“backpacken overlevingsmiddelen winter wildernis survival uitrusting”

Harrald leunde op de machete en voelde zich ineens heel erg moe. Zijn slaap was onderbroken en hij had nog te weinig rust gehad. ‘Ze kunnen jaren ergens liggen rotten en je denkt dat ze echt dood zijn. En dan, ineens, komen ze overeind. Of ze graven zich uit hun graf.’
Hoe ziet de biologische erfenis van de primaten er ongeveer uit? Hier kunnen we slechts aanduidingen geven. Voor wat betreft de directe erfenis van het sociaal gedrag van de chimpansees of van welke andere soort mensapen ook zijn we, zoals de lezer ondertussen reeds zal hebben gemerkt, bijzonder sceptisch. De verschillen tussen chimpansees en bonobo’s zijn op sommige punten zo frappant dat we ons er niet toe moeten laten verleiden het menselijk gedrag op één van beide soorten af te stemmen of op die aspecten die ze dan wel weer gemeenschappelijk hebben. We houden het hier dan ook bij een erfenis die voor het geheel van mensapen, zo mogelijk zelfs voor het geheel van de primaten en voor het geheel van de zoogdieren geldt. Zo konden de mensen bijvoorbeeld rood licht zien, een eigenschap die de primaten vermoedelijk hebben ontwikkeld omdat rijpe vruchten er dikwijls rood uit zien. Maar zagen de primaten rode objecten of zagen ze ‘roodheid’ waaraan ze dan gingen ruiken en proeven om uit te maken of het rode ook eetbaar was? De mensen konden ook, zoals bijvoorbeeld chimpansees, voorwerpen inschakelen in hun gedrag als een soort werktuig om voedsel (b.v. insecten) op te diepen of op te zuigen. Ze konden, zoals gorilla’s en chimpansees, met stenen gooien om aanvallers te verjagen maar mensapen kunnen doorgaans niet mikken. Vermoedelijk had seks reeds meer functies dan enkel de procreatieve: te zien valt hoe chimpanseevrouwtjes hun achterste aanbieden ook op tijdsperiodes dat ze niet vruchtbaar zijn en hoe seks gebruiken om sociale interactie vlotter te laten verlopen. Verder konden de mensen reageren op gezichtsuitdrukkingen en geuite geluiden en klanken van soortgenoten en beschikten ze dus over een niet-linguïstische taal. Gebleken is dat zelfs schapen gezichten van soortgenoten herkennen en erop reageren door rustig te worden (het gevoel dat ze niet alleen zijn, dat ze bij de kudde zijn) . Het moet wel gezegd worden dat die schapen reageren op emotionele gezichtsuitdrukkingen maar daarom nog niet op gezichten als dusdanig, in de zin dat ze schaap A van schaap B kunnen onderscheiden (dus wanneer de emotionele expressie van A en B dezelfde is). De gezichtsherkenning is dus soortspecifiek en niet persoonsspecifiek. Alleen bij chimpansees is hier onduidelijkheid: het lijkt erop dat chimpansees hun eigen gezicht herkennen. Als een chimpansee zijn gezicht eerst in een spiegel te zien krijgt waarna in zijn slaap een gekleurde stip op zijn gezicht wordt aangebracht, dan zal hij bij een nieuwe blik in de spiegel die stip trachten weg te wrijven. Primitievere apen gaan tegen de spiegel dreigen of willen achter de spiegel zien waar de rivaal zit. Deze primitievere apen herkennen dus in het met de stip gemarkeerde beeld in de spiegel eerder een rivaal, dus in ieder geval ook een soortgenoot. En de vraag is dan ook: herkent de chimpansee werkelijk zichzelf of alleen maar het beeld van zijn soort zonder er echter vijandig op te reageren en door op details te letten zoals de stip die er teveel aan is? Zelfs de mens, Narcissus met name, herkende in het beeld in het wateroppervlak zijn eigen gezicht niet, wel dat van een naamloze Ander: wij stellen dan ook hier de vraag of het drama van Narcissus en zijn weigering om nog water te drinken (waardoor het beeld in het water immers verdwijnt) wel slaan op de perversie van zijn eigenliefde (zijn ‘narcisme’). Is het niet eerder zijn onwil om de Ander te doden (wanneer hij door te drinken het beeld van de Ander vernietigt), zijn onwil om een moord te plegen op een soortgenoot? Zit Narcissus niet gevangen in een dialectiek van zelfbehoud (drinken) en respect voor de Ander? Is zijn onvermogen om Echo lief te hebben, waarvoor hij door de wraakgodin Nemesis juist gestraft blijkt te worden met een verliefdheid op een beeld op het canvas van het wateroppervlak dat hij niet als zijn zelfbeeld herkent, niet de tragiek van iemand die wil houden van een abstract beeld van de Ander, van alle anderen van zijn stam of soort, en niet enkel van één concreet exemplaar? Een tragiek die door de echo van Echo’s stem de ganse mensheid zal achtervolgen en daarom nog zo hedendaags is?
Natuurlijk had ik ook mijn dagboek met afdrukken. Het was al oud, het had een muffe geur, natuurlijk verval had zijn werk gedaan. Verbleekt door licht, aangetast door zilvervisjes en vocht, doorgelopen inkt en om zich heen vretende lijm, papier dat van nature organisch was en dus tot stof verging, het was allemaal niet voor de eeuwigheid.
Ik sloot mijn ogen. ‘En wat als ik niet ga? Heb je daar­over nagedacht?’ Ik ging rechtop zitten en wees naar ons huis, tuin, zwembad, de garages. ‘Dit opgeven? Of kunnen jij en ik iets op aarde vinden wat zo goed betaalt?’ Ik zuchtte diep. ‘Jij hebt niet eens werk.’
Op de zestiende dag begon Meeuw de rem­manoeuvre. Zittend in de cockpitstoel liet ik de zwaarte­kracht­wisselingen over me heen komen en opende het proce­dure­boek. Ik had het niet nodig, kende iedere stap uit mijn hoofd. Eindeloos vaak gesimuleerd, met draden op mijn hoofd en lijf geplakt om te meten of mijn geweten dit wel aankon.
In de zakenwereld geld de stelregel dat de zaken voor het meisje gaan. Maar het genot van werken is hier niet echt mee begrepen. Dus, heeft verleiding meer betrekking op het verschil in de houding wat betreft het lustprincipe in het algemeen. Lust en liefde kunnen worden onderscheiden naar hun regelingen. Lust is primair en verdraagt nauwelijks of geen uitstel en kontrole. Liefde is trouw aan het secundaire en bereid zich in goedheid te onderwerpen aan schema en kondities. Hieruit volgt dat de onvermijdelijke konklusie moet zijn dat alle verlangen reguleren in goedheid de oplossing is voor het probleem van het plezier dat de zaken bederft. Niet alleen het lustprincipe loopt het gevaar van het irreguliere, ook het werkelijkheids-principe voor het zakelijk bestuur staat bloot aan de dreiging der verleiding. Voor een vooruitstrevende onderneming is het moeilijk al te strikt te zijn in haar schema: men moet dynamisch zijn ten einde zich snel te kunnen aanpassen. De dingen kunnen niet altijd middels het uurwerk worden geregeld e.d. Hier is de regel van de samenwerking geldig. De verleiding van het werkelijkheids-principe is verloren te gaan in een machts-trip van het eigen ego. Het geweten en de moed hebben twijfels en vreugde te delen met medewerkers zal de zaak terug brengen tot het nivo van werkelijkheid dat nodig is om in zaken te kunnen overleven (afb.). 
Willem hapte in het vlees terwijl hij Berend aan bleef kijken. Een straaltje vocht liep langs zijn kin. Weer een schreeuw, weer een rilling. Vol afschuw keek Berend naar zijn broer. Met elke kauwende beweging klonk een gesmoorde kreet; de saucijs schreeuwde in golven, net zolang tot Willem de laatste hap doorslikte. Berend rende de kamer uit, naar boven, naar zijn slaapkamer waar de vergeelde posters van vroeger nog aan de muren hingen.
De journalisten juichten bij het horen van haar iconische strijdkreet. De zwotor kwam in rap tempo dichterbij en Leaf herkende het blauw van de veeg­troepen. Ze draaide de hendel naar volle kracht en stoof weg.
Er is ook iets anders. Iets knaagt aan mijn gedachten. Iets wat een gast maanden geleden had verteld. Het was een nieuwe geest, een bediende die zijn eigen leven nam, zijn hart gevuld met haat voor zijn meester. Zei hij niet iets over barbaren die van ver weg kwamen? Met een schip? Chikushō, noemde de geest hen. Ik kan me er niet veel van herinneren. Onze gasten komen van allerlei plaatsen en tijdperken, sommigen van heel lang geleden.
Voorheen konden de Grieken (althans de vrije min of meer “aristocratische” burgers, zij dus die wapens mochten dragen) zich ego-zorgeloos verliezen in het beheer van hun polis. Een mens was een “zo-on politicon”, een “politiek dier”. Maar met de machtsovername door de “Macedoniërs” was het uit met deze dagvullende bezigheid. Wat nu? Het is in deze periode dat de Oudgriekse filosofie geleidelijk (maar in onze geschiedenisboeken abrupt) een fundamentele wending maakte. Filosofie werd van bespiegelingen over de “aard der dingen” een zaak van geneeskunde en therapie (voor een magistrale behandeling, zie Martha Nussbaum “The Therapy of Desire: Theory and Practice in Hellenistic Ethics”, Princeton NJ, Princeton University Press, 1994). We (wij, de hedendaagse Westerlingen) associëren deze nieuwe filosofie klassiek met Epicurus, de stoïcijnen van Zeno (die van Kition, niet die eerdere van Elea met zijn paradoxen) en de cynici van Diogenes de Hond. Deze lieden gingen zich onledig houden met wat we nu “welzijn (vs. welvaart)” zouden noemen. Ze “plooiden zich terug op zichzelf”. Niet dat ze solitair levende, asociale egoïsten of asceten gingen worden. De “zelfzorg” was hoe dan ook een zaak die in gemeenschap bedreven werd, het was geen affaire van een reeks cavaliers seuls of egotrippers. En zeker was het geen narcisme. Het was zaak je alleen over te geven aan “engagementen” waar je zelf controle over had en waar je niet per definitie afhankelijk was van anderen, van aan je wil ontsnappende externe factoren (zoals het geval is voor bv. status of rijkdom) of van de overheid of de “Staat”. In deze context was het minstens interessant “jezelf te kennen”.
‘Ik ben de Maasvennen en de Peelmoerassen over­gestoken. De oude kaarten zijn echt waardeloos geworden, alles is veranderd. Maar ik ben erdoorheen gekomen en ik heb een aanwijzing gevonden.’ Hij opende zijn rugzak en haalde er een verweerde, beschadigde plaat kunststof uit. De letters “Eindh” stonden er nog op.
Een paar dagen voor Kerst is het koor van de Nurses Training School op alle afdelingen langs geweest en heeft overal ook uitgebreid kerstliederen gezongen en heeft ook iedere patiënt een cadeautje gegeven: Heel practisch: een fles frisdrank en een rol WC papier.
Er wordt ingegaan op de theoretische en praktische Problemen bij het geven van voorlichting. Tenslotte wordt het twee avonden durende project met de daarbij gehanteerde hulpmiddelen (opdrachten, diaserie) beschreven.
In bed ben ik de meester van hen al. Zij willen hun genot, hun ene eeuwige Hemelse moment. Zij hebben mij nodig, ik kan ze geven wat zij willen, of het hen ontzeggen door onhandig te zijn, of niet te reageren, door te huilen of te lachen.
Ik had bij mijn nieuwe sneeuwlaarzen graag mijn oude sneeuwschoenen meegenomen. Supercombo. Maar ze zijn zo groot! En zijn weer extra lastig in het vliegtuig. Daarom een paar nieuwe moderne geleend van broerlief.
Hoi meis, wat een naar en triest verhaal . Ik heb vorig jaar mijn Dober moeten laten inslapen en ik dacht eerst dat mijn manneke gewoon door zou gaan voor mij en dat was ook een kleine week zo. Ik kwam s’middags thuis van een klein stukje wandelen en hij ging liggen met een blik in zijn ogen van baasje, het hoeft van mij niet meer, ik ben er nu aan toe, dat was voor mij het seintje om de dierenarts te bellen.
2) Ik ben niet tegen de cursus wel dat hij in het land van herkomst, in dit geval dan Brazilie behaald moet worden, omdat het vaak onmogelijk is om te studeren en te overleven tegelijkertijd. Mijn idee is dan ook om het ook mogelijk te maken deze cursus in nederland te doen, studie en examen in de 3 maanden toeristenvisumtijd bijvoorbeeld en dan voor rekening van de uitnodigende partij.
‘Prima. Verwacht in dat geval morgen een spoed­bestelling van een bekende klant uit Ebyon,’ zei Beijjun en ze schoof weer tegen Meyago aan. ‘Gebruik code mala zeven, drie, vier, als je je reisvisum aanvraagt,’ fluisterde ze. ‘Zodat er geen onnodige vertragingen optreden. Nog iets anders dat van belang is aan jouw zijde?’
Lars en ik zaten in de tuin. Het was een warme avond. In het schemerlicht zag ik zijn grijzende slapen niet. Ella’s slaapkamerraam stond open. Een briesje speelde met de gordijnen, zoog ze naar buiten, liet ze wapperen, duwde ze weer naar binnen.
Natuurlijk zijn er tig muzikanten die de muziek en het muziek maken gewoon puur als tijdverdrijf beschouwen en voor hen zal het om het even zijn, ze speelden toch niet zo vaak en zo fanatiek, dus het was leuk maar het hoeft niet zo.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *