“alaska vliegtuigen overlevingsuitrusting overlevingsdoos versnelling alleen”

Meyago liet de hoorn zakken, keek even naar de kale, donkergrijze muur voor haar, slaakte toen een diepe zucht. (Vijf:) Ze vlakte alle emoties uit haar gedachten. (Vier:) Ze strekte haar armen, dwong haar schouders naar beneden. (Drie:) Ze haalde diep adem. (Twee:) Ze sloot haar ogen en dompelde zich een moment in een witte leegte. (Eén:) Ze controleerde haar hartslag. Kalm. (Nul.)
‘Leer je biologie, Roodstaart. Vossen eten enkel vérs vlees. Zoals dat van eekhoorns, bijvoorbeeld,’ en met een laatdunkende blik keerde hij me de rug toe. Ik knarsetandde en volgde hem met veel tegenzin. Hoe had ik ooit kunnen denken dat dit leuk kon worden? Het leven is een rad, en ik stond er middenin, maar verdomme, het was trappelen geblazen om bij te benen.
Ze keerde zich naar me toe en zette haar handen tegen het glas. Haar voorhoofd bonkte tegen de plaats waar het mijne tegenaan leunde. De implantaten doofden. Haar mond vertrok in een schampere grijns. ‘Jij?’
Mijn lading werd door een andere pendel afgeleverd. Vier criminelen, gesedeerd tot kalme, gehoorzame zombies, stapten Meeuw binnen en lieten zich gedwee naar hun cel geleiden. Een vijfde, een broodmagere vrouw van minstens honderdtwintig, kwam op een brancard binnen.
Scheepsmaat Ellis valt de twijfelachtige eer ten deel om zijn kapitein te wekken na de huwelijksnacht. De zon had het hoogste punt op haar rondgang langs de hemel al gepasseerd en was alweer aan haar afdaling begonnen. De kapitein had zich heel de dag nog niet laten zien. Hij vermaakte zich waarschijnlijk opperbest in het hemelbed dat hij nu deelde met de albasten reuzin.
+Zeer uitgebreide beschrijving van trends en gebruik van relevante literatuur. De trends en drijvende krachten zijn helder beschreven en onderbouwd met actuele en relevante (wetenschappelijke) literatuur
Bij het vallen van de avond was de muurschildering af. Net zoals het monster was de hemel een explosie van kleuren. De ondergaande zon bloedde in onheil­spellende tinten langs de randen van een onweerswolk. Een sterke wind was komen opzetten. Zohra en Lieven keken beiden naar de lucht. ‘Gelukkig is de verf al droog,’ zei ze. De kristallen waren bijna uitgewerkt. Ze wist dat de klop elk moment kon komen. Dan zou ze zich slap en ziek voelen, maar ze had tenminste een rustige plaats om te slapen.
Zohra herinnerde zich weer waarom ze naar hier was gekomen. Het was een onverklaarbare, niet te negeren aantrekkingskracht geweest. Het feit dat ze nog leefde, sterkte haar in de gedachte dat deze situatie voor­bestemd was. Haar vastberadenheid over­scha­duwde de gevoelens van woede, verdriet en angst die in haar ingewanden tintelden. Ze zou niet weggaan voor ze wist wat die vrouw met Lievens bloed van plan was.
Heel voorzichtig drukte Berend de klink naar beneden, zijn oren tot het uiterste gespitst. Toen hij de deur opende, rinkelde boven hem vrolijk de winkelbel. Hij zoog zijn adem naar binnen en sprak zichzelf nogmaals toe. ‘Kom op Berend, het is gewoon de slagerij, de oude vertrouwde slagerij waar verdorie je eigen naam op staat, niets om bang voor te zijn.’
Zonder geld is het namelijk moeilijk om aan primaire zaken te komen zoals voedsel, en ik persoonlijk wordt er bijvoorbeeld ook gelukkig van als ik spullen, bijvoorbeeld boeken kan kopen, dingen kan leren die mij zinnig lijken.
‘Was het maar zo eenvoudig,’ zei Heinrich. ‘De dronken­lap werd het slachtoffer van de treinen en onderweg hierheen werd je geschaduwd. Dat waren de engelen. Zij zijn minstens even moordlustig.’ Hij huiverde. ‘En dan is er nog de man met de holle ogen.’
Er volgde een uitvoerig relaas, vlak en bijna toonloos verteld. Cynethryth was geworden wie zij was omdat alles haar was afgenomen: ‘Mijn zuster nam mijn man, De koning nam mijn eer, de Dood nam mijn kind. Geloof me, miles Harbrand: als wij beiden nog zielen hadden, zouden deze elkander onmiddellijk hebben herkend en hun verwantschap hebben beseft.’
Een verpletterend gekrijs weerkaatste tegen de tegels van de keuken. Berends handen schoten over zijn oren en hij kromp op zijn hurken ineen. Het vlees in de molen schreeuwde, maar daar bovenuit klonk de stem van Willem: ‘ZET AF ZET AF ZET AF!’
Voor de sex is er een standaardbegrip van ontwikkeling in emancipatie. De transformatie van lagere sex in hogere ervaringen van transcendentie vindt naar verluid plaats op drie nivo’s.: de dierlijke band, de heroïsche band en de goddelijke band. De eerste band bestaat uit het vasthouden aan één partner. Transformeren vanaf dit nivo van type c en d sex naar type a sex mediteert men op de sexuele ervaring totdat de kulturele aandrift sterker is. Vanwege de bezitterige aard staat dit nivo bekend als dierlijk. De heroïsche band is de band typisch voor type b mensen die geleidelijk bevrijd raken door het opgeven van het verlangen naar een partner en sexuele bevrediging. Dit zijn de helden daar ze de missie van de onafhankelijkheid op hun schouders hebben. Niet gehecht aan een enkele partner neemt geleidelijk aan het belang van de ziel het over van het belang van de sex. Daar de helden sociaal van aard zijn kunnen ze zelfs sterker zijn dan type a mensen die vaak zich eenvoudig terugtrekken van de ‘slechte en zondige’ wereld in negatief denken over alle sex (en voortplanting). Het goddelijk nivo is de transcendentie kenmerkend voor type a mensen. De sex niet in de praktijk brengend moet men nog steeds liefde zijn om in staat te zijn om te leven. Van dit nivo af wordt de werk-verslaafde of de kluizenaar een meedogende dienaar van de een of andere idealistische non-profit organisatie die overwegend geïnteresseerd is in vrede en harmonie.
10. DE KIKKER EN DE OCEAANde kennis van velen die hun bijdrage hebben geleverd tot de manage-mentliteratuur. Erger nog, u vindt in dit boek geen pasklare antwoorden.Ik was daar helaas niet toe in staat, hoezeer men het mij ook vroeg. Hetis te vroeg, op zijn minst voor mij, maar misschien zelfs omdat we eigen-lijk nog niet goed weten wat een mens nu eigenlijk is. Dit verhaal is eenverhaal over de waarde van beleving en gevoel. Ik kan u vandaag nietecht vertellen, laat staan leren om kippenvel te krijgen bij het beluisterenvan een cellosuite van Bach. Of van The Beatles, Frans Bauer, MarcoBorsato of Eminem om enkele extremen te noemen.Mijn verslag is wel authentiek, dat wil zeggen, het is persoonlijk. Het ver-haal dat ik vertel, is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, hier en daarafgetoetst aan bepaalde externe onderzoeken. Maar het blijft vooral eenpersoonlijke interpretatie van de dingen die ik waarneem, lees, bedenken vooral ervaar. Vandaar dat ik ook voor een persoonlijke vorm vanschrijven koos, aangevuld met de verhaaltjes die, door de jaren heen,mijn handelsmerk geworden zijn. Om, hopelijk, u te inspireren. En ook,maar dat zeg ik beter niet hardop, omdat ik geen wetenschapper ben,maar een gewone jongen die zomaar wat kijkt en vragen stelt. Een jon-gen die toch ook wel wat boos rondloopt als hij ziet hoe het er op ‘men-senvlak’ in organisaties aan toe gaat. U bent gewaarschuwd.Veel leesplezier.Zingem, 24 september 2009Jens Pas XII
Mijn nieuwe voeten roffelen de kilometers onder me vandaan. Het gebarsten, overwoekerde asfalt van de Rotterdamseweg wordt een veeg van groene en donkergrijze lijnen. Ik schiet een bus voorbij; het zes­span paarden lijkt stil te staan. De passagiers, waar­schijnlijk hoopvolle migranten onderweg naar het Schip Stad, zien me gelaten voorbij rennen; sommigen zwaaien zelfs.
Als wij als mensen denken dat wij zonder God kunnen leven is dat een van de leugens die de vijand ons laat geloven. God heeft de mens geschapen met de om verbonden te zijn aan Hem en met onze medemens. Als Hij de plek in ons hart niet mag opvullen ontstaat er een leegte die wij dan gaan vullen, maar die ons niet gelukkig zullen gaan maken.
De soldaten dragen rode knielange jassen en vilten puntmutsen met gaten voor ogen en mond. Zwijgend en argwanend slaan ze de menigte gade, musketten in de hand, sabels aan de zij. Een omroeper declameert wat onduidelijkheden over ‘misdaden tegen het Gemenebest’. In Wurm­water zijn begrippen als rechtvaardigheid en schuld betekenisloos gewor­den. Er is nog maar één strafmaat en die wordt uitgemeten door de Bloedvuist. Als hij ten tonele verschijnt in zijn slagersschort wijkt de opdringerige menigte uiteen. Een reus van een man, de langsten onder de toeschouwers reiken nog niet tot aan zijn borst. Hij heeft een slepende tred. Hij draagt zijn zware slegge over zijn ontblote schouders. Zijn huid is krijtbleek. Zijn overmaatse kop wordt verhuld door een juten aardappelzak, gedoopt in scharlaken verf, met twee rafelige ooggaten. Er wordt van de Bloedvuist gezegd dat hij sterk genoeg is om bloed uit een steen te knijpen. Hij schept er genoegen in om de hoofden van degenen die hem ter beschikking gesteld worden met één machtige slag plat te slaan. Slechts heel zelden heeft hij twee of meer slagen nodig. Zijn werk gedaan, verdwijnt de beul weer. De andere Roodjassen scheppen de gekliefde overblijfselen in een houten kruiwagen en voeren ze af. Er wordt gezegd dat ze de hoofdloze kadavers verbran­den in ondergrondse ovens die zo heet zijn dat zelfs de botten tot as vergaan.
In Brugge weten ze het zeker: friet is een Belgische vondst en het is dan ook niet meer dan logisch dat het eerste en enige Frietmuseum ter wereld in België staat. Het sinds 1 mei voor het publiek geopende museum is er gekomen dankzij de Brugse ‘ondernemer in musea’ Eddy van Belle en zijn zoon Cédric.
Ik gromde en greep hem bij zijn kraag. Met een bevredigende klap sloeg hij tegen een scheefgezakte cateringkar. Voordat ik echter iets kon zeggen, wrong hij als een slang in mijn handen en draaide zich met een grom los, om me vervolgens in een houdgreep klem te zetten.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *