“achterlandoverblijfselen versnellingspods overleving”

De volgende middag cirkelen er meerdere minibusjes met bestemming Moermansk door Kirkenes.  Er is ook een grotere, oude bus die trots de naam Sputnik op de zijkant draagt. De voorruit vertoont een flinke barst. Een Noors gezin bestaande uit vader, twee kinderen en opa en oma, twee alleen reizende mannen, een Russische vrouw met drie zware tassen en twee dames van het lokale reisbureau zijn vandaag de passagiers.
Ze huiverde en sloeg haar armen om haar lijf heen. De zijde van haar jasje voelde vochtig en koud aan en haar voeten deden pijn. Volgens mij heb ik me nooit zo ellendig gevoeld, dacht ze. Het besef dat haar huidige situatie zelfs ellendiger was dan de boodschap van haar overspelige ex-vriend eerder die dag, deed haar grijnzen. En dat allemaal omdat Mike zo nodig zijn zaden moest laten waaien. Als ze hem ooit weer zag, zou ze hem zo’n lel geven dat ie z’n zaden een tijdje nergens kon laten waaien. De minkukel.
De twee soldaten staan nog steeds achter me, bij de deur, hun ogen op mij maar hun vlammenwerpers nonchalant naar beneden gericht. De smalle, diepe suite is ingericht met houten meubilair en de aftandse gordijnen lijken van kunststof. Mijn positie is het geometrisch midden van de scherp gepunte driehoek met Mook aan de apex en de soldaten aan de basis. Ik sta mezelf een glimlach toe. Niemand zal hier zijn vlammenwerper willen opendraaien.
De volksvergadering nam in den beginne beslissingen met betrekking tot alles wat het stamleven betrof: recht, politiek, oorlogsvoering. Bij de opsplitsing van de stam in familiegemeenschappen vergaderde de clan nog in zijn geheel, maar voor de vergadering van de stam zelf werd met afgevaardigden, de stamoudsten of de clanhoofden, gewerkt. De 19de-eeuwse antropoloog Lewis Morgan beschreef deze organisatie bij het verbond van de Irokezen, een Indianenstam ten oosten van de Amerikaanse Grote Meren. Er wordt een Raad gevormd die vergadert in tegenwoordigheid van het volk: het volk, mannen en vrouwen, heeft spreekrecht maar de Raad beslist. Morgan stelt de zaak zo voor dat afzonderlijke niet-verwante ‘naties’ samenkomen en een Statenbond oprichten, maar in onze visie gaat het om stammen die zich van elkaar hebben afgesplitst en met de Raad hun eenheid kunnen bewaren. Het kan natuurlijk dat ook niet-verwante stammen zich bij dit verbond hebben aangesloten. Federatie van stammen die geleerd hadden in vrede met elkaar te leven was zeker niet onmogelijk en ook bij zo’n federatie werd een overkoepelende Raad gevormd bestaande uit afgevaardigden van de gefedereerde stammen (het woord ‘federatie’ komt van het Latijnse ‘foedus’, dat ‘vertrouwen’ betekent). Maar in veel gevallen is de Raad een restant van een oorsprongsstam die door bevolkingstoename is opgedeeld geraakt in afzonderlijke stammen en daarbinnen dan weer in familiegemeenschappen. De dialectiek tussen Volksvergadering en Raad vinden we ook bij de Grieken: ‘agora’ (‘verzameling’) versus ‘boulè’ (‘raad, beleid, volkswil’) en al evenzeer bij de Romeinen: ‘comitium’ (‘samenkomst’) en ‘senatus’ (‘senaat’, ‘raad der ouderen’). In principe bestonden de eerste Raden mijns inziens uit de familiehoofden van de stam. Onze parlementaire geplogenheid om met twee kamers te werken (in België de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat , in Nederland gewoon de Eerste en de Tweede Kamer) heeft dus hoe dan ook een lange voorgeschiedenis. In België moest je nog niet zo lang geleden als kandidaat-senator minstens 40 jaar zijn. Niet toevallig heeft de Belgische Senaat een bevoegdheid als bezinnings- of reflectiekamer; in Nederland ziet men de zaak ook zo in die zin dat de Eerste Kamer te overhaaste, door de ‘waan van de dag’ genomen besluiten van de Tweede Kamer moet kunnen tegenhouden.
Net zoals bij Lets systemen, kunnen mensen die aangesloten zijn bij het equi netwerk transacties van goederen en diensten doen die dan betaald worden met het nieuwe ruilmiddel. Dus in plaats van met euro’s te betalen, gebruik je equi. In eerste instantie en vanuit praktisch oogpunt gebeurt dit best eerst lokaal. Een groepje vrienden, familie of werkcollega’s kunnen aansluiten en onderling met equi beginnen werken. Naarmate meer mensen aansluiten, uit alle landen, groeit de groep en vergroten ook de mogelijkheden. Zo ontstaat er een complementair ruilmiddel-systeem naast de euromarkt. Mocht het monetaire bankstelsel crashen, dan is er dadelijk een (rechtvaardig en transparant) alternatief beschikbaar. Het equi systeem staat los van het huidige geldsysteem, het is bewust kiezen voor iets nieuws. Door je energie te onttrekken aan het oude systeem, verlaat je de oude wereld en creëer je mee de nieuwe tijd. Er is dus helemaal geen strijd nodig of de opdracht om tegen iets te zijn. Het is heel gewoon een nieuwe keuze. Het brengt de kracht weer helemaal terug bij de mens zelf. Jij bepaalt of je met equi wilt werken of niet.
Niet dat ik de eeuwige jeugd wil opzoeken, maar het kriebelt in mij om mijzelf te mogen zijn, mijn eigen schare fans te verzamelen die speciaal voor mij komen en niet voor een afdraai party van allerlei dansbare populaire (tussen haakjes, want buiten die sfeer zegt het niets) nummers.
Naast de augur hebben we in Rome ook de auctor en de met hem verbonden auctoritas (de directe oorsprong van ons woord autoriteit, zijnde gezag) zijn Romeinse rechtsbegrippen, zowel in het privaat recht als in het publiek recht. In het privaat recht was de auctor een soort advocaat die optrad in naam van een cliënt die om welke reden dan ook zelf zijn belangen niet kon of wou behartigen. De auctor sprak bij zijn optreden dan steeds de formule fio auctor uit: ‘ik ben auctor (geworden)’. De auctor is dus net zoals de augur iemand die spreekt namens anderen (de landbouwgemeenschap in het geval van de augur, de ‘cliënt’ in het geval van de auctor). In het publiek recht stond auctoritas als een prerogatief van de Senaat (de ‘vaderen’), en later van de keizers, tegenover de potestas (macht) of het imperium (gebod, bevel) van de volkscomités en de magistraten. Met haar ‘auctoritas’ maakte de Senaat de door het volk of de magistraten genomen beslissingen rechtsgeldig of bekrachtigde ze. Hierbij werd bij de voorlezing in de Senaat ook de formule fio auctor uitgesproken. Met haar uitspraak trad dus ook de Senaat op als een soort woordvoerder en uitvoerder van de volkswil. Daarnaast had de Senaat ook de ‘auctoritas’ om in gevallen van bedreiging door externe vijanden of interne samenzweerders bepaalde wetten op te schorten en ze naderhand weer te reactiveren. Ook hier declareerde de Senaat deze opschorting of heractivering in naam van het hoger belang van de gehele gemeenschap. Deze bijzondere ‘auctoritas’ om wetten op te schorten is ingesteld geworden omdat bleek dat bij interne en externe dreiging de democratische macht van het volk tot teveel verdeeldheid en dus politieke besluiteloosheid leidde en omdat de volkscomités niet geneigd waren beslissingen die ze vroeger genomen had en die door de Senaat tot wet waren verklaard af te schaffen, ook niet als deze wetten de veiligheid van de gemeenschap in gevaar brachten (Wet = Lex in het Latijn, d.i. dat wat gelezen of voorgelezen werd, ook hier zien we de rol van de Senaat als bekrachtiger van de wil van de volkscomités). De Senaat trad dus in haar ‘auctoritas’ op als de ‘woordvoerder’ van de reële volkswil door de beslissingen van de volkscomités plechtig voor te lezen en zo te activeren of door op basis van een vermeende volkswil (vandaar het begrip ‘algemeen belang’ zonder dat dit belang verwijst naar een empirisch aanwijsbare volkswil) wetten op te schorten.
Duurzaamheid houdt ook in dat je verantwoordelijk bent voor je keuzes, voor jezelf en verre omgeving. Er is veel creativiteit, lef en doorzettingsvermogen nodig om duurzame beslissingen te kunnen (blijven) nemen (Aarts & Waslander, 2008).
Precies omdat onze omgang met onze natuurlijke omgeving zo’n ingewikkelde en veelzijdige zaak is, past een nuchter onderzoek van onze huishouding (“economie”) beter dan een emo-politiek op basis van goedkope en vluchtige sentimenten of trendy moralismen. In elke aangelegenheid spelen diverse actoren en belanghebbenden een rol. Met onnozele beweringen van het genre “de mens is het wreedste dier op aarde” (behalve de spreker zelf uiteraard) kun je je overgeven aan middeleeuwse vormen van boetedoening, die nog altijd diep ingeworteld zitten in onze Vlaamse cultuur en dus niet alleen bij de Iraakse en Iraanse sjiieten. Maar verder dan een aanvraag doen om als geselbroeder te figureren in de Bloedprocessie van Brugge raak je daar niet mee. Het principe dat je de natuur zijn gang moet laten gaan (want anders zal ze zich “wreken”) is al even onzinnig: niets in de natuur laat de rest van de natuur zo maar met rust. Probleem is dat technieken om de natuur te beheersen altijd productief en destructief kunnen worden aangewend: zo werken meteorologen en geologen voor het Amerikaanse leger om als onderdeel van toekomstige oorlogsvoering lokaal orkanen en aardbevingen uit te lokken. Het is dus allemaal verdomd ingewikkeld. Zo lijkt het me bijvoorbeeld dat je niet tegelijk tegen plastic én voor milieubehoud kunt zijn: want opdat de visverkoper de pladijs en kabeljauw weer in krantenpapier zou inpakken, moeten dan weer bomen worden geveld. En dat krantenpapier mag dan recycleerbaar zijn, die recyclage maakt er niet opnieuw bomen van. Of mogen we de natuur alleen bewerken onder de voorwaarde dat de gefabriceerde producten perfect recycleerbaar en biologisch afbreekbaar zijn?
Jouw schuld, allemaal jouw schuld, lelijk mens, je kon het hem niet vergeven, he? Je moest hem de schuld blijven geven want anders moest je naar jezelf kijken, je eigen nalatigheid, je eigen aandeel in dit alles en dat was even groot, het is allemaal jouw schuld, jouw schuld, jouw schuld, waarom maak je er geen einde aan?
‘Erwin is een goeie jongen,’ vervolgde ze. ‘Jullie zouden hem moeten beschermen tegen die rotzakjes die hem iedere dag weer het bloed onder zijn nagels vandaan halen, in plaats van hierheen te komen om hem van liegen te beschuldigen!’
Naar het westen strekten de restanten van Delft zich uit in het stervende duister van de ochtend. Even stelde hij zich voor dat hij de windmolens kon zien waarmee dit alles was begonnen, voorbij de stad, over de velden en achter de duinen.
Wat zagen de allereerste mensen? Stel: ze kijken neer op drie buffels die staan te drinken aan een waterplas. Op hun geur konden ze geen beroep doen zoals bij het verzamelen van voedsel. Zagen ze reeds scherp gerande vormen of zagen ze eerder kleurenvlekken? Of hadden ze vóór hun ogen een waas? In ieder geval konden ze niet zeggen: ‘We zien drie buffels’. Want ze konden niet tellen. En bovendien konden ze nog niet volmondig spreken. Ze waren zich niet bewust van de drie buffels! Wat zagen ze dan? Misschien zagen ze gewoon NIETS, d.w.z. ze zagen niet-iets, ze hadden misschien nog niet geleerd de wereld te zien als een verzameling figuren tegen een achtergrond. Hun cognitieve apparaat reageerde immers in eerste instantie sensomotorisch: een prikkel triggerde een gedrag of een gemoed (als een toestand van het lichaam). Ze hadden zich nog geen echte perceptuele ruimte eigen gemaakt, geen ‘innerlijke’ ruimte van voorstellingen. Zoals gezegd, ze konden in ieder geval niet tellen. Ook nu nog, als wij een troep dieren zien, zijn wij niet meteen geneigd deze te tellen: we nemen ze als troep waar. Zo blijken ook de basisgetallen niet gevormd te zijn door er telkens één of een ander getal bij op te tellen (zoals elf = rest van één plus tien; twaalf = rest van twee plus tien; of de reeks tientallen zoals twintig, dertig, enz.). De basisgetallen zijn hoogstwaarschijnlijk in verschillende situaties gevormd. Eén en twee zijn in de oeroude pythagoreïsche traditie geen echte getallen of telwoorden: ‘één’ slaat op het geheel dat de oorsprong is van alles, ‘twee’ op de oerdeling; ook bij Plato staat het ondeelbare Eén (‘hèn’) tegenover het Onbepaalde Twee (‘ahoristos duas’). ‘Drie’ betekent gewoon ‘een hoop, veel’ (Frans ‘trois’ of ‘très’ = ‘zeer, veel’). We vinden ‘drie’ terug in het Latijnse ‘tribus’ = (volks)stam, wat betekent ‘één van de drie of vele stammen’. ‘Vier’ is afgeleid van ‘varen’ en verwijst naar de vier wielen van een wagen (‘veer’). Vijf heeft dezelfde stam als vinger en verwijst dus naar de vijf vingers van de hand. Duizend is b.v. samengesteld uit ‘gezwollen, sterk’ + ‘honderd’ (centum) en betekent dus meer dan honderd, enige honderdtallen. Honderd betekent zoals bij de Grieken en de Romeinen nog vooral ‘veel’ en duizend betekent ‘zeer veel’, bijvoorbeeld als we zeggen ‘ik heb er wel duizend gezien’ (we bedoelen dan niet ‘ik heb er één meer dan negenhonderd negenennegentig gezien’). Pas later (in de stedelijke beschaving met de explosie van de handel) is men de getallen gaan zien als een reeks elkaar opvolgende telwoorden, met telkens één als verschil, waarbij de gaten tussen de basisgetallen zijn ingevuld (zoals b.v. honderd drieënnegentig).
Het water was verstikkend warm, nog net niet heet genoeg om haar te branden maar wel zo heet dat het haar de adem benam. Toen de stoom wat optrok zag ze twee scheermesjes op de rand van het bad liggen. De scheermesjes van Peter, die zich graag nat had mogen scheren en die krengen overal liet slingeren zodat zij ze weer in de vuilnisbak kon gooien en nog mocht oppassen ook dat ze zich er niet aan sneed. Waarom herinnerde ze zich dat alles op dit moment? Het deed er totaal niet toe, maar het was een poging van haar geest om zich af te sluiten van hetgeen op het punt stond te gebeuren. De scherpe kanten van de mesjes glansden in het lamplicht en de stoom had minuscule druppeltjes gevormd op het metaal.
Zonder iets tegen elkaar te zeggen legden ze hun handen over de rand van de container. Die was te hoog om zo in te kunnen kijken, dus moesten ze zich eraan optrekken. ‘Help eens,’ zei Zohra. Ze gebruikte Lievens handen als trapje en klom omhoog.
Leaf schudde haar hoofd. ‘Ik zal bij je moeten blijven tot ze je daad­werkelijk fysiek zien, anders rijden ze je nog voorbij. Ze zullen mij pakken. Voor de vegers ben ik de ultieme prijs, het voorbeeld dat niemand de lange arm van de wet ontloopt, zelfs Leaf Heywood niet.’
Verschrikkelijke zombievirusgolven komen naar je toe, dus houd jezelf red van zombie immoreel invasievirus in sniperjachtspel. Het enige wat je moet volgen voor je zombie-menselijke overleving, is om de verdachte zombieactiviteiten op de hoogte te houden als een vooraanstaande moderne agent voor de bestrijding van verkeersjagerstrijders.
Naarmate het leven zich op die manier op onze planeet tot ontwikkeling kwam begon men van buiten onze aarde zich te bemoeien met de ecologie hier op deze planeet en zette een kruising in van intelligent wezen met een aardswezen.
Men moet waar zijn naar de eigen oorspronkelijke aard. Men kan een ware en eerlijke leugenaar zijn: ik sympathiseer, ik ontken mezelf in mededogen, ik leef voor jou. Maar dat is God niet, dat kan God zijn maar kan ook de hypocriet zijn, de leugenaar of de lafaard. Als God mededogen is, houdt mededogen God nog niet in. Het is een fundamentele fout om een element van een categorie aan te zien als exclusief voor de categorie, terwijl ze zeer goed eveneens kan behoren tot een andere categorie. Naar het idee van God denken we dat God alles is, dus is er niets uitgesloten van God en derhalve is mededogen God. Maar God is onomkeerbaar wat betreft zijn schepping. De schepping is deel van God, maar nooit volledig God. Het medium is niet de boodschap. Iedereen weet dat de verpakking niet de inhoud is. Als God de inhoud is, spreken van de duivel, de andere categorie, als het alleen maar om de verpakking gaat. Dus alleen voor het mededogen is net zo goed van de duivel van het materialisme en egoïsme. Zo ook oprecht en waar naar de discipline, de persoon, de orde, het ritueel, het sexuele, het boek etc. etc. kan net zo goed van de duivel zijn. De verpakking is nog niet de inhoud. Het is de eerste fout de waarheid van God om te draaien daar God altijd meer is dan welk afgeleide ook. Zelfs de ziel is niet God, daar zielen zeer goed in onwetendheid kunnen verkeren.
Samuel liet zijn duim rusten op het graan aan de zijkant van de doos. Hij duwde zachtjes. Het symbool gaf even mee, in de doos hoorde hij een lichte tik. Machteld… Hij schrok op en smeet de doos op tafel. Nu voelde hij zijn hart kloppen in hetzelfde ritme als zijn ademhaling. Waarom dacht hij nu aan haar? Had de doos iets met Machteld te maken? Had zij het hem gegeven? Het hout zag er niet zo oud uit, nog geen tweehonderd jaar oud. Hij stond op en liep naar de keuken, vulde een glas met water en dronk het in één teug leeg. Je bent tijd aan het rekken! Dat was waar, maar waarom? Wat zat er in die doos en waarom wilde hij het niet weten?
De verticale as van inspiratie en energiestroom met de Bron en de kern van de Aarde stroomt wel met je Wezenskern en kan je werkelijk voeden. Dan is er energie genoeg. De verticale energiestroom van de Bron en de kern van de Aarde kan via de mens het horizontale vlak in stromen, de organisatie van het grotere geheel in. In iedere cel en in ieder orgaan vindt er dan een bevruchting plaats die doorwerkt naar de omgeving en van de omgeving terug naar de mens. Iedereen en alles profiteert ervan. Het oeroude symbool van het gelijkbenige kruis van creatie wordt dan volledig benut.
Je moet je kunsten via de muziek instrumenten tonen en niet via een vooraf ingespeeld bandje dat natuurlijk beperkt is van begin tot het eind. Je kunt niet een nummer veranderen of langer maken door meer solo’s etc., ter plekke in te voegen.
Welke maatschappelijke evoluties hier schuil gaan achter allerhande zogezegd “goede bedoelingen” en achter de doorgaans ondoordachte en dikwijls heel hypocriete verdediging van de meest vage maar als vanzelfsprekend voorgestelde “rechten” van mensen, dieren en levenloze dingen, is een zaak die me erg bezighoudt en waar ik niet zo maar wijs uit raak. Al hoeft het denken uiteraard niet per definitie tot resultaat te leiden, integendeel!
Verwar monotonie nooit met verveling. Ik ben in mijn jeugd (o nostalgie!) bijna zelf in die val van de gelijkstelling van verveling met monotonie getrapt toen ik mijn afstudeerscriptie wijdde aan een diepgaand onderzoek naar vermoeidheid en verveling bij lopende-band-arbeiders in de Volkswagenfabriek in Vorst-Brussel. Want het vervelingsaspect sloeg uiteraard deels ook op mezelf. Ik verveelde me mateloos tijdens mijn studiejaren en ik keek met een eerder somber gemoed tegen mijn verder leven aan. Althans toch wanneer ik even de tijd nam om te pogen dat verder leven onder de loep te nemen. Aan de andere kant schiep de projectie van een theoretisch doorwrochte verveling op de gemakkelijk aanwijsbare monotonie van de assemblagearbeid aan de “ketting” (of “la chaîne”) een onmiskenbare band met mijn sociale afkomst. Naast het doden dus van mijn eigen verveling als arme student die meestal amper geld op zak had en meestal ook zonder lief in zijn bed, wou ik natuurlijk ook nog wel, zij het in alle bescheidenheid, een megalomane bijdrage leveren aan de opheffing van die “geestdodende” lopende-band-arbeid. We schreven toen immers 1972 en iedereen, zelfs een paar verzopen journalisten, had de mond vol over de “vermenselijking” of de “humanisering van de arbeid”.
Ze zag meteen de mogelijkheden. Met haar spuitbus zou ze deze som­bere kolom van steen en gebroken glas transformeren tot de ultieme mid­del­vinger naar het establishment. ‘Lieven, dit is geweldig. Echt waar… ik ben sprakeloos. Maar fuck, ik ben zo moe.’ Ze geeuwde. ‘Het is een lange en uitputtende nacht geweest. Mis­schien moeten we eerst wat slapen.’
Terwijl Fiona werkt, eet en in de schuur zit, vul ik de arbeids­potentieel­metingen in. Per robot. Het is een omslachtige gedoe. Merk, type, serie­nummer, jaar van productie, jaar ingebruikneming, jaar buiten gebruik, nieuwwaarde, aanschafprijs… en natuurlijk het vermogen.
UPDATE Vanwege de vroege sluitingstijden konden de Belgische kranten niet de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen brengen. Maar daar hebben sommigen creatieve oplossingen voor bedacht. De Gazet van Antwerpen, had van vanochtend een grote cowboyhoed en de gezichtjes van de twee presidentskandidaten, waarbij het juiste gezicht uitgeknipt kan worden en onder de cowboyhoed geplakt kan worden. De Morgen toont tot op de vouw een foto van Barack Obama met de tekst the next president of the United States, nu op http://www.demorgen.be. Wie de krant in gevouwen versie omdraait zie een halve pagina grote foto van John McCain met dezelfde tekst. De Morgen toont tot op de vouw een foto van Barack Obama met de tekst the next president of the United States, nu op http://www.demorgen.be . Wie de krant in gevouwen versie omdraait zie een halve pagina grote foto van John McCain met dezelfde tekst.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *