonder dacht ik bij de neergang van “alles moet kunnen etc” aan ons tegenwoordig gebruik van de openbare ruimte. Het is de laatste 50 jaar meer en meer gewoonte geworden om de publieke ruimte te gebruiken voor persoonlijke profilering en die ruimte te bezetten met de uitvergroting van uitingen die voorheen als privé werden beschouwd of die eigen waren aan besloten ruimten (de historische roots van deze “gewoonte” werden ook al reeds jaren geleden haarfijn uit de doeken gedaan in: Richard Sennett “The Fall of Public Man.” New York, Alfred A. Knopf, 1977). Meer nadrukkelijk is deze trend gaan triomferen sinds het mythische fenomeen dat (Parijs) Mei 68 heet. Post-Mei 68 dus! Ik heb altijd zeer sceptisch gestaan tegenover het per definitie “progressief” karakter van niet zozeer Mei 68 zelf, maar vooral van haar nageboortes. Al heel lang geleden is het tot me doorgedrongen dat, ondanks meer dan al mijn sympathie en medeplichtigheid, Mei 68 een medaille met een keerzijde was. Een zaak van een nieuwe elite of een eigentijds soort “nouveaux riches”. (Post)Mei 68 vat ik eigenlijk reeds meer dan 25 jaar als het begin van het “neoliberalisme” en van het “hyperindividualisme”, met een manifeste terugkeer naar het ophemelen van sociale ongelijkheid, in de vorm van “jezelf zijn”, met een diepe minachting voor “gewone mensen”, klootjesvolk, Henk & Ingrid, etc. In de vorm van een desnoods excentrieke en louter exhibitionistische ego-profilering. “Verander de wereld, begin bij jezelf!” en bij dat zelf eindigde het (met heel wat voorbedachten rade) ook. Dat een paar jaar geleden Michel Foucault tot uitgelezen neoliberaal werd verheven (Geoffroy de Lagasnerie “La derniere leçon de Michel Foucault: Sur le néolibéralisme, la théorie et la politique.” Paris, Fayard, 2012) was niet bepaald een verrassing te noemen, net zo min als dit met Deleuze & Guattari hun L’Anti-Œdipe uit 1971 is gebeurd. Aan de gans andere kant maakt de Plato-fan en (ex?-)maoïst Alain Badiou nu furore als totalitair “communist” (met verheerlijking van de Terreur en de rest van de bataclan). Ook niet echt een verrassing (zie bv. Joost de Bloois “Badiou.” Amsterdam, Boom, 2013; Alberto Toscano “Fanaticism: On the Uses of an Idea.” London, Verso, 2010). Alle hens aan denk bij Badiou voor een nieuw “Ten Days That Shook the World”, voor het alomvattende Événement (cf. Slavoj Žižek “Event: Philosophy in Transit.”, London, Penguin Books, 2014). Het loopt vast slecht af voor al wie niet bereid is “to kill and to be killed”.
Dwangmatige sex is de moordenaar van de liefde. Obsessief-dwangmatig gedrag behoort tot het psychiatrisch vocabulaire. Het is een poging de complexiteit van het leven te reduceren zonder naar behoren zich gelijk te richten. Struktuur nodig hebbend klampen mensen zich vast aan aan stereotypen van gedrag : voeren rituelen op , zeggen bepaalde dingen op een bepaalde manier, worden bijgelovig en ontwikkelen magisch denken en indrukwekkend gedrag om de vertoning gaande te houden ondanks het gebrek aan inhoud. Binnen het kader van een religie of een andere traditie wordt dit geestelijk gezond en kultureel genoemd.. Maar een individu die dat idiosyncratisch ontwikkelt komt uit op autistische zelfstimulatie en beheersing van angsten voor invloeden van de buitenwereld (fobieën). Het basisprobleem is het vertrouwen, dat normaliter psychotherapeutisch moet worden hersteld als de persoon eenmaal zijn aanpassingen aan de traditie van een politiek systeem, religie of wetenschap aan het verliezen is. Het vertrouwen is gebroken met de konfrontatie met de persoonlijke zwakheden van anderen terwijl het sociale systeem niet de zwakheden en afwijkingen van individuele leden kan compenseren. Op deze manier wordt de liefde een vreemde samenzwering van mensen of een individuele psychopathologie waarvan wordt toegestaan dat die de medemens teistert. Op deze manier kunnen vrouwen het vertrouwen verliezen in de sexuele toenaderingen van mannen, de liefde meer een dwangneurose van sexuele aard vindend dan het verwachte wederzijdse gevoel en de hartelijkheid terwille van een gezonde voortplanting. Karakteristiek voor de dwangmatigheid is aan te dringen ondanks het gevoel. B.v. eten op gezette tijden , hetgeen op zichzelf goed is, kan uitlopen op vetzucht meer etend dan noodzakelijk is bij een meer rustige levensstijl met het ouder worden b.v.. In dit geval wordt het gevoel van verzadiging verdrongen ten gunste van een oude niet langer geldige gewoonte. Hieruit is de eenvoudige regel afgeleid alert te blijven het teveel te vermijden. Bij voorbeeld moet men na een oorlog de zware investering in de oorlogsindustrie opgeven die op zichzelf goed is tijde van oorlog. Het teveel vermijden betekent dat men alert blijft voor de werkelijke behoeften, de verdringing van de tekenen die een andere benadering gebieden vermijdend. Het lichaam zelf zal waarschuwen. Deze waarschuwingen zijn relatief subtiel, precies als een uitgeput gevoel na de sex of een vagina een beetje te droog om te penetreren. Het forceren van de liefde zal tot ziekte leiden: allerlei soorten infecties, een verlies van weerstand, krampen van het lichaam en mentale gesteldheden voorbij het gezonde kunnen het gevolg zijn. Plotseling kan men zichzelf in een scheiding aantreffen, alleen vanwege het negeren van de subtiele tekenen waarover moeilijk te spreken viel. Zij zou slechts zeggen: ‘Je houdt niet meer van me’ en dergelijke, daar liefde niet kan worden afgedwongen. De ander kan de liefde niet gebieden omdat dat manipulatie is. Het meebrengen van een bos bloemen zal ook niet een betere minnaar van je maken. Zoals eerder gezegd: als de dingen fout gaan trek je dan terug en recapituleer. Beter helemaal geen liefde te bedrijven dan de liefde en het vertrouwen dat er was te bederven. Opnieuw hangt het geheel van de geestelijke gezondheid af van het vermogen de sexuele energieën te sublimeren en te emanciperen naar een hogere uitdrukking van liefde in zelfverwerkelijking. 
Het komt door over die oorlog te praten en te schrijven, en de zoektocht naar een passende titel (“Charles & Co tegen de Mongolen”). Een titel die niemand zou mogen beledigen, al tekent mijn cartoonist niets omtrent politiek en afgodendiensten. Maar voor die gasten is een cartoonist een cartoonist, en een cartoonist is een ongelovige, enz…
Orestes is in de Griekse mythologie de zoon van Agamemnon (koning van Mycene en opperbevelhebber van de Grieken in de Trojaanse oorlog) en Clytaemnestra. Bij zijn terugkomst uit Troje wordt Agamemnon door Clytaemnestra en haar minnaar Aegisthos vermoord. Orestes zelf wordt door zijn zuster Elektra in veiligheid gebracht. Acht jaar later keert Orestes naar Mycene terug, samen met zijn vriend Pylades. Samen nemen zij wraak op de moordenaars van Orestes’ vader. Als moedermoordenaar wordt Orestes nu door de Erinyen, de wraakgodinnen, achtervolgd. Athena, godin van de wijsheid, brengt de zaak voor de rechtbank van de Areopagos, een soort hooggerechtshof. De Erinyen klagen Orestes aan en de god Apollo verdedigt hem. Orestes voert aan dat de Erinyen niet hem maar zijn moeder moeten belagen want zij heeft op Agamemnon eigenlijk een dubbele moord gepleegd: hij was én vader én echtgenoot. De Erinyen repliceren: ‘Er is geen bloedverwantschap met de man die zij dood sloeg’. De Erinyen houden zich immers enkel op met misdaden tegen bloedverwanten (wat moederrecht impliceert, want het vaderschap is nooit zeker). De moord van Clytaemnestra is in die zin verzoenbaar en goed te maken en moet dus niet gewroken worden, in tegenstelling tot de moedermoord van Orestes. Uiteindelijk stemmen de Areopagieten: de stemmen voor vrijspraak en de stemmen voor veroordeling staken. Athena brengt dan als voorzitter van de rechtbank haar stem uit en spreekt Orestes vrij. Het vaderrecht heeft gezegevierd. De Erinyen leggen zich bij hun nederlaag neer en aanvaarden een nieuw ambt: zij worden de Eumeniden, de Welgezinden.
Een ander probleem is de verslaving aan stress. De regulatie niet accepterend kan de lust een leven van stress en een staat van bewustzijn in de hand werken waar men plotseling uit kan vallen alsof je uit een droom ontwaakt. Veel van de (door drugs veroorzaakte zelf-)hypnose is gebaseerd op dit principe. De kontrole van de persoon overnemend is er nauwelijks een bewuste ziel over om de handelingen van het lichaam te kontroleren of om bij te houden wat er zich afspeelt op het nivo van de beheersing. Weerstand tegen hypnose als zodanig kan als een teken van geestelijke gezondheid en integratie worden beschouwd. De persoon ontvankelijk voor kontroleverlies in een andere staat van bewustzijn is geestelijk niet minderwaardig maar kan worden herkend als een compenseerder of een minder stabiel persoon. Er zal meer gehechtheid aan aktie zijn als men rusteloos is naar een lustmotief en derhalve zal zo’n persoon een groter risico lopen zichzelf te verliezen. Onrijpe adolescenten en kinderen kunnen dit als een normaal gevolg hebben van aanpassing in een familie, maar rijpend op een oudere leeftijd zullen ze zich schuldig voelen aan het handhaven van een ongereguleerde staat van zijn naar hun zielen. De bedoeling en betekenis van emancipatie is gevonden in het bevechten van de rusteloosheid der materiële motieven: de geïntegreerde persoon straalt kalmte en beheersing uit. Komedianten die dit weten doen bewust alsof ze rusteloos en instabiel zijn om de eigenaardigheden van een ongereguleerd bestaan te kijk te zetten.
Naast deze mentalisering ontspon zich bij het verschrikken van het wilde dier ook een coördinatie van handelingen tussen verschillende individuen: een aantal brullen, één gooit met keien, een ander slaat met een stok. Op de duur werden deze verschillende handelingen van verschillende individuen op elkaar afgestemd, waarbij ook linguïstische communicatie tot stand kwam doorheen gebarentaal en klanken die als woorden, als aanduiding van objecten en handelingen, gingen fungeren. Naarmate men er zo in slaagde het dier met succes te verjagen, ging men uiteindelijk de dieren ook achtervolgen en verder verjagen, tot het dier misschien gewond neerviel en kon worden afgemaakt. De stap naar het zelf opzoeken van grotere dieren en dus naar de jacht is dan vermoedelijk snel gezet geweest.
De gedrongen gestalte van zijn geliefde haalde de schouders op in het kille maanlicht. Ferdi kon nog net de melancholieke glimlach zien die om Sals mond speelde, de lippen die hij zo vaak had gekust omhoog gebogen maar gesloten, Sals ogen glanzend.
De actiegroep ‘Non-Vitae Morte’ eiste de aanslag op. ‘Noodzakelijk om ons onmenselijke strafsysteem, waar alleen Non-Vitae van profiteert, een halt toe te roepen.’ De stem vanachter de gezichtsplaat van een pseudo­mens, was van een vrouw.
De Enawene Nawe zijn bijzonder kundige vissers, de mannen brengen soms wel vier maanden diep in het bos door, waar ze vis roken die gevangen is met vernuftig geconstrueerde dammen van takken. De vis wordt vervolgens per kano teruggebracht naar de dorpen.
Ariadne pakte zijn hand en stond in een vloeiende beweging op. Haar grip voelde krachtig aan. Harrald slikte. Voorzichtig stapte ze over de rand en nam de handdoek van hem aan. Ze droogde zich af met lang­zame bewegingen, alsof ze haar lijf ook zelf eerst wilde onderzoeken. Ze kleedde zich in de spullen die hij haar aanreikte. Broek en tuniek pasten alsof ze voor haar gemaakt waren. En dat zal ook wel zo zijn, dacht Harrald. Verdraaid, ze ziet er goed uit.
Wat de stijl of het karakter van het zelfverwerkelijkingsproces ook is, beslissend is echter of de lust is overwonnen of niet. Het is niet een denkbeeldig probleem om velen aan te treffen die zich bekeerd hebben maar nog steeds dezelfde oude lust koesteren of vele geliefden aan te treffen in absoluut onvermogen om samen te rijpen en onafhankelijker te zijn. Men kan gemakkelijk van kleding wisselen en nog steeds dezelfde leugenaar zijn. Het is ook makkelijk om jezelf, ouder wordend als minaar, te ontdekken als dezelfde oude dwaas. liefde kan, net als God, vele vormen aannemen en wordt gekenmerkt door zijn vitaliteit van verandering. Derhalve kan men, met de zelfde oude lust eenvoudig getransformeerd enkel qua leeftijd of kultuur, die manier van bestaan veilig vaarwel zeggen kiezend voor een beter begrip van planning en begrijpen. In een kasteel leven kan heel aantrekkelijk zijn maar om die glorieuze woning in de lucht te zien hangen kan een diepe val ten gevolge hebben niet alleen voor een enkel stel geliefden, maar ook voor de mensheid in zijn geheel. 
Een nieuwe warmte vulde de badkamer. En ditmaal kon ze hem wel voelen. De stoom balde zich samen tot een nieuw silhouet, met ondui­delijke omtrekken, alsof het al heel veel moeite kostte om deze vorm vast te houden. Er klonk een oorverdovend gezoem in haar oren, alsof er zich duizenden bijen tegelijkertijd in haar hoofd ophielden. Het klonk woedend, maar ergens ook verbijsterd.
Een ander kneepje van het vak is het behouden van de veelzijdigheid van het lichaam. Normaal gesproken ontwikkelt men als ieder dier in het bos een levenswandel waarbij men alleen maar deze spier traint of die houding aanneemt. In feite staat een belangrijk deel van de menselijke integriteit bekend als een soort van kramp die de spieren strak trekt in de nek en onder in de rug als het individu is gehecht aan aan dit soort van “muziek’ of die soort van ‘menselijkheid’. Bevrijding betekent dat het geheel van het fysieke apparaat onderworpen is aan de filognosie van het zich gelijkrichten op de ziel die de dynamiek van het menselijk motief en de vitaliteit van de sociale carrière reguleert. Noch verkrampen naar je huwelijk noch verkrampen naar je sport, noch verkrampen naar je hobby’s of bezittingen van welke aard dan ook zal de bevrijding brengen. Alleen een bewuste bekentenis tot de sociale en individuele werkelijkheid van ware vooruitgang en emancipatie zal verlichting brengen. Het betekent praktisch simpelweg dat een grootvader ook de zaak in een discotheek mag natrekken zo nu dan, dat vrouwen ook samen mogen komen voor het voetbal of iets anders mannelijks, dat mannen ook de stofzuiger mogen hanteren en zo nu en dan mogen koken. Dit nuchtere begrip van emancipatie is niet een vaag idealistisch concept, maar een zuivere fysieke behoefte aan diversiteit. Sexuele variaties b.v. zijn niet een soort van perversie tussen geliefden die bang zijn verveeld te raken, maar vormen een strategie van bevrijding waar alle fysieke verkrampingen worden overwonnen door energetische vermenging.
De prijs van de goederen en diensten die op basis van overvloedige en dus goedkope cyber-informatie worden geproduceerd en gekopieerd, zal zeer snel dalen. Loonsverhoging is in die zin dus relatief: het is de verhouding inkomen/prijs die groter wordt. Er zal dus minder geld circuleren omdat men met weinig geld veel meer kan kopen dan voorheen. Ook principe 3 vormt dus een eenheid met principe 1 (automatisering en productiviteitstijging). Kapitalistische eigendomsverhoudingen verdwijnen of verliezen hun relevantie en invloed. Ook robotica-deskundigen stellen graag dat de massale inzet van robots allerhande niet verenigbaar is met het kapitalistisch systeem zoals we het nu kennen, zelfs onverenigbaar is met welk kapitalisme dan ook (13). Deze stelling wordt fel aangevallen door  “extreemlinksen” op de klassieke manier: met citaten uit het werk van Karl Marx, hoewel je uit Marx’ werk ook citaten kunt aanhalen met een eerder tegengestelde strekking. Ik geloof (ken wel niet genoeg van robotica en Artificiële Intelligentie) dat de optimistische robotica-specialisten gelijk hebben. Zoals we reeds eerder stelden, openen zich in deze context voor het socialisme 2 wegen: 1) erop rekenen dat de aanhang zal stijgen wanneer mensen in miserie en ellende verzeilen; of 2) de technologische vooruitgang zo in handen nemen dat mensen juist beter af zijn. Zo zal het bijvoorbeeld geleidelijk aan gedaan zijn met de toch typische asymetrische machtsverhoudingen, die eigen zijn aan salariaatsarbeid, m.a.w. eigen aan alle vormen van loon- en weddearbeid.
Miranda hapte naar adem. Laura gilde. Het deurtje draaide verder en klapte helemaal open met een muzi­kale tinkel. De klap was hard genoeg om het glas te kunnen breken, maar dat gebeurde niet. Het spiegel­beeld verdween en de echte Miranda stond daar, alleen, in de kamer met haar handen tegen haar buik, haar gezicht vertrokken van de pijn.
Autoriteit en dictatuur hebben weinig met elkaar te maken, zij het dat in Rome de dictator natuurlijk de ‘auctoritas’ van de Senaat overnam. De woorden dictator en dictatuur hebben als stam het werkwoord dico, wat ‘zeggen’ betekent. We zien hier dus wel weer een verband tussen het spreken van de augur en het spreken van de dictator. Ons begrip ‘dictator’ komt net zoals het begrip ‘auctor’ uit het Oude Rome. De Senaat benoemde in noodsituaties soms iemand tot dictator en deze dictator nam alle bevoegdheden van de Senaat over. De dictator werd aangesteld voor maximum 6 maanden en hij had het letterlijk voor het zeggen, wat echter geenszins betekende dat hij als persoon alle ‘autoriteit’ had. De autoriteit betrof zijn functie, niet zijn persoon als dusdanig en de dictator trad zeker niet willekeurig op en respecteerde de religieuze en culturele tradities. Tot zijn bevoegdheden behoorde ook het beschikken over leven en dood, maar dit was geen nieuwe bevoegdheid: de Senaat had deze voorheen ook. Na de crisis trok de dictator zich terug (dus in principe vóór de termijn van 6 maanden was verstreken) en de Senaat kreeg al zijn bevoegdheden terug. Onze Westerse invulling van het begrip dictatuur gaat echter terug op Julius Caesar. Caesar slaagde erin zich in 45 v. Chr. als grote overwinnar in een reeks bloedige burgeroorlogen die eigenlijk bijna een volle eeuw hadden geduurd, tot dictator te laten benoemen voor 10 jaar en zonder de voorwaarde van een noodsituatie. Hij aanvaardde ook een paar attributen die bij de vroegere koningen hoorden. In de praktijk betekende dit dat de Republiek ophield te bestaan. Hij werd ook tot opperbevelhebber (Imperator) van het leger benoemd (zoals ook bij ons in België de koning in oorlogstijd opperbevelhebber is van het leger. Caesars adoptiezoon Octavianus droeg reeds de naam Caesar en erfde als Augustus (‘de verhevene’, een naam die hij in 27 v. Chr. van volksvergadering en Senaat kreeg) de titel van Imperator. In 27 v. Chr. werd hij ook princeps (‘de eerste’), de eigenlijke aanspreeknaam van de Romeinse keizers. Daarmee was Caesars status als dictator bevestigd met de definitieve nederlaag van de republikeinen en de intrede van het levenslange keizerschap (de woorden ‘keizer’ en ‘tsaar’ zijn verbasteringen van de naam Caesar; het Engelse ‘emperor’ en het Franse ‘empereur’ stammen af van ‘imperator’). Het is deze afloop van de Romeinse Republiek die maakt dat ons dictatuurbegrip met zuivere alleenheerschappij wordt geassocieerd: de keizers droegen trouwens ook de titel van dictator. Maar de keizers hadden bv. wel geen rechterlijke macht.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *